Toetreding Servië tot de Europese Unie

parlementsgebouw Belgrado

Bron: Konrad Zielinski

Servisch parlementsgebouw in Belgrado

Op 22 december 2009 heeft Servië een aanvraag voor lidmaatschap van de Europese Unie ingediend. De EU-ministers van Buitenlandse Zaken hebben besloten om dit verzoek in behandeling te nemen en een advies aan te vragen bij de Europese Commissie over de toetreding van het Balkanland. Deze stap gaf Servië nog niet de status van kandidaat-lidstaat, maar laat zien dat het land wel verder op weg is naar lidmaatschap dan andere potentiële kandidaat-lidstaten.

In oktober 2005 opende de Europese Commissie onderhandelingen met Servië om de EU-toetreding voor te bereiden via de zogenaamde 'Stabilisatie en Associatie-Overeenkomst' (SAO). Dit akkoord werd op 28 april 2008 door Servië en de Europese Unie ondertekend en is in januari 2011 goedgekeurd door het Europees Parlement.

Begin september 2010 heeft Servië onder zware druk van de Europese Unie ingestemd met een VN-resolutie die oproept tot een dialoog tussen Servië en Kosovo. Veel Europese landen prezen deze nieuwe bereidheid tot toenadering en het accepteren van de lidmaatschapsaanvraag wordt dan ook gezien als beloning.

Een belangrijke hindernis in het toetredingsproces tot de EU was tot mei 2011 de samenwerking van Servië met het Joegoslavië-Tribunaal. Met de arrestatie en uitlevering van Ratko Mladic voldeed Servië aan die voorwaarde. De uitlevering in juli 2011 van Goran Hadzic, de laatste voortvluchtige Servische leider, maakte duidelijk dat de Servische regering ook na de arrestatie van Mladic samenwerking met het Tribunaal serieus blijft nemen. Voordat toetreding kan plaatsvinden moeten wel wijzigingen in de Servische wetgeving plaatsvinden en moet aan andere toetredingscriteria worden voldaan. Op 9 december werd op de Europese Top besloten dat Servië tot maart 2012 zeker nog geen kandidaat-lidmaatschap zal krijgen.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

In vogelvlucht

In 1999 stelde de Europese Unie het Stabilisatie en Associatie-proces voor om Servië op de lange termijn voor te bereiden op lidmaatschap van de Europese Unie. Onder dit samenwerkingsverband met de Unie werd in november 2000 een autonoom voorkeursbeleid met betrekking tot de handel met het land ingesteld, waardoor de meeste Servische producten zonder invoerheffingen kunnen worden ingevoerd. In juni 2000 verklaarde Servië zich bereid om de voorgestelde hervormingen in het licht van de Europese integratie te implementeren en kreeg het de status van potentiële EU-kandidaat.

In juli 2001 begon de Europese Unie de politieke en economische gesprekken met Servië, waarna de Raad Servië in januari 2004 een Europees Partnerschap voorstelde.  Al in de voortgangsrapportage van 2003 over Servië werd duidelijk dat op veel terreinen aanpassingen nodig waren, waaronder de hervorming van het leger, de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad en het tegengaan van schendingen van de mensenrechten. Er was sprake van gebrek aan onafhankelijkheid van het gerechtelijk apparaat en van toenemende staatsinvloed op de media. Bovendien moest Servië beter samenwerken met het Joegoslavië-Tribunaal.

Afgebroken onderhandelingen

In oktober 2005 gaf de Europese Commissie het groene licht om onderhandelingen over de Stabilisatie- en Associatie-Overeenkomst met Servië te beginnen. De Commissie ging in haar advies in op de vorderingen van Servië bij het voldoen aan de criteria voor het lidmaatschap van de Unie. Servië wordt zowel getoetst op het voldoen aan de algemene toetredingscriteria  als aan de voorwaarden in de Stabilisatie en Associatie-Overeenkomst. Op 3 mei 2006 blies de Unie echter de onderhandelingen af vanwege de slechte medewerking van het land met het Joegoslavië-Tribunaal.

Op 13 juni 2007 overtuigde Servië de Unie er echter van wel medewerking aan het Tribunaal te willen verlenen, waarna de onderhandelingen met het land direct werden hervat. In april 2008 liet het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken in een verklaring weten dat Nederland en België een compromisvoorstel uitgewerkt hadden voor een associatieverdrag met Servië. Zo zorgden zij ervoor dat het feit dat de laatste Servische verdachten nog niet aan het Tribunaal waren uitgeleverd, het sluiten van de overeenkomst niet in de weg zou staan. Het verdrag werd hierop op 28 april 2008 door de Unie en Servië ondertekend.   

