Bij het ontstaan van de Europese Unie heeft het creëren van gezamenlijke economische voordelen altijd centraal gestaan. Om dit te bereiken hebben de Europese lidstaten besloten economisch meer samen te werken en werden hun markten samengevoegd. Deze gezamenlijke markt wordt de interne markt genoemd. Door de totstandkoming van één Europese markt, wil de EU meer vrije concurrentie en een groter aantal consumenten. Dit kan leiden tot lagere prijzen, bijvoorbeeld voor telefoneren of vliegtickets.
Wanneer nationale markten worden geopend en handelsobstakels (zoals invoerrechten) worden verwijderd, kunnen meer bedrijven met elkaar concurreren. Door deze concurrentie kunnen prijzen dalen. Bovendien weten bedrijven die op de interne markt verkopen dat ze in de EU toegang hebben tot bijna 500 miljoen consumenten. Dit kan leiden tot schaalvoordelen, die op hun beurt ook lagere prijzen tot gevolg hebben. Bovendien onstaat er een grotere keuze aan goederen en diensten voor de consument.
De Nederlandse economie profiteert duidelijk van de open grenzen van de Europese Unie. De van oorsprong grote Nederlandse bedrijven als KPN, Heineken, ABN Amro, ING, Philips, Akzo en Unilever behalen een belangrijk deel van hun omzet in andere Europese landen. In een studie uit 2002 schat de Europese Commissie dat de open grenzen sinds 1992 hebben bijgedragen tot 877 miljard euro extra welvaart in de landen van de Europese Unie. Sindsdien is er geen nieuw rapport over dit onderwerp verschenen.
In 2008 heeft het Centraal Plan Bureau (CPB) onderzoek gedaan naar de invloed van de interne markt op de Nederlandse economie. Het is voor het eerst in Europa dat een dergelijk onderzoek is gedaan naar de voordelen van de interne markt voor een individuele lidstaat. Uit deze studie 'The Internal Market and the Dutch Economy: implications for trade and economic growth' blijkt dat de Nederlandse economie door de Europese integratie jaarlijks tussen de 25 en 30 miljard groeit. De interne markt levert volgens het onderzoek de individuele burger een extra inkomen van tussen de 1.500 en 2.200 euro op.
Dit extra inkomen is volgens onderzoeker Arjen Lejour direct toe te schrijven aan de interne markt. Door de inspanningen van Brussel om tot een vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal te komen, zijn de interne barrières verdwenen. Het verhandelen van goederen is hierdoor gemakkelijker en minder kostbaar geworden. Van alle EU-lidstaten profiteert Nederland, dankzij haar positie als distributieland, hier het meeste van.
De interne markt creëerde volgens de Europese Commissie 2,5 miljoen nieuwe banen in de EU sinds 1993 en genereerde meer dan 800 miljard euro aan extra inkomen. Naast de economische voordelen van de interne markt, zoals extra inkomen, zijn er voor de consument ook enkele praktische zaken aan te wijzen waardoor 'Europa' tot kostenverlagingen heeft geleid.
Zo heeft het openbreken van de markten voor telecommunicatie gezorgd voor een scherpe daling van de tarieven voor nationale en internationale gesprekken en sms'jes over de vaste en mobiele telefoon. In december 2010 werden tevens de eerste universele telefoonladers getoond. Nu kan iedere telefoon zonder problemen met dezelfde lader worden opgeladen. Ook de vliegtickets in Europa zijn, dankzij de toegenomen concurrentie door de instelling van de interne markt, voordeliger geworden.
Buiten de toegenomen concurrentie konden door de openstelling van de grenzen tot nu toe ook meer dan 15 miljoen Europeanen in een ander EU-land werken of aanspraak maken op hun pensioen.
