Al meer dan tien jaar is de internationale gemeenschap bezig een vredesproces op gang te brengen in de Democratische Republiek Congo. De Verenigde Naties begonnen in 1999 met de vredesmissie MONUC waaraan inmiddels ongeveer 20.000 blauwhelmen aan deelnemen. De Europese Unie probeert sinds 2005 op verzoek van de Congolese regering een hervorming van het leger van de grond te krijgen. Dit gebeurt via de missie EUSEC RD Congo. Sinds 2007 probeert de EU hetzelfde bij de politie (EUPOL RD Congo). Moet de EU meer actie ondernemen?
Oorlogen en interne conflicten hebben in het Grote Meren District het afgelopen decennium al aan vele miljoenen burgers het leven gekost. Maar hebzucht en etnisch geïnspireerde vetes hebben tot nu toe elke serieuze poging tot vredesopbouw geblokkeerd. In 2011 laaide het geweld opnieuw op. Het Europees Parlement sprak daarover een veroordeling uit.
Het conflict gaat vooral over de rijke bodemschatten in de oostelijke provincie Kivu en het nog onverwerkte trauma van de genocide op Tutsi’s in het aangrenzende Rwanda door Hutu’s in 1994. Enkele duizenden moordenaars lopen nog steeds vrij rond in het oosten van Congo. Het wantrouwen tussen de twee bevolkingsgroepen is nog steeds groot in het oostelijke grensgebied met Rwanda. De Congolese regering hanteert hierbij een alles-of-niets-aanpak: ze laat ze ofwel met rust of gebruikt ze voor gewelddadige operaties.
In juni 2006 gloorde er enige hoop toen voor het eerst democratische verkiezingen werden gehouden. Joseph Kabila, die het land al leidde sinds zijn vader president Laurent Kabila in januari 2001 werd vermoord, werd zo de eerste democratisch verkozen president van het land. Dit betekende een nieuwe kans om de strijdende partijen te verzoenen en rebellen te integreren in het leger of de wapens te laten neerleggen in ruil voor geld en een opleiding.
Maar dit optimisme was van korte duur. Kabila bleek volgens een rapport van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch al snel in de oude presidentiële gewoonte te zijn vervallen om tegenstanders de mond te snoeren door hen te laten vermoorden. In de eerste twee jaren van zijn bewind heeft hij ten minste 500 oppositieleden uit de weg laten ruimen, aldus het rapport. Daarnaast is het leger een volstrekt onbetrouwbaar onderdeel van de overheid gebleven.
In de loop van 2008 dreigde opnieuw een bloedige oorlog uit te breken in de oostelijke provincie Kivu. De dissidente Congolese generaal Laurent Nkunda, een Tutsi, slaagde erin met een leger van ongeveer 5000 man een groot deel van de provincie onder controle te krijgen. Het officiële regeringsleger was geen partij voor hem en ook de blauwhelmen van de VN-vredesmissie MONUC konden hem niet tegenhouden. De gevechten leidden tot grote vluchtelingenstromen, moorden op onschuldige burgers, plunderingen en verkrachtingen. Maar niet alleen de rebellen van Nkunda, ook de soldaten van het reguliere Congolese leger maakten zich schuldig aan deze misdaden toen zij zich moesten terugtrekken.
De nieuwe golf van geweld die in augustus 2008 begon heeft zeker driekwart miljoen mensen op de vlucht gejaagd. Maar zelfs in vluchtelingenkampen zijn zij vaak niet meer veilig. Zeker twee kampen in Kivu werden geplunderd en in brand gestoken, nadat de vluchtelingen waren verjaagd.
In januari 2009 startten Congolese en Rwandese regeringsmilitairen een nieuw offensief tegen de in het gebied actieve rebellenbewegingen, waaronder de milities van Nkunda. Dit om de rust in het grensgebied met Rwanda te herstellen. De dissidente generaal sloeg hierbij op de vlucht naar Rwanda. Hier werd hij direct opgepakt door de overheid. De arrestatie was opmerkelijk, aangezien Rwanda Nkunda tot dan toe altijd had gesteund. De Congolese regering vaardigde vervolgens een internationaal arrestatiebevel uit tegen Nkunda, maar hier is de Rwandese overheid nog niet op ingegaan.
