r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Europese aanpak klimaatverandering

Een enorme rookpluim uit een schoorsteen

De Europese milieuministers en het Europees Parlement hebben het klimaatakkoord van Parijs geratificeerd. Tijdens de klimaatconferentie in Parijs in 2015 is met 195 landen een klimaatakkoord bereikt met afspraken om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en de opwarming van de aarde te verminderen. Alle deelnemende landen moeten zich aan de doelstellingen in het verdrag houden.

Het akkoord van Parijs is op 4 november 2016 in werking getreden. Tijdens de klimaatconferentie in Marrakesh in 2016 is afgesproken dat de doelstellingen binnen twee jaar moeten zijn uitgewerkt in concrete plannen.

De Europese Unie (EU) spant zich al langer zowel op Europees niveau als wereldwijd in om klimaatverandering tegen te gaan. Dat gebeurt onder meer door haar inbreng bij internationale klimaattoppen, waardoor verschillende afspraken gemaakt zijn om de gemiddelde, wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 2°C vergeleken met het niveau van vóór de opkomst van de industrie. Aangezien de gemiddelde temperatuur inmiddels al 0,8°C is gestegen, betekent dit dat de temperatuur nog maximaal 1,2°C mag stijgen.

Om dit te bereiken heeft de EU verschillende doelen gesteld voor 2050. De uitstoot zal geleidelijk aan moeten verminderen tot 80-95 procent van die in 1990. Dit moet onder andere bereikt worden door middel van het emissiehandelssysteem. Vervuilers moeten hierbij betalen voor hun uitstoot.

Vanaf 2021 zal de Commissie steeds minder uitstootrechten verkopen. Daarnaast moet steeds meer energie uit duurzame bronnen komen. Parallel aan de aanpak om klimaatverandering tegen te gaan, zet de EU zich in voor het ontwikkelen van strategieën voor aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering.

Delen

Inhoud

U ziet nu de basisversie van de tekst
U ziet nu de uitgebreide versie van de tekst

1.

Klimaatverandering

De uitstoot van CO2 draagt in belangrijke mate bij aan klimaatverandering. CO2 komt vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen als aardolie, kolen en aardgas. De klimaatverandering wordt dus voor een groot deel veroorzaakt door menselijk handelen. Na veel en lang onderzoek zijn vrijwel alle wetenschappers het daar over eens.

Alternatieve bronnen van energie, zoals biobrandstoffen, waterstof en zonne- en windenergie worden daarom gezien als belangrijke mogelijkheden om de uitstoot van CO2 terug te dringen. Vooral rond het gebruik van biobrandstoffen bestaat echter enige reserve, omdat bij de productie van sommige soorten biobrandstoffen ook veel CO2 vrijkomt. Ook kan de teelt van biobrandstoffen ten koste gaan van de voedselvoorziening.

De discussie rond biobrandstoffen geeft al aan dat het klimaatsysteem een zeer ingewikkeld systeem is, waarbij het moeilijk is om de menselijke invloed voor honderd procent correct aan te geven. Dat leidt tot ingewikkelde discussies over wat de meest passende maatregelen zijn om klimaatverandering tegen te gaan.

2.

20-20-20 doelstellingen voor 2020

De regeringsleiders van de EU-lidstaten hebben verschillende afspraken gemaakt om de CO2-uitstoot tot 2050 steeds verder te verlagen. Hiertoe zijn verschillende initiatieven genomen, waaronder de 20-20-20 doelstelling, een klimaat- en energiepakket met regelgeving die ervoor moet zorgen dat de CO2 uitstoot in het jaar 2020 met 20 procent is afgenomen.

De doelstellingen voor 2020 zijn:

  • 1. 
    20 procent minder CO2-uitstoot ten opzichte van 1990
  • 2. 
    20 procent minder energieverbruik
  • 3. 
    20 procent van het totale energiegebruik moet afkomstig zijn uit hernieuwbare energie, zoals wind- en zonne-energie

Een van de concrete maatregelen die de Europese Commissie (EC) heeft genomen om de CO2-uitstoot te verminderen, is het aan banden leggen van de verkoop van vervuilende bestelwagens en personenauto's. In december 2010 werd besloten dat nieuwe bestelauto's vanaf 2020 nog slechts 147 gram CO2 per kilometer mogen uitstoten. Deze nieuwe norm wordt geleidelijk aan ingevoerd. Voor personenauto's is na jarenlang getouwtrek overeenstemming bereikt over een grens van 95-gram vanaf 2021. Duitsland, een land met een sterke auto-industrie, probeerde dit aanvankelijk uit te stellen tot 2024.

In de jaarlijkse voortgangsrapportage van 24 november 2015 over het klimaatbeleid van de lidstaten concludeerde de Commissie dat de klimaatdoelen voor 2020 waarschijnlijk gehaald zullen worden. Zo lag in 2014 de uitstoot van broeikasgassen in 4 procent lager dan in 2013, en 23 procent lager dan in 1990. Ook op andere vlakken boeken de lidstaten vooruitgang. Om aan alle doelstellingen voor 2030 te kunnen voldoen moeten echter verdere maatregelen genomen worden.

3.

Klimaat- en energiepakket

In 2008 stemde het Europees Parlement (EP) met een ruime meerderheid in met het klimaat- en energiepakket. Dit pakket bevat regelgeving die erop moet toezien dat de 20-20-20 doelstellingen worden gehaald. Het pakket werd in 2013 van kracht en bestaat uit:

  • 1. 
    Herziening van de handel in emissierechten waarbij de regels voor minder CO2-uitstoot zullen gaan gelden
  • 2. 
    Het opstellen van nationale doelstellingen om een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 10 procent te bereiken in sectoren die buiten het emissiehandelssysteem vallen
  • 3. 
    Nieuwe regels die de opvang en opslag van CO2 bevorderen (zie onder)
  • 4. 
    20 procent hernieuwbare energie in de totale EU-energieconsumptie, waarbij de doelstellingen per lidstaat bepaald zullen worden

Bij het vaststellen van de specifieke doelstellingen van het klimaat- en energiepakket per lidstaat is uitgegaan van het principe 'de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten'. Voor Nederland komen de doelstellingen neer op een reductie van 15 procent van de uitstoot van broeikasgassen, en een percentage van 14 procent hernieuwbare energie op het totale energieverbruik.

4.

Emissiehandel

Een van de manieren om de 20-20-20-doelstellingen te bereiken is emissiehandel: Sinds 2005 moeten sommige bedrijven die CO2 uitstoten, hiervoor betalen. Dit doen zij door het kopen van zogenaamde emissierechten. Deze kunnen onderling verhandeld worden: dit wordt het veilen van emissierechten of emissiehandel genoemd. Bedrijven die meer vervuilen dan de norm, moeten emissierechten bijkopen en zijn dus duur uit. Bedrijven die zuinig omgaan met energie of schone energie gebruiken, kunnen de niet-gebruikte emissierechten verkopen. Dat levert geld op. Zo wordt financieel gestimuleerd om minder CO2 uit te stoten.

Het oorspronkelijke doel was dat alle bedrijven moesten gaan betalen voor hun uitstoot. De zware industrie werd echter ontzien, omdat werd gevreesd dat de maatregelen nadelig zouden zijn voor de concurrentiepositie van de EU.

Het doorverkopen van emissierechten gebeurt via het European Trading System (ETS). Mede door de economische crisis nam de vraag naar emissierechten sterk af. Er was daardoor een overschot aan rechten beschikbaar. In juli 2013 stelde het Europees Parlement voor om in te grijpen door minder emissierechten op de markt te brengen. In januari 2014 realiseerde de Raad dit door de verkoop van 900 miljoen uitstootrechten uit te stellen. Door de vermindering van het aantal rechten wordt de prijs voor uitstootrechten van broeikasgassen opgedreven en daarmee het beperken van de uitstoot aangemoedigd. In februari 2017 heeft het Europees Parlement ingestemd met een voorstel om de emissierechten verder te beperken.

In juli 2015 bereikte de Raad een akkoord met het Parlement over de markt-stabiliteitsreserve: zodra er een bepaald overschot aan emissierechten is, worden er emissierechten uit de markt gehaald en in reserve gehouden. Dit moet het overschot aan emissierechten verminderen en de prijs daarvan verhogen. Doordat de uitstoot van CO2 duurder wordt, zouden bedrijven eerder kiezen voor energiebesparende maatregelen. In september 2015 heeft de Raad ingestemd met dit akkoord. Naar verwachting gaat het nieuwe systeem in 2019 in.

5.

Doelstellingen 2030

Op 22 januari 2014 kwam de Europese Commissie met voorstellen voor doelstellingen voor 2030. Tijdens de Europese Raad van 23 en 24 oktober 2014 is overeenstemming bereikt over dit beleidskader voor klimaat en energie 2030 voor de EU. De doelstellingen zijn:

  • een vermindering van de CO2-uitstoot met ten minste 40 procent ten opzichte van de uitstoot in 1990
  • het aandeel hernieuwbare energie in de EU moet ten minste 27 procent te bedragen
  • verbetering van de energie-efficiëntie met 27 procent

Het pakket bevat geen verplichte doelen per land voor duurzame energie; alleen een bindende doelstelling voor de EU als geheel. De voorgestelde verbetering van de energie-efficiëntie met 27 procent is 3 procent lager dan de 30 procent die de Europese Commissie had voorgesteld. De doelstelling van een vermindering van de CO2-uitstoot met 40% in 2030 (ten opzichte van 1990) werd door groene partijen en milieuorganisaties als 'zwaar teleurstellend' betiteld.

Tijdens de Europese Raad van 23 en 24 oktober 2014 is overeenstemming bereikt over het beleidskader voor klimaat en energie 2030 voor de EU. Wat de vermindering van de in de EU uitgestoten broeikasgassen betreft, schaardde de Europese Raad zich achter een bindend EU-streefcijfer van ten minste 40 procent in 2030 ten opzichte van de uitstoot in 1990. In 2030 dient het percentage hernieuwbare energie in de EU ten minste 27 procent te bedragen. Lidstaten mogen natuurlijk altijd een hoger percentage nastreven. De energie-efficiëntie zou ook met 27 procent moeten worden verbeterd. Dit laatste percentage is daarmee 3 procent lager dan de 30 procent die de Europese Commissie had voorgesteld.

6.

Energiestappenplan 2050

Om de CO2-uitstoot in 2050 met 80 procent te verminderen, presenteerde de EC in december 2011 het Energiestappenplan 2050. Dit stappenplan bevat verschillende scenario's waarbij energieproductie koolstofvrij zou moeten worden. Ook worden van deze scenario's de consequenties beschreven. Aan de hand van deze scenario's kunnen lidstaten keuzes maken voor hun eigen beleid.

7.

CO2-opvang en opslag

Om CO2-emissies wereldwijd terug te dringen en de Europese doelstellingen te halen, moet volgens de EU gebruik worden gemaakt van opvang en opslag van CO2 (carbon capture and storage - CCS) . Met dit proces wordt CO2 opgevangen, via buizen vervoerd en diep onder de grond opgeslagen. Dit betekent dat de CO2 voor onbeperkte duur opgeslagen is en daardoor niet bijdraagt aan de klimaatverandering.

In het kader van het EU-emissiehandelssysteem zal CO2 die wordt opgevangen en opgeslagen als 'niet-uitgestoten' worden beschouwd. De EU hoopt dat deze aanpak stimulerend zal werken voor de brede invoering van CO2-opvang en -opslag. Verwacht wordt dat CO2-opvang en -opslag in 2030 goed is voor 15 procent van de in Europa benodigde emissiereductie.

8.

Gevolgen van klimaatverandering

Naast strategieën en regelgeving om de klimaatverandering te verminderen, zet de EU zich ook in om strategieën te ontwikkelen voor het omgaan met de veranderingen die daadwerkelijk optreden. De Europese Commissie (EC) presenteerde in april 2013 de EU-strategie voor aanpassing aan de gevolgen van de klimaatverandering. De drie belangrijkste doelstellingen van de strategie zijn:

  • De EC zal alle lidstaten aanmoedigen en financiële middelen beschikbaar stellen om hen te helpen hun aanpassingscapaciteiten op te bouwen en maatregelen te nemen.
  • In kwetsbare sectoren zoals de landbouw, de visserij maar ook in de infrastructuur wordt het gebruik van verzekeringen tegen rampen gestimuleerd.
  • De kennis over de gevolgen van klimaatverandering moet worden verbeterd. Het Europese klimaataanpassingsplatform (Climate-Adapt) wordt verder ontwikkeld tot het centrale punt voor alle informatie over aanpassing aan klimaatverandering in Europa.

9.

Klimaatconferenties

Een agentschap van de Verenigde Naties, de UNFCCC, coördineert het internationale klimaatbeleid door elk jaar een Conference of Parties (COP) te organiseren. Een van de belangrijke COP's was de Conferentie van Kyoto (1997). Tijdens deze conferentie werd het Kyoto Protocol opgesteld, die tijdens de klimaatconferentie in Doha werd verlengd tot 2020.

De EU ziet nog steeds een voortrekkersrol voor zichzelf tijdens conferenties weggelegd. De Commissie en de lidstaten leggen extra nadruk op het voortraject in de onderhandelingen, in de hoop andere landen te overtuigen verder te gaan dan voorheen. De EU wordt gezien als een vooruitstrevende partij.

Eind 2015 vond een klimaattop plaats in Parijs, waar een nieuw verdrag werd ondertekend dat vanaf november 2016 van kracht is. In het verdrag staat dat de uitstoot van broeikasgassen zo snel mogelijk verminderd moet worden en dat de opwarming van de aarde moet worden beperkt.

De Europese Commissie wil een voortrekkersrol moeten blijven spelen bij de inspanningen om de in Parijs gemaakte afspraken uit te werken en de uitstoot van CO2 terug te dringen. Van belang is wel dat andere belangrijke economieën hun afspraken ook nakomen. De EU moet op korte termijn nieuwe regels EU op het gebied van energie en klimaatverandering opstellen. De Raad van ministers van Milieu heeft het klimaatakkoord van Parijs op 30 september 2016 geratificeerd. Het Europees Parlement gaf begin oktober 2016 groen licht aan het klimaatverdrag.

