BRIEF VAN DE TIJDELIJKE COMMISSIE SUBSIDIARITEITSTOETS - Subsidiariteitstoets van het Witboek over een EU-strategie voor aan voeding, overgewicht en obesitas gerelateerde gezondheidskwesties (COM(2007) 279)

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

Staten-Generaal

1/2

Vergaderjaar 2006–2007 B

31 098

Subsidiariteitstoets van het Witboek over een EU-strategie voor aan voeding, overgewicht en obesitas gerelateerde gezondheidskwesties (COM(2007) 279)

Nr. 2

BRIEF VAN DE TIJDELIJKE COMMISSIE SUBSIDIARITEITSTOETS

Aan:

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport/Jeugd en Gezin van de Eerste Kamer

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer

Den Haag, 4 juli 2007

Zoals u bekend toetst de tijdelijke commissie subsidiariteitstoets, samen met de betrokken vakcommissies 24 al vastgestelde (en deels nog in te dienen) voorstellen van de Europese Commissie aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. De te volgen procedure is weergegeven in Kamerstuk 30 389, nr. 1 (p. 7–9).

Onlangs heeft de Europese Commissie bovengenoemd, in de lijst van 24 opgenomen, Witboek gepubliceerd.

De commissie ziet geen aanleiding om onderhavig Wetboek verder in procedure te nemen en zij verwijst het document graag door ter eigenstandige behandeling door uw commissie. De bevindingen van de tijdelijke commissie subsidiariteitstoets staan samengevat in de doorverwijzing, die ik u hierbij ter kennisneming toezend.

Voorzitter van de tijdelijke commissie subsidiariteitstoets, J. J. van Dijk

DOORVERWIJZING VAN COM(2007) 279 FINAL

Witboek over een Europese strategie inzake gezondheidsaspecten die verband houden met voeding, overgewicht en obesitas (COM(2007) 279 def)

Conclusie TCS: geen adviesaanvraag, maar doorverwijzing

De Tijdelijke Commissie Subsidiariteitstoets ziet op grond van bovenstaande overwegingen geen aanleiding om onderhavig witboek verder te onderwerpen aan de parlementaire subsidiariteitsen proportionaliteits-toets. Zij ziet derhalve af van een adviesaanvraag bij de vakcommissies voor VWS(/JG) in Eerste en Tweede Kamer. Zij verwijst dit witboek door ter zelfstandige behandeling door deze commissies.

Samenvatting

Voor een overzicht van de voorgestelde maatregelen wordt verwezen naar Bijlage I.

Bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit

Strikt genomen is de subsidiariteits- en proportionaliteitstoets niet van toepassing, omdat het geen voorstel voor Europese wet- en regelgeving betreft, maar een witboek waarin een beleidsstrategie uiteen wordt gezet. Wanneer toch tot een eerste oordeel moet worden gegeven, luidt dit positief. Het optreden van de Gemeenschap terzake van de volksgezondheid is gebaseerd op artikel 152 EG-Verdrag. De tekst van lid 1, artikel 152 EG-Verdrag luidt:

«Bij de bepaling en de uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Gemeenschap wordt een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid verzekerd.

Het optreden van de Gemeenschap, dat een aanvulling vormt op het nationale beleid, is gericht op verbetering van de volksgezondheid, preventie van ziekten en aandoeningen bij de mens en het wegnemen van bronnen van gevaar voor de menselijke gezondheid. Dit optreden omvat de bestrijding van grote bedreigingen van de gezondheid, door het bevorderen van onderzoek naar de oorzaken, de overdracht en de preventie daarvan, alsmede door het bevorderen van gezondheidsvoorlichting en gezondheidsonderwijs (...)».

Dit artikel ziet nadrukkelijk op (aanvullend) optreden van de Gemeenschap met betrekking tot preventie van ziekten en aandoeningen en bevordering van de volksgezondheid. Ook optreden van de Gemeenschap ter bestrijding van aandoeningen die een gevolg zijn van slechte voeding, overgewicht en obesitas kan derhalve op dit artikel worden gebaseerd. Tegelijkertijd geldt dat het optreden aanvullend en ondersteunend is aan dat van de lidstaten. In het witboek erkent de Commissie expliciet dat beleidsvorming op het terrein van de volksgezondheid primair een nationale of lokale aangelegenheid is en dat het optreden van de Gemeenschap ondersteunend en aanvullend is. Tegelijkertijd stelt zij dat de Gemeenschap terzake zekere bevoegdheden toekomen, aangezien die verband houden met het goed functioneren van de interne markt, het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en bijvoorbeeld het cohesiebeleid.

