Sophie in 't Veld: Democratie en mensenrechten winnen, terrorisme verliest.
Na de terroristische aanslagen op het Pentagon en het WTC in New York op 11 september 2001 is het aantal veiligheidsmaatregelen voor luchtverkeer sterk opgevoerd. Vooral de Verenigde Staten verscherpten hun controles. Zo willen ze van de luchtvaartmaatschappijen die de VS aandoen zo veel mogelijk privégegevens ontvangen van de overkomende passagiers. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om adres- en creditcardgegevens. Deze gegevens zouden de instanties in de VS beter in staat stellen om terroristen op te sporen en een nieuwe terroristische aanlag te voorkomen.
Op 28 mei 2004 bereikten de VS en de EU een overeenkomst over het uitwisselen van dergelijke gegevens. Het Europees Parlement vond echter dat de privacy van de Europese burgers in het geding was en bracht de zaak onder de aandacht van het Europese Hof van Justitie. Het Hof ging echter niet in op het privacyaspect, maar oordeelde op 30 mei 2006 wel dat het akkoord was gebaseerd op verkeerde juridische gronden. Er moest dus een nieuwe overeenkomst worden gesloten. Het Europees Parlement, en met name Europarlementariër Sophie in 't Veld, probeerde inspraak te krijgen in de totstandkoming van een nieuw akkoord, maar kreeg die niet. Een nieuw akkoord kon worden gesloten als de ministers van Justitie van de EU-lidstaten unaniem zouden instemmen met het bestaande voorstel. In tegenstelling tot het akkoord van mei 2004 beslisten er in 2006 25 landen mee in plaats van 15.
Tijdens de nieuwe onderhandelingen kwamen de VS echter met extra wensen. Ze wilden ook informatie over de maaltijden die passagiers nuttigden tijdens de vlucht. Door te kijken naar halalmaaltijden, zouden de VS beter kunnen bepalen of er moslims op een bepaalde vlucht zaten. Naast de extra passagiersgegevens wilde het land ook de mogelijkheid krijgen om de gegevens makkelijker door te spelen naar buitenlandse veiligheidsdiensten, zoals die in het Verenigd Koninkrijk. Deze eisen zorgden er uiteindelijk voor dat de nieuwe onderhandelingen moeizaam verliepen. De EU was voornamelijk terughoudend met het toegeven aan de eisen van de VS omdat ze bang was dat de VS in de onderhandelingen van volgend jaar nóg meer eisen zouden gaan stellen.
Op 30 september 2006 verliep de eerste deadline voor het sluiten van een akkoord, met als gevolg dat er op dat moment geen toereikende regelgeving bestond. In theorie handelde een luchtvaartmaatschappij die op dat moment van de EU naar de VS vloog zonder passagiersgegevens over te dragen in overtreding van Amerikaanse wetten, en in overtreding van EU-wetten als het die gegevens wél overdroeg.
Op 6 oktober 2006 werd een tijdelijk akkoord gesloten. De VS kregen de beschikking over dezelfde passagiersgegevens als voorheen - dus geen verstrekking van maaltijdvoorkeur - met als verschil dat meer Amerikaanse instanties toegang kregen tot deze gegevens. Daarnaast is in de overeenkomst de wens vastgelegd om snel over te gaan van een pull-systeem naar een push-systeem. De deadline voor een nieuw akkoord werd vastgesteld op eind juli 2007.
Dat nieuwe akkoord kwam er voor een periode van zeven jaar, hoewel een deel van het Europees Parlement het bekritiseerde. De eisen van de VS werden in dit akkoord niet allemaal ingewilligd, maar ze kregen bijvoorbeeld wel toegang tot de gegevens over airmiles, gemiste vluchten en e-mailadressen van passagiers. Gegevens zouden volgens kritische Europarlementariërs veel langer worden bewaard. Het oude pull-systeem dat veel opener toegang geeft, bleef echter ook van kracht. En de bescherming van die gegevens is in handen van de VS. Het is daardoor onzeker of de gegevens alleen voor de bestrijding van terrorisme worden gebruikt. Bovendien mogen de VS volgens hun regels de gegevens over Europese burgers delen met weer andere landen.
In maart 2008 ontstond er een kortstondig conflict tussen de VS en de EU vanwege directe onderhandelingen over visakwesties tussen de VS en enkele EU-landen, zoals Tsjechië, Estland en Letland. Het conflict werd opgelost door de afspraak met de VS om Europese zaken met de EU te bespreken en nationale zaken met individuele landen.
Net als bij de onderhandelingen over de uitwisseling van bankgegevens is de vraag hoe ver er moet worden gegaan met het opslaan van en het inzage geven in persoonsgegevens, nog niet beantwoord. Het Europees Parlement was tegen het bewaren van de gegevens.
Begin mei 2010 schortte het Europees Parlement zijn stemming over bestaande overeenkomsten met de Verenigde Staten en Australië op. Dit gebeurde in ruil voor nieuwe onderhandelingen waarbij nieuwe voorwaarden golden. Het Europees Parlement schaarde zich namelijk achter een voorstel van Europarlementariër Sophie in 't Veld (D66). Haar uitgangspunt was: "De massale uitwisseling van persoonsgegevens vraagt om spijkerharde garanties en de bescherming van burgerrechten".
