Tijdens het najaarsoverleg van 14 oktober 2003 sloot het tweede kabinet-Balkenende een akkoord met de sociale partners in de Stichting van de Arbeid over bevriezing van de lonen in 2004 en een 'tot nul naderende' loonstijging in 2005. Het Najaarsakkoord 2003 was in feite van tafel nadat het kabinet en de werknemersorganisaties het in het voorjaar van 2004 niet eens konden worden over vervroegde uittreding en pensionering.
In de loop van 2003 werd steeds duidelijker hoe slecht de Nederlandse economie ervoor stond. De loonkosten waren jarenlang sterker gestegen dan in de omringende landen, en het tweede kabinet-Balkenende koos voor een beleid met veel bezuinigingen en versoberingen in de gezondheidszorg, de sociale zekerheid en bij de VUT en prepensioenen.
Ook kondigde het kabinet aan de lonen in de collectieve sector te matigen en de uitkeringen hieraan te koppelen. Normaal gesproken stijgen de uitkeringen met het gemiddelde van de loongroei in de collectieve sector en de marktsector.
De vakbonden maakten bezwaar tegen het kabinetsbeleid, terwijl het kabinet de sociale partners ertoe wilde bewegen de lonen twee jaar te bevriezen. In de weken voor het najaarsoverleg voerde de FNV ook acties tegen het kabinetsbeleid. Deze acties waren weinig succesvol, onder meer omdat de bereidheid van leden om actie te voeren, achterbleef bij de verwachtingen van de vakbond.
In de aanloop naar het najaarsoverleg leek een patstelling te ontstaan tussen het kabinet en de sociale partners. Bij dit overleg tussen een kabinetsdelegatie en de Stichting van de Arbeid op 14 oktober 2003 kwam het echter verbazingwekkend snel tot een akkoord.
Op 14 oktober 2003 sprak een kabinetsdelegatie bestaande uit de ministers De Geus (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW) en Zalm (Financiën) om 12.00 uur op het ministerie van Financiën met de voorzitters De Waal en Schraven van de Stichting van de Arbeid. Tijdens dit overleg werd een voorakkoord gesloten waar het kabinet en de sociale partners later op de dag bij de Stichting van de Arbeid in het SER-gebouw, na enkele kleine aanpassingen, definitief mee akkoord gingen.
Op 3 november 2003 werd bekend dat een meerderheid van de FNV-leden in een ledenraadpleging voor goedkeuring van het akkoord had gestemd: ruim 56 procent van de 217.309 deelnemers stemde voor, bijna 42% stemde tegen.
De opkomst bij het ledenreferendum bedroeg slechts 18,1 procent. Bij de meeste aangesloten bonden bonden was er een meerderheid voor het akkoord (bijvoorbeeld 52 procent bij FNV Bondgenoten en 61 procent bij ABVAKABO). Bij de Kappersbond, FNV Horeca en FNV Bouw was een meerderheid tegen. Het definitieve ja-woord is op 17 november door de Federatieraad van de FNV gegeven. Ook het CNV is definitief akkoord gegaan..
Het CNV keurde het akkoord op 7 november 2003 goed.
Meer over...
Het kabinet en de sociale partners kwamen overeen dat de lonen in 2004 niet zullen stijgen en dat de loonstijging in 2005 moet 'naderen tot nul'.
In ruil voor de tweejarige loonmatiging is een aantal andere afspraken gemaakt.
VUT/prepensioen en levensloop
De fiscale subsidiëring van VUT- en prepensioenregelingen wordt niet in 2005 afgeschaft. In plaats daarvan trachten het kabinet en de Stichting van de Arbeid voor april 2004 overeenstemming te bereiken over het hele stelsel van VUT-, prepensioen- en levensloopregelingen. Een nieuw stelsel daarvoor moet per 1 januari 2006 worden ingevoerd.
Salarissen collectieve sector en koppeling
De salarisontwikkeling in de collectieve sector en de koppeling tussen lonen en uitkeringen worden vanaf 1 januari 2006 weer hersteld.
WW
-
-de korting op de WW-uitkering voor mensen die een ontslagvergoeding of aanvullende uitkering van hun ex-werkgever krijgen gaat niet door;
-
-de Sociaal-Economische Raad (SER) brengt voor 1 maart 2004 een 'zwaarwegend advies' uit over de WW. Voor die tijd dient het kabinet geen voorstellen in om de referte-eis te verzwaren en de kortdurende WW-uitkering af te schaffen. Dergelijke plannen maakten wel onderdeel uit van het hoofdlijnenakkoord (het regeerakkoord) van het tweede kabinet-Balkenende.
WAO/arbeidsongeschiktheidsregelingen
-
-de partnertoets voor de uitkering van gedeeltelijk arbeidsongeschikten zonder baan wordt niet ingevoerd;
-
-onder voorwaarde dat de insroom in de nieuwe regeling voor volledig duurzaam arbeidsongeschikten binnen de perken blijft en de sociale partners geen aanvullingen op de loondoorbetaling van 70% in het tweede ziektejaar verstrekken wordt in 2007 met terugwerkenden kracht vanaf 2006 de WAO-uitkering verhoogd met 5%-punt (van 0% naar 75%) en komt de premiedifferentiatie voor werkgevers te vervallen;
-
-de SER brengt in januari 2004 nader advies uit over het arbeidsongeschiktheidscriterium, de aangekondigde Extra Garantieregeling Beroepsrisicos (EGB), de positie van werknemers met een flexibele arbeidsrelatie en de positie van militairen;
Ziekenfondspremie
De overheid verstrekt in 2004 een extra rijksbijdrage van € 200 miljoen om de nominale ziekenfondspremie binnen de perken te houden.
Overig
Het akkoord bevat verder afspraken over jeugdwerkloosheid, regularisering van gesubsidieerde arbeid en de inschakeling van bijstandsgerechtigden gehandicapten en chronisch zieken.
De kabinetsinzet bij het najaarsoverleg van 14 oktober 2003 werd voorbereid door minister De Geus (Sociale zaken en Werkgelegenheid, SZW) en minister Zalm (Financiën). Andere betrokken bewindslieden waren:
Namens de Stichting van de Arbeid (STAR) waren de voorzitters Lodewijk de Waal (tevens FNV-voorzitter) en Jacques Schraven (tevens voorzitter van VNO-NCW) de belangrijkste betrokkenen.
Andere betrokkenen in de STAR waren de leden daarvan. De werkgeversleden van de STAR waren in oktober 2003:
-
-mr J.W. van den Braak (VNO-NCW)
-
-mr S.J.L. Nieuwsma (VNO-NCW)
-
-drs. A. van Delft (MKB-Nederland)
-
-G.J. (Gerard) Doornbos (voorzitter LTO-Nederland)
-
-drs. G.A.M. van der Grind (LTO-Nederland)
De werknemersleden van de STAR waren:
-
-mw. drs A.M. (Agnes) Jongerius (FNV)
-
-drs H.T. van der Kolk (FNV)
-
-mw. C.E. (Kitty) Roozemond (FNV)
-
-D. (Doekle) Terpstra (voorzitter CNV)
-
-R. van Splunder (CNV)
-
-A.H. Verhoeven (voorzitter Unie mhp)
-
-W.W. Muller (Unie mhp)
Naar aanleiding van het Najaarsakkoord is een concept-verklaring opgesteld door de STAR met als ondertekenaars de voorzitters van de sociale partners: Jacques Schraven, Lodewijk de Waal, Loek Hermans, Doekle Terpstra, Gerard Doornbos en A.H. Verhoeven.
De bedoeling van het Najaarsakkoord 2003 is om, in navolging van het Akkoord van Wassenaar uit 1982, door loonmatiging de internationale concurrentiepositie te herstellen en daarmee de economische groei en de werkgelegenheid te verbeteren.
Het Centraal Planbureau (CPB) maakte op 15 oktober 2003 de uitkomst bekend van een analyse van de effecten van loonmatiging in 2004 en 2005. Volgens het CPB leidt de loonmatiging in 2007 tot 35.000 extra banen. In deze CPB-doorrekening is echter geen rekening gehouden met de economische gevolgen van de concessies van het kabinet.
Meer over...
Tijdens het najaarsoverleg 2003 was afgesproken dat:
-
-de sociale partners zouden proberen een werkbaar arbeidsongeschiktheidscriterium voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten te formuleren. Als aannemelijk gemaakt zou kunnen worden dat de instroom in de nieuw te vormen regeling voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten hiermee onder de 25.000 mensen per jaar zou blijve, zou het kabinet dit criterium overnemen;
-
-in het voorjaar van 2004 verder gesproken zou worden over de VUT en het prepensioen.
In het voorjaar van 2004 kwam het kabinet de sociale partners bij de WAO wel op een aantal punten tegemoet, maar het nam het door de SER voorgestelde arbeidsongeschiktheidscriterium niet over. Volgens minister De Geus (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) hadden de sociale partners het criterium onvoldoende weten te operationaliseren. Ook bleek uit doorberekeningen dat er scenario's denkbaar waren waarin de instroom boven de 25.000 zou uitkomen.
Wekenlang werden verder pogingen gedaan om tot een akkoord over de VUT en het prepensioen te komen. Uiteindelijk wisten het kabinet en de werkgeversorganisaties tijdens het voorjaarsoverleg op 18 mei 2004 tot een akkoord te komen, maar de werknemersorganisaties zagen daar niets in. De FNV besloot daarop dit akkoord voorzien van een negatief stemadvies in een referendum aan de eigen leden (die prompt tegen het akkoord stemden) voor te leggen.
Aangezien de werknemersorganisaties tegen het voorjaarsakkoord waren kwam het Najaarsakkoord 2003 in feite te vervallen. De vakbonden wilden zich niet meer binden aan loonmatiging en het kabinet ging verdermet de uitwerking van de voorstellen op het gebied van VUT en prepensioen. Ook besloot het kabinet eind 2004 en in 2005 CAO-afspraken over loonstijgingen niet algemeen verbindend te verklaren.
