Politieke hervormingen in Turkije

Voordat Turkije lid kan worden van de Europese Unie moet het land voldoen aan vooraf vastgestelde criteria. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste politieke beleidsterreinen waar Turkije al hervormingen heeft doorgevoerd en op welk vlak nog hervormingen moeten plaatsvinden of geïmplementeerd moeten worden.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Mensenrechten

Turkse premier Erdogan

Turkije heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in politieke hervormingen zodat het land aan de toetredingscriteria kan voldoen. Turkije heeft bijvoorbeeld aandacht besteed aan de fundamentele vrijheden en mensenrechten. Zo werd de doodstraf afgeschaft, nadat onder andere het Europees Parlement daar in 2000 nog op hamerde, en kreeg de Koerdische minderheid meer rechten. Mannen en vrouwen werden onder druk van de Europese Unie in 2002 gelijk gesteld in het burgerlijk wetboek. 

Toch wordt er nog steeds melding gemaakt van de schending van mensenrechten en van foltering. In de eerste maanden van 2006 oordeelde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens nog in bijna 200 gevallen dat sprake was van schending van de Europese Conventie voor de rechten van de Mens.

De vrijheid van meningsuiting komt voortdurend in gevaar met een beroep op artikel 301 van het Turkse wetboek van strafrecht, dat belediging van Turkije verbiedt: momenteel lopen er tientallen rechtszaken tegen journalisten, schrijvers en voorvechters van de burgerrechten op grond van dit artikel. De rechten van vrouwen, religieuze minderheden en vakbonden worden niet altijd gerespecteerd. Binnen het strafrecht zal de strafvermindering van strafbare feiten op basis van eerwraak zo snel mogelijk afgeschaft moeten worden. In 2002 werd dit echter nog wel opgenomen in het nieuwe burgerlijk wetboek.

Een goed uitgevoerde scheiding van kerk en staat is voor de Europese Unie een criterium voor toetreding. Het Europees Parlement gaf in 2004 echter nog aan dat de Unie en Turkije hier een interpretatieverschil over hadden. Er is namelijk nog steeds staatscontrole op de religieuze dominante stroming, de soennitische islam, terwijl andere religies nog gediscrimineerd worden.

De Grieks-orthodoxe hogeschool van Chalki werd bijvoorbeeld door de Turkse overheid gesloten en werd ondanks herhaaldelijke oproepen van het Europees Parlement nog niet heropend. Ook in 2006 constateerde de Commissie nog dat niet-Islamitische religieuze gemeenschappen geen rechtspersonen (verenigingen, stichtingen e.d.) kunnen oprichten. In november 2006 sprak de Turkse president zijn veto uit over een wetsvoorstel dat de positie van niet-islamitische religieuze groepen in Turkije had moeten verbeteren. Het belijden van andere religieuze opvattingen is overigens wel toegestaan.

Ook via andere wegen wordt discriminatie door de staat nog in stand gehouden. Het Turkse Ministerie van Onderwijs gebruikte in 2003 'de geschiedenis als middel om de jeugd te indoctrineren met opinies die met rassenhaat zijn doorspekt', aldus het Europees Parlement in haar rapport van maart 2004.

Volgens de Europese Unie heeft Turkije op het vlak van mensenrechten in 2004 nog geen verdergaande inspanningen gerealiseerd dan reparatiewetgeving en amendementen op het gebied van politieke, culturele sociale, economische en burgerrechten. De Europese Unie pleit daarom voor een herziening en modernisering van de grondwet. Deze grondwet werd in 1982 opgesteld tijdens een kortstondig militair regime en komt de democratische beginselen volgens de Unie niet ten goede.

2.

Minderheden

De Europese Unie heeft voor al haar kandidaat-lidstaten harde eisen met betrekking tot de rechten van minderheden gesteld. In Turkije hebben religieuze minderheden nog geen rechtspersoonlijkheid. De nationale wetgeving is op dit punt nog ver verwijderd van het Gemeenschapsrecht. Ook het kiesstelsel moet aangepast worden, zodat Koerden en andere minderheden democratisch vertegenwoordigd kunnen worden. De kiesdrempel van 10 procent is nu een belemmering voor een evenwichtige vertegenwoordiging.

