r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter
Niet/beperkt geactualiseerd na 31 december 2015.

Akkoord over herziening Europees landbouwbeleid 2014-2020

Tractor op land
Bron: euobserver.com

Na jaren van onderhandelen zijn de lidstaten en het Europees Parlement het eens geworden over hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). De landbouw moet in de periode 2014-2020 milieuvriendelijker worden, inkomenssteun wordt anders georganiseerd, werkgelegenheid gestimuleerd en de laatste productieplafonds worden losgelaten. 

De belangen zijn groot; tussen 2014-2020 geeft de EU 373 miljard euro uit aan landbouw, en nog enkele miljarden voor innovatie. Nederland zal in deze periode ruim 6 miljard aan subsidies ontvangen, waarvan 5,4 miljard aan directe betalingen voor agrariërs.

In juni 2013 is er in grote lijnen een akkoord bereikt over de nieuwe opzet van het landbouwbeleid, en in september 2013 werden de onderhandelingen over de laatste onderdelen afgerond. Alle nieuwe wetgeving is eind 2014 formeel goedgekeurd door Parlement en Raad zodat het nieuwe beleid in werking treedt samen met de nieuwe begroting.

Delen

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Voorstellen Europese Commissie in detail

Eind 2010 publiceerde de Europese Commissie een nota over de toekomst van het GLB. Het nieuwe landbouwbeleid had op 1 januari 2014 moeten ingaan, maar een jaar uitstel werd noodzakelijk door uitgelopen onderhandelingen. De EC benadrukt de concurrentiekracht op lange termijn, waarbij hogere productiviteit hand in hand moet gaan met de uitdaging van de klimaatverandering en duurzaam gebruik. De drie uitdagingen zijn dan ook: voedselvoorziening, duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen en eerlijke ontwikkeling van plattelandsgebieden. Innovatie staat daarbij centraal.

Het budget voor het gezamenlijk landbouwbeleid voor de periode 2014-2020 bedraagt 373 miljard euro; ruim 47 miljard minder dan in de periode 2007-2013. Het systeem van directe inkomenssteun vormt ook in die periode de kern van het beleid. Daar bovenop komt een bedrag van 15 miljard euro voor de Europese landbouwsector dat losstaat van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Dit wordt onder andere gestoken in onderzoek en innovatie, ontwikkelingsprogramma's, aanpassing aan de globaliserende markt en eventuele onvoorziene kosten.

Concrete hervormingsvoorstellen bracht de EC in oktober 2011 naar buiten. De volgende tien punten vormden gezamenlijk de kern van deze hervormingsplannen:

1. Meer gerichte inkomenssteun voor boeren

De inkomens in de agrarische sector in Europa lagen lager dan in andere sectoren. Tegelijkertijd moesten boeren voldoen aan allerlei eisen op het gebied van voedselveiligheid, dierenwelzijn en milieu. Daarom wilde de Commissie vasthouden aan het systeem van directe inkomenssteun om de werkgelegenheid te stimuleren. De steun werd wel meer gericht en gemaximeerd.

2. Meer directe middelen om nieuwe economische uitdagingen het hoofd te kunnen bieden

Europa wilde de boeren gaan helpen bij het opzetten van collectieve fondsen en verzekeringssystemen om de gevolgen van grote prijsschommelingen in de sector te kunnen opvangen.

3. 'Groene' betalingen voor productiviteit op de lange termijn en behoud van ecosystemen

De Commissie wilde dat de agrarische sector naast economisch ook 'ecologisch concurrerend' zou worden. Daarom wilde zij 30 procent van de directe steun geven aan boeren die zijn overgegaan op milieuvriendelijke bedrijfsvoering. Eurocommissaris Ciolos stapt hiermee af van straffen en verplichtingen en ging over op positieve financiële prikkels om milieuvriendelijk gedrag te stimuleren. Wel werd als voorwaarde voor deze steun onder meer de verplichte braaklegging van delen van de landbouwgrond geherintroduceerd, nadat de Commissie hier in 2008 van af was gestapt.

4. Meer investeren in onderzoek en innovatie

De Europese Commissie wilde het budget voor onderzoek en innovatie in de agrarische sector verdubbelen tot meer dan 4,5 miljard euro. Daarnaast moesten boeren gemakkelijker toegang krijgen tot nieuwe kennis.

