Onder wetenschappers bestaat discussie over de effectiviteit van ontwikkelingshulp. Geldstromen naar regeringen van ontwikkelingslanden zouden volgens sommigen leiden tot investeringen die niet ten goede komen aan de allerarmsten, maar aan het rijkere gedeelte van het land (of corrupte bestuurders). Bovendien moet in een land wel een enigszins werkende economie zijn om het geld via deze weg zijn doelen te laten bereiken.
Hulp via kleinere organisaties zou zinvoller kunnen zijn, maar daar is de controle op de besteding van het geld lastiger. Zo bleek na de tsunami in Azië van 2004 het geld niet altijd bij de juiste doelen terecht gekomen te zijn. Uit de Barometer Internationale Samenwerking 2006 (onderzoek van bureau Motivaction in opdracht van NCDO) blijkt overigens dat slechts 15% van de Nederlanders gelooft dat Nederlands ontwikkelingsgeld goed besteed wordt.
In augustus 2008 kwam Alliance 2015, een netwerk van zes grote ontwikkelingsorganisaties, met een rapport waarin wordt geconcludeerd dat de Europese Commissie te weinig doet voor het Milleniumdoel voor het verminderen van honger en armoede. Brussel stelt jaarlijks 10 miljard euro ter beschikking, maar zou die volgens het rapport specifieker moeten inzetten. De Europese Commissie zou meer geld moeten verlenen aan projecten met meetbare resultaten in plaats van het geven van algemene begrotingssteun aan regeringen.