Hernieuwde onderhandelingen

Op basis van de voortgangsrapportage 2007 oordeelde de Europese Commissie dat Servië vooruitgang had geboekt op het gebied van politieke criteria. Zo was er een nieuwe grondwet in werking getreden en waren er democratische verkiezingen gehouden. Op economisch gebied had Servië enige voortgang gemaakt richting een markteconomie en was de economie aanmerkelijk gegroeid. De werkloosheid bleef echter hoog. Bovendien was de private sector nog niet concurrerend en dynamisch genoeg. 

Conclusie was dat Servië de capaciteit had om uiteindelijk bij de EU aan te sluiten, maar dat er nog een aantal gebieden waren waarop verbeteringen moesten worden doorgevoerd. Daarbij speelden de politieke verhoudingen met de Europese Unie een belangrijke rol. Sinds december 2007 gaf Servië namelijk aan van het EU-lidmaatschap te willen afzien als de Europese Unie Kosovo als onafhankelijke staat erkent. Maar ook onder de EU-lidstaten zelf is er onenigheid over mogelijke toetreding van Servië.

In maart 2010 nam het Servische parlement een belangrijke resolutie aan die toetreding tot de Europese Unie een stapje dichterbij bracht. In deze resolutie veroordeelde het parlement de massamoord in 1995 op Bosnische moslims in Srebrenica. De term 'genocide' is zorgvuldig vermeden in de tekst, om zoveel mogelijk steun voor deze resolutie te krijgen.

Op 25 oktober 2010 besloten de EU-ministers van Buitenlandse zaken de eerste stap te zetten op weg naar het EU-lidmaatschap voor Servië door een advies aan te vragen bij de Europese Commissie over de toetreding van het Balkanland. Deze beslissing is een erkenning van de lidmaatschapsaanvraag die Servië in december 2009 had ingediend. Deze erkenning is een belangrijke stap voor Servië in het proces om toe te treden tot de EU. Verwacht wordt dat Servië in 2012 officieel de status van kandidaat-lidstaat zal ontvangen.

In mei 2011 werd de voormalige Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladic, die beschuldigd wordt van oorlogsmisdaden, in Servië gearresteerd en uitgeleverd aan het Joegoslavië-Tribunaal. In juli 2011 werd ook de laatste gezochte oorlogsmisdadiger, de Kroatisch-Servische leider Goran Hadzic, door de Servische autoriteiten opgepakt. Eén van de grootste hindernissen in het toetredingsproces is met deze arrestaties weggenomen.

2.

Is Servië klaar voor toetreding?

Servië laat op politiek vlak stabiliteit zien en heeft de wetgeving aangepast en het integratieprogramma van de Europese Unie ingevoerd. Ook is er een nieuwe wet aangenomen die betrekking heeft op politieke partijen. Hervormingen in het verkiezingsstelsel hebben echter nog niet plaatsgevonden. Servië heeft zich beter ingezet in de strijd tegen corruptie met als gevolg dat veel verdachten zijn gearresteerd. Er zal nog wel er extra aandacht moeten worden geschonken aan de bestrijding van de georganiseerde misdaad. Bovendien zal Servië de volledig onafhankelijke positie van de rechterlijke macht moeten garanderen.

Op economisch gebied heeft het land veel vooruitgang geboekt om een goed functionerende markteconomie te creëren. Het land is echter wel zwaar getroffen door de economische crisis. Servië heeft dan ook financiële steun ontvangen van de Europese Unie en het Internationaal Monetair Fonds. De werkloosheid is vooralsnog hoog.

In het land zelf heerst enige weerstand tegen de EU. Zo gaf Servië eerder aan het EU-lidmaatschap te weigeren als de Europese Unie de Servische regio Kosovo als onafhankelijke staat erkent en een Europese troepenmacht naar deze regio stuurt. Het Internationaal gerechtshof oordeelde op 22 juli 2010 dat de afsplitsing van Kosovo internationaalrechtelijk gezien gerechtvaardigd was. Deze uitspraak verstevigt de onafhankelijke status van Kosovo, hoewel de uitspraak niet dwingend is. Er zijn nog vijf EU-landen die Kosovo weigeren te erkennen als zelfstandige staat. De EU heeft in reactie op de uitspraak van het Hof laten weten dat volgens de EU de toekomst van zowel Servië als Kosovo in de Europese Unie ligt en dat de EU bereid is een dialoog tussen beiden landen te faciliteren.

