President Saakashvili van Georgië
Het Russische optreden in Georgië tijdens de oorlog in Zuid-Ossetië van 2008, deed de relaties tussen Moskou en de Europese Unie op ,,een kruispunt'' belanden. Dat stelde de Franse EU-voorzitter Nicolas Sarkozy begin september 2008 na een speciaal ingelaste top van Europese leiders in Brussel. De erkenning van de onafhankelijkheid van de twee afvallige Georgische regio's Abchazië en Zuid-Ossetië door de Russische president Dmitry Medvedev en het bijzonder harde militaire optreden van Russische troepen op Georgisch grondgebied noemde de Europese Raad "onacceptabel".
Maar tegelijkertijd maakte de Europese top ook duidelijk dat het niet zat te wachten op een terugkeer naar de Koude Oorlog en al helemaal niet op een militair conflict met Rusland. De top kwam dan ook niet met harde sancties. Alleen werden de verdere onderhandelingen over een nieuwe partnerschapsovereenkomst tussen Rusland en de EU opgeschort tot de Russische troepen zich hadden teruggetrokken op hun posities van voor 7 augustus. De EU bleef hameren op een diplomatieke oplossing voor het conflict en hoopte met diplomatieke druk en overtuigingskracht de Russische leiders tot inkeer te brengen.
Sarkozy en José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie, namen op 8 september het voortouw tijdens een bezoek aan Moskou. Het tweetal kreeg van Medvedev de garantie dat Rusland zijn troepen binnen een maand uit de bufferzones rond Zuid-Ossetië en Abchazië zou terugtrekken om plaats te maken voor een 200 man sterke waarnemersmissie uit de EU.
Medvedev kreeg op zijn beurt de garantie van Sarkozy dat Georgië niet opnieuw militaire acties in de regio op touw zou zetten. De Russische president zei echter niets over het terugtrekken van Russische troepen uit Zuid-Ossetië en Abchazië zelf. Bovendien verdedigde hij het controversiële besluit om de onafhankelijkheid van de twee opstandige regio's te erkennen. Een internationale conferentie op 15 oktober in Genève over de situatie in Georgië mislukte. Rusland liep weg van het overleg.
De gesprekken werden voor een maand opgeschort. Wel vond op 22 oktober in Brussel een internationale donorconferentie voor Geogië plaats. Bij deze conferentie werd 3,4 miljard euro aan giften en leningen voor de wederopbouw van Georgië toegezegd. Ongeveer een kwart van dit bedrag, 863 miljoen euro, zou afkomstig zijn van de Europese Commissie en de EU-lidstaten.
De waarnemers van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa hebben toezicht uitgeoefend op het staakt- het- vuren vanaf 1 oktober 2008 tot 30 juni 2009. Op deze dag is er een einde gekomen aan de missie omdat Rusland verlenging met een veto heeft geblokkeerd. Rusland heeft vorig jaar geweigerd in te stemmen met een verlenging van het mandaat omdat de overige OVSE-lidstaten de onafhankelijke enclaves Zuid-Ossetië en Abchazië niet erkennen.
Daarnaast is er ook een einde gekomen aan een 16 jaar oude VN-missie in Abchazië. De terugtrekking van deze waarnemers is ook een gevolg van Rusland's weigering om het mandaat voor de missie te verlengen. Er blijft nu nog één waarnemersmissie van de Europese Unie in Georgië over. Maar de EU-waarnemers hebben geen toestemming naar Zuid-Ossetië en Abchazië te reizen.
Het Europees Parlement steunde het beleid van de Raad en de Commissie in grote lijnen. Maar het Parlement wilde ook een onderzoek naar de achtergronden die hebben geleid tot de escalatie van het conflict tussen Georgië en Rusland aldus een speciale resolutie over de voormalige Sovjet-republiek. Met name de sociaaldemocratische fractie (die traditioneel goede betrekkingen met Rusland voorstaat) verweet de Georgische president Mikhail Saakashvili ongepast optreden toen hij het Georgische leger in de nacht van 7 op 8 augustus naar Zuid-Ossetië stuurde om met geweld de controle over de regio te herstellen. De Georgische aanval vormde het welkome excuus voor de Russen om Saakashvili met buitensporig hard militair optreden een lesje te leren.
Rusland en de Kaukasus
Voor Medvedev en zijn premier Vladimir Putin behoort de zuidelijke Kaukasus tot de invloedssfeer van de Russische Federatie. De Europese Unie en de NAVO zijn in hun ogen al veel te ver gegaan met hun pogingen om oude Sovjetstaten als Georgië en Oekraïne in het Westerse kamp te trekken.
Daar komt bij dat een verlies aan invloed in deze regio ook de positie van Rusland als belangrijkste energieleverancier voor Europa kan aantasten. En het is precies deze overweging waarom ook de EU er groot belang bij heeft dat de zuidelijke Kaukasus zich tot een stabiele regio ontwikkelt. Georgië speelt daarin een belangrijke voortrekkersrol omdat het zich zowel in democratisch als economisch opzicht tot een successtory in de regio ontwikkelde. Het ingrijpen van Rusland dreigt echter veel van dit succes kapot te maken.
Moskou was er ook veel aan gelegen om de westers gezinde Saakashvili tot aftreden te dwingen. Maar om als EU nu erg hoog van de toren te gaan blazen, ging vooral de grote industrielanden van Europa, zoals Italië, Duitsland, Spanje, maar ook Frankrijk te ver. Zij hadden geen zin in een knallende ruzie met Rusland. Aan de andere kant waren het vooral de voormalige Oost-Europese lidstaten, die maar al te goed wisten welke verschrikkingen een opdringerige Russische beer te weeg kan brengen. Zij waren bereid harder optreden richting Rusland te steunen.
Positie EU
De EU is verder bereid bij te dragen aan de (VN -)vredesmissie die de Russische troepen moest vervangen die bufferzones hadden ingericht op Georgisch grondgebied bij Zuid-Ossetië en Abchazië. Daarnaast verzachtte de EU de gevolgen van het conflict voor Georgië door een half miljard euro uit te trekken voor herstel van de schade en wilde ze proberen het land een vrijhandelsovereenkomst aan te bieden.. De Raad, gesteund door het Parlement, wilde vaart zetten achter initiatieven voor een versteviging van het nabuurschapsbeleid in de Zuidelijke Kaukasus en het Zwarte-Zeegebied.
De crisis in de Zuidelijke Kaukasus bracht de EU in een lastige politieke positie. Het hernieuwde zelfvertrouwen van Moskou, in niet geringe mate ondersteund door de miljarden inkomsten uit de rijke olie- en gasvoorraden, uitte zich in een eenzijdig Russisch optreden. En van erg veel tegengas was op dit moment geen sprake. De Europese Unie is voor zijn energievoorziening veel te afhankelijk van Russische olie- en gasleveranties.
