Emissiehandel

Uitstoot industrie

Bron: euobserver.com

Bij veel grote fabrieken en energiebedrijven komen broeikasgassen, zoals CO2, uit de schoorsteen. Die gassen zijn mede oorzaak van de klimaatverandering. De overheid kan bepalen dat bedrijven maximaal een bepaalde hoeveelheid broeikasgassen mogen uitstoten. 

Het recht om broeikasgassen uit te stoten wordt een emissierecht genoemd. Voor deze rechten moet in principe worden betaald; dit wordt 'het veilen van emissierechten ' genoemd. Het is daarnaast voor vervuilers mogelijk emissierechten onderling te verhandelen. Bedrijven die te veel broeikasgassen uitstoten riskeren namelijk een boete. Om deze boete te voorkomen kunnen zij emissierechten kopen van bedrijven die meer rechten hebben gekocht dan zij nodig hebben.

Emissiehandel wordt gezien als een belangrijk instrument in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Om de invloed van de mens op de klimaatverandering te beperken, is het nodig de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Om dat te bereiken zullen met name grote energiebedrijven en grote industriële complexen de uitstoot van deze gassen moeten beperken. Door middel van emissiehandel kunnen bedrijven geld besparen door hun uitstoot te beperken. Daarnaast wordt het totaal aantal emissierechten geleidelijk aan verminderd om de totale uitstoot tegen te gaan.

Het systeem van emissiehandel wordt gefaseerd ingevoerd. In 2011 bereikten de Europese Commissie en de industrie overeenstemming over verdere overgang naar het systeem.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Emissiehandel - hoe werkt het?

Klimaatverandering wordt veroorzaakt door de uitstoot van broeikasgassen, vooral CO2. Sommige broeikasgassen dragen veel meer bij aan de klimaatveranderingen dan andere. Om ze te kunnen vergelijken, worden alle broeikasgassen 'omgerekend' naar CO2. Op die manier kan een uitstootvermindering van het ene gas worden vergeleken met het andere. Een ton methaan is bijvoorbeeld 21 keer zo schadelijk als een ton kooldioxide en zwavelhexafluoride (SF6) is maar liefst 23.900 keer zo schadelijk. Voor de markt in broeikasgassen wil dit zeggen dat het verminderen van een ton CO2-uitstoot een reductie van een ton CO2-equivalenten oplevert, terwijl het verminderen van een ton methaan of zwavelhexafluoride respectievelijk 21 en 23.900 CO2-equivalenten opleveren.

De emissiehandel richt zich met name op grote fabrieken en energiebedrijven. Nationale overheden leggen per sector maxima vast voor de uitstoot van broeikasgassen vast. Als de bedrijven hun maximum dreigen te overschrijden, kunnen zij op de markt broeikasgas-kredieten kopen om op deze manier toch, tegen betaling, extra broeikasgassen uit te kunnen stoten. Doen ze dat niet, en stoten ze toch teveel uit, dan krijgen ze een boete. Zo kost vervuiling dus geld, en wordt het voor bedrijven aantrekkelijk om de hoeveelheid CO2 die ze uitstoten, te verminderen. Bedrijven die het juist beter doen dan het door de overheid opgelegde maximum, kunnen het "bespaarde" aantal ton CO2-equivalenten juist op de markt aanbieden. Zo verdienen zij geld.

2.

Emissiehandel in Europa

Op 9 december 2002 heeft de Europese Unie de eerste internationale markt voor emissiehandel (binnen de EU) mogelijk gemaakt. De Raad van Milieuministers keurde een plan goed waarin maxima voor emissies worden vastgesteld voor energiebedrijven, olieraffinaderijen, hoogovens, en de sectoren staal, ijzer, cement, glas, keramiek, papier, en pulp. In de Europese Unie is de handel opgedeeld in drie periodes. In de eerste periode , die van januari 2005 tot januari 2008 liep, werd vooral 'al doende geleerd'. De EU-lidstaten mochten zelf de maxima van uit te stoten broeikasgassen vastleggen. Daarnaast werd het grootste deel van de emissierechten gratis aan bedrijven toegewezen, slechts een klein deel van de totale rechten werd geveild.

In de tweede periode , die van januari 2008 tot januari 2012 loopt, sluiten de niet-EU-landen Noorwegen, IJsland en Liechtenstein zich aan bij de emissiehandel. Bovendien moeten vanaf 2012 alle luchtvaartmaatschappijen gaan betalen voor de uitstoot van CO2 van hun toestellen. Dit ondanks felle protesten van de Internationale Organisatie voor de Luchtvaart (IATA). De IATA stelt dat de luchtvaartsector al langere tijd kampt met een crisis en het nog moeilijker zal krijgen door invoering van emissiehandel. In januari 2011 werd bekend dat de Europese Commissie een aantal technieken ter vernietiging van broeikasgassen buiten de emissieregeling houdt. Op die manier wil de Commissie bereiken dat andere - goedkopere en meer doeltreffende - methoden worden gebruikt.

In de eerste en tweede periode maakten de nationale overheden plannen waarin was vastgelegd hoeveel rechten er verhandeld en weggegeven zouden worden. Voor de derde periode , die loopt van 2013 tot 2020, gaat de Europese Commissie zelf bepalen hoe emissierechten worden toegewezen. Volgens een beslissing die de Commissie in maart 2011 publiceerde zal bijvoorbeeld de energiesector in de meeste lidstaten geen gratis emissierechten krijgen.

Alleen energiebedrijven in Bulgarije, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Roemenië en Tsjechië zullen in aanmerking kunnen komen voor gratis toegewezen emissierechten.

Doordat de Europese Commissie en niet de nationale overheden de emissierechten toewijst zullen verschillen in kosten en controle kleiner worden en zal toezicht op de naleving op gelijkwaardiger basis plaatsvinden. Per jaar wil de Commissie in de derde periode het maximum aantal rechten steeds met 1,74% per jaar verminderen.

Daarnaast wordt het aantal gratis toegewezen emissierechten in de derde periode sterk gereduceerd. Alleen als het risico groot is dat bedrijven naar buiten Europa verhuizen, zullen deze nog gratis rechten krijgen. Dit geldt voor sectoren waarbij bedrijven onder druk van internationale concurrentie gedwongen zouden kunnen worden hun productie te verplaatsen naar landen buiten de EU die geen vergelijkbare emissiebeperkingen opleggen. Daar is vervuilen goedkoper. Als deze bedrijven hun productie zouden verplaatsen dan zou de emissie op wereldschaal toenemen. Er wordt dan wel van het 'koolstoflek' gesproken.

3.

Meer weten