Soedanese burgers in de regio Darfur leven in armoede en zijn jarenlang achtergesteld door de Soedanese regering. In 2003 barstte het conflict in alle hevigheid los toen leden van het Sudan Liberation Movement (SLM), ook wel Sudan Liberation Army (SLA) genoemd, en de Justice and Equality Movement (JEM) overheidsgebouwen en militaire doelen aanvielen om politieke rechten op te eisen.
Zij beschuldigden de regering van President Omar al-Bashir ervan de Afrikaanse bevolking te onderdrukken ten gunste van Arabische Soedanezen. De regering in Khartoem reageerde hierop door haar troepen en de zogenaamde Janjaweed milities op de rebellen af te sturen. Door middel van moord, zuiveringen, ontvoeringen, seksueel geweld en de vernietiging van voedingsbronnen en religieuze en culturele monumenten, probeerden zij de rebellen neer te slaan. De regering heeft overigens altijd ontkend dat het politieke en financiële steun heeft verleend aan de Afro-Arabische milities.
Het was voornamelijk de gewone bevolking die het slachtoffer werd van deze strijd. Volgens schattingen van de Verenigde Naties (VN) van april 2008 heeft het conflict al ruim 400.000 slachtoffers geëist en meer dan 2,5 miljoen mensen op de vlucht doen slaan.
De eerste internationale organisatie die reageerde op het conflict in Darfur was de Afrikaanse Unie (AU). Na het uitbreken van de gewelddadigheden en deze eerste reactie van de AU reageerden de leden van de internationale gemeenschap, waaronder ook de Europese Unie (EU), voornamelijk met humanitaire hulp. In 2004 kwamen de VN met een reactie.
In resolutie 1556 kondigde de VN-Veiligheidsraad een wapenembargo af voor de gehele regio, werd de Soedanese regering opgeroepen om de Janjaweed milities binnen 30 dagen te ontwapenen en werd de inzet van een troepenmacht van de Afrikaanse Unie (AU) gesteund. Middels de resolutie riep de Veiligheidsraad de Soedanese regering ook op om de gesprekken met de rebellengroepen te hervatten.
Sinds juli 2004 leverden de Europese Unie en haar lidstaten een zeer belangrijke financiële bijdrage aan de missie van de Afrikaanse Unie in Darfur (AMIS).Deze missie begon in juli 2004 met als doel toe te zien of het staakt-het-vuren dat de Soedanese regering in april 2004 sloot met de rebellen werd nageleefd. De bijdrage was voor een belangrijk deel van financiële aard.
Ruim tweederde van de beschikbare gelden zijn, op verzoek van de Afrikaanse Unie, afkomstig van het Afrikaanse Vredesprogramma van de EU. Daarnaast heeft de EU ook geholpen door middel van logistieke en materiële ondersteuning en door de levering van personeel. In totaal kwam deze steun uit op een bedrag van € 500 miljoen. Ten slotte heeft de EU ook nog een rol gespeeld tijdens de vredesbesprekingen tussen de strijdende partijen. Dit programma werd in 2004 grotendeels uit gelden van het Europees Ontwikkelingsfonds opgezet. De EU-lidstaten werd dus niet om een nieuwe financiële toezegging gevraagd.
De rol van de EU binnen AMIS was vooral een ondersteunende; de leiding binnen de missie werd genomen door de AU. Zo stuurde de EU materiaal, droeg het bij aan de planning, verleende het technische en politieassistentie, trainde het Afrikaanse troepen en verzorgde het transporten. Daarnaast werden ook militaire waarnemers naar de regio uitgezonden. Van een Europese troepenmacht was echter geen sprake; het bataljon van troepen was vooral afkomstig uit Afrikaanse landen als Rwanda en Nigeria.
Toenmalig EU-buitenlandcoördinator Javier Solana zegde toe dat de Europese Unie de AMIS-missie en de gecombineerde missie van de VN en de AU, die deze missie inmiddels heeft overgenomen, zal blijven ondersteunen. Solana lichtte niet toe hoe deze steun vorm zou krijgen.
In juli 2005 werd er een speciale EU-gezant voor Darfur aangesteld. De Fin Pekka Haavisto moet toezien op de coördinatie en coherentie van de Europese bijdragen in Soedan. Zijn mandaat liep op 30 april 2007 af. De Deen Torben Brylie volgde Haavisto op.
Het Europees Parlement (EP) gelooft dat het conflict alleen via politieke en niet via militaire weg kan worden opgelost. Het dringt erop aan dat de regering van Soedan de bombardementen in de regio Darfur staakt en de Janjaweed milities ontwapent. Met dit doel in gedachten legt het EP de nadruk op een alomvattend vredesproces in samenwerking met de VN en de AU.
Het is hierbij volgens het Parlement belangrijk dat alle relevante regionale actoren bij de besprekingen worden betrokken, waaronder vertegenwoordigers van de strijdende partijen. Een belangrijk doel van deze besprekingen is het opstellen van plannen voor de terugkeer van de vele vluchtelingen en het instellen van een speciaal fonds voor de andere slachtoffers van het geweld.
Een andere belangrijke stap, die uiteindelijk tot een oplossing van het conflict moet leiden, is dat er een einde wordt gemaakt aan de wetteloosheid. Om dit voor elkaar te krijgen, is het essentieel dat het regime in Khartoem samenwerkt met het Internationaal Strafhof in Den Haag. De verantwoordelijken van de gruwelijke misdaden moeten worden gestraft. In 2005 heeft het hof het onderzoek naar de situatie in Darfur geopend en in 2007 zijn de eerste arrestatiebevelen uitgegaan. Op 4 maart 2009 is officieel een arrestatiebevel uitgevaardigd voor president Al-Bashir. De regering van Soedan weigert echter elke vorm van samenwerking met het hof.
Deze aanhoudende weigering van al-Bashir en de regering van Soedan leidde in mei 2008 tot een resolutie waarin het Europees Parlement de houding van de Soedanese regering krachtig veroordeelde. SP-Europarlementariër Erik Meijer was mede-initiatiefnemer van deze resolutie. Hij gaf aan dat de huidige situatie in Soedan het gevolg is van "koloniale kortzichtigheid". Hij was weinig optimistisch over de potentie tot succes van de resolutie, omdat de Soedanese staat verantwoordelijk is vooral veel misdaden en tegelijkertijd "een instrument voor één van de strijdende partijen" is.
Hulpverlening
Totdat de besprekingen voor een vredesproces daadwerkelijk van de grond zijn gekomen, roept het EP internationale donoren op steun te verlenen aan de missie van de VN en de AU. Om Soedan te bewegen aan de onderhandelingstafel te gaan zitten, vraagt het EP de internationale gemeenschap tevens het land sancties op te leggen. Het Europees parlement dringt er verder bij China op aan te stoppen met wapenleveringen aan Soedan en de afname van olie uit het land.
Het EP wijst erop dat de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en de bescherming van de burgers in Darfur allereerst ligt bij de Soedanese regering. Als blijkt dat de regering in Khartoem hierin faalt, is het Europees Parlement van mening dat de VN moeten ingrijpen in Darfur volgens het Responsability to Protect-principe. Dit principe schrijft voor dat wanneer een regering faalt in het beschermen van haar eigen bevolking, de internationale gemeenschap de verantwoordelijkheid heeft de bevolking te helpen en dus in het land mag ingrijpen. Het Europees Parlement riep de VN in 2007 op dit principe in te zetten en herhaalde deze eis in de resolutie van 2008. Vooralsnog hebben deze oproepen echter geen gevolg gekregen.
De regering van al-Bashir is één van de strijdende partijen, om die reden riep het Europees Parlement de Europese Commissie en de lidstaten in de resolutie op om ontwikkelingshulp via andere kanalen dan het Soedanese Ministerie van Humanitaire Zaken te leveren. Tegen de minister van dat departement, Ahmad Harun, had het Internationaal Strafhof namelijk in 2007 een arrestatiebevel uitgevaardigd vanwege Haruns betrokkenheid bij het conflict toen hij nog Minister van Binnenlandse Zaken was.
Toen het Internationaal Strafhof in maart 2009 het arrestatiebevel tegen President al-Bashir uitvaardigde, werden direct dertien humanitaire hulporganisaties uit Khartoem verdreven. Het Europees Parlement toonde zich erg bezorgd over deze ontwikkeling en eiste in een nieuwe resolutie dat de Soedanese regering deze beslissing ongedaan maakte. Zo toont het Parlement zich in het conflict rond Darfur een voorvechter van zowel het Internationaal Strafhof als internationale hulporganisaties die proberen het lot van honderdduizenden slachtoffers te verbeteren.
Ten slotte dringt het EP er bij de Europese Raad en de Europese Commissie op aan om het Parlement regelmatig te informeren over hun huidige en toekomstige inspanningen om een oplossing te vinden voor het conflict en de regering in Khartoem ertoe aan te zetten samen te werken met het Internationaal Strafhof. Verder zegt het Europees Parlement de kwestie te blijven volgen. Het EP zal alle mogelijke gelegenheden benutten om de kwestie te bespreken met zowel de Soedanese regering als andere partners binnen de internationale gemeenschap.
