r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij P P M G W Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Biomassa en biobrandstof

Boomstammen van omgezaagde bomen

Biomassa is een verzamelterm voor hout, biologisch afbreekbaar afval en producten die gewonnen worden uit de verbouwing van gewassen, zoals graan, maïs en palmolie. Zowel hout, biologisch afbreekbaar afval als gewassen (of delen daarvan) kunnen worden verbrand, waarbij energie vrijkomt. Verder kan men door afval te vergisten, gassen verzamelen om energie mee op te wekken.

Bij het verbranden van biomassa kunnen stoffen als CO2 en stikstofoxiden vrijkomen die door de planten- en houtresten eerder waren opgenomen. Daarom beschouwen sommigen deze vorm van energieopwekking niet als duurzaam. Energiebedrijven maken dan ook soms onderscheid tussen 'groene stroom' (energie uit onder meer biomassa) en 'natuurstroom' (energie uit zon en wind).

Een speciale en snel in omvang groeiende toepassing van biomassa is biobrandstof. Belangrijke grondstoffen voor biobrandstof zijn olierijke gewassen als koolzaad, of suikerrijke gewassen die worden omgezet naar ethanol. Het verbouwen van die gewassen kan ook negatieve gevolgen hebben voor het milieu en voor de voedselproductie. Met nieuwe soorten biobrandstoffen wordt geprobeerd deze nadelige effecten te beperken of te voorkomen.

Delen

Inhoud

1.

Biomassa

Hout

Sommige bomen en struiken worden speciaal geteeld voor energiedoeleinden (energieteelt), zoals wilgen, populieren, hennep en miscanthus (olifantsgras). Andere energiebronnen op basis van hout bestaan uit snoeiafval afkomstig van plantsoenen en bossen; en rest- en afvalhout uit de industrie (bijvoorbeeld uit houtzagerijen). Dit hout wordt vervolgens gedroogd, omdat anders verzurende stoffen als stikstofoxiden (NOx) en zwaveldioxide (SO2) vrijkomen. Het droge hout wordt verbrand, waarbij energie vrijkomt.

De verbranding van hout voor energiewinning vindt voornamelijk plaats in huishoudens, de hout- en meubelindustrie, de papier-industrie en in elektriciteitscentrales. Of het stoken van hout duurzaam is, hangt er onder meer van af of het gekapte hout ook voldoende bijgeplant wordt, zodat een voortdurende vernieuwing van de houtvoorraad plaatsvindt.

Verbranden van afval

Wat men soms ook biomassa noemt is het biologisch afbreekbare afval van huishoudens of bedrijven en uit industriële processen. Voorbeelden zijn gft (groente, fruit en tuinafval), hout (zie hierboven), mest, slib, en organische (plant- of dierlijke) overblijfselen uit de voedingsmiddelenindustrie.

Een deel van het ingezamelde huishoudelijke en bedrijfsafval wordt verbrand in afvalverbrandingsinstallaties. Daarbij wordt afval omgezet in elektriciteit of warmte. De vrijgekomen elektriciteit wordt geleverd aan het elektriciteitsnet. De geproduceerde warmte wordt gebruikt voor stadsverwarming, kassenverwarming in de glastuinbouw of voor droogprocessen, zoals het drogen van slib.

Vergisten van afval of mest

Afval zorgt niet alleen voor energie door het te verbranden, maar ook door het te laten rotten. Tijdens het rottingsproces, dat men anaerobe vergisting noemt, komt een combinatie van een aantal gassen vrij: fermentatiegas. Het belangrijkste bestanddeel van fermentatiegas is methaan, dat uiterst brandbaar is. Fermentatiegas kan dusdanig worden bewerkt dat het toegevoegd wordt aan het aardgasnet. Ook wordt fermentatiegas voor een deel ingezet in warmtekrachtinstallaties. Bij vergisting komen vaak minder schadelijke stoffen in de lucht dan bij verbranding.

De belangrijkste afvalstoffen die via vergisting zorgen voor het vrijkomen van gassen zijn groente-, fruit- en tuinafval (gft); agrarische reststoffen, zoals stro en mest; en diverse soorten slib (zuiveringsslib van waterzuiveringen, papierslib).

