Beïnvloeding onderhandelingsfase

Aan het begin van de besluitvorming zijn er veel mogelijkheden om de voorstellen van de Europese Commissie te beïnvloeden. Daarvoor kan men zowel Nederlandse Kamerleden als Europarlementariërs benaderen.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Beïnvloeding via Nederlandse Kamerleden

Voorstellen die met eenparigheid van stemmen (unanimiteit) in de Raad van Ministers moeten worden aangenomen, hebben goedkeuring nodig van alle lidstaten, waardoor in feite vetorecht aanwezig is. Een tegenstem vanuit Nederland betekent dat een voorstel niet doorgaat.

Voor andere voorstellen geldt een lange afstemmingsperiode tussen de verschillende lidstaten in een specifieke raadswerkgroep waarin beleidsambtenaren en permanente vertegenwoordiger zitten die op het gebied van het dossier inhoudelijke kennis hebben. Deze ambtenaren overleggen met hun ministerie, maar houden soms ook contact met bedrijven en maatschappelijke organisaties. Hun speelruimte wordt bepaald door het standpunt van de regering dat bijgestuurd kan worden door de Tweede Kamer.

Voorstellen kunnen tot slot onder vuur komen te liggen wanneer een gedeelte van de nationale parlementen vindt dat het voorstel buiten de bevoegdheid van de Europese Unie valt. 

2.

Beïnvloeding via Europarlementariërs

Een groot deel van de voorstellen kan alleen worden aangenomen met instemming of medebeslissing van het Europees Parlement. Europarlementariers kunnen deze voorstellen verwerpen of om aanpassingen vragen.

3.

Politiek gevoelige voorstellen

Voorstellen die politiek gevoelig liggen of ongelegen komen, kunnen worden uitgesteld voor behandeling. Er is namelijk geen termijn aan verbonden wanneer een voorstel van de Europese Commissie behandeld moet gaan worden in de Raad. Is een voorstel eenmaal in behandeling in vervolglezingen, dan zijn er wel termijnen aan verbonden. Het wisselende voorzitterschap bepaalt welke voorstellen onder hun voorzitterschap behandeld zullen worden.