r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Laatste nieuws: 

Tweede Kamer

De Tweede Kamer is de rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging. Zij bestaat uit 150 leden. Medewetgeving en controle van het kabinet zijn de belangrijke taken van de Tweede Kamer.

De rol in het wetgevingsproces is dat de Tweede Kamer door de regering ingediende wetsvoorstellen moet goedkeuren. Maar de Kamer mag deze wetsvoorstellen ook wijzigen. Daarnaast heeft de Tweede Kamer het recht van initiatief: zij mag zelf wetsvoorstellen indienen.

Om de Tweede Kamer de gelegenheid te geven de regering te kunnen controleren zijn ministers verplicht alle informatie te geven waar de Tweede Kamer om vraagt. Ook hebben Tweede Kamerleden het recht vragen aan de bewindslieden te stellen, en kunnen ministers tijdens een interpellatie ter verantwoording worden geroepen. Een kabinet of bewindspersoon kan niet aanblijven zonder het vertrouwen van de Kamer te hebben.

Daarnaast heeft de Tweede Kamer een soort ombudsfunctie, mag het voordrachten doen voor enkele belangrijke functies, en speelt het een belangrijke rol bij de vorming van beleid. Door Kameruitspraken (moties) kan de Kamer de regering om iets verzoeken of een oordeel geven over het gevoerde beleid.

Bij haar werkzaamheden wordt de Kamer bijgestaan door een omvangrijke ambtelijke dienst, met aan het hoofd de griffier.

Delen

Inhoud

1.

De leden

Tweede Kamerleden zijn onze direct gekozen vertegenwoordigers. Zij controleren de regering en treden op als medewetgevers. Het Tweede Kamerlidmaatschap is sinds de jaren zeventig een fulltime baan. Anders dan vroeger bekleden leden dan ook geen andere hoofdfuncties. Vroeger werd het lidmaatschap soms gecombineerd met het burgemeester- of wethouderschap, met het lidmaatschap van Gedeputeerde Staten of met een bestuursfunctie bij vakbond, landbouw- of omroeporganisatie.

  • Huidige Tweede Kamer

    De VVD en de PvdA waren de grote winnaars van de verkiezingen van 12 september 2012. De VVD bleef na winst van tien zetels opnieuw de grootste partij en de PvdA won acht zetels. Winst was er ook voor D66 (+2) en SGP (+1), terwijl 50PLUS nieuw in de Kamer kwam met twee zetels.

  • Tweede Kamerleden 1814-heden

    Via dit menu kunt u uit de Tweede Kamerleden sedert 1815 selecteren, die voldoen aan de door u aan te geven voorwaarden, zoals periode, functie, geslacht, ministerie, politieke stroming.

2.

Functie en positie

  • Plaats in het staatsbestel

    De Tweede Kamer is de rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging. Het kabinet moet het vertrouwen genieten van een meerderheid van de Tweede Kamer; dit is het geval totdat het tegendeel blijkt, doordat bijvoorbeeld een motie van wantrouwen wordt aangenomen. De Tweede Kamer wordt, omdat ze rechtstreeks wordt gekozen en meer rechten heeft, belangrijker gevonden dan de Eerste Kamer, ook al zijn beide formeel gezien gelijkwaardig.

  • Onafhankelijkheid

    De Tweede Kamer is 'baas in eigen huis': zij bepaalt haar eigen agenda, regelt haar eigen vergaderorde, kiest haar eigen voorzitter, benoemt zelf personeel en stelt een eigen begroting op. De Grondwet garandeert tevens dat Kamerleden 'zonder last' kunnen stemmen en niet voor de rechter kunnen worden gesleept voor uitlatingen in Tweede Kamerverband.

  • Dualisme en monisme

    De trias politica vereist scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. In Nederland heeft het parlement, samen met de regering, wetgevende macht. Er is wel sprake van een dualistisch stelsel, want ministers en staatssecretarissen mogen geen lid van het parlement zijn.

3.

Rechten en Taken

  • (Mede)wetgeving

    De Tweede Kamer is medewetgever. Dat komt tot uiting in diverse parlementaire rechten. De Tweede Kamer stemt over alle wetsvoorstellen, bepaalt mede de tekst van wetsvoorstellen en Tweede Kamerleden kunnen zelf een wetsvoorstel indienen.

  • Controle

    Een belangrijke taak van de Tweede Kamer is het beoordelen van besluiten van het kabinet (en van individuele bewindspersonen). Bij die controlerende taak wordt gebruikgemaakt van het recht op inlichtingen, een recht dat ieder individueel Tweede Kamerlid heeft en dat is vastgelegd in de Grondwet.

