Beleid economie en geld

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Begroting Europese Unie

In de jaarlijkse EU-begroting staan de te verwachten inkomsten en uitgaven van de Europese Unie. De begroting komt jaarlijks uit op net iets meer dan één procent van het Bruto nationaal product van alle landen van de Europese Unie bij elkaar. Vanaf 2014 is de begroting structureel iets verlaagd. De begroting voor 2013 bedroeg 151 miljard euro; de begroting voor 2014 zo'n 142 miljard euro. De uiteindelijke uitgaven vallen jaarlijks vaak lager uit dan de begroting, soms wel enkele miljarden lager.

2.

Concurrentiebeleid

Open concurrentie (mededinging) is een belangrijke voorwaarde voor een vrije Europese handel en het totstandbrengen van de Europese interne markt.

De Europese Commissie heeft de bevoegdheid op te treden bij concurrentievervalsing. In april 2015 kondigde de Europese Commissie maatregelen aan tegen de dominante marktpositie van technologiebedrijf Google. De Europese Unie zorgt voor regels die de concurrentie bevorderen, om zo een goede prijs-kwaliteitverhouding voor de consument te garanderen en technologische innovatie te stimuleren.  

3.

Coördinatie nationale economieën

Elke lidstaat van de Europese Unie is lid van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Deze monetaire unie streeft naar een optimale integratie van de nationale economieën, zodat economische groei en welvaart gestimuleerd worden.

4.

Douane

Op 1 januari 1993 schaften de lidstaten van de Europese Unie alle douaneformaliteiten aan de binnengrenzen af. De EU werd één enkel grondgebied zonder grenscontroles. Binnen de Europese Unie mogen personen zich vrij verplaatsen. En ook goederen, diensten en kapitaal mogen vrij van het ene naar het andere land worden verplaatst.

5.

Economisch en monetair beleid

Met dit beleid wil de Europese Unie zorgen dat we in Europa meer inkomsten krijgen. Ook moeten er meer banen bij komen. Inkomsten en banen zorgen samen voor economische groei. De Europese Unie bepaalt in grote lijnen hoe het beleid eruitziet maar de EU-landen kunnen binnen die grenzen veel keuzes zelf maken.

6.

 Energiebeleid

De Europese Unie streeft naar een constante en veilige aanvoer van energie. Concurrentie tussen energiebedrijven op de Europese markt moet de prijs van energie verlagen.

Ook hebben de EU-lidstaten afspraken gemaakt over het klimaatbeleid en het terugdringen van de luchtvervuiling. Beperking van het energieverbruik, of overstappen naar meer duurzame energiebronnen is daarbij van groot belang.

7.

Euro

De euro is een wettig betaalmiddel in negentien lidstaten van de Europese Unie. Bijna alle andere lidstaten zijn verplicht om op termijn de euro in te voeren. Zij moeten dan wel voldoen aan bepaalde voorwaarden. Denemarken en het Verenigd Koninkrijk zijn echter niet verplicht om de euro in te voeren. Zij hebben een uitzonderingsclausule.

8.

Fiscaal beleid

De Europese Unie wil voorkomen dat bedrijven en instellingen profiteren van belastingregelingen in één lidstaat die hen een oneerlijk concurrentievoordeel opleveren ten opzichte van bedrijven en instellingen uit andere lidstaten. Dat moet verstoringen in de interne markt voorkomen.

Om dit te bereiken is een zekere coördinatie nodig van de belastingen die in lidstaten worden geheven. De EU probeert indirecte belastingen, zoals btw waar nodig te harmoniseren. Ook stelt de EU de douanetarieven vast die geheven worden op importgoederen. De EU heeft geen bevoegdheden als het gaat om directe belastingen, zoals inkomsten- of vermogensbelasting. Daar beslissen de lidstaten zelf over.

9.

Fraudebestrijding

Het voorkomen en bestrijden van fraude staat hoog op de Europese agenda. Het Europees Bureau voor fraudebestrijding OLAF houdt zich al meer dan tien jaar actief bezig met het opsporen en voorkomen van fraude met Europese gelden. Daarnaast coördineren lidstaten van de EU onderling de bestrijding van specifieke vormen van fraude. Het programma Hercules III, dat in mei 2014 in werking is getreden, coördineert de samenwerking tussen OLAF en de bevoegde instanties in de lidstaten.

