Relatie EU-Iran

Moskee in Iran

Het Europees Parlement is bezorgd over de schendingen van burgerrechten en politieke vrijheid in Iran en heeft Iran herhaaldelijk opgeroepen zich te houden aan de internationale mensenrechtenverdragen. Voorbeelden van schendingen waren het op grote schaal vastzetten van mensen, rechtzaken waarbij grote groepen mensen tegelijkertijd terecht stonden en het niet erkennen van het recht op vreedzaam protesteren.

Op 12 juni 2009 werden in Iran presidentsverkiezingen gehouden. De zittende president Mahmoud Ahmadinejad werd herkozen met een meerderheid van 64 procent van de stemmen. Naar aanleiding van de verkiezingsuitslag werden demonstraties gehouden door aanhangers van presidentskandidaat Musavi, die de uitslag betwistte en de winnaar beschuldigde van fraude.

Daarnaast bestaan er al geruime tijd zorgen over het nucleaire programma van Iran. In juli 2010 legde de EU daarom opnieuw sancties op aan Iran, om het land te dwingen tot onderhandelingen over het kernprogramma. Europese bedrijven mogen bijna niets meer leveren dat te maken heeft met olie of gas, zoals benzine, diesel of kerosine. Ook voor handelaren en banken gelden er beperkingen. In december 2011 werden de sancties verscherpt, nadat de Iraanse autoriteiten geen bescherming boden aan de Britse ambassade in Teheran toen betogers die aanvielen.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Democratie

Hoewel de president en parlementsleden op democratische wijze worden gekozen, is er in Iran sprake van een slecht functionerende democratie. Een onvolmaakte democratie is beter dan geen democratie, maar wanneer 30% van de kandidaten bij voorbaat wordt uitgesloten is er veel mis.

Het Europees Parlement maakt zich zorgen over de beperkte democratische mogelijkheden in Iran. Zo bestaan er grote problemen rond de Iraanse rechtsstaat en is het slecht gesteld met de persvrijheid in het land. Iran is dan ook terug te vinden in de onderste regionen van de World Press Freedom Index. Onderdrukking van maatschappelijke organisaties maakt het daarnaast vrijwel onmogelijk om politieke partijen of belangenorganisaties op te richten.

Na de herverkiezing van president Ahmadinejad bij de verkiezingen op 12 juni 2009 gingen aanhangers van presidentskandidaat Musavi de straat op om te protesteren. Musavi beschuldigde de regering van verkiezingsfraude.

Hans-Gert Pöttering, toenmalig voorzitter van het Europees Parlement,  uitte op 16 juni 2009 zijn bezorgdheid over het toenemende geweld na de presidentsverkiezingen en over de arrestaties van demonstranten. Pöttering wees erop dat geweld geen oplossing is en dat de vrijheid van meningsuiting en het recht om te demonstreren grondrechten zijn die de Europese Unie uitdraagt. Eerder al toonden ook de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU zich bezorgd over het geweld tegen vreedzame demonstranten.

Op 19 juni verscheen een brief van de Iraanse minister van Binnenlandse Zaken aan ayatollah Khamenei op het internet, gestuurd op de dag van de verkiezingen in Iran, waaruit blijkt dat er fraude is gepleegd bij de verkiezingen. De verkiezingsuitslagen die in de brief worden genoemd geven aan dat zittende president Ahmadinejad minder stemmen ontving dan twee oppositiekandidaten. De Iraanse regering stelt dat de brief vals is. De brief werd aangeboden aan enkele Europarlementariërs, waaronder Daniel Cohn-Bendit, covoorzitter van de fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie.

Tsjechië (tot 1 juli 2009 EU-voorzitter) zei te hopen dat de uitkomst van de presidentsverkiezingen zou leiden tot een hervatting van de nucleaire dialoog. De EU hoopte dat de nieuwe Iraanse regering "haar verantwoordelijkheid zal nemen ten opzichte van de internationale gemeenschap en dat ze haar internationale verplichtingen zal respecteren''.