  • Klachten van burgers

    Tweede Kamerleden zetten zich soms in voor individuele burgers. Burgers richten zich als ze door overheidsgedragingen in de knel komen vaak via brieven of e-mails tot een Kamerlid. Kamerleden weten als regel beter weg naar instanties dan burgers. Een probleem van een burger kan ook leiden tot het stellen van schriftelijke vragen.

  • Burgerinitiatief

    In Nederland bestaat de mogelijkheid om via een burgerinitiatief een onderwerp op de Tweede Kameragenda te plaatsen. Om deze onderwerpen op de agenda te krijgen moeten steunbetuigingen verzameld worden, en de onderwerpen moeten niet al door de Kamer besproken worden. De Tweede Kamer vergadert echter al over zoveel uiteenlopende onderwerpen dat dit moeilijk hard te maken is.

  • Voordrachten en benoemingen

    De Tweede Kamer heeft het recht om de Nationale ombudsman en diens plaatsvervanger, en de Kinderombudsman te kiezen. Daarnaast stelt de Kamer een voordracht op voor de benoeming van leden van de Algemene Rekenkamer, van de Hoge Raad der Nederlanden, alsmede van de leden van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Als regel wordt de eerstgenoemde van zo'n nominatie benoemd.

  • Vertrouwensregel

    De vertrouwensregel houdt in dat een minister, staatssecretaris of het kabinet als geheel moet aftreden als zij niet langer het vertrouwen genieten van het parlement (lees: de Tweede Kamer). De vertrouwensregel zegt dus niet dat bewindspersonen per se moeten aftreden als ze een fout hebben gemaakt.

  • Ministeriële verantwoordelijkheid

    De (politieke) ministeriële verantwoordelijkheid bestaat sinds de Grondwetsherziening van 1848, en houdt in dat ministers gezamenlijk en afzonderlijk verantwoording aan het parlement schuldig zijn voor hun beleidsdaden. De Koning regeert formeel, maar feitelijk zijn de ministers (politiek) verantwoordelijk. De staatssecretarissen zijn eveneens politiek aansprakelijk.

4.

Wijze van verkiezen

  • Evenredige vertegenwoordiging

    Evenredige vertegenwoordiging is een kiesstelsel. Hierbij tellen vrijwel alle uitgebrachte stemmen mee voor de uiteindelijke verhoudingen in de zetelverdeling. Zogenaamde 'restzetels' worden, behalve binnen lijstencombinaties, verdeeld op basis van de methode van de grootste gemiddelden. Laag op een lijst geplaatste kandidaten kunnen dankzij voorkeurstemmen, met doorbreking van de lijstvolgorde, toch nog worden gekozen. 

  • Kandidaatstelling

    Wie in de Tweede Kamer wil gaan zitten, zal zich kandidaat moeten stellen. Meestal sluit iemand zich aan bij een politieke partij maar dat hoeft niet. Dus zowel een politieke groepering, mits geregistreerd, als een 'particuliere' kiezer kunnen een kandidatenlijst inleveren.

  • Lijstencombinaties

    Partijen die zijn geregistreerd voor deelname aan de Tweede Kamerverkiezingen, en die in alle kieskringen een lijst hebben ingediend, kunnen als lijstencombinatie (lijstverbinding) deelnemen aan de Tweede Kamerverkiezingen onder de voorwaarde dat ze dat in alle kieskringen doen. In het verleden waren de lijsten van SGP en ChristenUnie vaak verbonden, dat was ook in 2010 en 2012 het geval. In 2012 was er een lijstverbinding tussen PvdA, SP en GroenLinks.

5.

Organisatie

  • Leden

    De Tweede Kamer bestaat uit 150 parlementariërs: volksvertegenwoordigers die op basis van evenredige vertegenwoordiging voor een periode van in principe vier jaar worden gekozen via de kandidatenlijst van een politieke partij. Tweede Kamerleden zijn normaal gesproken lid van de fractie van de betreffende partij. Volgens de Grondwet stemmen Kamerleden 'zonder last', waardoor ze een onafhankelijke positie hebben. Zij controleren de regering en treden op als medewetgevers.

  • Fracties

    Een Tweede Kamerfractie is een organisatie van Tweede Kamerleden die deel uitmaken van dezelfde politieke partij en die zowel op hoofdlijnen als bij deelonderwerpen in de Tweede Kamer standpunten bepaalt. Daarnaast worden in een fractie onderling de werkzaamheden verdeeld. Een fractie staat onder leiding van een fractievoorzitter. Tweede Kamerfracties hebben personeel in dienst, zoals voorlichters en beleidsmedewerkers.