Op 10 december 2011 werd bekendgemaakt dat Joseph Kabila officieel is herkozen als president van Congo. Volgens de verkiezingsuitslag kreeg hij 49% van de stemmen, tegenover 32% voor de leider van de oppositie Etienne Tshisekedi. De uitslag van de verkiezingen werd vanwege logistieke problemen steeds weer uitgesteld en moet nog worden bevestigd door de hooggerechtshof.
Hoge Vertegenwoordiger van de EU Catherine Ashton riep op tot het openbaar maken van de uitgebreide verkiezingsuitslagen om zeker te kunnen zijn dat de uitslag door beide partijen geaccepteerd wordt.
Europees Parlement
Het Europees Parlement riep de VN Veiligheidsraad in november 2008 in een speciale resolutie op haast te maken met maatregelen die een einde kunnen maken aan de aanvallen op de burgerbevolking in het oosten van Congo. Eerder dat jaar probeerde toenmalig EU-voorzitter Frankrijk de lidstaten warm te krijgen voor een missie in het kader van het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB). Maar behalve van België, de oud-kolonisator van Congo, kreeg het Franse voorzitterschap hiervoor weinig steun. Wel kreeg Frankrijk het voor elkaar dat de Veiligheidsraad de MONUC-missie met nog eens 3100 man uitbreidde.
Het Europees Parlement vroeg in de resolutie om een sterker mandaat voor deze VN-vredesmissie. Verder wilde het parlement dat hardere maatregelen werden genomen om een einde te maken aan de handel in illegaal gedolven Congolese bodemschatten. De ondoorzichtige handel in delfstoffen als diamanten, goud, kobalt en coltan (een zeldzaam erts dat toepassingen vindt in mobiele telefoons en pc’s), levert rebellen weer veel geld op om hun strijd voort te kunnen zetten.
Sommige Nederlandse Europarlementariërs, onder wie Thijs Berman (PvdA) en Jules Maaten (VVD) vonden dat de EU ook zelf mensen naar Congo moet sturen om de VN-vredesmissie efficiënter te laten verlopen. Zij werden daar in gesteund door een groep van zestien vooraanstaande politici en andere prominente personen, onder wie de oud-president van Tsjechië Vaclav Havel, de Zuid-Afrikaanse bisschop Desmond Tutu en de voormalige Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer. De groep riep de EU op een missie naar Congo te sturen om de periode te overbruggen die nodig is om de VN-missie verder uit te breiden.
De officiële lijn binnen de Europese Unie is tot nu toe echter gericht op oplossingen langs diplomatieke weg. Het liefst met Afrikaanse zwaargewichten als de voormalig Nigeriaanse president Olusegun Obasanjo als vredesmakelaar. Verder blijft de EU zich inspannen om het humanitaire leed van de slachtoffers te verlichten.
Zo riep het Europees Parlement eind 2009 opnieuw op het geweld en de schendingen van mensenrechten in Congo met onmiddellijke ingang te beëindigen. In deze resolutie betreurden Europarlementariërs moordpartijen, rekrutering van kindsoldaten en seksueel misbruik door rebellen, maar ook door leden van het Congolese leger en burgers. De Verenigde Naties schortten de logistieke en operationele steun aan bepaalde eenheden van het Congolese leger op, nadat zij lucht kregen van grootschalige moordpartijen in het district Noord-Kivu.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de situatie in Congo, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
De EU moet bijdragen aan militair ingrijpen
Militair ingrijpen is nodig, en de Europese Unie moet daaraan een bijdrage leveren. Zeker wanneer de diplomatieke weg op korte of middellange termijn de burgerbevolking geen uitzicht biedt op een leven zonder moord, plundering en verkrachting.
-
Europese goederen geproduceerd uit malafide verkregen grondstoffen mogen niet verhandeld worden
De Europese Unie moet zich meer inspannen om afnemers van onrechtmatig verkregen bodemschatten op te sporen en te straffen.
-
Europa moet de geldkraan dichtdraaien
De Europese Unie en haar lidstaten mogen geld voor ontwikkelingssamenwerking gebruiken als hefboom om Rwanda te dwingen zich niet meer met de Congolese provincie Kivu te bemoeien.
-
De EU moet zich niet bemoeien met oorlogsconflicten buiten haar (omliggende) geografische gebieden
Ingrijpen in gewapende conflicten elders in de wereld is een taak van de Verenigde Naties. De Europese Unie is een economische macht en geen politieke. Daarom moet de EU alleen met economische sancties optreden wanneer er een handelsoorlog met derde landen uitbreekt.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.
