Toetreding Montenegro tot de Europese Unie

Geografische ligging Montenegro

Montenegro is sinds 17 december 2010 kandidaat-lidstaat van de EU. In juni 2004 werd Servië-Montenegro, het land waarvan Montenegro op dat moment deel uitmaakte, potentieel kandidaat-lidstaat. Direct nadat Montenegro zich in juni 2006 van Servië onafhankelijk had verklaard, werden de onderhandelingen over het kandidaat-lidmaatschap van de EU gestart. In december 2008 vroeg de regering van Montenegro officieel het lidmaatschap van de Europese Unie aan. 

De Europese Commissie adviseerde in november 2010 Montenegro de status van kandidaat-lidstaat toe te kennen, indien op een aantal essentiële terreinen verdere voortgang zou worden geboekt. In december 2010 heeft de Raad dit besluit overgenomen.

Op 15 oktober 2007 werd al het Stabilisatie en Associatie-akkoord getekend. Dit akkoord trad op 1 mei 2010 in werking. Doordat de officiële toetredingsonderhandelingen pas gestart worden als het als Stabilisatie en Associatie-akkoord voldoende geïmplementeerd is, duurde het nog tot juni 2012 voordat de formele toetredingsgesprekken van start gingen.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

In vogelvlucht

In 1999 stelde de Europese Unie voor om met Servië-Montenegro, Bosnië-Herzegovina, Albanië, Kroatië en Macedonië een Stabilisatie- en Associatie-proces te beginnen om deze landen op termijn voor te bereiden op het EU-lidmaatschap. Onder dit samenwerkingsverband met de Unie werd in november 2000 een voorkeursbeleid met betrekking tot de handel met deze landen ingesteld, waardoor de meeste producten zonder importheffingen kunnen worden ingevoerd in de EU.

In november 2000 verklaarde Servië-Montenegro zich bereid om de gestelde hervormingen in het licht van de Europese integratie te implementeren en ontving het land de status van potentiële EU-kandidaat. Vanaf juli 2001 werd financiële hulp verstrekt onder het CARDS programma en begonnen de gesprekken met de Consultation Task Force (CTF) ter ondersteuning van de politieke en economische hervormingen.

Vanaf oktober 2004 onderhandelde de EU met Servië-Montenegro over een Stabilisatie- en Associatie-akkoord. Deze onderhandelingen werden in mei 2006 opgeschort omdat het land niet voldoende zou meewerken met het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. Nadat Montenegro zich op 3 juni 2006 onafhankelijk verklaarde van Servië, gaf de Raad van Ministers aan de onderhandelingen over het akkoord met een soeverein Montenegro te willen voortzetten. De besprekingen werden in september 2006 heropend.

Op 26 september 2006 gaf de Europese Commissie een positief advies over het verzoek van Montenegro om kandidaat-lidstaat van de Europese Unie te worden. Montenegro werd zowel getoetst op het voldoen aan de algemene toetredingscriteria als aan de voorwaarden in het Stabilisatie- en Associatie-akkoord.

De technische onderhandelingen werden al in december 2006 afgerond, waardoor ondertekening van het Stabilisatie- en Associatie-akkoord op 15 maart 2007 in gang kon worden gezet door de toenmalige Montenegrijnse minister-president Sturanovic en Eurocommissaris van Uitbreiding, destijds Olli Rehn.

Sinds het Montenegrijnse parlement op 19 oktober 2007 een nieuwe grondwet in lijn met de Europese gestelde normen heeft aangenomen, is Europese integratie één van de hoofddoelen van het land geworden. Met de nieuwe grondwet in het vooruitzicht was enkele dagen eerder al het Stabilisatie- en Associatie-akkoord met Montenegro ondertekend. Wetende dat het land het openbaar bestuur moest versterken om aan de voorwaarden van het akkoord te kunnen voldoen, stelde de Montenegrijnse regering een actieplan op en begon het aan de voorbereidingen voor de implementatie van het akkoord.

In december 2010 besloot de Europese Raad dat Montenegro de status van kandidaat-lidstaat krijgt. Het Europees Parlement liet weten het  besluit van de Raad te verwelkomen. Ondanks de grote vorderingen die Montenegro vervolgens maakte, uitten zowel de Raad als het Parlement hun bezorgdheid over de blijvende corruptie, georganiseerde misdaad, discriminatie en beteugeling van de mediavrijheid. 

In mei 2012 keurde de Europese Commissie het Montenegro-Lenterapport goed. In dit rapport werd gesteld dat Montenegro verdere voortgang had geboekt op het gebied van rechtsstaat en mensenrechten en in de aanpak van corruptie en georganiseerde misdaad. In juni 2012 werden vervolgens de verdere toetredingsgesprekken officieel geopend. De EU eiste wel dat Montenegro zich ook tijdens de officiële onderhandelingen zou blijven inzetten tegen corruptie en georganiseerde misdaad in het land.

Voortgangsrapporten

Al voordat de toetredingsonderhandelingen met Montenegro in juni 2012 werden geopend, merkte de Europese Commissie op dat het land veel vooruitgang boekte bij het opzetten van een degelijk openbaar bestuur en in het verwezenlijken van een goed functionerende markteconomie. Op basis van deze resultaten besloot de Europese Commissie de toetredingsonderhandelingen officieel te openen. Wel merkten de Europese Commissie en het Europees Parlement destijds op dat op het gebied van corruptiebestrijding, de aanpak van de georganiseerde misdaad en de mediavrijheid nog vorderingen moesten worden gemaakt.

Uit het voortgangsrapport van 2014 blijkt dat Montenegro op deze gebieden nog nauwelijks voortgang had geboekt. De onafhankelijkheid van de rechterlijke macht blijft een probleem. Volgens de Europese Commissie moet de rechterlijke macht in Montenegro verder ontwikkeld worden, ook om de corruptie en georganiseerde misdaad in het land terug te dringen. 

Ook de onafhankelijkheid van de media blijft de Europese Commissie zorgen baren. Naar aanleiding van aanvallen op journalisten in 2013 is er een commissie aangesteld die dit geweld moet onderzoeken. De aanbevelingen die deze commissie heeft gedaan, waren in 2014 echter nog niet volledig opgepakt door de autoriteiten. Tot slot wil de Europese Commissie dat het misbruik van publieke fondsen voor partijpolitieke doelen wordt aangepakt 

Tot op heden zijn door de EU twee hoofdstukken in de toetredingsonderhandelingen afgesloten, op het gebied van wetenschap en onderzoek en op het terrein van onderwijs en cultuur. Er zijn onderhandelingen geopend over een aantal andere hoofdstukken. De beperkte administratieve capaciteit van het land zal echter versterkt moeten worden om een effectieve implementatie van de EU wetgeving te kunnen garanderen. In totaal zal Montenegro aan 35 hoofdstukken moeten voldoen. 

Regionale vrijhandelszone

Op 19 december 2006 is het CEFTA-akkoord ondertekend. Dit vrijhandelsakkoord is in de loop van 2007 in werking getreden. De CEFTA bestaat uit Servië, Montenegro, Bosnië-Herzegovina, Albanië, Kroatië, Macedonië, Moldavië en, namens Kosovo, de UNMIK. De vrijhandelszone heeft als doel het handelsvolume van de regionale markt te vergroten en de regio aantrekkelijk te maken als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven en andere investeerders.

2.

Relatie Europese Unie en Montenegro

Gesprekken tussen de EU en Montenegro vinden plaats via een Europees Partnerschap, dat de taak heeft de politieke en technische dialoog tussen Montenegro en de Unie te bevorderen. De EU geeft via dit samenwerkingsverband steun en begeleiding aan de Montenegrijnse autoriteiten bij de politieke en economische hervormingen in het land. In januari 2007 hebben de eerste gesprekken plaatsgevonden.

Ook komt de relatie tussen de Europese Unie en Montenegro tot uiting door de visavrijstelling voor Montenegrijnen die de EU bezoeken. Vanaf september 2007 was de procedure voor het verkrijgen van een visum al vergemakkelijkt voor bepaalde groepen Montenegrijnen. Doordat sinds december 2009 de visumverplichting compleet vervallen is (voor houders van een biometrisch paspoort), is reizen naar de EU nu nog gemakkelijker geworden.

Financiële steun vanuit de Europese Unie

Montenegro ontvangt sinds 1 januari 2007 financiële steun uit het fonds voor toetredingsondersteuning (IPA) van de Europese Unie. Voor het jaar 2007 keerde de Unie onder dit fonds een totaalbedrag van 31,4 miljoen euro uit aan het land. Ook in de jaren daarop zegde de EU verschillende malen financiële steun toe aan Balkanlanden die lid willen worden van de EU.

Handelsrelatie met de Europese Unie

De Europese Unie is de belangrijkste handelspartner van Montenegro. Door het voorkeursbeleid dat de EU in 2000 heeft ingesteld, kunnen de meeste Montenegrijnse producten worden ingevoerd zonder invoerheffingen.

3.

Belang toetreding Montenegro tot de Europese Unie

Voor het vormen van een Europese buitenlandse en veiligheidspolitiek is de toetreding van Montenegro van strategisch belang. Toetreding van Montenegro kan zorgen voor stabilisatie in de Zuidoost-Europese regio. Er wordt verwacht dat het risico van conflicten in de regio zal afnemen. Daarbij kan de toetreding van het land de kansen voor economische groei vergroten en belangrijke handels- en energieroutes tussen Montenegro en de EU veiligstellen.

4.

Meer informatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven