De eerste jaren onder het kabinet-Kok II draait de economie op volle toeren. De coalitiepartners richten zich op de verdeling van de buit. Het hervormen van de economie raakt steeds meer op de achtergrond. Volgens het regeerakkoord moeten de inkomstenmeevallers voor een groot deel aan lastenverlichting worden besteed. PvdA en D66 willen echter meer 'investeren'. Uiteindelijk komt de coalitie tot een oplossing waarbij nieuwe uitgaven binnen de Zalmnorm kunnen worden gedaan. Er wordt wat minder geld besteed aan lastenverlichting en meer aan aflossing van de staatsschuld. In de loop van de kabinetsperiode stort de economie in, maar dit wordt onvoldoende onderkend.
Hoewel het er aanvankelijk even op lijkt dat het kabinet te maken krijgt met economische tegenvallers, blijkt al snel dat de economie onverwacht goed blijft draaien. In 1998-2000 groeit de economie gemiddeld 4,2% per jaar. Het gaat zo goed dat er krapte op de arbeidsmarkt ontstaat. In 2001 liggen zowel de inflatie als de contractloonstijging ruim boven de 4%. Hierdoor begint de Nederlandse concurrentiepositie te verzwakken.
Nadat de beurskoersen internationaal en ook in Nederland enorm zijn gestegen, zakken ze in de loop van 2000 flink in. Het vertrouwen in de interneteconomie is verdwenen. De terroristische aanslagen van 11 september 2001 tasten het vertrouwen in de economie nog verder aan. De economische groei in Nederland daalt van 3,9% in 2000 naar 1,9% in 2001 en 0,1% in 2002.
Het besef dat de economie aan het instorten is dringt tijdens de kabinetsperiode nog niet echt door. De werkloosheid begint vanaf 2002 iets op te lopen, maar de arbeidsmarkt blijft krap. De contractloonstijging blijft in 2002 hoog.
In 2002 wordt de euro ingevoerd. In feite zit de gulden al sinds 1999 met een vaste wisselkoers in de Economische en Monetaire Unie, maar nu worden de gevolgen voor iedereen zichtbaar. Veel mensen geven de euro de schuld van de hoge inflatie. Winkeliers en horeca-ondernemers zouden de invoering misbruikt hebben om hun prijzen te verhogen.
De hoge economische groei in combinatie met de Zalmnorm zorgt voor grote meevallers aan de inkomstenkant van de begroting. In 1999 is voor het eerst sinds 1973 sprake van een EMU-overschot. In 2000 loopt het overschot zelfs op tot 2% BBP. Er ontstaan meningsverschillen tussen de coalitieparners over de aanwending van de inkomstenmeevallers. In het regeerakkoord is afgesproken dat inkomstenmeevallers volgens een verdeelsleutel worden gebruikt voor aflossing van de staatsschuld en lastenverlichting.
De PvdA en D66 zijn uitgekeken op de lastenverlichting. D66-minister Borst (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) krijgt zware kritiek te verduren in verband met de wachtlijsten in de zorg. Er ontstaat een roep om verhoging van de overheidsuitgaven aan zaken als onderwijs en veiligheid. De uitgaven zijn echter gebonden aan het uitgavenplafond uit de Zalmnorm. Minister Zalm (Financiën) beschouwt het naleven van deze norm als zijn 'arbeidsvoorwaarde'.
Uiteindelijk blijken zich niet alleen aan de inkomstenkant van de begroting, maar ook binnen het uitgavenkader meevallers voor te doen. Hierdoor komt er ruimte voor nieuwe uitgaven. De coalitie besluit verder om een kleiner deel van de inkomstenmeevallers te besteden aan lastenverlichting, en een groter deel aan aflossing van de staatsschuld. De vrede in de coalitie blijft daardoor bewaard.
Achteraf blijkt overigens dat de economie zozeer is ingestort dat de inkomstenmeevallers kleiner zijn uitgevallen dan in eerste instantie werd ingeschat. De conclusie achteraf is dat de meevallers beter meteen besteed hadden kunnen worden aan aflossing van de staatsschuld. toch daalt de EMU-schuld van 1998-2002 met 15,2%-punt, de grootste daling binnen één kabinetsperiode in de jaren 1971-2006.
Intussen is de fut uit het paarse kabinetsbeleid. De chemie tussen de coalitiepartners is verdwenen. In 2001 wordt nog wel een grote herziening van het belastingstelsel gerealiseerd, maar verder is er vooral stilstand.
Het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen blijft maar oplopen en dreigt richting de miljoen te gaan. Het kabinet komt nog wel tot een verscherping van de procedures voor instroom in de WAO ('poortwachter'-bepalingen), maar de PvdA heeft nog altijd last van het WAO-trauma uit het kabinet-Lubbers III en schuift herziening van de WAO op de lange baan. Nadat de commissie-Donner advies heeft uitgebracht over de WAO, vraagt minister Vermeend (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) advies over dit advies aan de SER.