Volgend op de Parijse conferentie vond een conferentie in Marrakesh plaats, van 7 tot 18 november 2016. Deze bouwde voort op de in Parijs gemaakte afspraken.

10.

Kosten en baten

De kosten voor de Europese aanpak van klimaatverandering bedragen 0,5 procent van het Europees bruto nationaal product. Dit komt neer op 3 euro per week per Europese burger. In een rapport van de Britse onderzoeker Stern wordt uitgegaan van een prijskaartje dat tien maal zo hoog zal zijn wanneer de klimaatverandering niet wordt aangepakt.

De EC is van mening dat de aanpak van klimaatverandering kansen biedt voor de Europeanen. Door een vooruitstrevende Europese aanpak van de klimaatverandering kan het milieu schoner worden; dat biedt de EU een unieke kans om zichzelf als goed voorbeeld te presenteren en zo een leidersrol in het internationale klimaatdebat op te nemen.

Een goed Europees klimaatbeleid kan ook een oplossing zijn voor de financieel-economische crisis. Een verduurzaming van de Europese economie zal nieuwe uitvindingen stimuleren en voor het bedrijfsleven nieuwe kansen creëren om 'groene' werkgelegenheid te bieden. Bovendien kunnen klimaatafspraken positieve effecten hebben voor de concurrentiepositie van landen binnen én buiten de EU.

11.

Voorlopige resultaten

Er is de afgelopen jaren grote vooruitgang geboekt om de klimaatdoelen te bereiken. De wereldwijde economische crisis en de hoge olieprijs hebben daar zeker aan bijgedragen. Er wordt daarom ook wel gezegd dat de doelen te makkelijk en niet ambitieus genoeg zijn. De EC is van mening dat de lat voor 2030 hoger gelegd moet worden om straks de doelstellingen van 2050 te halen.

12.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de Europese aanpak van klimaatverandering, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Europa is wikken en wegen.

De maatregelen uit het klimaat- en energiepakket zijn schadelijk voor de internationale concurrentiepositie van het Europese bedrijfsleven

Dat Europa het goede voorbeeld wil geven in de wereld is mooi, maar dit mag niet ten koste gaan van het Europese bedrijfsleven. Milieuvriendelijker produceren en energiezuiniger werken vereisen innovatie, en innovatie kost geld. Wanneer Europese bedrijven deze kosten moeten doorberekenen in hun vraagprijzen, zullen zij de concurrentieslag met andere werelddelen verliezen. Daarom is het zo essentieel dat andere werelddelen zich aansluiten bij de Europese klimaatinitiatieven. Als Europa hierin alleen blijft staan, zal dit economische gevolgen hebben.

Daar staat tegenover dat 'niets doen' op termijn veel meer geld zal kosten: 5 tot 20 procent van het Bruto Nationaal Product.

Het ontzien van de 'zwakkere' lidstaten geeft het verkeerde signaal af aan opkomende economieën elders in de wereld

Hoe denkt de Europese Unie opkomende economieën als China, India en Brazilië ervan te overtuigen mee te doen aan de klimaatplannen, wanneer zij zelf haar 'zwakkere' lidstaten als Roemenië en Bulgarije ontziet in de gestelde doelstellingen? Het principe van 'de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten' zal zich op deze manier wreken op de Europese Unie.

Een beter milieu begint bij jezelf; door het goede voorbeeld te geven kan Europa een leidende rol aannemen in het wereldwijde klimaatdebat

Europa is een van de meest welvarende en vooruitstrevende regio's in de wereld. Met recht iets om trots op te zijn. Op het gebied van de klimaatproblematiek ligt er een kans voor de Europese Unie om deze positie eens te meer waar te maken. Een daadkrachtig optreden in het klimaatdebat zet Europa internationaal op de kaart, en geeft ons de kans om tegemoet te komen aan de morele verplichting die wij als welvarende regio hebben ten opzichte van het klimaat.

De CO2-uitstoot moet in Europa verminderd worden met 30 procent in 2020, in plaats van met 20 procent

Het is aangetoond dat de doelstelling voor vermindering van de CO2-uitstoot zonder al te veel extra geraamde kosten verhoogd kan worden van 20 naar 30 procent. Nu is de tijd om actie te ondernemen en voor een langere termijn een ambitieus doel te stellen. Alleen zo kan de EU leiderschap tonen in het klimaatdebat, na het fiasco in Kopenhagen. Economieën als Brazilië en Zuid-Korea kennen al duurzamere technieken dan in Europa gebruikt worden. Met een ambitieuzere doelstelling kan de EU op gelijke voet concurreren met deze landen.

13.

Meer informatie

Delen

Terug naar boven