In november 2001 startte de Doha-ronde. Dit is een door de Wereldhandelsorganisatie (WTO) georganiseerde onderhandelingsronde waaraan de 153 leden van deze organisatie deelnemen. Het doel is om handelsbarrières in de wereld op te heffen en vrije internationale handel mogelijk te maken. De serie onderhandelingen is gestart in Doha, de hoofdstad van Qatar (vandaar de naam van deze ronde).
De onderhandelingen hadden volgens plan eigenlijk eind 2005 beëindigd moeten zijn, maar tot op de dag van vandaag zijn de deelnemende landen het nog niet eens over het opheffen van handelsbarrières ten behoeve van de agrarische en industriële markten. Vooral tussen China en de VS bestaan grote tegenstellingen.
Om hun economie en werkgelegenheid te beschermen, houden veel landen in de wereld kunstmatige handelsbarrières in stand. Dat gebeurt op verschillende manieren:
-
-buitenlandse producenten moeten een heffing betalen als ze producten willen invoeren, bijvoorbeeld in de Europese Unie. Daardoor stijgt de prijs van die producten, en kunnen de duurdere producten van de EU op de Europese markt beter concurreren met producten van buitenaf.
-
-producten uit eigen land (of uit de EU) worden gesubsidieerd. Hierdoor kunnen ze voor een goedkopere prijs worden verkocht, zodat ze beter kunnen concurreren met producten op markten buiten de EU.
Door deze barrières hebben ontwikkelingslanden vaak minder kans om hun export te vergroten en hun economie te verbeteren. Niet alleen de EU maakt zich schuldig aan dit soort handelsverstorende maatregelen; ook andere landen proberen hun eigen producten te bevoordelen door subsidies, of producten van buiten te weren door middel van heffingen.
Een voorbeeld van dit soort barrières is de schoenenheffing die de EU in oktober 2006 invoerde. Volgens de EU konden fabrieken in China en Vietnam extra goedkoop schoenen produceren omdat ze voordelige leningen konden krijgen en weinig belasting hoefden te betalen. De Europese schoenenproducenten kregen geen overheidssteun waardoor hun producten duurder waren en ze minder goed konden concurreren met Vietnam en China.
Daarom werd een heffing ingevoerd op schoenen uit deze twee landen. Hierdoor werden hun schoenen duurder en nam het prijsverschil met Europese schoenen af, waardoor het voor de Europese consument aantrekkelijker werd om schoenen uit de Europese Unie te kopen.
In het kader van de Doha-ronde wordt sinds 2001 onderhandeld over het steeds verder openstellen van (nationale) markten. Het plotseling openstellen van een markt kan echter als gevolg hebben dat een industrie niet meer kan concurreren met de toestroom van goedkopere buitenlandse producten of diensten.
Veel rijkere handelsblokken (zoals de EU) zijn daarom voor een geleidelijke openstelling van de markten. Hiermee geven ze hun eigen industrie de gelegenheid om zich aan te passen aan de nieuwe situatie, terwijl ze de armere landen ook steeds meer kansen geven om deel te nemen aan de wereldhandel.
Op 27 juli 2006 besloten de leden van de WTO om de huidige onderhandelingsronde na jaren te staken. Vanwege het ontbreken van concessies over en weer konden de partijen het niet eens worden over het afbouwen van bijvoorbeeld landbouwsubsidies en -heffingen door de EU en de VS, en over het openstellen van de markten van ontwikkelingslanden voor industriële goederen uit de rijkere landen.
Op 7 februari 2007 heropende de directeur-generaal van de WTO, Pascal Lamy, de formele onderhandelingen. Op 29 juli 2008 liepen de onderhandelingen echter opnieuw vast. Breekpunt was deze keer een beschermingsconstructie die ontwikkelingslanden willen gebruiken om snel stijgende importen van (goedkopere) landbouwproducten van rijkere landen aan banden te kunnen leggen. Met name India wilde een dergelijke constructie om daarmee de Indiase landbouwsector te kunnen beschermen indien nodig, terwijl bijvoorbeeld de VS moeite hebben met zo'n mogelijke importbeperking.
Ondanks de inspanningen van de WTO en Brazilië, dat de rol van aanjager op zich heeft genomen, is nog niet bekend wanneer de onderhandelingen zullen worden hervat.
Na het opschorten van de onderhandelingen verweten de verschillende partijen elkaar een rigide houding. De EU en de VS vonden van elkaar dat ze alleen maar concessies vragen ten aanzien van de landbouwsubsidies en -heffingen en niet bereid zijn om de andere partijen tegemoet te komen. Australië was van mening dat de door de EU voorgestelde verlagingen van importheffingen te mager zijn, omdat de tarieven uit 2008 buitensporig hoog zouden zijn. De internationale hulporganisatie Oxfam verweet zowel de EU als de VS een gebrek aan bereidheid om concessies te doen.
