Al enkele jaren trekken de Europese Commissie en het Europees Parlement zich het lot van de Roma, ook wel zigeuners genoemd, aan. Zo heeft het Europees Parlement sinds 2005 verschillende resoluties aangenomen om de positie van de Roma in de Europese Unie te verbeteren. Ook de Europese Commissie komt telkens met nieuwe initiatieven om de discriminatie van deze minderheid aan te pakken en de 'inclusie van de Roma' te bevorderen.
Uitgangspunt is dat deze inclusie een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid is van de EU-lidstaten en de EU-instellingen. De Europese Commissie spant dan ook regelmatig rechtszaken aan tegen lidstaten om er voor te zorgen dat nationale wetgeving op de juiste wijze wordt aangepast om discriminatie op grond van ras te verbieden.
In de zomer van 2010 kwam de positie van de Roma prominent in de actualiteit nadat Frankrijk een begin maakte met de uitzetting van illegale Roma. De regeringsleiders van de EU-lidstaten stelden in juni 2011 een kader vast voor nationale strategieën voor de integratie van Roma. Daarmee moet een einde komen aan de eeuwenlange uitsluiting van Roma. De lidstaten moeten de strategie uitvoeren, de Europese Commissie zal hierop toezicht houden.
Tijdens een debat met het Europees Parlement in 2008 zegde toenmalig Europees commissaris Benita Ferrero-Waldner (Buitenlandse Betrekkingen) een forum toe waarin de lidstaten op hoog niveau met vertegenwoordigers van de Roma zouden gaan praten over de integratie. Ook zou er meer aandacht komen voor de scholing van kinderen en tenslotte zou de Europese Commissie met een strategie komen voor de bestrijding van discriminatie in de Europese Unie.
De Nederlandse ex-Europarlementariër Jan Marinus Wiersma had dit debat uitgelokt omdat naar zijn oordeel de Europese Commissie op dat moment nog te weinig deed. Wiersma's ongerustheid werd ingegeven door de positie van de Roma in de nieuwe Oost-Europese lidstaten. Discriminatie van Roma kwam in die landen veelvuldig voor. Ook werden de toezeggingen die de nieuwe lidstaten bij de toetreding hadden gedaan om discriminatie aan te pakken, niet nagekomen.
In 2010 ontvouwde de Europese Commissie een ambitieus middellangetermijnprogramma om de belangrijkste problemen rond de Roma aan te pakken. Dit programma omvat onder andere een bijdrage van de structuurfondsen ter bevordering van de integratie van de Roma en het voornemen om bij alle relevante beleidsterreinen zowel op nationaal als op EU-niveau, rekening te houden met de Roma-problematiek.
Met als doel het programma van de Europese Commissie verder te beïnvloeden, heeft het Europees Parlement op 9 maart 2011 een resolutie aangenomen waarin het oproept tot betere bescherming van fundamentele mensenrechten en betere besteding van Europese fondsen ten behoeve van sociale inclusie van de Roma. De Europarlementariërs willen onder andere Europese minimumstandaarden vastleggen voor onderwijs, werkgelegenheid, huisvesting en gezondheidszorg. Het Parlement benadrukt hierbij het belang van de inzet van lokale, nationale en Europese autoriteiten.
Op 5 april presenteerde de Europese Commissie het 'Europees kader voor nationale strategieën voor integratie van de Roma.' Elke lidstaat wordt hierin verplicht om een nationale strategie op te stellen voor de integratie van Roma binnen de eigen landsgrenzen. Binnen het kader zal worden gewerkt aan de verbetering van de positie van de Roma in EU-lidstaten, maar ook in de landen waarmee toetredingsonderhandelingen lopen. Het overgrote deel van het Europees Parlement was tevreden met het nieuwe programma, maar enkele organisaties van Roma-activisten gaven aan dat het kader wat hen betreft lang niet dwingend genoeg is.
De Roma zijn een groep van 10 tot 12 miljoen personen, net zo veel als de bevolking van een land als België of Griekenland. Roma en de aanverwante Sinti zijn van oorsprong nomadische groepen die naar wordt aangenomen eeuwen geleden vanuit India naar Europa trokken. Vanwege hun eigenzinnige nomadische levensstijl zijn zij even zo vele eeuwen vervolgd en gediscrimineerd op het Europese continent. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er door de Duitsers behalve op de joden ook actief jacht gemaakt op de Roma en verdwenen de opgepakte leden van deze minderheid in concentratiekampen. Naar schatting een miljoen Roma hebben deze periode niet overleefd.
Roma en Sinti werden bestempeld als 'heidenen', 'zigeuners' of 'woonwagenbewoners'. Zij waren voor de buitenwereld geen duidelijk te omschrijven minderheid. Zij waren nergens echt welkom, wat veel te maken had met het onvermogen zich aan te passen aan de burgerlijke cultuur van de gastregio.