Intussen heeft de Turkse regering wel een wetswijziging doorgevoerd die scholen in staat stelt les te geven in andere talen dan het Turks. Ook mogen mediaprogramma's gemaakt worden in bijvoorbeeld het Koerdisch, Tsjerkessisch of het Armeens. De wet voorziet echter alleen in rechten voor islamitische minderheden. Niet-islamitische minderheden (Grieken, Armeniërs, joden en Assyriërs) worden nog steeds beperkt in onderwijs en media in hun eigen taal.

Daarnaast weigert Turkije de Armeense genocide in 1915 te erkennen. In dat jaar werden naar schatting honderdduizenden Armeniërs gedood. Het Europees Parlement stelt overigens de erkenning van de Armeense genocide niet als een voorwaarde voor de toetreding van Turkije tot de EU, aangezien het formeel niet tot de toetredingscriteria behoort.

Niettemin zorgt deze kwestie voor veel ophef zowel in Turkije als in de EU-lidstaten. Zo heeft Turkije in oktober 2006 tegenover Frankrijk met economische en politieke sancties gedreigd als reactie op het Franse voornemen om ontkenning van de genocide strafbaar te stellen. "Dit is een zaak tussen Turkije en Armenië. Het gaat Frankrijk niets aan", riep de Turkse premier Erdogan. Frankrijk zette door en een wet die het ontkennen van de genocide strafbaar stelde, werd in 2012 door het Franse parlement goedgekeurd. Het Franse Constitutionele Hof sprak zich uit tegen de wet, omdat deze strijdig zou zijn met de vrijheid van meningsuiting. President Sarkozy wil nu een aangepaste versie van de wet indienen. 

3.

Politieke invloed van het leger

Omdat het leger veel invloed uitoefende op de Turkse politiek en maatschappij, heeft de Europese Unie de hervorming van de relatie tussen burgermaatschappij en leger ook op het toetredingsprogramma gezet. Ook werd er volgens een rapport van de Europese Commissie uit 2000 tijdens demonstraties van het leger nog vaak onevenredig veel geweld gebruikt.

In 2004 werkte de Turkse regering daarom aan parlementaire controle van de defensie-uitgaven. Niettemin sprak eind september 2006 het Europees Parlement zich nog bezorgd uit over de aanhoudende en misschien zelfs toenemende rol van de strijdkrachten in de Turkse samenleving. Ook de Commissie wees in november 2006 op de invloed van het Turkse leger. De parlementaire invloed op defensie-uitgaven is nog steeds onvoldoende. 

In mei 2010 heeft Turkije een belangrijke stap genomen op weg naar het lidmaatschap van de Europese Unie. De Turkse president Abdullah Gül heeft zijn handtekening gezet onder een wetsontwerp voor de hervorming van de Turkse grondwet. Daarmee wordt onder andere de macht van de militairen en van de rechters en openbare aanklagers beperkt.

De voorstellen zijn opgesteld door de regerende en hervormingsgezinde partij AKP van premier Erdogan. Het wetsvoorstel moet nog in een referendum aan het Turkse volk worden voorgelegd. De oppositie is fel tegen de hervormingsplannen en wil het referendum dwarsbomen via het behoudende constitutionele hof.

4.

Kwestie Cyprus

De gespannen relatie tussen Turkije en Cyprus vormt een belangrijk obstakel op weg naar de toetreding van Turkije. De Europese Unie eist van Turkije dat het de Republiek Cyprus erkent en Cypriotische schepen en vliegtuigen toelaat.

5.

De Ataturk-dam

De Europese Unie heeft goed nabuurschap opgenomen in de toetredingscriteria om meer stabiliteit in de regio te ontwikkelen. Het is noodzakelijk dat er een oplossing komt voor de waterverdeling tussen Turkije, Iran, Irak en Syrië. Sinds de bouw van de Ataturk-dam in Turkije is de toevoer van water naar de drie andere landen behoorlijk verminderd. De Unie streeft naar een eerlijke oplossing voor de verdeling van het water uit de rivieren die ontspringen in Turkije.

6.

Verkiezingen 2011

De verkiezingen in 2011 leverden een, net als die in 2007, overwinning op voor de AK-partij van Recep Tayyip Erdogan. De partij heeft een absolute meerderheid in het parlement, maar ontbeert een tweederde meerderheid die nodig is om de Grondwet te kunnen wijzigen. Grondwetswijziging is nodig om de rol van het leger in het staatkundig leven terug te dringen.

7.

Meer informatie