Achteraf is er veel kritiek op de steun van de EU. De steun die is geleverd aan de AU-missie, is volgens sommigen zeer beperkt. Zo stuurden overlevenden van de Holocaust, de massaslachtingen in Cambodja en de genocide in Rwanda een open brief naar de EU met de oproep om meer te doen om de gruwelijkheden ten einde te brengen.
Daarnaast zouden de verschillende organen van de EU, onder andere de Commissie, het Parlement en de Raad, beter samen moeten werken voor efficiëntere steun. De EU zou ook beter moeten samenwerken met andere internationale donoren en hulpverleners. Tevens zou de EU meer druk uit moeten oefenen op de VN om het principe van de verantwoordelijkheid tot bescherming (Responsibility to Protect) uit te voeren en dus in te grijpen in Soedan om de bevolking in Darfur te beschermen.
Tijdens de top van de G8 in 2008 werd aangegeven dat interventie ophanden was. Echter, enige tijd daarna blokkeerden de permanente leden van de Veiligheidsraad Rusland en China het besluit om over te gaan op interventie. Er wordt getwijfeld of zowel op EU-niveau als binnen de gehele internationale gemeenschap überhaupt de wil bestaat om te interveniëren in Darfur en de noodlijdende bevolking te redden. Sinds in 2003 publiekelijk bekend werd dat er ernstige mensenrechtenschendingen plaatsvinden in Darfur, is men zeer voorzichtig geweest bij het ondernemen van constructieve en gecoördineerde actie. In 2004 stelde het EP vast dat de schendingen gelijk staan aan genocide.
In augustus 2009 gaf het Nigeriaanse hoofd van de gecombineerde VN-AU-missie, Martin Luther Agwai, aan dat de genocide ten einde was. Desalniettemin blijft de situatie in de regio zorgelijk en is de kans continu aanwezig dat het conflict opnieuw oplaait. Vooral het referendum dat in januari 2011 wordt gehouden over de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan, dat momenteel een autonome status heeft, ligt gevoelig.
Gevreesd wordt dat andere regio's zoals Darfur ook hun onafhankelijkheid zullen opeisen, wat waarschijnlijk gepaard zal gaan met gewelddadige incidenten. Rebellengroepen uit Darfur hebben de volksraadpleging al afgekeurd. De Justice and equality movement heeft zelfs aangegeven stemmers te zullen aanvallen. De EU, als ook andere internationale organisaties, houdt de situatie scherp in de gaten, maar lijkt vooralsnog niet bereid een prominentere rol te spelen in Soedan.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over Darfur, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. De argumenten gaan over de rol die de EU in de discussie zou moeten spelen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw Reactie geven.
-
De EU moet, samen met de internationale gemeenschap, militair ingrijpen, wil er een echte oplossing worden gevonden voor het conflict.
De EU en de lidstaten hebben de mankracht en de financiële middelen om de bevolking van Darfur te helpen en de regering in Khartoem te stoppen. Aangezien zij over de mogelijkheden beschikken om in te grijpen, is het immoreel dit niet doen als men op de hoogte is van wat de bevolking in Darfur moet ondergaan.
-
De EU moet Soedan overtuigen hulpverleners toe te laten en hun veiligheid te garanderen.
Het zijn altijd de onschuldige burgers die uiteindelijk de dupe worden van een gewapend conflict. De EU moet druk uitoefenen op de regering van Soedan om hulpverleners toe te laten en te beschermen. Zo kan, ondanks dat het conflict tussen de rebellen en de milities voortduurt, op zijn minst de bevolking geholpen worden.
-
Er kan slechts ingegrepen worden na een resolutie van de VN.
Wanneer een of meerdere landen besluiten in te grijpen zonder VN-mandaat, schept dit een voorbeeld voor de toekomst. Een gevolg hiervan is, dat men moeilijker kan controleren met welke motieven men ingrijpt.
-
Het is zinloos in te grijpen wanneer andere landen de Soedanese regering ondersteunen.
Het is nutteloos wanneer de EU via sancties ingrijpt om de Soedanese regering ertoe te brengen de mensenrechtenschendingen te staken, terwijl landen als China de regering financieel ondersteunen door olie uit Soedan te kopen.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.
-
Meer over Buitenlands beleid
Wanneer een of meerdere landen besluiten in te grijpen zonder VN-mandaat, schept dit een voorbeeld voor de toekomst. Een gevolg hiervan is, dat men moeilijker kan controleren met welke motieven men ingrijpt.