Het nomadisch bestaan, hun taal, een ander voorkomen, maar ook het ontbreken van een schriftelijke traditie stonden een soepele integratie in de weg. Doordat de communicatie hoofdzakelijk mondeling verliep evenals de opvoeding van de kinderen was en is het percentage analfabeten onder deze groepen erg groot. En dat analfabetisme voedde weer het vooroordeel van domme mensen die meestal werkloos zijn en zich vaak met criminaliteit bezig houden.
In de zomer van 2010 komt de positie van de Roma opnieuw in de actualiteit. Frankrijk maakt een begin met de uitzetting van illegale Roma, ondanks kritiek uit het buitenland en verzet uit de nationale gelederen. De Europese Commissie heeft bepaald dat lidstaten mogen besluiten om Roma uit te zetten, maar alleen op individuele basis en rekening houdend met het proportionaliteitsbeginsel uit het EG-verdrag.
Ondertussen heeft het Europees Parlement op 9 september 2010 een resolutie aangenomen waarin het zegt "ernstig verontrust" te zijn over de maatregelen die de Franse autoriteiten hebben genomen tegen de Roma en benadrukt dat het vindt dat de massa-uitzettingen het EU-recht schenden. Het Parlement verklaarde dat de EU-wetgeving over vrij verkeer stelt dat "het gebrek aan economische middelen in geen geval automatische verwijdering van EU-burgers rechtvaardigt". Het verzoekt de Franse autoriteiten met klem onmiddellijk alle uitzettingen van Roma op te schorten.
Op 14 september 2010 kondigde Europees Commissaris Viviane Reding (Justitie en burgerrechten) aan dat een procedure bij het Europees Hof van justitie tegen Frankrijk wordt gestart vanwege het uitzettingsbeleid. Later liet zij weten dat de Franse regering tot 15 oktober verbeteringen mag aandragen om dat te voorkomen. Het Franse beleid schendt volgens de eurocommissaris de regels van het vrij verkeer van personen en het handvest van de grondrechten, dat ook Frankrijk ondertekend heeft. Zij maakte in haar verklaring in september de opmerking dat uitzetting van mensen op basis van een bepaalde etniciteit een situatie oplevert waarvan zij had gedacht dat Europa dat niet meer zou meemaken na de Tweede Wereldoorlog.
Deze uitspraak heeft ze later weer ingetrokken. Ook noemde zij het Franse beleid 'een schande'. Deze harde bewoordingen leidden tot scherpe reacties van de Fransen. President Sarkozy haalde in een persconferentie na afloop van de Europese top, die gedomineerd werd door de Roma-rel, fel uit naar Eurocommissaris Reding. Hij noemde de woorden van Reding 'smerig' en zei dat het Franse volk zich niet 'kon laten vernederen'. Het merendeel van de regeringsleiders steunden Sarkozy, die daarmee ingingen tegen het standpunt van de Commissie en de voorzitter Barroso.
Op 15 oktober 2010 liet de Franse regering weten dat Frankrijk zijn nationale wetgeving aanpast aan de Europese regels over het vrije verkeer van personen. Ook wordt de Fransen wetgeving getoetst aan de regels tegen discriminatie. Als reactie hierop liet de Europese Commissaris Reding op 19 oktober 2010 weten af te zien van verdere stappen tegen de Franse overheid.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de positie van Roma, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
De EU moet de Roma beschermen tegen uitzetting door Frankrijk
De EU moet de Roma beschermen tegen het harde optreden van Frankrijk bij de uitzetting van zevenhonderd Roma naar Roemenië en Bulgarije.
-
Europa moet er rekening mee houden hoe de Roma zelf hun situatie willen verbeteren
Europa moet ervoor waken de problemen met de Roma aan te pakken zonder rekening te houden met de geschiedenis van deze minderheid. De Roma moeten eerst zelf aangeven wat zij als de beste weg zien om hun vooruitzichten te verbeteren.
-
Justitie en politie moeten de vooroordelen onder het personeel tegen Roma wegnemen
Justitie en politie moeten zich meer inspannen om de vooroordelen onder het personeel tegen Roma weg te nemen en zo het onderlinge wantrouwen te verminderen.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.
De door het Europees Parlement aangenomen resoluties
- de situatie van de Roma in de Europese Unie (28 april 2005)
- de situatie van de Roma-vrouwen in de Europese Unie (1 juni 2006)
- het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (15 november 2007)
- een Europese strategie voor de Roma (31 januari 2008)
- de telling van de Roma op grond van etniciteit in Italië (10 juli 2008)
- de sociale situatie van de Roma en de verbetering van hun toegang tot de arbeidsmarkt in de EU (11 maart 2009).