De EU-ministers verwachten dat de Servische regering zich "constructief" opstelt tegenover Kosovo, dat zich van Servië heeft afgesplitst. Servië heeft de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo niet erkend.  Wel wil het land gaan samenwerken met de EULEX-missie (de EU-missie om Kosovo te helpen bij het versterken van de rechtsstaat) en heeft het zich bereid getoond de dialoog aan te gaan met de regering in Pristina. Veel Europese landen prezen Belgrado al voor die bereidheid. De acceptatie van de lidmaatschapsaanvraag in oktober 2010 werd dan ook gezien als een beloning.

In het voortgangsrapport van oktober 2011 prijst de Europese Commissie Servië met de voortgang die het land heeft geboekt. Vooral op politiek gebied is het land erg gegroeid en het heeft belangrijke stappen gezet naar een goed functionerende markteconomie. Toch heeft het land nog te veel conflicten met buurland Kosovo, waardoor het waarschijnlijk pas in 2012 het kandidaat-lidmaatschap krijgt.

3.

Regionale vrijhandelszone

Op 19 december 2006 is het CEFTA-akkoord ondertekend. Dit vrijhandelsakkoord is in 2007 in werking getreden. De CEFTA bestaat uit Servië, Montenegro, Bosnië-Herzegovina, Albanië, Kroatië, Macedonië, Moldavië en de UNMIK namens Kosovo. De vrijhandelszone heeft als doel het handelsvolume van de regionale markt te vergroten en de regio aantrekkelijk te maken als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven.

4.

Relatie Europese Unie en Servië

Vanaf 1999 ontvangt Servië politieke en economische steun van de Unie. Na jaren van advies en ondersteuning door de Consultation Task Force, het Europees-Servisch raadgevend orgaan, maakt de val van het Milosevic-regime in 2000 het begin van het Stabilisatie en Associatie-proces met de Europese Unie mogelijk. Toch zijn de officiële onderhandelingen met het land om tot een Stabilisatie- en Associatie-Overeenkomst te komen pas in oktober 2005 begonnen. Om ondertussen de integratie van Servië in de Europese Unie te bevorderen, is in maart 2004 een Europees Partnerschap opgezet.

Ook komt de relatie tussen de Europese Unie en Servië tot uiting door de afschaffing van de visumverplichting voor Servische burgers. Vanaf 1 januari 2008 was het voor bepaalde groepen Serviërs (studenten, academici, journalisten en toeristen) al gemakkelijker om (vaak kosteloos) een visum te krijgen. Sinds 19 december 2009 is het aanvragen van een visum helemaal niet meer nodig voor Serviërs met een biometrisch paspoort. Hierdoor kunnen Serviërs makkelijker naar de Europese Unie afreizen en zal er op termijn meer interactie ontstaan tussen EU- en Servische burgers.

Handelsrelatie met de Europese Unie

Door het autonome voorkeursbeleid dat de EU in november 2000 heeft ingesteld en in 2010 heeft herbevestigd, kunnen (bijna) alle Servische producten zonder invoerheffingen worden ingevoerd. Daarnaast gelden voor producten uit Servië geen quota meer.

5.

Belang Servië voor de Europese Unie

Toetreding van Servië tot de Europese Unie zal waarschijnlijk zorgen voor meer stabiliteit in de Zuidoost-Europese regio. Verwacht wordt dat het risico van nieuwe gewelddadige conflicten zal afnemen als het grootste deel van de voormalige Joegoslavische deelrepublieken lid is van de EU.

Daarnaast is de toetreding van Servië van belang voor de Europese Unie omdat toetreding zorgt voor een vergroting van de interne markt. Op termijn stimuleert dit de economische groei in de Unie.

6.

Nederlandse insteek

Nederland stond kritisch tegenover een EU-lidmaatschap van Servië omdat het land lang niet voldoende meewerkte aan de arrestatie en uitlevering van oorlogsmisdadigers aan het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag. In mei 2010 verzekerde de Servische premier Mirko Cvetkovic echter dat zijn land er alles aan wil doen om Mladic op te sporen.  Een jaar later werd de voormalige generaal door Servië gearresteerd en uitgeleverd, zodat hij berecht kan worden.  Met de aanhouding van de voortvluchtige Goran Hadzic valt het bezwaar van slechte samenwerking met het Tribunaal weg. Nederland blijft echter bezorgd om de corruptie in Servië en de relatief slechte mensenrechtensituatie.

7.

Meer informatie