5. Een meer concurrerende en gebalanceerde voedselketen

De agrarische sector was volgens Ciolos niet concurrerend genoeg omdat boeren niet goed georganiseerd zouden zijn en daardoor geen vuist konden maken tegen de multinationals die hun producten afnemen. Ook waren afstanden vaak lang, waardoor de kosten toenamen. De Commissie wilde boeren helpen beide tekortkomingen aan te pakken.

6. Aanmoedigen van initiatieven die zowel landbouw als milieu aangaan

Het gezamenlijke land- en bosbouwareaal in Europa beslaat twee derde van het gehele Europese landoppervlak. De Commissie wilde initiatieven ondersteunen die ervoor zouden zorgen dat economie en milieu hand in hand gaan, rekening houdend met de verschillende regionale karakteristieken.

7. Financiële steun voor beginnende jonge boeren

Meer dan twee derde van de Europese boeren was ouder dan 55 jaar. Om de toekomst van de sector zeker te stellen wilde de Commissie jonge boeren gedurende de eerste vijf jaar van het bestaan van hun bedrijf extra financiële ondersteuning bieden.

8. Stimulering van werkgelegenheid en ondernemerschap in plattelandsgebieden

De Commissie wilde de economie in plattelandsgebieden extra ondersteunen door jonge en kleine dynamische bedrijven een 'Start Up Kit' van maximaal 70 duizend euro te bieden om hun bedrijf zonder al te veel bureaucratie te kunnen opstarten.

9. Meer aandacht besteden aan kwetsbare gebieden

Sommige agrarische gebieden zijn extra kwetsbaar omdat zij bergachtig zijn, de bodem minder vruchtbaar is, of vanwege de gevolgen van klimaatverandering. Toch is de agrarische sector vaak de enige vorm van economie die in deze gebieden kan bestaan. De Commissie wilde extra geld uittrekken voor ondersteuning aan deze gebieden.

10. Een eenvoudiger en efficiënter gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Kleine subsidie-ontvangers moesten voor hun subsidie door dezelfde bureaucratische molen als de grotere bedrijven. Kleine bedrijven zijn daaraan procentueel meer tijd en geld kwijt. Daarom wilde de Commissie de administratieve lasten voor kleine boerenbedrijven verminderen.

2.

Standpunt Europees Parlement

Sinds het Verdrag van Lissabon hebben het Europees Parlement en de Europese Raad beide iets te zeggen over hoe het landbouwbeleid moet werken. Ook moeten beide de begroting voor landbouw goedkeuren. 

Het EP sprak zich in maart 2013 uit over de plannen van de Commissie. Tot afgrijzen van onder andere de groene en liberale fracties in het EP besloot het merendeel van de fracties van de Europese Volkspartij en de Socialisten en Democraten de hervormingsvoorstellen flink af te zwakken.

Allereerst besloot het Parlement het percentage verplicht braakliggende grond te verlagen van 10 procent naar 3 procent tot 2016 en 5 procent daarna. Ook het aantal verschillende gewassen dat een agrariër moet verbouwen is verlaagd van 3 naar 2. Het EP besloot tevens de eisen voor groene betalingen te versoepelen, zodat agrariërs hier sneller voor in aanmerking komen. Verder vond het Parlement dat geen enkele landbouwer minder dan 65 procent van het EU-gemiddelde zou moeten ontvangen. Jonge agrariërs krijgen in de plannen van het EP 25 procent meer subsidie over een maximum van 100 hectare grond.

De Europarlementariërs van het CDA waren blij met de afzwakking. Woordvoerder Esther de Lange hoopte dat in het uiteindelijke compromis tussen Raad en Parlement ruimte zou zijn voor meer 'alternatieve opties om duurzaamheid te stimuleren'. De fracties van D66, GroenLinks en de PvdA waren teleurgesteld over de stemmingsuitslagen. Bas Eickhout (GroenLinks) stelde dat het merendeel van het Parlement zijn oren te veel liet hangen naar de machtige landbouwlobby.

3.

Standpunt van de Raad

De EU-ministers van landbouw bespraken de eerste voorstellen van de Commissie tijdens de Raad Landbouw & Visserij van 17 maart 2011. Daarin spraken zij zich onder andere uit voor een herverdeling van de landbouwgelden, waardoor nieuwe lidstaten meer van het budget zouden kunnen profiteren. De Raad keerde zich echter tegen voorstellen om voor welvarende landbouwbedrijven een subsidieplafond van 300.000 euro vast te stellen.

De definitieve plannen van oktober 2011 werden tijdens de Landbouwraad van eind oktober voor het eerst besproken. Op 19 maart 2013 heeft de Raad een akkoord bereikt over het hervormen van het Europees landbouwbeleid. In het beleid staan de vergroening, modernisering en het afschaffen van productiesteun centraal. Dit akkoord kreeg steun van 25 landen. Slowakije en Slovenië steunden het plan niet, vanwege onenigheid over de suikersector.

4.

Overige reacties op de voorstellen van de Commissie

Nederlandse regering

Namens de Nederlandse regering uitte staatssecretaris Bleker kritiek op de manier waarop gelden worden herverdeeld tussen oude en nieuwe lidstaten. Bleker vond dat Nederlandse boeren onevenredig veel moeten opdraaien voor de verschuiving van subsidies naar bijvoorbeeld Polen en Roemenië. Zijn opvolger Sharon Dijksma maakte zich binnen de Raad sterk voor een versoepeling van de voorstellen voor betalingen aan 'actieve boeren'. De Commissie wilde landbouwsubsidies aan niet-agrarische bedrijven zoals luchthavens en (adellijke) landgoederen aan banden leggen, maar de lidstaten vreesden problemen bij de implementatie.

LTO Nederland

LTO Nederland sloot zich aan bij de kritiek van Bleker ten aanzien van de herverdeling van gelden en stelde dat Nederlandse boeren er per jaar gezamenlijk 70 miljoen euro op achteruit zouden gaan. Ook de verplichte braaklegging als voorwaarde voor de 30 procent milieu-afhankelijke steun vond de organisatie contraproductief.

Milieuorganisaties

Greenpeace sprak van een 'gemiste kans' en noemde de maatregelen voor vergroening van de sector 'te mager'. Milieudefensie vond de plannen 'vaag' en riep onder meer op om soja als grondstof voor veevoeders te vervangen door Europese gewassen.

Overige lidstaten

Reacties in andere EU-lidstaten varieerden van 'te complex' (Frankrijk over de vergroeningsmaatregelen) tot 'te mager' (Britse staatssecretaris over hetzelfde onderwerp). Opvallend is dat ook de Poolse minister van landbouw kritiek had op de herverdeling van subsidiegelden, maar in tegenstelling tot Bleker vond hij dat Polen te mager werd bedeeld.

5.

Uitkomsten onderhandelingen

Het Iers voorzitterschap bereikte namens de lidstaten op 26 juni 2013 een nieuw akkoord met het EP over een nieuw beleid. Inhoudelijk richten de nieuwe landbouwhervormingen - de eerste in dertig jaar - zich op een aantal hoofdpunten:

  • Rechtstreekse betalingen
  • Mechanismen voor marktbeheer
  • Plattelandsontwikkeling
  • Horizontale verordening

Ondanks dit akkoord in juni 2013 bleven enkele punten in de hervorming van het GLB open staan. Het ging hierbij over het veranderen van het beleid rondom rechtstreekse betalingen aan individuele landbouwbedrijven, de toelagen voor plattelandsontwikkeling en medefinancieringpercentages van de EU. In september 2013 bereikten het EP, de Raad en de EC alsnog een politiek akkoord hierover.

De zogenoemde maximumbetaling aan boeren gaat niet door. Wel is er akkoord over een minimale vermindering van vijf procent van de rechtstreekse betaling aan boeren die meer dan 150.000 euro ontvangen. De steun die lidstaten ontvangen per hectare, wordt langzamerhand gelijkgetrokken. Lidstaten mogen in het nieuwe akkoord 15 procent van het geld dat zij ontvangen voor steun aan boeren gebruiken ten behoeve van plattelandsontwikkeling en vice versa.

Daarnaast wordt er een Europabrede hectarebetaling (inkomenssteun gebaseerd op de grote van het landbouwareaal) ingevoerd. Productiebeperkende regelingen, zoals quota voor suiker, zullen worden afgeschaft. Deze hervormingen moeten in de periode 2014-2020 worden doorgevoerd.

Het akkoord is formeel door het EP goedgekeurd op 20 november 2013. De Raad heeft de landbouwhervormingen formeel goedgekeurd op 16 december 2013.

6.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven