r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Toetreding Servië tot de Europese Unie

parlementsgebouw Belgrado
Bron: Konrad Zielinski

Servisch parlementsgebouw in Belgrado

Servië onderhandelt sinds 21 januari 2014 met de EU over toetreding tot de Europese Unie. Het Balkanland, dat vanaf 2012 kandidaat-lidstaat van de Europese Unie was, hoopt in 2020 tot de EU te kunnen toe treden.

Op zijn weg naar lidmaatschap heeft Servië al enkele grote stappen genomen. Vooral de inzet om oorlogsmisdadigers voor het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag te krijgen werd door de EU als een positieve stap gezien. Desondanks zal het land moeten werken aan de normalisatie van zijn relatie met Kosovo. Bovendien zal het interne hervormingen moeten doorvoeren, om een lidmaatschap te realiseren.

Sinds september 2012 is er ook een Stabilisatie- en Associatie-Overeenkomst van kracht tussen de Europese Unie en Servië. Hierdoor werd het ook een officiële kandidaat-lidstaat.

Delen

Inhoud

1.

Voorgeschiedenis

Om internationaal sterker te staan, vormden Kroatië, Servië en Slovenië na de Eerste Wereldoorlog het koninkrijk Joegoslavië. Deze staat was een dictatuur. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen de communisten aan de macht en werd Josip Tito leider. Deze richtte het zogenaamde tweede Joegoslavië op: een mengelmoes van meerde nationaliteiten. Zijn bewind veranderde opnieuw in een dictatuur en hij onderdrukte iedere vorm van nationalisme tot zijn dood.

Daarna keerde nationalisme terug en raakten de natiestaten binnen Joegoslavië, waaronder Servië, in oorlog met elkaar. Milosevic werd leider van Servië. Hij zette aan tot haat tegenover andere bevolkingsgroepen en isoleerde Servië volledig. Onder zijn leiderschap was een Servisch EU-lidmaatschap ondenkbaar.

Nadat in 2000 verkiezingen hadden plaatsgevonden trad Milosevic in oktober dat jaar af. Een maand later werd al een handelsverdrag tussen Servië en de EU gesloten. In 2001 begon de EU politieke en economische gesprekken met Servië en in 2003 werd het land erkend als potentiële kandidaat-lidstaat.

In 2005 begon de EU met onderhandelingen over een Stabilisatie- en Associatieovereenkomst, maar deze werden in 2006 weer afgeblazen omdat Servië weigerde mee te werken aan de vervolging van oorlogsmisdadigers door het Joegoslavië-Tribunaal. In 2008 werd wel een associatieovereenkomst gesloten, en deze trad in 2013 in werking. In 2009 werd door Servië lidmaatschap aangevraagd, in 2012 werd Servië erkend als kandidaat-lidstaat en in 2014 startten de onderhandelingen.

2.

Struikelblokken

De grootste struikelblokken voor een Europees lidmaatschap zijn de erfenissen van de oorlogen die Servië voerde na het uiteenvallen van Joegoslavië. Intern moet Servië vooral het politieke systeem aanpakken. Op economisch terrein kent Servië daarentegen minder problemen.

Een strenge eis van de EU was dat Servië zich zou inzetten om oorlogsmisdadigers door het Joegoslavië-Tribunaal te laten berechten. Dit werd in 1993 opgericht om de verantwoordelijken van de oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië te straffen. Lange tijd hield Servië zich hier afzijdig van, maar onder internationale druk is het uiteindelijk toch gaan meewerken aan vervolging.

Relatie Servië-Kosovo

Het grootste internationale probleem dat Servië heeft is Kosovo. In een wanhopige poging zijn macht te redden besloot Milosevic de regio Kosovo, bestaande uit voornamelijk voor onafhankelijkheid strijdende Albanezen, binnen te vallen.

Dit resulteerde volgens de internationale gemeenschap in een etnische zuivering. De Verenigde Naties grepen in en zetten de UNMIK-missie op. Deze missie maakte Kosovo praktisch onafhankelijk. In 2008 riep Kosovo definitief onafhankelijkheid uit en dit werd erkend door het Internationaal Gerechtshof. Wil Servië lid worden van de EU, dan zal het Kosovo dan ook als een onafhankelijke staat moeten erkennen.