Op dinsdag 18 november 2011 werd een nieuw akkoord, dat de privacy van EU burgers moet waarborgen, ondertekend. De nieuwe tekst geeft onder andere een gedetailleerde beschrijving van in welke gevallen passagiersgegevens mogen worden gebruikt en hoe lang de gegevens mogen worden bewaard. Daarnaast wordt het mogelijk voor de passagiers zelf om hun gegevens te verwijderen of eventuele fouten te verbeteren.
Ook met Australië zijn onderhandelingen gevoerd over het uitwisselen van passagiersgegevens. Eind oktober 2011 ging het Europees Parlement akkoord met een overeenkomst met dat land. De plaatselijke autoriteiten daar mogen passagiersgegevens van Europese reizigers maximaal 5,5 jaar bewaren. Vertrouwelijke gegevens als ras, geloof, gezondheidstoestand en seksuele voorkeur worden niet opgeslagen. Deze overeenkomst geldt voor een periode van zeven jaar.
Ook de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken kwam in juli 2011 met kritiek op de afspraken over de uitwisseling van passagiersgegevens. De Nederlandse staatssecretaris van Justitie, Fred Teeven, vond dat in de huidige afspraken nog niet duidelijk genoeg was ten aanzien van welke misdaden de gegevens gebruikt mochten worden ten behoeve van opsporing en berechting. De Amerikanen wilden dat dit kan bij misdrijven met een strafmaat van één jaar gevangenisstraf, terwijl dit volgens Teeven minstens vier jaar moest zijn. Bovendien wilde Nederland dat de gegevens ten hoogste vijf jaar opgeslagen worden, in plaats van vijftien jaar, zoals de VS wilden.
Omdat de lidstaten zich unaniem achter de afspraken moesten scharen, was een nieuw verdrag door de bezwaren van Nederland en andere EU-lidstaten van tafel. De Europese Commissie moest opnieuw met de VS gaan onderhandelen over de uitwisseling. Het was de bedoeling voor 11 september 2011 overeenstemming te bereiken, maar dat is niet gelukt.
In november 2011 kwam er een nieuw akkoord tot stand tussen de VS en de EU. Om de privacy van de Europese burgers te beschermen, krijgen zij het recht op correctie of verwijdering van de gegevens bij het Department of Homeland Security van de VS.
De Raad van Binnenlandse Zaken gaf in december 2011 haar goedkeuring aan de overeenkomst. Hiermee wordt vastgelegd dat het bewaren van de persoonlijke data van passagiers voor 15 jaar toegestaan is indien de passagier verdacht wordt van terrorisme of andere criminele activiteiten. Oostenrijk, Duitsland en Frankrijk onthielden zich van stemming. De nieuwe overeenkomst moet nog door het Europees Parlement goedgekeurd worden.
Hieronder staan een aantal argumenten, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
De EU moet zo veel mogelijk meewerken aan het opsporen van terroristen, ook al kost dat een stukje privacy
Veiligheidsdiensten die terroristische netwerken in kaart brengen en observeren, opereren beter als zij vrije toegang hebben tot privégegevens van burgers. Het monitoren van vluchtgegevens kan verdachte situaties aan het licht brengen en kan bewegingen van potentiële terroristen registreren. Dit draagt bij aan het voorkomen van aanslagen op vliegverkeer.
-
De werkwijze van de Amerikanen is een bedreiging voor onze burgerrechten
De gegevens van de passagiers worden door de VS uit de Passenger Name Records (PNR) van de luchtvaartmaatschappijen gehaald. Dit wordt het zogenoemde pull-systeem genoemd; de VS halen zelf gegevens uit onze systemen. Op basis van de gegevens wordt er een risico toegekend aan een passagier.
-
Om de rechten van de burgers te beschermen moet het Europees Parlement meer inspraak krijgen in deze kwestie
Het Europees Parlement mag niet meebeslissen over de inhoud van de overeenkomst tussen de EU en de VS. Het is echter mogelijk dat de Raad van de Europese Unie bij een bepaalde kwestie zogenoemde medebeslissingsbevoegdheid toekent aan het Europees Parlement. Op die manier is er meer controle op het proces en worden de Europese burgers beter vertegenwoordigd. In dat geval stemt de Raad bovendien niet meer bij unanimiteit, maar bij meerderheid.
-
Door het magere onderhandelingsresultaat van de EU kan de privacy van EU-burgers in de toekomst in het geding komen
In de nieuwe overeenkomst tussen de EU en de VS is het voor de Amerikaanse overheid mogelijk om de gegevens van de passagiers door te spelen naar meerdere Amerikaanse instanties. De VS probeerden ook toegang te krijgen tot gegevens over de maaltijdvoorkeur van passagiers; daarin ging het met name om voorkeur voor halal. Halalvoedsel is eten dat voldoet aan de voorschriften van de Islam. Verder wilden de VS de mogelijkheid krijgen om gegevens makkelijker dan nu het geval is, door te spelen naar derde landen, zoals Engeland. Aan deze eisen heeft de EU niet toegegeven.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.
- Akkoord van 2006: Kamerbrief over de overeenkomst tussen de EU en de VS inzake de verwerking en overdracht van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) door luchtvaartmaatschappijen
- Akkoord van 2003: Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de doorgifte van passagiersgegevens