  • Fractievoorzitters

    Een fractievoorzitter is de leider van zijn fractie, een groep Kamerleden van dezelfde partij. Hij voert het woord bij belangrijke debatten, zoals over de regeringsverklaring en bij de algemene beschouwingen over de rijksbegroting.

  • Commissies

    De 150 Tweede Kamerleden doen hun werk vooral in commissies. Alle fracties hebben daarin naar evenredigheid vertegenwoordigers. Commissies hebben een eigen voorzitter, ondervoorzitter en secretaris (een plaatsvervangend griffier). De leden en plaatsvervangend leden worden door de Kamervoorzitter benoemd. Voor commissies zijn er ondersteunende ambtenaren die werken bij de zogenaamde Griffies commissies (zo is er een Griffie commissie internationaal.

  • Presidium

    Het Presidium is het dagelijkse bestuur van de Tweede Kamer. In het Presidium zitten de Kamervoorzitter en ondervoorzitters.

  • Voorzitter

    De voorzitter leidt de vergadering van de Tweede Kamer. Hij/zij is tevens voorzitter van het Presidium en van de commissie voor de Werkwijze. Daarnaast vertegenwoordigt de voorzitter de Kamer naar buiten toe, bijvoorbeeld in contacten met buitenlandse parlementen. De voorzitter van de Tweede Kamer voorziet tijdens de formatie vaak het staatshoofd van advies.

  • Interne organisatie

    De Tweede Kamer kent feitelijk twee soorten organisaties: een politieke en een ambtelijke. De ambtelijke organisatie dient ter ondersteuning van de Tweede Kamerleden. Aan het hoofd van deze organisatie staat de griffier. De dienst zorgt onder meer voor verslaglegging, informatievoorziening, documentatie, archivering, beheer van het gebouw, personeelszaken en externe voorlichting.

6.

Soorten vergaderingen

  • Plenair

    De vergadering van alle 150 Tweede Kamerleden noemen we de plenaire vergadering. Deze wordt geleid door de Tweede Kamervoorzitter en wordt gehouden in de grote vergaderzaal.

  • Commissievergaderingen

    Tijdens commissievergaderingen komen Tweede Kamerleden in kleinere groepen (commissies) bijeen. Geregeld worden zij hierbij vergezeld door ministers en staatssecretarissen. De voornaamste taak is het bespreken van beleid en wetsvoorstellen. Tweede Kamercommissies bepalen zelf wanneer zij vergaderen.

  • Stemmingen

    De Tweede Kamer kan via een stemming een besluit nemen. Een stemming kan plaatsvinden bij hand opsteken of hoofdelijk. Stemmingen over personen vinden schriftelijk plaats. Een besluit kan ook zonder stemming worden genomen. Dit wordt ook wel een hamerstuk genoemd.

  • Verenigde vergadering

    De gezamenlijke vergadering van beide Kamers van de Staten-Generaal (de Tweede en Eerste Kamer) heet Verenigde Vergadering. De voorzitter van de Eerste Kamer leidt deze vergadering (artikel 62 Grondwet).

7.

Parlementaire enquêtes

  • Recht van onderzoek

    De Tweede Kamer kan zelfstandig onderzoek instellen naar beleid en projecten en dat onderzoek door Kamerleden laten uitvoeren. Er kunnen daarbij meerdere instrumenten worden gebruikt. Het zwaarste middel is onderzoek op basis van de Wet op de parlementaire enquête (Wpe). Een 'lichte' vorm is het houden van een hoorzitting of rondetafelgesprek.

  • Recht van enquête

    De Tweede Kamer, de Eerste Kamer en de Verenigde Vergadering hebben een grondwettelijk recht op onderzoek in de vorm van een enquête. Dit enquêterecht is uitgewerkt in de Wet op de Parlementaire Enquête. Deze wet bestaat vanaf 1850 maar is sindsdien een aantal keren herzien. De Wet op de Parlementaire Enquête geeft de Kamer allerlei specifieke onderzoeksrechten wanneer het instrument van de enquête wordt ingezet. Een voorbeeld is de verplichting voor getuigen zich onder ede te laten verhoren. Voor het houden van een enquête is een meerderheidsbesluit van de Kamer nodig.

