Het kabinet-Lubbers III kan aanvankelijk profiteren van een hoge economische groei. In de loop van de kabinetsperiode zakt deze in, maar in historisch perspectief is de groei over de hele kabinetsperiode nog steeds gemiddeld. De uitkeringsafhankelijkheid loopt weer op en het kabinet moet tussentijds bezuinigen. Het aantal arbeidsongeschikten stijgt tot boven de 900 duizend. Plannen om in te grijpen in de WAO leiden tot een crisis in de PvdA. Het financiële en sociaal-economische beleid van de coalitiepartners maakt een chaotische indruk. Mede hierdoor leiden PvdA en CDA bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 enorme verkiezingsnederlagen.
Het kabinet-Lubbers III gaat van start in een hoogconjunctuur. Zowel in 1989 als in 1990 ligt de economische groei boven de 4%. Twee opeenvolgende jaren van groei boven de 4% zijn sinds 1973/1974 niet meer voorgekomen. Het kabinet neemt zich bij de start voor meer geld uit te geven aan milieu, gezondheidszorg, kinderopvang en voor verhoging van uitkeringen en ambtenarensalarissen. Speerpunt is de zogenaamde 'sociale vernieuwing', waartoe rijk en gemeenten projecten zullen opzetten.
Het kabinet treedt aan tegen de achtergrond van de val van de Berlijnse Muur en de omwentelingen in Oost-Europa. In de zomer van 1990 wordt Koeweit bezet door Irak, wat begin 1991 tot de (eerste) Golfoorlog leidt. Hoewel de gevolgen voor de olieprijs uiteindelijk meevallen, zijn de internationale spanningen slecht voor de wereldeconomie. De economische groei in Nederland vertraagt in de jaren 1991-1993. De arbeidsinkomensquote is dan ook gestegen van 79,2% in 1989 tot 85,2% in 1993, waardoor de werkgelegenheid onder druk komt.
Toch bedraagt de gemiddelde economische groei in de jaren 1989-1994 nog steeds 2,8%. Worden de jaren 1989 en 1994 buiten beschouwing gelaten, dan bedraagt de gemiddelde groei in 1990-1993 2,4%. Ter vergelijking: de gemiddelde economische groei van 1971-2007 bedraagt 2,7% en in de periode 1974-2007 (na de eerste oliecrisis) 2,5%.
Al kort na het aantreden van het kabinet blijkt er een flinke financiële tegenvaller te zijn, waardoor de meeste plannen in de ijskast moeten worden gezet. Dreigende overschrijding van de norm voor het overheidstekort maakt extra ombuigingen nodig, onder meer in de sociale zekerheid (WAO), het hoger onderwijs en de welzijnssector.
In december 1991 komen de regeringsleiders van de op dat moment 12 EG-lidstaten op een Europese Top in Maastricht tot overeenstemming over een nieuw Europees verdrag. In dit Verdrag van Maastricht, dat in februari 1992 wordt ondertekend, worden afspraken gemaakt over de invoering van een Economische en Monetaire Unie (EMU). Deze moet leiden tot een gezamenlijke Europese munt. De landen die de Europese munt willen invoeren moeten voldoen aan een aantal convergentiecriteria die de financiële discipline moeten waarborgen.
Voor Nederland hebben de criteria consequenties. Het EMU-tekort moet uiteindelijk teruggebracht worden tot onder de 3% BBP en de EMU-schuld naar 60% BBP, of moet voldoende in die richting dalen. In Nederland is het EMU-tekort in 1979 voor het laatst onder de 3% gebleven en ligt de EMU-schuld sinds 1983 boven de 60%. Begin jaren '90 bedraagt de EMU-schuld steevast meer dan 75%, en komt in 1993 zelfs op een recordhoogte van 77,2% uit. Er is een sanering van de overheidsfinanciën nodig.
In 1990 is het EMU-tekort ondanks de hoge economische groei nog opgelopen tot 6,5% BBP. In de daaropvolgende jaren vermindert het tekort wel, maar dat gebeurt met ups en downs. Diverse keren wordt het kabinet geconfronteerd met tussentijdse tegenvallers die noodzaken tot tussentijdse bezuinigingsrondes. Het budgettaire beleid kent daardoor nogal een ad hoc karakter en wordt niet gekenmerkt door enige visie.
