Onderwijs en mobiliteit

De stimulering van internationale mobiliteit is een belangrijk onderdeel van internationalisering in het hoger onderwijs. ‘Onderdompeling’ in de sociaal-culturele en politiek-bureaucratische omstandigheden in het buitenland wordt nog steeds gezien als de meest effectieve manier om internationale vaardigheden te verkrijgen. Voor zover het deel uitmaakt van het curriculum wordt gesproken van studiepuntmobiliteit.  Als zodanig draagt het bij tot onderwijskwaliteit, gericht op talentontwikkeling. Wat uitgaande studiepuntmobiliteit betreft doen Nederlandse studenten het lang niet gek in vergelijking met andere Europese landen. Een kanttekening is op zijn plaats: de vergelijkende data zijn relatief oud en het Nederlandse gemiddelde percentage neemt af. Het is niet zeker dat Nederlandse studenten hun goede positie behouden hebben. 

Bij diplomamobiliteit is het doel om in het buitenland een universitaire studie af te ronden, voor een graad, diploma of certificaat. Omdat er niet altijd een graad verleend wordt is in het Engels gekozen voor de meer generieke term “diploma mobility”, in plaats van “degree mobility”. Vanuit de instelling of de overheid gezien gaat het hier niet zozeer om onderwijskwaliteit, hoewel die er zeker baat bij kan hebben, maar vooral om het financieel-economisch effect. Waar geen sprake is van economisch effect kan bijvoorbeeld Europese integratie een (strategische) drijfveer zijn om deze mobiliteit te stimuleren.

Internationale statistiek verwijst meestal naar diplomamobiliteit. Zowel wat inkomende als uitgaande diplomamobiliteit betreft scoort Nederland onder het EU gemiddelde.

Waar studiepunt- en diplomamobiliteit ondersteund worden door een subsidieprogramma is sprake van programmamobiliteit. Programmamobiliteit kan omgekeerd dus op beide vormen van mobiliteit slaan, het kan beide doelstellingen ondersteunen.

Vanuit onderwijskundig perspectief is studiepuntmobiliteit het meest relevant. Heeft het ook altijd het gewenste resultaat? Kennelijk niet: hoewel WO-studenten die internationaal mobiel zijn gedurende de studie, meestal ook een hoger eindcijfer hebben, een beter passende baan en een iets hoger aanvangsalaris, is dit bij hbo studenten (nog) vaak niet het geval. Dit kan komen doordat HBO-studenten met vroegtijdig uitzicht op een baan minder mobiel zijn, maar ook doordat zij minder mogelijkheden hebben voor een goede studie of stageplaats in het buitenland. Kwalitatieve aspecten van mobiliteit zijn belangrijk.

Vanuit het instellingsperspectief zijn punten van aandacht:

  • Onderwijskundig effect van uitgaande studiepuntmobiliteit
  • Financieel-economisch effect van uitgaande studiepuntmobiliteit
  • Inkadering van uitgaande studiepuntmobiliteit in het curriculum (ook vakinhoudelijk)
  • Aanbod studie en stagemogelijkheden in het buitenland
  • Begeleiding van studie en stage in het buitenland
  • Waardering van studie en stage in het buitenland
  • Onderwijskundig effect van inkomende studiepuntmobiliteit
  • Financieel-economisch effect van inkomende studiepuntmobiliteit
  • Inkadering van inkomende studiepuntmobiliteit in het curriculum (ook vakinhoudelijk)
  • Aanbod studie en/of stagemogelijkheden voor buitenlandse studiepuntmobiele studenten
  • Begeleiding van buitenlandse studiepuntmobiele studenten
  • Waardering van buitenlandse studiepuntmobiele studenten
  • Alumnibeleid

In het algemeen gaat het om een integrale beleidsaanpak ten aanzien van studiepuntmobiliteit.

Vanuit financieel-economisch perspectief is (inkomende) diplomamobiliteit het meest relevant. Maar levert het ook op wat men verwacht?

Vanuit het instellingsperspectief zijn punten van aandacht in ieder geval:

  • Financieel-economisch effect
  • Onderwijskundig effect
  • Onderwijskwaliteit
  • Prijsstelling (collegegeld)
  • Promotie
  • Begeleiding
  • Huisvesting
  • Alumnibeleid

In het algemeen gaat het ook hier om een integrale beleidsaanpak .

Het overheidsbeleid kan gericht zijn op de stimulering en ondersteuning van de instellingsdoelstellingen, maar kan ook bredere maatschappelijke en financieel economische doelen dienen.

Delen

enveloppe