Ook op het gebied van de zorg komen de coalitiepartners er onderling niet meer uit. Minister Borst heeft een herziening van het stelsel van ziektekostenverzekeringen voorbereid waarbij het onderscheid tussen de particuliere en de ziekenfondsverzekering verdwijnt. De VVD wil deze financieren met een nominale verzekeringspremie en de PvdA met een inkomensafhankelijke. Omdat beide partijen onverkort vasthouden aan hun standpunt, komen de hervormingsplannen tot stilstand.
| BBP (mrd €) | Economische groei | Arbeids-productiviteit marktsector | Groei relevante wereldhandel | Groei wereldexportvolume | Groei wereldeconomie | |
| 1998 | 362,5 | 3,9 | 2,2 | 8,5 | 4,8 | 2,1 |
| 1999 | 386,2 | 4,7 | 3,1 | 4,7 | 4,6 | 2,9 |
| 2000 | 418,0 | 3,9 | 3,1 | 11,4 | 10,7 | 4,2 |
| 2001 | 447,7 | 1,9 | 0,6 | 1,2 | -0,4 | 1,5 |
| 2002 | 465,2 | 0,1 | 1,0 | 2,9 | 3,5 | 1,8 |
| gemiddeld | 415,9 | 2,9 | 2,0 | 5,7 | 4,6 | 2,5 |
| verschil 2002-1998 | +102,7 | -3,8 | -1,2 | -5,6 | -1,3 | -0,3 |
| EMU-saldo | EMU-schuld | Bruto collectieve uitgaven | Collectieve lasten | |
| 1998 | -0,9 | 65,7 | 47,2 | 39,4 |
| 1999 | 0,4 | 61,1 | 46,3 | 40,4 |
| 2000 | 2,0 | 53,8 | 45,0 | 39,9 |
| 2001 | -0,2 | 50,7 | 45,2 | 38,3 |
| 2002 | -2,0 | 50,5 | 45,9 | 37,7 |
| gemiddeld | -0,1 | 56,4 | 45,9 | 39,2 |
| verschil 2002-1998 | 1,1 | -15,2 | -1,3 | -1,7 |
| Inflatie | Arbeidsinkomensquote | Olieprijs | Contractloonmutatie marktsector | |
| 1998 | 2,0 | 80,0 | 12,76 | 3,1 |
| 1999 | 2,2 | 80,1 | 17,80 | 2,9 |
| 2000 | 2,6 | 80.0 | 28,36 | 3,2 |
| 2001 | 4,5 | 80,6 | 24,40 | 4,2 |
| 2002 | 3,4 | 80,4 | 24,98 | 3,5 |
| gemiddeld | 2,9 | 80,2 | 21,66 | 3,4 |
| verschil 2002-1998 | +1,4 | +0,5 | +12,22 | +0,4 |
| Werkloosheid (%) | Werkloosheid (dzd) | groei werk-gelegenheid | WW-/bijstands-uitkeringen (dzd) | WAO-uitkeringen (dzd) | Uitkeringen ziekte (dzd) | |
| 1998 | 5,2 | 354 | 2,7 | 807 | 899 | 380 |
| 1999 | 4,3 | 301 | 2,6 | 708 | 909 | 409 |
| 2000 | 3,8 | 270 | 1,9 | 623 | 928 | 428 |
| 2001 | 3,5 | 252 | 0,9 | 572 | 955 | 435 |
| 2002 | 4,1 | 302 | -1,7 | 572 | 975 | 434 |
| gemiddeld | 4,2 | 296 | 1,3 | 656 | 933 | 417 |
| verschil 2002-1998 | -1,1 | -52 | -4,4 | -235 | +76 | +54 |
| i/a-ratio | Replacement rate | Participatiegraad 20-64 | Participatiegraad 20-64 (mannen) | Participatiegraad 20-64 (vrouwen) | |
| 1998 | 68,7 | 71,5 | 68,3 | 82,7 | 53,6 |
| 1999 | 66,9 | 71,4 | 68,9 | 82,6 | 54,8 |
| 2000 | 65,5 | 71,1 | 70,2 | 83,2 | 56,9 |
| 2001 | 64,6 | 69,8 | 71,0 | 83,0 | 58,7 |
| 2002 | 65,2 | 69,9 | 71,4 | 83,2 | 59,4 |
| gemiddel | 66,2 | 70,7 | 70,0 | 83,9 | 56,7 |
| verschil 2002-1998 | -3,5 | -1,6 | +3,1 | +0,4 | +5,9 |
Meer over