Bijdrage aan klimaatverandering

Bij de verbranding van biomassa komt CO2 vrij, net als bij de verbranding van fossiele brandstoffen. Toch draagt de verbranding van biomassa per saldo niet bij aan de klimaatverandering: biomassa is "CO2-neutraal". Dit komt doordat de grondstoffen van biomassa, planten en bomen, gedurende heel hun levensduur CO2 uit de lucht opnemen om te groeien. Bij de verbranding van de dode planten en bomen komt dezelfde hoeveelheid CO2 weer in de atmosfeer terecht. Daardoor is het gehalte CO2 in de atmosfeer per saldo gelijk gebleven.

2.

Biobrandstoffen

Een snel groeiende toepassing van biomassa is de productie van biobrandstof. Biobrandstof is een verzamelnaam voor verschillende uit biomassa gewonnen brandstoffen, zoals bio-ethanol en biodiesel.

De eerste generatie of conventionele biobrandstoffen worden geproduceerd op basis van gewassen, zoals graan, suikerriet, mais, palmolie en koolzaad. Door vergisting van suikers afkomstig uit granen en suikerriet wordt bio-ethanol geproduceerd, en door vermenging van reguliere diesel met koolzaadolie of palmolie wordt biodiesel gemaakt. Voor deze eerste generatie biobrandstoffen is landbouwgrond nodig.

Biobrandstoffen kunnen echter ook worden geproduceerd uit andere grondstoffen, zoals algen, plantenresten en afgedankt frituurvet. Dit zijn zogenaamde geavanceerde biobrandstoffen. Voor de productie van deze geavanceerde biobrandstoffen is niet direct landbouwgrond nodig, ze worden immers vooral uit afvalresten gemaakt. De ontwikkelings- en productiekosten van deze biobrandstoffen liggen een stuk hoger dan de kosten die worden gemaakt bij de ontwikkeling en productie van eerste generatie biobrandstoffen, waardoor de geavanceerde biobrandstoffen minder worden toegepast.

Biobrandstoffen onder vuur

Er is veel kritiek op de goedkopere conventionele biobrandstoffen. Aangezien voor deze biobrandstoffen landbouwgrond nodig is, is er minder grond beschikbaar voor het verbouwen van voedsel. Dit lijkt te hebben gezorgd voor een verhoging van de voedselprijzen, wat met name mensen in ontwikkelingslanden hard heeft geraakt.

Daarnaast menen sommige wetenschappers en maatschappelijke organisaties dat conventionele biobrandstoffen nadelige effecten op het milieu hebben. Zo is voor bijvoorbeeld de sojaproductie grote hoeveelheden regenwoud gekapt en wordt daarmee natuur vernietigd. Bovendien lijken sommige typen van deze conventionele biobrandstoffen voor hogere CO2-uitstoot te zorgen dan de fossiele brandstoffen die ze vervangen. Zo komt bij het kappen van hout en het omploegen van land koolstof vrij dat lag opgeslagen in de vegetatie en grond. Daarnaast maakt men bij de productie veelvuldig gebruik van kunstmest en pesticiden, die voor een aanzienlijke uitstoot van CO2 en andere schadelijke stoffen zorgen. Verder wordt de geboekte milieuwinst door de benodigde energie bij het productieproces en het vervoer verder teniet gedaan.

Europees beleid

Sinds 2003 stimuleert de EU de productie en het gebruik van biobrandstoffen. Dit deed het in eerste instantie met vrijblijvende streefcijfers voor de EU-lidstaten,maar vanwege de vrijblijvendheid die aan deze regels was gegeven, hield vrijwel geen enkele EU-lidstaat zich hieraan (op Duitsland, Zweden en Oostenrijk na).

In 2009 besloot de EU dan ook om de biobrandstoffenrichtlijn te vervangen door de hernieuwbare energierichtlijn. Hierin worden de streefcijfers bindend gemaakt voor de lidstaten. Dit betekent dat in 2020 tien procent van het energieverbruik in de vervoerssector afkomstig moet zijn van hernieuwbare energiebronnen, waaronder biobrandstoffen.

Daarnaast zijn in de richtlijn vereisten opgesteld waaraan biobrandstoffen moeten voldoen. Zo moeten biobrandstoffen voortaan een CO2-vermindering van 35 procent opleveren en mogen ze niet meer afkomstig zijn van grond die voorheen dienst deed als natuur, zoals zoals tropisch regenwoud.

3.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven