Laatste nieuws: 

Economisch en monetair beleid

Geldbiljetten op dienblad
Bron: euobserver.com

Met dit beleid wil de Europese Unie zorgen dat we in Europa meer inkomsten krijgen. Ook moeten er meer banen bij komen. Inkomsten en banen zorgen samen voor economische groei. De Europese Unie bepaalt in grote lijnen hoe het beleid eruitziet maar de EU-landen kunnen binnen die grenzen veel keuzes zelf maken.

Een deel van de landen van de Europese Unie heeft nog meer gedaan. Zij hebben een gemeenschappelijke munt ingevoerd: de euro.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Achtergrond van het beleid

Toen de Europese Economische Gemeenschap in 1957 als voorloper van de Europese Unie werd opgericht, hadden de deelnemende landen het doel om een gezamenlijke handelsmarkt te vormen. Door de tijd heen werd duidelijk dat een verdere samenwerking op economisch en monetair gebied nodig was om te kunnen profiteren van een gemeenschappelijke markt en een betere werking van de hele Europese economie. Door de verdergaande samenwerking zijn voor de inwoners van de EU meer banen en welvaart ontstaan.

In 1991 werd met het Verdrag van Maastricht zelfs besloten tot het opzetten van en Economische en Monetaire Unie met een gemeenschappelijke Europese munt, de euro. De EU-lidtstaten die deelnemen aan de EMU kunnen geen eigen monetair beleid meer voeren. De Europese Centrale Bank coördineert het monetair beleid voor de hele eurozone.

Doelstelling

De belangrijkste doelstelling van de ECB is het behoud van prijsstabiliteit. Het handhaven van stabiele prijzen moet bijdragen aan verbetering van de economische vooruitzichten en verhoging van de levensstandaard in de eurozone. 

Aanvankelijk was er geen kwantitatieve definitie vastgesteld van wat prijsstabiliteit precies inhoudt. In oktober 1998 bepaalde de Raad van Bestuur van de ECB dat prijsstabiliteit inhoudt dat de inflatie gemiddeld 'onder, maar dicht bij 2 procent' ligt.

Instrumenten

Om dit gemiddelde te bereiken gebruikt de ECB enkele verschillende instrumenten.

  • Het rentetarief voor banken die lenen bij de ECB kan worden aangepast. Wanneer dit tarief wordt verhoogd, verhogen banken op hun beurt de rentetarieven voor bedrijven en consumenten, zodat het voor hen duurder wordt geld te lenen. Hierdoor lenen deze partijen minder, worden er minder producten gekocht en dalen de prijzen. Door het verlagen van het rentetarief wordt lenen goedkoper, waardoor meer investeringen kunnen worden gedaan.
  • De ECB kan vreemde valuta kopen of verkoppen uit de externe reserves. Deze portefeuille externe reserves bestaat onder andere uit Amerikaanse dollars en Japanse yen. Met het kopen of verkopen van vreemde valuta daalt of stijgt de waarde van de euro ten opzichte van deze valuta.
  • De ECB kan op directe wijze de hoeveelheid geld bepalen door geld bij te drukken. Hierdoor vermindert de waarde van de euro.
  • Een vierde middel om de prijsstabiliteit te bewaken is het opkopen van staatsobligaties. Toen bijvoorbeeld Griekenland in 2011 failliet dreigde te gaan, wilden beleggers niet investeren in Griekse staatsobligaties. Als gevolg hiervan steeg de rente op deze obligaties en werd het voor Griekenland onmogelijk leningen aan te gaan. Door het opkopen van de staatsobligaties liet de ECB de rente op Griekse staatsobligaties dalen. 

2.

Aspecten van het huidige economische en monetaire beleid

  • Statistieken en op elkaar afstemmen van nationale economieën

    Elke lidstaat van de Europese Unie is lid van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Deze monetaire unie streeft naar een optimale integratie van de nationale economieën, zodat economische groei en welvaart gestimuleerd worden.

    Achttien lidstaten van de Europese Unie nemen deel aan de laatste fase van de EMU. Zij gebruiken de euro als betaalmiddel en stemmen hun economische en financiële politiek op elkaar af binnen de Eurozone.