Als de onderhandelingen waren geslaagd, had de EU een aantal voordelen gehad, zoals betere toegang voor industriële producten tot derdewereldlanden, vereenvoudiging van douaneprocedures en transparantie van regionale handelsovereenkomsten.
Door het mislukken van de onderhandelingen werden eerdere successen in de onderhandelingen tenietgedaan:
-
-producten uit de minst ontwikkelde gebieden krijgen nu toch geen betere toegang tot de rijkere landen
-
-exportsubsidies, die in 2013 afgeschaft zouden moeten zijn, blijven (langer) bestaan
-
-subsidieregelingen in de katoensector worden nu niet afgeschaft
Binnen de Europese Unie zijn in de afgelopen jaren overigens al veel landbouwsubsidies afgeschaft maar voor enkele producten (zoals katoen en suiker) bestaan ze nog.
Eurocommissaris Karel De Gucht (Handel) benadrukte in juni 2011 tijdens een toespraak in Washington dat hervatting van de onderhandelingen weliswaar moeilijk zou zijn, maar dat het essentieel is dat de Doha-ronde tot een akkoord leidt. Eerder had hij de VS ervan beschuldigd dat ze wel van andere landen verwacht dat ze hun markten open stellen, maar dat die landen er niets voor terug krijgen. Bovendien zou wereldhandel in de VS een speelbal geworden zijn in het politieke spel tussen Democraten en Republikeinen.
Het is volgens De Gucht aan de Amerikanen om het initiatief te nemen om de onderhandelingen te hervatten. Tot die tijd gaat de EU door met het sluiten van bilaterale vrijhandelsovereenkomsten.
De WTO liet in de zomer van 2011 weten dat niet verwacht wordt dat de Doha-ronde in datzelfde jaar afgesloten wordt. In plaats daarvan hoopte de organisatie dat in ieder geval voor de minstontwikkelde landen een pakket met handelsvoordelen zou worden samengesteld op de Ministeriële Conferentie van 15-17 december 2011, maar dat overleg leverde geen vooruitgang op.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
De EU had meer concessies moeten doen om de onderhandelingen te laten slagen
Hoewel de Europese Unie tariefverlagingen heeft voorgesteld van meer dan 50%, vinden andere partijen dit aanbod nog zwak. Australië zegt bijvoorbeeld dat de invoertarieven van de Europese Unie zo hoog waren, dat ze na de voorgestelde verlaging nog steeds een grote handelsbarrière zouden vormen.
-
De VS had meer concessies moeten doen om de onderhandelingen te laten slagen
De laatste jaren is de VS steeds meer gaan uitgeven aan exportsubsidies voor landbouw. De EU daarentegen heeft de laatste jaren voor veel agrarische producten de subsidies afgeschaft en vervangen door een inkomensregeling voor boeren. Het laatste bod van de VS voor subsidieverlaging zou als resultaat hebben gehad dat deze subsidies alsnog hoger zouden zijn dan de afgesproken maximale subsidies in 2001. De EU stelt dat de VS zijn agrarische markt dus verder afsluit, in plaats van hem te openen.
-
Het openstellen van de wereldhandel moet geleidelijker gebeuren
Het geven van vrije toegang tot elkaars markten zorgt ervoor dat er gemakkelijker handel kan worden gedreven en dat er meer concurrentie komt. Dit leidt in de regel tot meer welvaart. De interne markt van de EU is daar een bewijs van. De grootste handelsblokken, inclusief de EU, en veel ontwikkelingslanden hebben echter nog een subsidie- of heffingensysteem voor producten en diensten om hun industrie of economie te beschermen. Als deze systemen worden afgeschaft, dan zal de concurrentie wereldwijd toenemen.
-
Een vrije wereldhandel betekent dat ook de derdewereldlanden hun markten open moeten stellen
Derdewereldlanden hebben vaak hoge importheffingen op industriële goederen en diensten uit de rijke westerse landen. De reden daarvoor is niet alleen het beschermen van hun eigen industrie, maar ook om hun lage nationale inkomen aan te vullen met de inkomsten uit die heffingen. De EU is het in de onderhandelingen niet eens geworden met de ontwikkelingslanden over de afschaffing van invoerheffingen aan beide zijden.
-
Het vastlopen van de Doha-ronde geeft aanleiding tot hervorming van de Wereldhandelsorganisatie
De laatste onderhandelingsronde van de Wereldhandelsorganisatie strandde omdat een aantal handelsblokken niet van positie wilden veranderen. Principekwesties leken een rol te spelen in het besluit om deze ronde te staken. De onderhandelingen eindigden met partijen die elkaar als schuldige aanwezen voor het mislukken.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.