3.

Overzicht mijlpalen

Uitleveren oorlogsmisdadigers

In zijn toetredingsproces heeft Servië al vele mijlpalen weten te bereiken. Een belangrijke stap werd gezet in 2010, toen het Servische Parlement de massamoord erkende die in 1995 in Srebrenica plaatsvond. In 2011 leverde het land de militair Goran Hadzic uit aan het Joegoslavië-Tribunaal, wat een volgende mijlpaal was. Hiermee liet Servië volgens politici namelijk zien dat het Tribunaal serieus genomen werd. Tot dan toe had Servië, ondanks de uitlevering van Milosevic in 2001, maar weinig meegewerkt aan dit strafhof.

Relatie Servië-Kosovo

In de relatie met Kosovo heeft Servië vooruitgang geboekt. De EU heeft meerdere keren aangegeven dat zowel Kosovo als Servië uitzicht hebben op lidmaatschap en faciliteert daarom onderhandelingsgesprekken tussen beide landen. Nadat de toenmalige Servische president Nikolic zich in 2012 fel tegen erkenning van Kosovo keerde, wees toenmalig voorzitter van de Europese Raad Herman van Rompuy Servië er nogmaals op dat erkenning van Kosovo nodig is om lid te kunnen worden.

Onder leiding van Catherine Ashton, de toenmalige EU-buitenlandvertegenwoordiger, werd in 2013 een akkoord tussen Servië en Kosovo gesloten. Dit maakte voor Servië de weg naar Europees lidmaatschap vrij en was voor de Kosovaarse premier Thaçi een teken van Servische erkenning.

In 2015 bereikten Servië en Kosovo opnieuw een akkoord, waarin vooral de rechten van de Servische gemeenschap in Kosovo werden vastgelegd. De Servische premier Vucic sprak van een doorbraak die het pad naar de Europese Unie definitief opende en ook EU-Hoge Vertegenwoordiger Mogherini noemde het akkoord een mijlpaal.

4.

Voortgangsrapport

Het voortgangsrapport van 2015 voor Servië was positief. De Commissie was tevreden met de stappen die Servië heeft gezet en dringt aan op het doorzetten van de hervormingen. In de Servische politiek wordt de burger steeds meer gehoord. Het is wel van belang dat de posities van de onafhankelijk instituties (bijvoorbeeld de Ombudsman) versterkt en geformaliseerd worden. Ditzelfde geldt voor de rechtspraak. Servië erkent de belangrijkste mensenrechten, en moet dit nu vasthouden.

Economisch klimt Servië uit een dal. Het land wordt nog steeds gekenmerkt door hoge werkloosheid, hoewel die is gedaald, evenals het begrotingstekort. Voor Servië is het van belang om door te zetten en steeds meer regels over te nemen, zodat de Europese concurrentie geen probleem vormt.

In het rapport van 2015 spreekt de Commissie verder haar bewondering uit voor de Servische aanpak van de vluchtelingencrisis. In de herfst van 2015 kreeg Servië, net als de meeste Balkanlanden, te maken met een enorme vluchtelingeninstroom. Servië behandelde deze vluchtelingen met waardigheid. Verder liet de Commissie weten tevreden te zijn met de verbeterde relatie met Kosovo.

5.

Nederlandse Insteek

Nederland stond lange tijd erg kritisch tegenover een Servisch EU-lidmaatschap. Dit kwam vooral doordat dat land niet voldoende meewerkte aan de arrestatie en uitlevering van oorlogsmisdadigers aan het Joegoslavië-Tribunaal. In 2010 liet Servië nogmaals weten dat het er alles aan doet om deze misdadigers te arresteren en te vervolgen.

Nadat in 2011 de militair Hadzic was uitgeleverd, vielen de Nederlandse zorgen over weinig meewerking met het Tribunaal weg. Desondanks blijft Nederland bezorgd om de aanhoudende corruptie en de slechte mensenrechtensituatie.

6.

Meer Informatie

Delen

Terug naar boven