Zo worden zaken als fraude met Europese landbouwsubsidies, sigarettensmokkel, valsemunterij met de euro, verkeerde besteding van regiogelden of bestuurlijke corruptie aangepakt. Lidstaten die EU-gelden verkeerd aanwenden moeten het bedrag terugbetalen en kunnen rekenen op een fikse boete.

10.

Handel

De Europese Unie is de grootste exporteur en de grootste importeur ter wereld. De EU is verantwoordelijk voor bijna éénvijfde van de wereldhandel.

Om hun handelsbelangen in de wereld te beschermen, werken de 28 lidstaten van de Europese Unie samen bij de handel met derde landen.

11.

Informatiemaatschappij

Sinds de jaren '90 neemt het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) enorm toe. Informatie-uitwisseling vindt steeds meer plaats met behulp van digitale technologieën. Het meest in het oog springende voorbeeld is het internet. Kennis en informatie zijn steeds makkelijker toegankelijk en spelen een belangrijke rol in onze economie en samenleving.

Een belangrijk element van het Europese beleid op dit terrein is om ICT-diensten voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden. Dit geldt zowel voor mobiele telefonie als internet. Dit beleidsterrein wordt sinds 2010 ook wel aangeduid als Digitale Agenda.

12.

Interne markt

Vanaf de jaren '60 is er in Europa gewerkt aan de opheffing van handelsbarrières tussen lidstaten van de Europese Unie om een gemeenschappelijke markt, zonder invoerrechten, en met vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal te creëren. Dit proces werd in 1993 voltooid toen de grenscontroles tussen de lidstaten werden opgeheven.

13.

Ondernemingen- en industriebeleid

Bedrijven zijn belangrijk voor de economie. Ze zorgen voor werkgelegenheid. In een wereld die voortdurend verandert, helpt de Europese Unie ondernemers zodat zij zich kunnen aanpassen aan nieuwe omstandigheden en kunnen blijven concurreren. Vooral kleine en middelgrote bedrijven worden gesteund.

14.

Onderzoeks- en innovatiebeleid

De Europese Unie voert een gemeenschappelijk beleid voor onderzoek en innovatie. Doel is het vergroten van het Europese concurrentievermogen. Europa moet een dynamische en concurrerende kenniseconomie worden. Daarnaast moet het beleid bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen, zoals de klimaatverandering.

15.

Regionaal beleid

Hoewel de Europese Unie één van de rijkste delen van de wereld is, zijn er grote welvaartsverschillen tussen de regio's in Europa. Vooral in de zuidelijke en oostelijke landen zijn arme regio's. De Europese Unie heeft voor het bevorderen van de economie in zwakke regio's binnen haar lidstaten verschillende fondsen opgezet. Het geld daaruit wordt gebruikt om het verschil in welvaart tussen de regio's te verkleinen. De fondsen richten zich met name op de ontwikkeling van de infrastructuur (zoals wegen en spoorwegen) en de werkgelegenheid.

16.

Telecommunicatie

Het beleid voor Telecommunicatie maakt deel uit van het Europese beleid ter bevordering van de Informatiemaatschappij. Binnen dit beleid heeft de Europese Unie zichzelf ten doel gesteld om de ontwikkeling en verspreiding van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën te bevorderen. Voor de Europese burgers betekent dit dat de EU initiatieven steunt die het gebruik van deze nieuwe technologieën niet alleen gemakkelijker maken, maar vooral ook voor iedereen betaalbaar houden.

17.

Vervoer

De Europese regelgeving op het terrein van vervoer is er onder andere op gericht om het internationale vervoer binnen de Europese Unie te bevorderen.

De vervoerssector van de Europese Unie is een belangrijke sector: het transport draagt voor ongeveer 7 procent bij aan het Europese BNP. De vraag naar vervoer neemt elk jaar met gemiddeld 2 à 3 procent toe.

Delen

enveloppe

Terug naar boven