De Europese Commissie wil de mobiliteit van werknemers binnen de Europese Unie verbeteren. Een onderdeel daarvan is dat werknemers hun aanvullende pensioenrechten moeten kunnen meenemen naar een nieuwe werkgever, óók als die werkgever is gevestigd in een ander land van de EU. Daarnaast moeten overstappende werknemers beter worden geïnformeerd over de effecten daarvan op het pensioen.
De Europese Commissie heeft in 2007 een voorstel gedaan voor nieuwe regelgeving op Europees niveau over de meeneembaarheid van aanvullende pensioenrechten. Het voorstel is met amendementen van het Europees Parlement en wijzigingen van de Commissie besproken in de Raad van Ministers, maar de lidstaten hebben daarover destijds geen overeenstemming bereikt. Het voorstel is tot op heden niet opnieuw op de agenda geplaatst.
Een aanvullend pensioen is een regeling die een werknemer bovenop zijn normale pensioen kan nemen. In Nederland kan die de volgende vorm aannemen:
-
-extra afdracht om het pensioengat te vullen (tot het wettelijk vastgestelde maximum)
-
-een ANW-verzekering (Algemene Nabestaandenwet-verzekering)
-
-extra pensioenrechten voor de partner
-
-WIA-verzekering (Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) bij arbeidsongeschiktheid)
Op dit moment is het door de nationale regels soms lastig om opgebouwd aanvullend pensioen mee te nemen. Dat kan bijvoorbeeld doordat de nieuwe werkgever met een ander pensioenstelsel werkt. Het kan ook dat de werknemer te kort in dienst is om aanspraak te maken op de afdrachten die hij heeft gedaan. Voor jongere werknemers is het soms niet mogelijk om pensioenrechten mee te nemen, omdat de regels voor aanvullend pensioen vanaf een bepaalde leeftijd gelden. Werknemers die in het buitenland willen gaan werken, stuiten mogelijk op nog grotere problemen vanwege de verschillen in pensioenregelingen tussen de EU-landen.
De Europese Commissie is van mening dat er regelgeving op Europees niveau moet komen, omdat de Europese arbeidsmarkt als één geheel moet worden gezien. Iedere werknemer moet zonder obstakels in een ander EU-land kunnen werken. Als werknemers op de Europese arbeidsmarkt hun opgebouwde rechten makkelijker kunnen meenemen, neemt bovendien de flexibiliteit op de arbeidsmarkt toe.
De Europese Commissie heeft de organisaties voor werkgevers en werknemers twee keer om advies gevraagd. De eerste keer om te kijken of het nuttig was om wetgeving op Europees niveau te maken en om alvast een richting te bepalen. Nadat er positieve reacties kwamen, zijn de sociale partners de tweede keer geraadpleegd over de mogelijke inhoud van de wetgeving. Hierover bleek meer verschil van mening te bestaan. Daarom zijn geen onderhandelingen gestart om een unaniem akkoord te bereiken.
Hieronder een opsomming van de belangrijkste punten van het voorstel:
-
-een werknemer die nog geen rechten heeft opgebouwd ten aanzien van zijn aanvullende pensioen, maar wel al premie heeft betaald, mag die premiebetalingen nooit verliezen. De betaalde premies moeten worden vergoed of terugbetaald
-
-de minimumleeftijd waarop werknemers mogen beginnen met aanvullende pensioenrechten moet worden verlaagd naar 21 jaar. Jonge werknemers worden daardoor ook mobieler
-
-werknemers zouden na starten van een nieuwe baan maximaal één jaar moeten wachten voordat ze zich kunnen aanmelden bij een pensioenstelsel (de Europese Commissie gaat uit van de lengte van de proeftijd). De wachttijd is nu vaak langer. Het deelnemen aan een pensioenstelsel geeft nog niet direct recht op de opbouw van aanvullend pensioen (zie volgend punt)
-
-werknemers krijgen recht op het opbouwen van aanvullend pensioen binnen maximaal twee jaar na start van de functie. Dit moet 'jobhoppers' en mensen met lange proefperiodes tegemoetkomen
-
-slapende pensioenrechten moeten uitbetaald kunnen worden (met een minimumbedrag). Slapende pensioenrechten ontstaan bijvoorbeeld als een werknemer geen gebruik meer maakt van een pensioenregeling, maar er wel rechten heeft opgebouwd. De slapende pensioenrechten worden uitbetaald in de vorm van een pensioen zodra aan bepaalde voorwaarden voor uitkering is voldaan (bijvoorbeeld leeftijd)
-
-een werknemer die van baan wisselt kan verzoeken om zijn aanvullende pensioenrechten over te zetten naar een ander pensioenstelsel (binnen 18 maanden)
-
-als het aanvullend pensioen afhankelijk is van de rentestand of van beleggingen, dan moet de lidstaat ervoor zorgen dat een overstappende werknemer geen financieel nadeel heeft bij het omrekenen. Ook de administratiekosten moeten in verhouding staan tot het pensioen
-
-een overstappende werknemer mag bepalen of hij zijn pensioenrechten wil overzetten naar een nieuw pensioenstelsel of wil behouden in het oorspronkelijke pensioenstelsel
-
-werknemers die mogelijk gaan vertrekken moeten tijdig informatie krijgen over de effecten daarvan op het pensioen. De informatie betreft bijvoorbeeld:
-
-of het aanvullend pensioen beschikbaar wordt voor de werknemer en eventuele andere gevolgen
-
-hoeveel pensioen er is opgebouwd
-
-voorwaarden als de werknemer slapende pensioenrechten wil houden
-
-regels voor het overdragen van aanvullende pensioenrechten
-
-
-lidstaten mogen gunstigere regels hanteren dan de Europese Unie, maar nooit strengere
-
-de richtlijn moet uiterlijk 1 juli 2008 door de lidstaten of door haar sociale partners zijn geïmplementeerd
-
-enkele uitzonderingen op de implementatie zijn mogelijk
Op 20 juni 2007 vergaderde het Europees Parlement over het voorstel van de Europese Commissie. De rapporteur voor dit onderwerp was de Nederlandse Europarlementariër Ria Oomen-Ruijten.
Het voorstel van de Europese Commissie en het rapport van Ria Oomen-Ruijten voorzagen in het meenemen van aanvullende pensioenrechten naar een pensioenstelsel in een ander EU-land. Dat was de basis van de voorgestelde regelgeving.
Het Europees Parlement wilde echter geen Europese regels voor het meenemen van pensioenrechten naar een ander land. Reden daarvoor was de praktische onuitvoerbaarheid vanwege verschillen in nationale belastingregels. Nationale en Europese regels zouden dan in strijd zijn met elkaar.
Nederland uitte op dat punt eerder ook bezwaar. Europarlementariërs hebben wel opgeroepen om de pensioenstelsels geleidelijk beter op elkaar af te stemmen. In de toekomst zal het dan steeds makkelijker worden om aanvullende pensioenrechten mee te nemen.
Omdat het grensoverschrijdende karakter uit de regelgeving is verdwenen, is het de vraag of het nog zin heeft om de regelgeving op Europees niveau in te voeren. Dit sterkt de Nederlandse regering in haar standpunt om regels voor pensioenen een nationale aangelegenheid te houden. Wel is overgebleven dat pensioenrechten van vertrekkende werknemers behouden moeten blijven. Ze kunnen hun pensioenrechten niet in alle gevallen naar een ander land meenemen; in die gevallen blijven ze behouden in het oorspronkelijke land.
Een ander belangrijk punt waarop het Europees Parlement wilde afwijken van het voorstel van de Europese Commissie was de minimumleeftijd voor het opbouwen van aanvullende pensioenrechten. Die moest volgens het EP op 25 jaar worden gesteld, in plaats van 21 jaar zoals voorgesteld door de Europese Commissie.
Het Europees Parlement heeft het voorstel met de voorgestelde wijzigingen terugstuurd naar de Europese Commissie. Op 9 oktober 2007 heeft de Commissie haar gewijzigd voorstel gepresenteerd. In dit herziene voorstel zijn de amendementen van het Europees Parlement en de besprekingen in de Raad tot dat moment (met inbegrip van de door Nederland geuite bezwaren) meegenomen. Het gewijzigde voorstel is hierna op 5 en 6 december 2007 besproken door de Raad van de Europese Unie. De lidstaten konden echter tijdens de besprekingen geen overeenstemming bereiken. Tot op heden is het voorstel niet opnieuw op de agenda geplaatst.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over aanvullende pensioenrechten, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
Alle soorten pensioenregelingen moeten zonder uitzondering meeneembaar zijn
De Europese Commissie heeft in haar voorstel een vrijstelling opgenomen voor bepaalde soorten pensioenregelingen. Het gaat daarbij om pensioenregelingen die niet op kapitaal gebaseerd zijn, bijvoorbeeld omslagstelsels, ondersteuningskassen en boekreservesystemen. Door deze uitzonderingen profiteert slechts een gedeelte van de werknemers van de nieuwe regels.
De nieuwe pensioenregels zullen zorgen voor een impuls voor de economie in de EU
Werknemers hebben met de nieuwe regels meer mogelijkheden om hun aanvullende pensioen mee te nemen naar andere werkgevers. Ook het meenemen van het pensioen naar een andere lidstaat wordt makkelijker.
Werkgevers krijgen hierdoor meer kans om langer openstaande vacatures gevuld te krijgen. Als vactures sneller worden vervuld, kunnen ondernemingen beter functioneren. Op lange termijn zal dit een gunstige invloed hebben op de economie.
De kortere wachttijden voor overstappen en opbouwen van rechten kunnen leiden tot hogere kosten
De parlementaire commissie Economische en monetaire zaken wijst de Europese Commissie op een kostennadeel. Doordat werknemers eerder kunnen deelnemen aan een pensioenregeling en sneller gebruik kunnen maken van de meeneemregeling, wordt het aantal deelnemers dat kort deelneemt aan een pensioenregeling groter. Het aantal administratieve handelingen neemt daardoor relatief toe. Het is mogelijk dat de extra administratiekosten die dat met zich meebrengt worden doorberekend aan alle deelnemers van de regeling.
Regels voor toetreding tot een pensioenstelsel zijn een nationale aangelegenheid
De Nederlandse regering heeft aangegeven dat zij delen van het voorstel van de Europese Commissie liever nationaal regelt. Oftewel: volgens de Nederlandse regering is het subsidiariteitsbeginsel niet goed toegepast. Met name regels over toetreding tot een pensioenstelsel zouden door een lidstaat zelf bepaald mogen worden.
Uw reactie
Door op uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.
