Eén gemeenschappelijk EU-octrooi

Scheikundig model opgebouwd met EU-logo op de bolletjes

De Europese Unie heeft een gemeenschappelijk octrooi  voor bijna alle lidstaten ingevoerd. Na jarenlang gesteggel over de invoering werd het EU-octrooi - na eerdere instemming van het Europees Parlement - op 19 februari 2013 door 25 van de destijds 27 EU-lidstaten goedgekeurd. Italië en Spanje doen niet mee, het recentelijk tot de EU toegetreden Kroatië vooralsnog ook niet.

Doordat meer dan twaalf nationale parlementen van de deelnemende landen het verdrag hebben geratificeerd kan het gemeenschapsoctrooi nu daadwerkelijk worden uitgegeven.

Met het gemeenschapsoctrooi is een einde gemaakt aan de verschillende nationale wetten met betrekking tot octrooien en wordt het aanvragen van een octrooi goedkoper en sneller.

Octrooien (ook wel patenten genoemd) zijn van groot belang voor het innovatie- en concurrentievermogen van een economie. Uit onderzoek blijkt dat sectoren waar meer octrooien worden verleend, innovatiever zijn en innovatie leidt tot economische groei. Onderzoekers en ondernemers hebben in het verleden geklaagd over de omslachtigheid en bureaucratische lastendruk die het aanvragen van octrooien in Europa met zich meebrengt: het was kostbaar en tijdrovend. In alle landen van de EU golden namelijk andere regels. 

Beide problemen zijn met het bereikte akkoord opgelost. Aangezien de kosten voor het aanvragen van een Europees patent met maar liefst 90 procent dalen (voorheen een bedrag van 20.000 euro), en het octrooi verleend wordt in een van de drie officiële talen (Engels, Frans of Duits), bespaart dit zowel tijd als geld.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Het EU-octrooi: wat is het?

Een EU-octrooi is (in tegenstelling tot een Europees bundeloctrooi) in de 25 deelnemende EU-landen geldig en valt in ieder land onder dezelfde octrooiwetten.

 

Europees Bundeloctrooi en EU-octrooi

Een Europees Bundeloctrooi is iets anders dan een EU-octrooi (voorheen Gemeenschapsoctrooi genoemd). Het eerste is een 'bundel' van verschillende octrooien van Europese landen, terwijl het tweede een octrooi is dat in bijna de hele Europese Unie (25 van de 28 landen) geldig is.

Voordelen van het EU-octrooi:

  • Lagere kosten door afgenomen vertaalwerk en nationale bureaucratische eisen: het EU-octrooi zal vrijgegeven worden in het Engels, Frans of Duits.
  • Uitvinding of innovatie is direct in meerdere landen beschermd: one-stop-shop : de 25 lidstaten die akkoord zijn gegaan met het gemeenschappelijk patent.
  • Europa kan een betere concurrentiepositie krijgen ten opzichte van Japan en de Verenigde Staten: een Amerikaans patent kost nu 1850 euro, de Europese variant bedraagt 980 euro.

2.

Eerdere belemmeringen

De Europese Commissie diende in 2000 al een voorstel in voor een verordening betreffende een Gemeenschapsoctrooi. In 2003 kwam de Raad met een gemeenschappelijke politieke benadering over een Gemeenschapsoctrooi. Die kreeg kritiek op twee punten: de rechtssystemen van de lidstaten zouden niet klaar zijn voor een Gemeenschapsoctrooi en daarnaast was de talenregeling niet toereikend.

Talenregeling

Een belangrijk strijdpunt was het aantal talen waarin een octrooiaanvraag ingediend moet worden. De aanvankelijke eis dat octrooiaanvragen in 22 officiële EU-talen vertaald moesten worden, werd niet haalbaar gevonden. Enkele EU-lidstaten accepteren echter niet dat vertalingen van octrooien in hun taal geen vereiste zijn. Voor de Spanjaarden en Italianen was dit genoeg om naar het Europees Hof van Justitie te stappen.

Rechtssysteem

Naast de talenregeling was het oplossen van geschillen over octrooien een belangrijk punt. Voorheen werd een octrooi verleend door het EOB maar viel onder de nationale regels van het land waar het octrooi werd gebruikt. De procedure ging als volgt: als er inbreuk werd gemaakt op het octrooi, dan moest dat in elk land apart worden opgelost. Er was geen centrale instantie voor geschillenbeslechting, die er nu is in de vorm van het Europees Octrooigerecht (EEUPC). 

De verschillen in de nationale rechtssystemen, de manier waarop rechters octrooizaken behandelden, en de mate van specialisatie en ervaring van die rechters bemoeilijkten het proces des te meer. Zo kon het gebeuren dat er in de verschillende landen tegenstrijdige uitspraken werden gedaan. Die onzekerheid zorgde ervoor dat bedrijven terughoudend waren met het op de markt brengen van geoctrooieerde producten.

3.

Lange weg

Binnen Europa werden geruime tijd minder patenten aangevraagd dan in bijvoorbeeld Japan of de Verenigde Staten. Dit kwam doordat het voor Europese burgers een tijdrovend en duur proces was om een octrooi-aanvraag in te dienen. Dit moest namelijk in ieder lidstaat apart gebeuren en op nationaal niveau worden bekrachtigd. Behalve hoge kosten en lange duur was een groot nadeel dat mogelijk een procedure werd aangespannen, omdat er inbreuk gemaakt werd op een octrooi. De rechtspraak daarover in de lidstaten was niet uniform. 

In 2008 werden stappen gezet om de vertalingsverplichtingen en daarmee de kosten in te dammen en een jaar later werden de lidstaten het eens over de oprichting van een Europees Octrooibureau (EOB). Er werd nu ook gesproken over een EU-octrooi, dat geldig zou zijn in alle lidstaten van de EU. De lidstaten konden het echter niet eens worden over de taal waarin een aanvraag ingediend moet worden.

In 2010 besloten elf lidstaten daarom een voorhoede te vormen. Zij werkten aan een octrooisysteem dat zou gelden in de deelnemende lidstaten en dus niet in de hele Europese Unie, zoals oorspronkelijk het plan was. In 2011 sloten veertien andere lidstaten zich bij de kopgroep aan, waardoor uiteindelijk alleen Spanje en Italië niet meededen. In maart 2011 stemde de Raad Concurrentievermogen in met een principeakkoord.

Het Europees Parlement stemde op 17 december 2012 in met het door de lidstaten bereikte akkoord, waarna dit formeel werd bekrachtigd door de deelnemende lidstaten op 19 februari 2013. Inmiddels hebben 25 van de 27 toenmalige EU-lidstaten ingestemd. Spanje en Italië kozen ervoor niet mee te doen aan het gemeenschapsoctrooi. Zij spanden een rechtszaak aan bij het Europees Hof, maar de klachten werden afgewezen. Kroatië is sinds 1 2013 juli wel lid van de EU, maar doet nog niet mee met het Europese octrooi.

4.

Europees Octrooigerecht

Het in december 2009 door de lidstaten genomen besluit tot de oprichting van een Europees Octrooigerecht, dat moet oordelen over geschillen omtrent octrooien, was een belangrijke stap. Het Europese Hof van Justitie stelde in maart 2011 echter dat het Europees Octrooigerecht geen Europees recht zou mogen toepassen en dat het gerecht nationale rechtbanken rechten zou ontnemen.

De lidstaten die achter de ontwikkeling van het octrooi staan, onderzochten daarna of het Octrooigerecht in overeenstemming kon worden gebracht met de geldende Europese wetgeving. De Europese Commissie heeft hiertoe op 29 juli 2013 voorgesteld de EU-regels over de rechtsmacht en de erkenning van vonnissen (de zogenaamde 'Brussel I-Verordening') aan te passen. Polen, Spanje en Kroatië hebben de overeenkomst over het Europees Octrooigerecht niet ondertekend; Italië (dat niet meedoet met het Europese octrooi) daarentegen wel.

Op 15 april 2014 stemde het Europees Parlement in met de benodigde wijzigingen die het Europees Octrooigerecht mogelijk moeten maken. De Raad zal naar verwachting in juni instemmen. Het gerecht wordt gevestigd in Parijs, met nevenvestigingen in München en Londen en zal direct na afronding van de besluitvorming starten.

5.

Meer informatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven