Vrije wereldhandel wordt door veel organisaties (o.a. de Wereldhandelsorganisatie en de Verenigde Naties) gezien als een van de belangrijkste manieren om armoede te bestrijden. Handel biedt mensen werk en bouwt een economie op een duurzame manier op. Wereldwijd bestaan veel handelsbelemmeringen: de VS en de EU beschermen bijvoorbeeld hun eigen markten voor landbouwproducten met exportsubsidies en importheffingen. Ontwikkelingslanden hebben daardoor moeite om hun producten op de Amerikaanse en de Europese markt tegen een concurrerende prijs te verkopen.
De 149 landen van de Wereldhandelsorganisatie (waaronder de EU en de VS) hebben onderhandeld over het geleidelijk wegnemen van de handelsbelemmeringen. Deze onderhandelingen liggen op dit moment stil, omdat grote partijen (zoals de VS, de EU en andere regionale economische blokken) het niet eens kunnen worden over het afschaffen van exportsubsidies en importheffingen. Hierdoor krijgen ontwikkelingslanden nog steeds geen kans om hun landbouwproducten eerlijk af te zetten in de westerse landen.
