Het geven van vrije toegang tot elkaars markten zorgt ervoor dat er gemakkelijker handel kan worden gedreven en dat er meer concurrentie komt. Dit leidt in de regel tot meer welvaart. De interne markt van de EU is daar een bewijs van. De grootste handelsblokken, inclusief de EU, en veel ontwikkelingslanden hebben echter nog een subsidie- of heffingensysteem voor producten en diensten om hun industrie of economie te beschermen. Als deze systemen worden afgeschaft, dan zal de concurrentie wereldwijd toenemen.
Het te snel openstellen van de Europese markt voor de zeer goedkope agrarische producten van bijv. ontwikkelingslanden kan betekenen dat de eigen landbouwsector de concurrentie niet aan kan en in een crisis belandt. De voorgestelde reductie van 60% op de hoogste invoerheffingen zal in ieder geval druk zetten op de Europese industrie/landbouw en daardoor veel banen kunnen kosten.
De Europese Commissie stelt dat de voorstellen van de G20 en de VS voor een verlaging van resp. 75% en 90% van de landbouwheffingen, zelfs desastreus zouden zijn voor de agrarische sector in de EU. Openstelling van de wereldhandel zou dus geleidelijker moeten gebeuren.