Het wordt er niet beter op als minister Kok (Financiën) vindt dat het nu wel een tandje lager kan met de financiële discipline. Zowel de collectieve uitgaven als de collectieve lasten stijgen in de jaren tot en met 1993.
Het kabinet wil sociale vernieuwing, maar moet verder bezuinigen op onder andere de sociale zekerheid. Het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen stijgt in 1990/1991 tot boven de 900 duizend. "Nederland is ziek", zegt premier Lubbers in 1990.
In de zomer van 1991 wordt bekend dat het kabinet ingrijpende maatregelen in de WAO wil nemen. Deze voornemens stuiten op veel maatschappelijk protest, met name bij de PvdA-achterban en de vakbonden. Het leidt tot een 'WAO-crisis' in de PvdA, waar partijvoorzitter Marianne Sint volgens de pers onbereikbaar is omdat ze op fietsvakantie in Frankrijk is.
De positie van vice-premier Kok als politiek leider van de PvdA komt onder druk. Eind september 1991 krijgt hij tijdens een buitengewoon PvdA-congres officieel steun van zijn partij. Marianne Sint is dan inmiddels al opgestapt als voorzitter. De PvdA houdt een trauma over aan de crisis en blijft tot in lengte van jaren huiverig voor verdere ingrepen in de WAO.
Een parlementaire enquêtecommissie onder voorzitterschap van PvdA-Tweede Kamerlid Flip Buurmeijer doet in 1992-1993 onderzoek naar de uitvoeringsorganen in de sociale verzekeringen. De enquête bevestigt het vermoeden dat de uitvoeringsorganen in de sociale zekerheid hebben gefaald in het beheersbaar houden van de instroom van werknemers in de WAO. Vakbonden en werkgevers hadden werknemers die eigenlijk werkloos zouden worden jarenlang aan relatief gunstige arbeidsongeschiktheidsuitkeringen geholpen.
In juni 1993 treedt staatssecretaris Ter Veld (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) af, omdat zij meent onvoldoende vertrouwen van de PvdA-fractie te hebben. Jacques Wallage volgt haar op.
Behalve de WAO spelen onder het kabinet-Lubbers III discussies over de Ziektewet, terugdringing van ziekteverzuim, de Bijstandswet, voorzieningen voor gehandicapten, welzijnswerk en studiefinanciering. Een plan van staatssecretaris Simons (Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur) voor een nieuw stelsel van ziektekostenverzekeringen (plan-Simons) strandt.
Na een aanvankelijke daling begint vanaf 1991 de werkloosheid weer te stijgen. Aan het eind van de kabinetsperiode worden ongeveer een miljoen werkloosheids- en bijstandsuitkeringen verstrekt en meer dan 900 duizend arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. De i/a-ratio is vanaf 1993 hoger dan tijdens het aantreden van het kabinet.
-
Een nieuwe koers
Eind 1993 begon de werkloosheid zulke ernstige vormen aan te nemen dat de sociale partners in de Stichting van de arbeid een centraal akkoord sloten, 'Een nieuwe koers' geheten. Hierin werd ingezet op loonmatiging, maar werd maatwerk in verschillende economische sectoren mogelijk gemaakt.
De PvdA verliest mede door de WAO-crisis 12 zetels bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1994. Het CDA verliest bij die verkiezingen zelfs 20 zetels. Een belangrijke oorzaak voor de nederlaag van het CDA is het plan van CDA-lijsttrekker Elco Brinkman om de uitkeringen, waaronder de AOW, te bevriezen.
| BBP (mrd €) | Economische groei | Arbeids-productiviteit marktsector | Groei wereldhandel | Groei wereld-exportvolume | Groei wereld- economie | |
| 1989 | 230,3 | 4,4 | 2,5 | 7,4 | 6,4 | 3,8 |
| 1990 | 243,7 | 4,2 | 1,4 | 4,4 | 3,5 | 2,5 |
| 1991 | 257,4 | 2,4 | 0,7 | 3,6 | 3,7 | 0,8 |
| 1992 | 268,3 | 1,7 | 0,2 | 4,5 | 4,8 | 1,1 |
| 1993 | 276,0 | 1,3 | 1,0 | 0,4 | 4,2 | 0,9 |
| 1994 | 290,0 | 3,0 | 3,5 | 9,1 | 9,2 | 2,2 |
| gemiddeld | 260,9 | 2,8 | 1,6 | 4,9 | 5,3 | 1,9 |
| EMU-saldo | EMU-schuld | Bruto collectieve uitgaven | Collectieve lasten | |
| 1989 | -6,3 | 75,6 | 55,9 | 41,9 |
| 1990 | -6,5 | 75,8 | 56,1 | 41,9 |
| 1991 | -3,7 | 75,4 | 56,2 | 44,1 |
| 1992 | -5,1 | 76,2 | 56,9 | 43,5 |
| 1993 | -3,7 | 77,2 | 57,0 | 44,8 |
| 1994 | -4,5 | 74,1 | 54,5 | 42,5 |
| gemiddeld | -5,0 | 75,7 | 56,1 | 43,1 |
| verschil 1994-1989 | +1,8 | -1,5 | -1,4 | +0,6 |
| Inflatie | Arbeidsinkomensquote | Olieprijs | Contractloonmutatie marktsector | |
| 1989 | 1,1 | 79,2 | 18,25 | 1,6 |
| 1990 | 2,5 | 80,6 | 23,67 | 2,9 |
| 1991 | 3,1 | 82,2 | 20,00 | 3,6 |
| 1992 | 3,2 | 83,6 | 19,31 | 4,1 |
| 1993 | 2,6 | 85,2 | 17,00 | 3,2 |
| 1994 | 2,7 | 82,1 | 15,81 | 1,6 |
| gemiddeld | 2,5 | 82,1 | 19,00 | 2,8 |
| verschil 1994-1989 | +1,6 | +3,0 | -2,44 | 0,0 |
| Werkloosheid (%) | Werkloosheid (dzd) | groei werk-gelegenheid | WW/bijstands-uitkeringen (dzd) | WAO-uitkeringen (dzd) | uitkeringen ziekte (dzd) | |
| 1989 | 7,6 | 452 | 2,6 | 844 | 857 | 374 |
| 1990 | 7,0 | 419 | 3,3 | 796 | 891 | 409 |
| 1991 | 6,6 | 400 | 1,8 | 793 | 907 | 405 |
| 1992 | 6,6 | 411 | 1,5 | 816 | 921 | 396 |
| 1993 | 7,7 | 481 | -0,2 | 892 | 930 | 394 |
| 1994 | 8,6 | 547 | -0,1 | 1011 | 921 | 336 |
| gemiddeld | 7,4 | 452 | 1,5 | 859 | 904 | 386 |
| verschil 1994-1989 | +1,0 | +95 | -2,7 | +167 | +64 | -38 |
| i/a-rato | Replacement rate | Participatiegraad 20-64 | Participatiegraad 20-64 (mannen) | Participatiegraad 20-64 (vrouwen) | |
| 1989 | 77,5 | 76,2 | 62,4 | 79,7 | 44,7 |
| 1990 | 76,9 | 75,5 | 63,0 | 79,7 | 45,9 |
| 1991 | 76,4 | 74,7 | 63,3 | 79,3 | 46,9 |
| 1992 | 75,9 | 74,6 | 63,8 | 78,8 | 48,3 |
| 1993 | 77,6 | 74,6 | 64,0 | 78,5 | 49,0 |
| 1994 | 77,6 | 73,7 | 64,5 | 79,0 | 49,5 |
| gemiddeld | 77,0 | 74,9 | 63,5 | 79,2 | 47,4 |
| verschil 1994-1989 | +0,1 | -2,5 | +2,1 | -0,7 | +4,8 |
Meer over
Externe links
-
-Verdrag van Maastricht (website Europa Nu)
-
-convergentiecriteria (website Europa Nu)
