Dit plan is op 26 november 2008 gepresenteerd door de Europese Commissie en op 12 december 2008 aangenomen door het Europees Parlement. Het economische herstelplan is ontworpen om de financiële crisis in Europa tegen te gaan en de gevolgen hiervan zoveel mogelijk te beperken.
Met het plan is een kapitaalinjectie van €200 miljard gemoeid, waarvan het grootste gedeelte, zo'n €170 miljard, door de EU-lidstaten zelf wordt gefinancierd. De Europese Unie (EU) staat garant voor de overige €30 miljard. Het economische herstelplan is gebaseerd op het principe van een solidair en een sociaal rechtvaardig Europa.
Op 29 april 2009 heeft de Commissie het EU-budget voor 2010 bekend gemaakt: 141,5 miljard euro. Een groot deel hiervan wordt aangewend als stimulans voor de Europese economie. Eurocommissaris Kallas presenteerde het nieuwe budget en merkte op dat "deze financiële ondersteuning van de Europese economie is bedoeld om verdere financiële achteruitgang te voorkomen".
Het voorstel is op 17 december 2009 goedgekeurd door het Europees Parlement. De Raad van de Europese Unie had eerder al zijn goedkeuring verleend.
Met het plan wilde de Europese Commissie een diepe recessie in Europa vermijden door een serie maatregelen te nemen die ervoor moeten zorgen dat het vertrouwen van consumenten hersteld wordt; de lasten voor de meest kwetsbare mensen in de Europese samenleving beperkt worden tot een minimum; structurele hervormingen doorgevoerd worden zodat Europa sterker de toekomst ingaat, en het plan moest ervoor zorgen dat er versneld wordt omgeschakeld naar een 'low carbon' economie (een klimaatneutrale economie). Met dit laatste doel wilde de Europese Commissie bereiken dat Europa minder afhankelijk wordt van buitenlandse energievoorzieningen en wil ze de klimaatveranderingen harder aanpakken.
Het plan was er tevens op gericht om belastingmaatregelen te financieren, de infrastructuur in Europa te verbeteren en Europese internetfaciliteiten uit te breiden. Ook was een aanzienlijk deel van het geld gereserveerd voor het geven van een impuls aan de bouwsector en de auto-industrie. Met deze maatregelen hoopte de Europese Commissie dat de afzonderlijke economieën van Europa blijven functioneren volgens het principe van een vrije markt en uiteindelijk sterker worden om toekomstige uitdagingen aan te kunnen gaan.
Voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Durão Barroso omschreef het plan als een mogelijkheid voor Europa om haar eensgezindheid kracht bij te zetten. Daarnaast duidde Barroso aan dat in tijden van economische crisis mogelijkheden zich aandienen om verandering en structurele hervormingen versneld door te voeren waardoor Europa sterker wordt en kan slagen in een toekomstige 'globalised economy'.
