Alle inwoners van de Nederlandse Antillen en Aruba met de Nederlandse nationaliteit mogen volgend jaar juni voor het eerst hun stem uitbrengen bij de verkiezingen van het Europees Parlement. In theorie is het zelfs mogelijk dat de overzeese eilanden van het Koninkrijk hun eigen kandidaat in het Parlement kiezen. Maar dan moet wel ongeveer 85 procent van de circa 210.000 kiesgerechtigden zich registreren en op een en dezelfde persoon stemmen.
De deur voor deelname aan de Europese Parlementsverkiezingen werd ruim een jaar geleden geopend door een uitspraak van het Europese Hof in een zaak aangespannen door twee Arubaanse Statenleden voor de AVP, Mike Eman en Benny Sevinger. De twee Arubaanse politici verzetten zich tegen het oude regime dat in 1985 van kracht werd bij de invoering van het kiesrecht voor Nederlanders in het buitenland. Volgens dat regime mochten alleen Antillianen en Arubanen mee doen aan de Tweede Kamerverkiezingen en Europese Parlementsverkiezingen, als zij konden aantonen dat zij ten minste tien jaar in Nederland hadden gewoond of in de Nederlandse openbare dienst werkten.
De Nederlandse regering volgde de redenering dat de inwoners van de eilanden al via de Antilliaanse en Arubaanse Staten binnen het Koninkrijk vertegenwoordigd waren. Kiesrecht voor de Tweede Kamer zou volgens deze redenatie net zo merkwaardig zijn als dat de kiesgerechtigden in Nederland het recht zouden krijgen mee te doen aan de verkiezingen voor de Antilliaanse en Arubaanse Staten. Maar door deze constructie ontstond er wel een ongelijkheid. Zo mocht een Arubaan met de Nederlandse nationaliteit die in Venezuela woonde wel meedoen aan de Tweede Kamerverkiezingen en die van het Europees Parlement, maar een Arubaan op Aruba niet.
Het Europese Hof oordeelde in 2007 dat Nederland een einde aan deze ongelijkheid moest maken en wel specifiek met betrekking tot de deelname aan de Europese Parlementsverkiezingen. De beperking voor deelname aan de Tweede Kamerverkiezingen mocht van het Hof in tact blijven.
Inmiddels heeft het Nederlandse Parlement ingestemd met een wijziging van de Kieswet die de ongelijkheid wegneemt. Inwoners van de Antillen en Aruba met een Nederlandse nationaliteit mogen voortaan meedoen aan de Europese Parlementsverkiezingen, maar wel op dezelfde manier als Nederlanders dat elders in het buitenland mogen doen. Dat houdt in dat zij zich eerst in Den Haag moeten laten registreren als kiesgerechtigde en vervolgens per brief hun stem moeten uitbrengen.
Dit vergt het nodige eigen initiatief van de Antillianen en Arubanen en de vraag is of zij het Europees Parlement interessant genoeg vinden om zich die moeite te getroosten. De opkomstcijfers bij de Franse overzeese gebiedsdelen in de Caraïben zijn in ieder geval niet bemoedigend. Daar blijft het gemiddelde opkomstpercentage ruim onder de 20 procent.
Dat de Nederlandse regering het de eilandbewoners niet gemakkelijker wilde maken door iedereen een oproepkaart toe te sturen heeft te maken met de vrees voor stembusfraude. Bij iemand die zich laat registreren wordt de handtekening gecontroleerd. Bij oproepkaarten gebeurt dat niet. En omdat de regering verwacht dat grote aantallen stembescheiden ongebruikt blijven neemt volgens haar de kans op misbruik toe.
Den Haag is wel van plan om de registratieprocedure te vereenvoudigen. Maar de verantwoordelijke bewindsvrouw, staatssecretaris Bijleveld-Schouten, wil daar pas aan beginnen als een betrouwbaar registratiesysteem beschikbaar is dat kan vaststellen wie kiesrecht heeft.
Verder is de staatssecretaris bereid om extra briefstembureaus in te stellen als blijkt dat de belangstelling voor registratie groter is dan verwacht. De stembrieven kunnen worden ingeleverd bij de Nederlandse vestigingen op de Antillen en Aruba, of worden opgestuurd naar Den Haag. Voor internetstemmen voelt zij vooralsnog niets. Dat systeem blijkt meer dan vijf keer zo duur uit te pakken dan het stemmen per brief.
De Nederlandse regering is overigens niet van plan om campagne te voeren om de band tussen kiezer en Europese politieke partijen te promoten. Dat is een zaak van de partijen zelf. Toch sluit Bijleveld-Schouten niet uit dat het ministerie van Buitenlandse Zaken nog iets wil doen in de aanloop van de Europese Parlementsverkiezingen.
Voor het CDA ,,is het een lokkend perspectief om op de eilanden campagne te voeren,’’ zegt Europarlementariër Lambert van Nistelrooij. Zijn partij wil de verkiezingen op de Antillen en Aruba serieus oppakken, in de wetenschap dat het soms op de laatste duizend stemmen aankomt. Maar tegelijkertijd is hij toch ook wel benieuwd of ‘Den Haag’ bereid is het belang van Europa en de verkiezingen aan te prijzen.
Het belang van Europa voor de Caraïbische eilanden binnen het Koninkrijk zal naar verwachting geleidelijk aan verder toenemen. Zo liggen er inmiddels vergevorderde plannen om Bonaire, Saba en St Eustatius op te nemen als een soort Nederlandse gemeenten, waardoor zij tot het grondgebied van de Europese Unie gaan behoren. Verder wordt in Brussel gewerkt aan een versterking van de band van de EU met de zogeheten LGO’s, Landen en Gebieden Overzee, zoals Curaçao, Aruba en Sint Maarten. Het huidige kader loopt eind 2013 af en de Belgische Eurocommissaris voor Ontwikkelingszaken, Louis Michel, heeft al aangegeven de relatie met de LGO’s te willen moderniseren. Hij denkt dan aan een op maat gesneden partnerschap dat meer de richting uitgaat van de zogeheten UPG-status, die van Ultra Perifere Gebieden van de EU. Dat zijn gebieden die buiten Europa liggen, maar waarop het EG-Verdrag ook van toepassing is, zoals de Franse overzeese departementen en de Canarische Eilanden.