2.

Kernenergieprogramma

Het Europees Parlement betreurt het feit dat Iran nog niet heeft voldaan aan zijn internationale verplichtingen om te stoppen met de verrijking en opwerking van uranium. Uiteraard mag Iran streven naar het winnen van kernenergie, zolang dit in het kader van een civiel (niet-militair) programma plaatsvindt. Hiervoor kan Iran zelfs rekenen op steun uit de Europese Unie.

De Europese Unie en de Verenigde Staten vrezen echter dat Iran bezig is een kernwapen te ontwikkelen. Europarlementariër Bas Belder (SGP) noemt het Iraanse nucleaire programma "een zeer ernstige bedreiging van de veiligheid" en riep de internationale gemeenschap op om overeenkomstig te handelen.

In mei 2010 bereikte Iran met Turkije en Brazilië een overeenkomst over het Iraanse nucleaire programma. Volgens deze overeenkomst laat Iran 1,2 ton laagverrijkt uranium in Turkije opwerken. In ruil daarvoor krijgt Iran hoogverrijkte nucleaire brandstof. Deze zou bedoeld zijn voor een medische onderzoeksreactor in Iran. De Europese Unie en de verenigde Staten hebben daar hun twijfels over omdat Iran ook zelf laagverrijkt uranium blijft opwerken.

Op 17 juni 2010 hebben de Europese staatshoofden en regeringsleiders besloten nieuwe sancties tegen Iran af te kondigen. De EU-ministers van buitenlandse zaken moeten de maatregelen gaan vaststellen. De sancties tegen Iran moeten erop gericht zijn om de handel in producten die eventueel zouden kunnen worden gebruikt voor het nucleaire programma van Iran, tegen te gaan. Verder zouden Iraanse tegoeden in het buitenland kunnen worden bevroren en beperkingen worden opgelegd tegen Iraanse transporteurs. De sancties moeten zoveel mogelijk het Iraanse regime treffen zodat de bevolking grotendeels gespaard wordt. Door deze maatregelen moet het Iraanse nucleaire programma tot stilstaan worden gebracht. De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad waarschuwde dat de nieuwe sancties geen effect zullen hebben.

In juli 2010 kreeg Iran zware sancties opgelegd die ook gevolgen hebben voor Europese bedrijven. Zo mogen er geen nieuwe investeringen worden gedaan in Iraanse olievelden, door bijvoorbeeld Shell. Kort na het besluit gaf Iran in een brief aan het Internationale Atoom Energie Agentschap (IAEA) aan dat het opnieuw wil praten over een ruil van verrijkt uranium.

Een inspectietour waarin de Iraanse regering in januari 2011 diplomaten rondleidde langs enkele nucleaire installaties in het land, kon de internationale gemeenschap niet op andere gedachten brengen. Amerikaanse, Britse, Franse en Duitse vertegenwoordigers waren niet uitgenodigd om aan het bezoek deel te nemen. EU-voorzitter Hongarije was wel uitgenodigd, maar liet, evenals Rusland en China, weten niet aan de rondleiding deel te nemen. Volgens de EU is het namelijk het IAEA die dit soort inspecties moet uitvoeren, en niet vertegenwoordigers van afzonderlijke landen.

3.

Mensenrechten

Het Europees Parlement is zeer bezorgd over de verslechtering van de mensenrechtensituatie in Iran sinds 2005, en doet een beroep op de Iraanse autoriteiten om hun internationale verplichtingen op dit gebied na te komen. Het Iraanse beleid inzake doodvonnissen en executies wordt scherp veroordeeld.

Parlementsleden zijn geschokt over het uitvoeren van de doodstraf en het voltrekken van executies bij minderjarigen. Het Parlement maakt zich vooral zorgen over de burgerrechten en politieke vrijheden van Iraniërs. D66-Europarlementariër Marietje Schaake: "Door het kritiek leveren op mijn regering, heb ik mijn verkiezingen gewonnen. Jonge vrouwen die hetzelfde zouden doen in Iran zouden worden gearresteerd, geslagen en verkracht".

Het Parlement heeft er bij de Iraanse autoriteiten op aangedrongen zich te houden aan de internationaal erkende juridische garanties met betrekking tot minderjarigen, zoals het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

Verder veroordeelt het Parlement de gewelddadige onderdrukking van politieke tegenstanders, mensenrechtenactivisten, journalisten, webloggers, leraren, intellectuelen, vrouwen, studenten, vakbonden en personen die tot een godsdienstige, etnische, taalkundige of andere minderheid behoren. In januari 2009 riep het Parlement Iran in een resolutie op om mensenrechtenschendingen tegen te gaan.

Sinds de protesten tegen de verkiezingsuitslag in 2009, wordt nog harder opgetreden tegen de Iraanse oppositie. Veel oppositieleden en burgers krijgen te maken met intimidatie en geweld. Daarnaast wordt de doodstraf vaker gebruikt dan voorheen. Volgens EU-buitenlandchef Catherine Ashton zal de EU zich blijven uitspreken voor de rechten van Iraanse burgers.

Toen in februari 2011 de Nederlands-Iraanse Zahra Bahrami ter dood werd gebracht, protesteerde de EU hiertegen. Bahrami was ter dood veroordeeld wegens drugssmokkel. Omdat zij van Iraanse afkomst was, stond Iran niet toe dat zij juridische hulp vanuit Nederland kreeg. Voorzitter Buzek van het Europees Parlement noemde de terechtstelling van Bahrami "een laffe daad van juridische willekeur." Vertegenwoordigers van de EU en EU-lidstaten boycotten bijeenkomsten ter gelegenheid van de 32e verjaardag van de Iraanse revolutie, twee weken na de executie van Bahrami.

Mede naar aanleiding van de zaak rond Bahrami besloten de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU in maart 2011 om sancties op te leggen aan Iraniërs die direct betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen in Iran. De 32 personen die op de 'zwarte lijst' van de EU staan, kunnen niet meer naar Europa reizen, en hun tegoeden bij Europese banken zullen worden bevroren.

4.

Betrekkingen met Iran

In een toespraak voor het Europees Parlement benadrukte Javier Solana, toenmalig Vertegenwoordiger voor het Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de EU, de noodzaak voor de EU om zich sterk te blijven maken voor een dialoog met Iran. De rol van Iran als belangrijkste land in de regio is niet te onderschatten. Zo is Iran het enige land in de regio dat niet instemt met de oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict die voorziet in een Palestijnse én een Israëlische staat.

Iran draagt bij aan de instabiliteit in Libanon en het Midden-Oosten als geheel door het leveren van wapens aan groeperingen als Hamas en Hezbollah. In september 2009 veroordeelde de EU een toespraak van Ahmadinejad waarin hij de Holocaust ontkende en een voorwendsel noemde om het bestaan van Israël te rechtvaardigen.

Volgens de Europarlementariërs hangt de mogelijke toekomstige sluiting van een samenwerkings- en handelsovereenkomst tussen de EU en Iran af van een aanzienlijke verbetering van de situatie van de mensenrechten in Iran, van de volledige samenwerking van Iran met het IAEA en van het bieden van objectieve garanties ten aanzien van het vreedzame karakter van zijn kernenergieprogramma. 

Op 23 januari 2012 werd bekend dat de EU de sancties tegen Iran gaat aanscherpen en vanaf 1 juli 2012 een olieboycot zal invoeren. De eurolanden zullen ook de Iraanse centrale bank sancties opleggen. Het verbod gaat pas op 1 juli in om contracten tussen Iran en de EU uit te kunnen dienen en contracten met andere landen aan te kunnen gaan.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de relatie tussen de Europese Unie en Iran, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.

Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

5.

Meer informatie