Het in het witboek genoemde optreden op Gemeenschapsniveau lijkt gerechtvaardigd door de verschillende bevoegdheidsgrondslagen in het EG-Verdrag. Dit geldt voor optreden gericht op het beter informeren van

consumenten (interne markt : etikettering met betrekking tot de voedingswaarde, regulering inzake gezondheidsclaims op producten en vrijwillige reclamecode inzake reclame voor voeding gericht op kinderen) en de betere beschikbaarheid van «de gezonde keuze» (het GLB moet bijdragen aan het bevorderen van de volksgezondheid door herziening van de gemeenschappelijke marktordeningen voor fruit en granen ten einde de consumptie hiervan te bevorderen). Daarnaast streeft de Commissie ernaar om binnen bestaande Gemeenschapsprogramma’s (waaronder het cohesiebeleid) lichaamsbeweging te bevorderen. Voor de voorstellen en acties ter versterking van de wetenschappelijke onderbouwing van volksgezondheidsbeleid op dit terrein en het monitoren van gezondheids-ontwikkelingen in de lidstaten, nationaal beleid en projecten/programma’s biedt artikel 152, lid 1, EG-Verdrag een adequate bevoegdheidsgrondslag.

In de afgelopen 30 jaar zijn overgewicht en obesitas in de Europese bevolking ten gevolge van slechte voeding en weinig lichaamsbeweging aanmerkelijk toegenomen. Dit heeft geresulteerd in een toename van chronische aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, type 2 diabetes, beroerte, kanker en aandoeningen aan het bewegingsapparaat. Op de langere termijn kan dit leiden tot daling van de levensverwachting en de kwaliteit van leven in de EU. Europees optreden ter ondersteuning van dat van de lidstaten kan daarom meerwaarde hebben en ligt aldus voor de hand.

BIJLAGEI                                               SAMENVATTING

Witboek over een Europese strategie inzake gezondheidsaspecten die verband houden met voeding, overgewicht en obesitas (COM(2007) 279 def)

Op 30 mei 2007 heeft de Europese Commissie een witboek uitgebracht, waarin wordt ingegaan op beleidsopties om gezondheidsproblemen tegen te gaan die zijn gerelateerd aan voeding, overgewicht en obesitas. Het witboek is een vervolg op het groenboek over deze materie uit 2006 (zie dossier E060043 op www.europapoort.nl). De Raad heeft de Commissie meermaals verzocht om beleidslijnen op te stellen om genoemde gezondheidsproblemen tegen te gaan, zeker nu de statistieken laten zien dat het aantal te zware mensen (en met name kinderen) hand over hand toeneemt. De reacties op het groenboek hebben laten zien dat meer samenwerking op alle niveaus en met alle actoren (zowel publiek als privaat) nodig is om het probleem te lijf te gaan.

In het witboek concludeert de Commissie dat in beginsel eenieder verantwoordelijk is voor zijn eigen gezondheid en voedingsgedrag. Desalniettemin kan de burger worden ondersteund om de eigen keuze bewuster (en daarmee wellicht gezonder) te maken. De Commissie stelt daarom voor dat in de Raad een discussie wordt gevoerd over een set beleidsacties die op EU-niveau kunnen worden genomen. Deze acties moeten (1) bijdragen aan het verlagen van de risico’s veroorzaakt door slechte voeding en een gebrek aan lichaamsbeweging; (2) worden genomen op diverse beleidsterreinen, en zowel door gebruikmaking van wet- en regelgeving als van «soft law»; (3) zoveel mogelijk actoren bij het oplossen van het probleem betrekken; en (4) voortdurend worden gemonitord en waar nodig bijgesteld, zowel op macro- als op microniveau.

Mogelijke acties zijn:

  • • 
    Het beter informeren van consumenten. De Commissie denkt onder meer aan (mogelijk verplichte) duidelijke voedingslabels (ook aan de voorkant van de verpakking) met gezondheidsinformatie. Gezondheidsclaims van producenten zouden wetenschappelijk gestaafd moeten kunnen worden. Daarnaast wordt gedacht aan een gedragscode voor reclame voor voedingsmiddelen die gericht is op kinderen.
  • • 
    Betere beschikbaarheid van «de gezonde keuze». Hierbij wordt onder meer gedacht aan het invoeren van schoolfruit in de hele Europese Unie in het kader van de gemeenschappelijke marktordening fruit en granen. Ook kunnen bepaalde vormen van gemanipuleerd voedsel (bijvoorbeeld met minder slechte vetten of minder zout) worden gestimuleerd. Hiervoor is echter betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek noodzakelijk. Een en ander kan mogelijk (deels) worden gefinancierd binnen het zevende kaderprogramma. Tevens zal onderzoek worden gedaan naar de drijfveren van mensen om te kiezen voor bepaalde soorten voeding.
  • • 
    Bevorderen van lichaamsbeweging. Zo zal woon-werkverkeer te voet of per fiets worden gestimuleerd. Op een later moment zal de Commissie bovendien met een witboek over sport komen.

Voor alle acties geldt dat lage sociaal-economische groepen en de jeugd belangrijke doelgroepen vormen. Op jonge leeftijd kunnen burgers het best worden beïnvloed, om zo te bereiken dat zij zich ook op latere leeftijd bewust zijn van de voordelen van gezonde voeding en beweging.

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie