De wereldwijde economische groei leidde in 2007 en 2008 tot een toegenomen vraag naar zuivel, met name in opkomende economieën in Azië. Omdat het aanbod de vraag niet kon bijhouden, steeg de prijs van melk. Daardoor werd het voor boeren interessant meer melk te gaan produceren. Door de wereldwijde economische recessie die eind 2008 begon, daalde de vraag naar melk weer sterk. In combinatie met de toegenomen melkproductie leidde dat in 2009 tot een dramatische daling van de melkprijs. De prijs die de boeren krijgen was in een jaar tijd bijna gehalveerd tot 20 cent per liter. Door deze grote prijsdaling dreigen melkveehouders failliet te gaan. De melkveehouders betogen daarom voor lagere melkquota en ingrijpende maatregelen in de zuivelsector.
In reactie op de protesten van boeren besloot voormalig Eurocommissaris Fischer-Boel na een speciaal ingelaste vergadering van de Europese landbouwministers een werkgroep in te stellen om te bekijken hoe de melkprijs stabieler zou kunnen worden. Ook nam zij maatregelen die de export en opslag subsidiëren. Deze maatregelen lijken hun vruchten af te werpen. De melkprijs liet in september/oktober 2009 al een lichte stijging zien. Begin 2010 lag de prijs rond de 28 cent per liter. Boerenorganisaties als LTO Nederland reageerden echter teleurgesteld op de plannen van de Eurocommissaris. Zij vinden dat deze maatregelen niet ver genoeg gaan.
Ook in het Europees Parlement overheerst teleurstelling over de genomen maatregelen. De Europese Commissie heeft in dit kader voorgesteld om voor de melksector, net als voor andere landbouwsectoren, een regeling te treffen waardoor snel opgetreden kan worden tegen verstoringen van de markt. Ook wil de Commissie de werking van de regelingen voor melkquota aanpassen.
Op 19 oktober 2009 hebben de EU-ministers van landbouw besloten 280 miljoen euro extra uit te trekken voor hulp aan de noodlijdende melkveehouders. In september 2010 zijn de EU-landbouwministers bijeengekomen om voorstellen te bespreken voor de voortzetting van de steun aan boeren na de zuivelcrisis in 2009. Nederland wil vasthouden aan de afspraak dat de productielimiet voor melk verdwijnt in 2015 door het systeem van melkquota geleidelijk af te bouwen.
Op 6 december 2011 verklaarde het Europees Parlement dat zij met de EU-lidstaten overeen is gekomen om de positie van boeren in onderhandelingen met de zuivelproducten te versterken. Dit moet leiden tot betere melkprijzen voor boeren. Het besluit moet nog worden goedgekeurt door een plenaire sessie van het Europees Parlement en de Raad.
Deze ontwikkelingen komen bovenop het feit dat het huidige systeem van melkquota al een tijd onderwerp van discussie is. Juist door de stijgende vraag leek het huidige systeem van melkquota niet langer noodzakelijk, waardoor de melkveehouders in de Europese Unie er ernstig rekening mee houden dat het systeem van melkquota vanaf 2015 verleden tijd is. Wat de gevolgen van bovenstaande ontwikkelingen zijn op deze discussie is nog niet geheel duidelijk. De melkquota zijn in 1984 ingevoerd omdat er overschotten aan melkproducten waren ontstaan: de 'boterberg' en de 'melkplas'. Vanwege de stijgende vraag naar melkproducten in zowel Europa als in de rest van de wereld gaan in Brussel nu steeds meer stemmen op dat het in stand houden van quota niet langer nodig is. Sterker nog, de beperkingen op de melkproductie kunnen zelfs leiden tot verlies aan marktaandeel op de wereldmarkt, bijvoorbeeld aan de Verenigde Staten, waarschuwt de belangenorganisatie van agrariërs, LTO Nederland.
Maar afschaffing van productielimieten kan ook leiden tot grote prijsschommelingen. Voormalig Euro-commissaris Fischer-Boel voor Landbouw was daarom voor een geleidelijke verruiming van de quota om melkboeren te laten wennen aan de nieuwe situatie. Om deze 'zachte landing' te bewerkstelligen wilde de Commissaris het quotum tot 2015 met gemiddeld 1 tot 2 procent per jaar verhogen. Haar voornemen maakt deel uit van een zogeheten gezondheidsmeting ('health check') van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) die moet leiden tot een verfijning van de hervormingen die in 2003 zijn doorgevoerd.
Een meerderheid van het Europees Parlement ziet het einde van de melkquota inmiddels ook als een min of meer voldongen feit en steunde de voormalig Commissaris een zachte landing voor de sector voor te bereiden, zo blijkt uit het verslag van de Duitse Europarlementariër Lutz Goepel (Europese Volkspartij) over de plannen van Fischer-Boel. Maar het Parlement ziet het liefst dat de verhoging van de quota gebeurt op vrijwillige basis en dat een overschot in een land niet direct bestraft wordt, als het overschot wordt gecompenseerd door tekorten in andere lidstaten. Verder wil het Parlement dat de Commissie meer rekening houdt met het gegeven dat sommige lidstaten hun toegewezen quotum niet 'volmelken'. Ten slotte stelt het rapport dat de Commissie moet voorkomen dat de melkveehouderij in kwetsbare regio's zoals berggebieden wordt stopgezet. Dat zou immers ten koste gaan van het historisch gegroeide landschap.
Ook LTO Nederland beschouwt het einde van de melkquota als een feit. Hun melkveehouderijvoorman Siem-Jan Schenk betreurt het niet. Nederland heeft het quotum vorig jaar overschreden waarvoor het een heffing van dertien miljoen euro moest opbrengen. Schenk hoopt wel dat er een soort vangnet wordt gecreëerd om de gevolgen van extreem lage prijzen op te kunnen vangen.
De Europese ministers van Landbouw besloten dat er vanaf 1 april 2008 2 procent meer gemolken mag worden vanwege de grote vraag naar melkproducten. Samen met een al eerder besloten quotaverhoging van 0,5 procent, betekent dit bijvoorbeeld voor Nederlandse boeren een verruiming van het melkquotum met 225 miljoen kilo tot 11.465 miljoen kilo.
Nederland was blij met het besluit. Volgens de toenmalige minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (nu het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie) voorkomt het besluit dat "we met de handen op de rug gebonden moeten toekijken hoe er elders in de wereld meer wordt geproduceerd." Verburg verwacht dat de vraag ook de komende jaren zal blijven groeien met gemiddeld 2 procent per jaar. Alleen al om het bestaande marktaandeel te behouden moet het daarom niet blijven bij een eenmalige quotumverhoging, meent zij. De bewindsvrouwe pleit er daarom voor de jaarlijkse productie met 2 tot 3 procent te laten groeien.
Overigens is niet iedereen even gelukkig met het versoepelen van de productiebeperkingen. Vooral landen als Duitsland en Oostenrijk, maar ook Frankrijk, zijn bang dat een hogere productie de melkprijs te zeer onder druk zal zetten. Fischer-Boel onderkende dit gevaar destijds. Zij wilde daarom maatregelen nemen om de pijn in 2015 te verzachten.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de melkquota, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
Een geleidelijke verhoging van de melkproductie is verstandig
Een geleidelijke verruiming van de melkproductie is noodzakelijk om te voorkomen dat andere landen de marktpositie van de Europese Unie op de wereldmarkt uithollen.
-
Het verruimen van de melkquota zal leiden tot prijsdalingen
Het verruimen van de melkquota zal leiden tot lagere melkprijzen waardoor vooral boeren in kwetsbare regio's binnen de EU het zwaar te verduren krijgen. Daar staat tegenover dat prijsdalingen gunstig zijn voor de consument.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.
