Euro tien jaar in omloop

10 euro biljet

Op 1 januari 2002 kwamen de eerste euromunten en -biljetten in omloop, waarmee de chartale invoering van de euro een feit was. Terwijl de tiende girale verjaardag van de euro op 13 januari 2009 door velen werd gevierd, hangt de vlag er in 2012 duidelijk anders bij. Tijdens de kredietkrisis in 2008/2009 werd de eenheidsmunt geroemd om zijn stabiliteit; de Europese schuldencrisis die erop volgde legt daarentegen de zwakheden van de euro bloot. Is er wel reden voor een feestje?

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Historie

De doelstelling om tot een gemeenschappelijke Europese munt te komen werd reeds in het Verdrag van Maastricht uit 1992 vastgelegd. Daar werd onder meer gesteld dat de Europese lidstaten een Economische en Monetaire Unie (EMU) zouden oprichten, waarbij in eerste instantie de wisselkoersen van de verschillende munteenheden aan elkaar gekoppeld zouden worden. Aan een dergelijke koppeling waren bepaalde voorwaarden verbonden, die beter bekend staan als de convergentiecriteria. De koppeling van de koersen vond uiteindelijk plaats per 31 december 1998. Sinds 1 januari 1999 werden de onderlinge wisselkoersen daarom eveneens in euro's weergegeven.

Niet alle landen waren in dit stadium bereid of in staat om aan de EMU deel te nemen: Groot-Brittannië en Denemarken haakten al snel af, terwijl Griekenland en Zweden in eerste instantie niet konden voldoen aan de convergentiecriteria. In 2001 slaagden de Grieken er wel in om hun begroting op orde te krijgen, al was daar wel wat gesjoemel voor nodig, zo bleek in 2009. Per 1 januari 2002 kon de euro als officiële munt worden ingevoerd in maar liefst twaalf van de op dat moment vijftien Europese lidstaten: België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Spanje.

In de jaren die volgden werd de Europese Unie in twee etappes flink uitgebreid, en traden in totaal twaalf nieuwe lidstaten toe tot de Unie. In de afzonderlijke toetredingsverdragen werd opgenomen dat ook de nieuwe lidstaten op termijn de euro als betaalmiddel zouden invoeren. Dit leidde uiteindelijk tot een uitbreiding van de eurozone omdat ook Slovenië (2007), Cyprus en Malta (2008) en Slowakije (2009) en Estland (2011) de munteenheid invoerden.

Aangezien de euro in 2009 ook gebruikt werd in landen als Vaticaanstad, Andorra, Monaco, San Marino, Montenegro en Kosovo,  werd de munt, tien jaar na de girale introductie van de euro, door zo'n 500 miljoen mensen gebruikt als dagelijks betaalmiddel.

2.

Waardering

In Nederland overheerste aanvankelijk een vrij kritische houding ten aanzien van de Europese munt, omdat de invoering van de euro tot prijsstijgingen zou hebben geleid. Toch bleek in de loop der jaren dat de euro ook voordelen bood. Tijdens de kredietcrisis bleek het euroconcept namelijk een stabiele basis voor de Europese economieën te bieden, waardoor de financiële klappen van de crisis op het Europese continent minder hard gevoeld werden: omdat er één munt was, ontstonden geen grote schommelingen in de onderlinge wisselkoersen, hetgeen een gedeelte van de economische onzekerheden wegnam. De euro bleek in 2009 daardoor zelfs wereldwijd een veilige munt te zijn met een sterke en stabiele wisselkoers ten opzichte van de dollar.

De toenmalige voorzitter van het Europees Parlement, Hans-Gert Pöttering, roemde de munt tijdens de ceremonie rond de tiende verjaardag van de munt in Straatsburg als "bastion van economische stabiliteit". Volgens hem is de creatie van de euro "één van de belangrijkste historische besluiten die de EU genomen heeft" en een "logische ontwikkeling voor een groeiende economische gemeenschap." Op dezelfde bijeenkomst prees ook Jean-Claude Trichet, destijds voorzitter van de Europese Centrale Bank, de euro. Hij stelde onder meer dat de euro heeft gezorgd voor "meer prijstransparantie, betere handelsrelaties en een betere economische en financiële integratie binnen de eurozone en met de rest van de wereld."

Een ander voordeel van de invoering van de euro is het verdwijnen van de transactiekosten bij het omwisselen van de verschillende Europese valuta. Ook kan er in nagenoeg alle lidstaten met de euro worden betaald, waardoor een omvangrijke markt met één munt is ontstaan.

Als belangrijkste nadelen van de euro worden vaak de hoge introductiekosten van de munt en de vermeende prijsstijgingen genoemd, terwijl het verlies aan nationale controle en identiteit ook veelvuldig wordt aangehaald als minpunt. Volgens voorstanders wegen deze argumenten niet op tegen de economische vruchten die de Europese markt door de introductie van de euro heeft kunnen plukken. Economische integratie is voor de Europese landen noodzakelijk om tot een hogere welvaart te komen en een gemeenschappelijke munteenheid wordt door velen gezien als een onmisbaar middel.

3.

Toekomst

Wat betreft de toekomst van de euro kan in ieder geval gesteld worden dat het op de lange termijn de bedoeling is dat de munt op het gehele grondgebied van de EU als betaalmiddel wordt ingevoerd.

Naast een verdere uitbreiding van de eurozone wordt door het Europees Parlement de verwachting uitgesproken dat in de toekomst een beter toezicht op de naleving van de convergentiecriteria gehouden zal worden. De parlementariërs verwachtten dat door de groei van de Aziatische economieën het te voeren monetaire beleid steeds belangrijker zal worden. Alleen op die manier kan de euro zijn vooraanstaande positie in de wereld behouden, zo vinden ze. Een nauwere samenwerking tussen de Europese Centrale Bank, de Europese Raad, de Europese Commissie en het Europees Parlement is daarom in de toekomst nog noodzakelijker.

4.

Eurocrisis

Eind 2009 trad in Griekenland een nieuwe regering aan, die werd opgezadeld met een torenhoog begrotingstekort. Voorgaande regeringen hadden gesjoemeld met de cijfers om de Griekse deelname aan de euro niet in gevaar te brengen. In april 2010 bleek dat het vertrouwen van de financiële markten in Griekenland dusdanig was gedaald, dat de eurolanden en het IMF zich genoodzaakt zagen om in te grijpen. Griekenland kreeg onder strenge voorwaarden een pakket noodleningen ter waarde van 110 miljard euro.

Financiële markten bleven de Grieken echter wantrouwen en dit had zijn weerslag op het vertrouwen in de euro in het algemeen. Ook andere zwakke broeders, zoals Ierland, Portugal en Italië, kwamen in het vizier van speculanten en anno 2012 hebben de eurolanden het tij nog niet weten te keren. Een belangrijk mankement van de euro als eenheidsmunt werd blootgelegd, namelijk het ontbreken van politieke slagkracht om begrotingsdiscipline bij alle eurolanden af te dwingen.

5.

Meer informatie