Het Europees Parlement stemde in januari 2008 met overweldigende meerderheid in met een EU-strategie voor de rechten van het kind. Voorstellen over onder andere de strijd tegen pedofilie op internet, sekstoerisme en kinderarbeid kregen brede steun in het Parlement. Met deze steun sprak het Parlement zich uit tegen alle vormen van geweld tegen kinderen en vroeg het om een speciale begrotingspost voor de uitvoering van de Europese strategie voor de rechten van het kind. In het Verdrag van Lissabon, dat op 1 december 2009 in werking trad, werd op de doelstellingen ter bevordering en bescherming van de rechten van het kind opnieuw grote nadruk gelegd.
De Europese strategie voor de rechten van het kind moet het mogelijk maken om wereldwijd op te komen voor de rechten van kinderen. Dat dat nodig is, blijkt uit cijfers van de Europese Commissie:
-
-een op de drie mensen in de wereld is kind (jonger dan achttien jaar)
-
-95% van de kinderen die voor hun vijfde overlijden, woont in ontwikkelingslanden
-
-een derde van alle kinderen is ondervoed
-
-jaarlijks worden 1,2 miljoen kinderen het slachtoffer van mensenhandel
-
-5,7 miljoen kinderen werken onder erbarmelijke omstandigheden
-
-ongeveer een miljoen tieners raken elk jaar besmet met het HIV-virus
De leden van het Europees Parlement ondersteunen binnen de Europese Strategie de ontwikkeling van technische maatregelen om de verspreiding van pedofiel materiaal via internet te bestrijden. Zij willen daar internetproviders, zoekmachinebedrijven en zelfs banken en wisselkantoren bij betrekken.
Daarnaast wil het Parlement kinderen beschermen tegen geweld op internet door de regels over de verspreiding van schadelijke materiaal via internet, multimedia messaging services (MMS) en de verkoop van gewelddadige videospellen aan te scherpen. Het Parlement stelt voor daarvoor een uniform systeem voor classificering en etikettering op te zetten. Kinderen zelf moeten via een speciale website beter worden geïnformeerd over hun rechten op internet en de schadelijke kanten van de nieuwe media.
Het Europees Parlement heeft tevens de ontwikkeling van een waarschuwingssysteem voor kinderontvoeringen goedgekeurd en steunt het idee van de Commissie om een kinderhulptelefoonlijn in het leven te roepen. Het Parlement wil hiernaast een Europese strategie ontwikkelen om te komen tot één stelsel van internationale strafwetten om kindersekstoerisme aan te pakken dat van kracht is in de hele EU.
Omdat ook kinderarbeid nog steeds een groot probleem is, zet het Parlement zich in om een wetgeving te ontwikkelen die de vervolging mogelijk maakt van bedrijven in Europa die gebruik maken van kinderarbeid. Het Parlement heeft de Europese Commissie zodoende gevraagd de productielijnen te controleren. In de zomer van 2009 zou de Europese Commissie een rapport presenteren over mogelijke handelsmaatregelen tegen producten die met kinderarbeid zijn gemaakt. Dit is echter nog niet gebeurd.
Wel stemde het Europees Parlement in juni 2011 in met het instellen van een Europees meldpunt voor kinderarbeid. Burgers die een bedrijf verdenken van het gebruik van kinderarbeid kunnen dit bij het meldpunt doorgeven. Bedrijven die inderdaad gebruik blijken te maken van kinderarbeid zullen geholpen worden om kinderarbeid uit hun productieketen te bannen.
Alle rechten die zijn vastgesteld in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens gelden ook voor kinderen. Daarnaast bestaan er voor kinderen speciale rechten zoals het recht op onderwijs of het recht om contact te onderhouden met beide ouders. Uitgaande van het recht van elk kind op een familie, wil het Europees Parlement betere Europese regelgeving voor adoptie faciliteren. Ten slotte onderstreept het Parlement dat de EU moet toetreden tot de Conventies van het Kind van de Raad van Europa en de Verenigde Naties.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de nieuwe regelgeving voor bestrijdingsmiddelen, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
Een Europese aanpak van kinderrechten is effectiever dan een nationale aanpak
Men kan zich afvragen of de EU zich wel met kinderrechten moet bezighouden. Enerzijds houden internationale organisaties als de Raad van Europa en de VN zich al met kinderrechten bezig, anderzijds kan men zeggen dat dit een bevoegdheid voor ieder land afzonderlijk is. De Europese Commissie zegt hierover dat gezamenlijk optreden van de EU-lidstaten meerwaarde heeft. De EU heeft zoveel aanzien en invloed in de wereld, dat het de rechten van kinderen hoog op de internationale agenda kan plaatsen, iets wat nationale overheden veel minder kunnen. Daarom is ook Nederland een groot voorstander van het bevorderen van de rechten van kinderen op Europees niveau.
-
Kinderarbeid hoeft niet in alle gevallen afgekeurd te worden
Vaak wordt opgeroepen kinderarbeid af te schaffen. Er wordt echter ook wel beweerd, dat kinderarbeid in arme landen een zinvolle bijdrage aan de economie levert. Het is misschien niet reëel om te verwachten dat alle kinderen in ontwikkelingslanden naar school gaan. Zolang kinderarbeid niet onder erbarmelijke omstandigheden plaatsvindt, kan het een belangrijke bijdrage leveren aan het gezinsinkomen.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.