  • Het grondwettelijke recht van enquête bestaat sinds 1848 en de Wet op de Parlementaire Enquête sinds 1850. Van 1852-1887 hield de Tweede Kamer acht enquêtes. Daarna raakte het instrument van de parlementaire enquête bijna honderd jaar lang in onbruik, met uitzondering van de tussen 1947 en 1956 gehouden oorlogsenquête. Sinds 1977 kunnen ook ministers en ambtenaren onder ede worden gehoord. Sindsdien zijn er weer geregeld enquêtes. De Eerste Kamer paste in 2011 voor het eerst het recht van enquête toe.

  • Fyra

    Op 28 oktober 2015 heeft de parlementaire enquêtecommissie een vernietigend rapport ('De reiziger in de kou') uitgebracht over het vervoer over de HSL-Zuid. Er was sprake van een aaneenschakeling van fouten bij NS, kabinet en het toezicht. Ook de Tweede Kamer heeft steken laten vallen, terwijl achtereenvolgende bewindslieden de Kamer onjuist, onvolledig en soms ontijdig hebben geïnformeerd. Het rapport is aan de Tweede Kamer aangeboden, die het in januari 2016 met de commissie besprak.

  • Financieel stelsel

    De Tweede Kamer stelde een onderzoek in naar de kredietcrisis van 2008. Het ging daarbij in een eerste onderzoeksronde om de structurele problemen in het financieel stelsel. Vanaf november 2011 kwamen daar de door het kabinet genomen maatregelen bij, met name de maatregelen die vanaf 2008 waren genomen om het bankwezen te ondersteunen. Dit laatste gebeurde in de vorm van een parlementaire enquête, waarbij getuigen onder ede werden verhoord.

  • Srebrenica

    In april 2002 besloot de Tweede Kamer een parlementaire enquête te houden naar de gebeurtenissen rond de uitzending van militairen naar Srebrenica. Reden voor de enquête was onder meer een rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), op basis waarvan het kabinet-Kok II zijn ontslag had aangeboden.

  • Bouwfraude

    Op 5 februari 2002 besloot de Tweede Kamer een parlementaire enquête in stellen naar de aard en omvang van de fraude in de bouw. Verder zou worden bekeken of Justitie voldoende in staat was hiertegen op te treden. De enquêtecommissie stond onder voorzitterschap van Marijke Vos. De openbare verhoren vonden plaats van augustus tot en met september 2002. Op 12 december 2002 presenteerde de enquêtecommissie haar eindrapport.

  • Bijlmerramp

    Op zondag 4 oktober 1992 stortte een vrachtvliegtuig, een El-AL Boeing 747, neer op een flatgebouw in de Amsterdamse Bijlmermeer, waarbij 39 mensen om het leven kwamen. Enige tijd daarna kregen bewoners en hulpverleners gezondheidsklachten. Onmiddellijk na de ramp waren al de nodige onderzoeken ingesteld. Maar zowel over de rampvlucht als over de behandeling van slachtoffers bestonden en bleven veel vragen onbeantwoord. Ten slotte stelde de Tweede Kamer een parlementaire enquête in die de toedracht en de nasleep van de ramp moest onderzoeken.


  • Oorlogsenquête

    Deze parlementaire enquête richtte zich op het regeringsbeleid der kabinetten-De Geer, -Gerbrandy I en II, -Gerbrandy III en -Schermerhorn sedert de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940 en de oorlog met Japan tot aan de opening van de zitting der voorlopige Staten-Generaal op 20 november 1945, alsmede naar voorafgaande beleid voor zover dit onmiddellijk verband hield met de gebeurtenissen in de vorenbedoelde tijdvakken.

  • Enquêtes 19e eeuw

    De Tweede Kamer, de Eerste Kamer en de Verenigde Vergadering hebben een grondwettelijk recht op onderzoek in de vorm van een enquête. Dit enquêterecht is uitgewerkt in de Wet op de Parlementaire Enquête. Deze wet bestaat vanaf 1850 maar is sindsdien een aantal keren herzien. De Wet op de Parlementaire Enquête geeft de Kamer allerlei specifieke onderzoeksrechten wanneer het instrument van de enquête wordt ingezet. Een voorbeeld is de verplichting voor getuigen zich onder ede te laten verhoren. Voor het houden van een enquête is een meerderheidsbesluit van de Kamer nodig.

8.

Parlementaire onderzoeken

  • Recht van onderzoek

    Het parlement heeft onder meer de taak de regering te controleren. De Tweede Kamer stelt daarom soms een onderzoek naar een bepaalde zaak in. Dit kan de vorm van een parlementaire enquête of van een parlementair onderzoek hebben. Een enquête is een zware vorm van een onderzoek, waarbij de Kamer meer rechten heeft. In tegenstelling tot enquêtes is er voor een gewoon onderzoek tot dusverre niets in de wet geregeld.