  • Gevorderde economische integratie: eurobeleid

    De euro is een wettig betaalmiddel in achttien lidstaten van de Europese Unie. Bijna alle andere lidstaten zijn verplicht om op termijn de euro in te voeren. Zij moeten dan wel voldoen aan bepaalde voorwaarden. Denemarken en het Verenigd Koninkrijk zijn echter niet verplicht om de euro in te voeren. Zij hebben een uitzonderingsclausule.

3.

Ontwikkelingen in het beleid

Europese financiële waakhonden

Op 2 december 2009 hebben de Europese ministers van Financiën in Brussel besloten tot de oprichting van drie toezichthouders voor de financiële markten. Zo komt er een Europese toezichthouder voor de banken, een Europese toezichthouder voor verzekeraars en pensioenfondsen, en een Europese toezichthouder voor leningen en aandelenmarkten.

Dit besluit is genomen naar aanleiding van de ernstige economische crisis die de hele wereld in haar greep houdt.

Samen zijn de Europese Toezichthoudende Autoriteiten (ETA) verantwoordelijk voor het uitvoeren van een pakket van regelgeving en consequente toezichtprocedures voor de overheden van alle EU-landen.

Basel III regels

In reactie op de financiële en economische crisis hebben vertegenwoordigers van centrale banken en toezichthouders van de 27 grootste economieën ter wereld, waaronder de Europese Unie en de Verenigde Staten, in september 2010 besloten dat banken grotere reserves kapitaal in kas moeten houden. Op deze manier moeten zij beter bestand zijn tegen toekomstige crises en moet voorkomen worden dat overheden moeten ingrijpen. Deze regels heten de Basel III-regels.

Tijdens de G20-top in november 2010 is besloten de nieuwe regelgeving voor de financiële sector, het zogenoemde Basel III-akkoord, over te nemen. Naast de regels voor alle banken zullen de grootste banken (de 'systeembanken') waarschijnlijk extra strenge regels opgelegd krijgen. De voormalige president van de Europese Centrale Bank (ECB) Jean-Claude Trichet noemde de nieuwe regels 'een fundamentele verbetering' van het kapitaalsysteem.

De Raad en het Europees Parlement stemden in het voorjaar van 2013 allebei voor de richtlijn. Deze is op 17 juli 2013 in werking getreden en moest uiterlijk op 31 december 2013 zijn omgezet in nationale regelgeving.

4.

Wie doet wat 

Bij de besluitvorming op dit terrein spelen de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement en de Europese Centrale Bank een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij Europese Commissie en Europese Centrale Bank

Voor algemeen beleid ligt het initiatief bij de Europese Commissie. Voor zaken over de geldvoorraad en externe wisselkoersen kan de Europese Centrale Bank, alleen of samen met de Commissie, ook voorstellen aandragen.

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Economische en monetaire zaken en de euro:

De huidige president van de Europese Centrale Bank is:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden  i.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad

Het Economisch en Financieel Comité houdt toezicht op het betalingsverkeer en de algemene monetaire en financiële toestand in de Europese Unie. Voor de werkwijze en structuur geldt dat de Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Bij onverwachte crises en problemen op de betalingsbalans geldt dat de Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité.

De raadsformatie die beslist over economische en monetaire aangelegenheden is de Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin). Vertegenwoordigers voor Nederland in deze Raad zijn:

Voor het vaststellen van de externe wisselkoers van de euro of voor algemene richtlijnen over de wisselkoers besluit de Raad met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement. 

De Raad informeert het Europees Parlement over de door haar genomen besluiten.

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Economische en monetaire zaken de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid:

In deze commissie zijn de volgende Europarlementariërs plaatsvervangend lid:

nog niet bekend

Overeenstemming in de Raad van de Europese Unie sluit de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 352. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Relatie met andere terreinen

Voor overkoepelend macro-economisch beleid en de coördinatie van nationale economieën gelden de besluitvormingsprocedures die daar vermeld staan.

Voor het eurobeleid gelden de besluitvormingsprocedures die daar vermeld staan.

5.

Meer informatie 

Achtergrondartikelen

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)

Delen

enveloppe

Terug naar boven