Brief staatssecretaris over een mogelijke ontheffing op de Mediawet voor evenementen - Wijziging van de Mediawet en de Tabakswet (implementatie wijziging richtlijn "Televisie zonder grenzen")

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Tekst

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2000–2001 Nr. 831

26 256

Wijziging van de Mediawet en de Tabakswet (implementatie wijziging richtlijn «Televisie zonder grenzen»)

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

1 De eerder verschenen stukken inzake dit wetsvoorstel zijn gedrukt onder EK nr. 321, vergaderjaar 1998–1999 en EK nrs. 30 t/m 30d, vergaderjaar 1999–2000.

Zoetermeer, 13 november 2000

Tijdens de plenaire behandeling d.d. 6 juni 2000 van het wetsvoorstel tot wijziging van de Mediawet en de Tabakswet (implementatie wijziging richtlijn «Televisie zonder grenzen») (kamerstukken 26 256) heb ik toegezegd in een brief nader in te gaan op de voor en tegens van een ontheffingsmogelijkheid in het kader van de evenementenregeling. In deze brief worden de overwegingen inzake een ontheffing voor een betaalkanaal om het betreffende evenement alsnog exclusief achter een decoder uit te mogen zenden in het geval alle open netten een op de lijst geplaatst evenement niet willen uitzenden, nog eens op een rijtje gezet.

Artikel 72 van de Mediawet (het wetsvoorstel is inmiddels tot wet verheven en in werking getreden) brengt met zich mee dat een op de lijst geplaatst evenement, indien het wordt uitgezonden, in ieder geval op een open net moet worden uitgezonden. Dat betekent derhalve dat indien geen enkel open net belangstelling heeft voor uitzending van een bepaald evenement van de lijst, programmanetten die niet als open net kunnen worden aangemerkt, het evenement niet mogen uitzenden.

Het is niet aan te nemen dat alle open netten tegelijkertijd geen belangstelling voor een op de lijst geplaatst evenement zullen hebben, omdat het evenement op zichzelf niet interessant genoeg is om als programmaonderdeel op te nemen. Het ene evenement op de lijst zal (commercieel of maatschappelijk) interessanter zijn dan het andere, maar het zijn allemaal evenementen die van aanzienlijk belang voor de samenleving zijn, dus veel interesse genereren en daarom begerenswaardige programmaonderdelen zijn.

De mogelijkheid bestaat dat een gebrek aan belangstelling van de open netten voortkomt uit het feit dat het bedrag dat voor de uitzendrechten van het evenement betaald moet worden te hoog gevonden wordt. De vraag is of voor die gevallen een ontheffingsmogelijkheid geboden moet worden en wat de gevolgen daarvan zijn. Ik acht dit overigens een theoretische casus, omdat de organisator/rechthebbende van het evenement naarmate het tijdstip van mogelijke uitzending nadert, gedwongen zal zijn een prijs overeen te komen. Immers, indien die niet op tijd tot stand komt, zijn beide partijen, zowel de koper als de verkoper, verliezers.

Een ontheffingsmogelijkheid in de Mediawet zou kunnen leiden tot calculerend gedrag en daarmee tot omzeiling van de evenementenregeling. Rechthebbenden kunnen, in de wetenschap dat een beroep op de ontheffingsbepaling gedaan kan worden, de prijs dusdanig hoog stellen dat het voor een open net redelijkerwijs niet meer mogelijk is om de rechten te kopen. Daarnaast kan de situatie ontstaan dat een betaal-kanaal in het licht van een mogelijke ontheffing meebiedt op rechten van een op de lijst geplaatst evenement. Dat heeft weer als consequentie dat de prijs opgedreven wordt waardoor open netten wellicht niet meer in staat zijn om die prijs te kunnen betalen. Verder biedt een ontheffingsbepaling de mogelijkheid tot een soort verdeling van rechten. Een open net kan bijvoorbeeld met een betaalkanaal afspreken niet op de liverechten van een op de lijst geplaatst evenement mee te bieden als het betaalkanaal niet meebiedt op de samenvattingsrechten van het evenement.

Om dit alles te voorkomen zou in de ontheffingsbepaling opgenomen moeten worden dat geen enkele open net-zender de rechten wil verwerven tegen redelijke voorwaarden . Of er sprake is van redelijke voorwaarden (waaronder de prijs) is echter moeilijk te bepalen. Is een redelijke (marktconforme) prijs het bedrag dat een betaalzender voor de uitzendrechten heeft geboden of moet gekeken worden naar het bedrag dat de open netten zouden hebben willen bieden of hebben geboden? Daarnaast spelen kijkcijfers een rol en daarmee samenhangend de te verwachten opbrengsten van reclame- en sponsorgelden, los van strategisch marktgedrag dat weer tot andere prijzen aanleiding kan geven.

Ik acht een ontheffingsbepaling juist vanwege het samenstel van objectieve en subjectieve onderhandelingselementen niet uitvoerbaar. Daarom ben ik van mening dat een dergelijke regeling niet een instrument kan te zijn om uitkomst te bieden in een situatie dat de prijs van uitzendrechten van de betreffende evenementen zo hoog is dat open netten die kosten niet meer kunnen opbrengen. De evenementenregeling heeft op zichzelf een mitigerende werking op de prijs van uitzendrechten, omdat een betaalkanaal streeft naar exclusieve uitzending (wat voor wat betreft de evenementen op de lijst niet is toegestaan) en dus niet zal meebieden op de rechten van de betreffende evenementen. Een ontheffingsmogelijkheid kan het juist weer interessant maken voor een betaalkanaal om mee te bieden. Het doel van de evenementenregeling (brede toegankelijkheid, zowel qua bereik als qua kosten, van bepaalde evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving) wordt daarmee niet gediend.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, F. van der Ploeg

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

26256 - Wijziging van de Mediawet en de Tabakswet (implementatie wijziging richtlijn «Televisie zonder grenzen»)
 

Delen

enveloppe

Terug naar boven