  • Recht van parlementair onderzoek

    De Tweede Kamer kan zelfstandig onderzoek instellen naar beleid en projecten en dat onderzoek door Kamerleden laten uitvoeren. Er kunnen daarbij meerdere instrumenten worden gebruikt. Het zwaarste middel is onderzoek op basis van de Wet op de parlementaire enquête (Wpe). Een 'lichte' vorm is het houden van een hoorzitting of rondetafelgesprek.

  • Parlementaire onderzoeken in historisch perspectief

    De Tweede Kamer kan zelfstandig onderzoek instellen naar beleid en projecten en dat onderzoek door Kamerleden laten uitvoeren. Er kunnen daarbij meerdere instrumenten worden gebruikt. Het zwaarste middel is onderzoek op basis van de Wet op de parlementaire enquête (Wpe). Een 'lichte' vorm is het houden van een hoorzitting of rondetafelgesprek.

  • Onderwijsvernieuwingen

    Op 13 februari 2008 verscheen het eindrapport van de parlementaire commissie die onderzoek deed naar onderwijsvernieuwingen sinds begin jaren negentig. De commissie verweet de verantwoordelijke bewindslieden een tunnelvisie. Politiek en belangenorganisaties drukten vernieuwingen door, zonder te luisteren naar docenten, ouders en leerlingen. Volgens de commissie-Dijsselbloem zou de overheid voortaan moeten gaan over het 'wat' in het onderwijs, en het onderwijs zelf over het 'hoe'. Het kabinet liet op 30 mei 2008 weten de conclusies van de commissie te delen en de adviezen over te nemen.

  • NATO Response Force

    Op 19 juni 2006 heeft een parlementaire werkgroep onder voorzitterschap van de VVD'er Hans van Baalen een rapport gepresenteerd over de aard en reikwijdte van het Grondwetsartikel over het inlichtingenrecht van de Kamer bij de inzet van de krijgsmacht ter handhaving van de internationale rechtsorde.

  • Tbs-stelsel

    Op 16 juni 2005 besloot de Tweede Kamer een parlementair onderzoek in te stellen naar het tbs-stelsel. Aanleiding was de betrokkenheid van een tbs'er die zich aan zijn verlof had onttrokken bij een moord. Doel van het onderzoek was te achterhalen waarom het tbs-stelsel in de huidige vorm onvoldoende in staat zou zijn de maatschappij te beschermen tegen mensen die na behandeling opnieuw ernstige misdrijven plegen.

  • Infrastructuurprojecten

    Op 19 november 2003 besloot de Tweede Kamer een onderzoek in te stellen naar haar rol bij grote infrastructuurprojecten. Daartoe werd een tijdelijke commissie onder het voorzitterschap van Adri Duivesteijn in het leven geroepen. De reden voor dit onderzoek was de onvrede over het verloop en de voortdurende budgetoverschrijdingen bij de aanleg van de Betuweroute en de Hoge Snelheidslijn Amsterdam-België (HSL-Zuid).

  • Zorguitgaven

    De Tijdelijke commissie onderzoek zorguitgaven (TCOZ) publiceerde op 18 maart 2004 het resultaat van de verkenningsfase van het onderzoek naar de effectiviteit van de extra zorguitgaven sinds 1994. De CDA'er Aart Mosterd was voorzitter van de commissie, die in juni 2003 werd ingesteld.

  • Integratiebeleid

    Dit parlementair onderzoek richtte zich op de integratie van minderheden in de Nederlandse samenleving in de afgelopen 30 jaar. Het eindrapport, dat op 19 januari 2004 werd gepresenteerd, bevat behalve een analyse van het integratiebeleid ook aanbevelingen over versterking van het integratiebeleid, onder meer door verbetering van inburgeringscursussen en door betere spreiding van migranten in wijken en in het onderwijs.

  • Besluitvorming uitzendingen

    Op 7 april 1999 stelde de Tweede Kamer de Tijdelijke Commissie Besluitvorming Uitzendingen (TCBU) in. Deze commissie, onder voorzitterschap van Bert Bakker (D66) onderzocht de uitzending van Nederlandse militairen in VN-verband naar vredesmissies in voormalig Joegoslavië, de Perzische Golf, Haïti, Angola, Cambodja en Cyprus.

9.

Bataafse parlementen

10.

Verkiezingen sinds 1918

11.

Zetelverdeling 1946-heden

Postadres

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

Postbus 20018

2500 EA Den Haag

Tel 070-318 2211


Eigen website

Delen

Terug naar boven