De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft in maart 2004 het lidmaatschap van de Europese Unie aangevraagd. In december 2005 concludeerden de Europese Raad en de Europese Commissie dat Macedonië voldoende voortgang maakte met het uitvoeren van het vredesakkoord met de Albanese minderheid en werd de status van kandidaatlidstaat toegekend. Met dit Akkoord van Ohrid kwam in 2001 een einde aan de conflicten tussen etnische Albanezen en het Macedonische regeringsleger.
De Europese Commissie heeft naar aanleiding van de goede resultaten die het land de afgelopen jaren geboekt heeft op het gebied van politiek, economie en de rechtspraak geadviseerd de toetredingsonderhandelingen met Macedonië te openen.
De Europese Raad wil echter dat Macedonië en Griekenland eerst een oplossing vinden voor het 'naamconflict', een geschil over de naam van het land Macedonië. Pas wanneer dat conflict is opgelost, zal de Europese Raad unaniem instemmen met de start van toetredingsonderhandelingen.
In maart 2004 vroeg Macedonië het lidmaatschap van de Europese Unie aan. De Europese Raad van regeringsleiders vroeg de Europese Commissie toen een advies op te stellen over een eventuele toetreding. In dit advies ging de Commissie in op de vraag in hoeverre Macedonië op termijn kan voldoen aan de Kopenhagencriteria en de voorwaarden van de Stabilisatie- en Associatie-overeenkomst.
Op 18 juli 2005 evalueerde de Stabilisatie- en Associatieraad de politieke situatie van Macedonië. Vastgesteld werd dat Macedonië voldoende wetgeving had aangepast naar aanleiding van het Akkoord van Ohrid. Ook werd aangegeven dat de decentralisatie goed op gang gekomen was: de lokale autoriteiten werden versterkt in hun politieke macht. Het Akkoord van Ohrid zorgde dus voor een terugkeer van stabiliteit in het land. Op 9 november 2005 gaf de Europese Commissie een positief advies over het verzoek van Macedonië om kandidaat-lidstaat van de Europese Unie te worden.
Op 17 december 2005 volgde de Europese Raad het advies op en besloot Macedonië de status van kandidaat-lidstaat te geven. De Franse minister van Buitenlandse Zaken Phillipe Douste-Blazy zorgde bij de vergadering van de Raad van Ministers nog voor enige spanning door een onduidelijk tegengeluid te geven: hij wilde tijdens deze vergadering namelijk niet de indruk wekken dat er een nieuwe uitbreidingsgolf op komst was. Ook zei hij dat Frankrijk eerst een uitvoerig debat wilde voeren over de financiële en institutionele mogelijkheden van de Europese Unie om nieuwe lidstaten op te nemen.
President Chirac van Frankrijk stemde binnen de Europese Raad van regeringsleiders echter niet tegen de erkenning van Macedonië als kandidaat-lid.
Naast tevredenheid over bijvoorbeeld de samenwerking met het Joegoslavië Tribunaal, de privatisering van overheidsbedrijven en de aanpassingen naar aanleiding van het Akkoord van Ohrid, gaf het advies van de Europese Commissie ook enkele knelpunten weer. Ten eerste constateerde de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) dat op grote schaal stembusfraude had plaatsgevonden bij de burgemeestersverkiezingen in maart 2005.
Ten tweede stond de onafhankelijkheid van politie en justitie ter discussie. Bij de hervormingen van de politie startte Macedonië een beleid om minderheden op te nemen in het politiekorps en probeerde het land de politieke onafhankelijkheid binnen het korps te realiseren. Voor de onafhankelijkheid en doelmatigheid van het justitiële apparaat was nieuwe wetgeving nodig.
Ten slotte leidde het buitenlandse beleid van Macedonië tot discussie. Zo viel de Europese Unie over een bilaterale overeenkomst die Macedonië had afgesloten met de Verenigde Staten. Het ging om een overeenkomst die Amerikaanse burgers uitsluit van vervolging door het Internationaal Strafhof. Macedonië ging met het sluiten van deze overeenkomst tegen de regels van de Europese Unie in.
Griekenland weigert de naam 'Republiek Macedonië' te erkennen. Griekenland is bang dat Macedonië aanspraken wil maken op de Noord-Griekse provincie Macedonië, zodra de naam Macedonië internationaal erkend is. Ook vreest Griekenland dat deze regio van haar klassiek-culturele erfgoed beroofd zou worden door de toekenning van de naam Macedonië aan een van origine Slavisch land. Verschillende andere landen andere landen, waaronder Rusland, de VS, China, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Bulgarije en Turkije erkennen het land wel onder de naam Republiek Macedonië.
Macedonië en Griekenland onderhandelen over een compromis voor de naam het land. De Europese Unie geeft heeft de onderhandelingen over de naamkwestie tussen Macedonië en Griekenland tot nu toe zo veel mogelijk overgelaten aan de Verenigde Naties.
In het voortgangsrapport in 2007 over de voortgang van de hervormingen in Macedonië oordeelde de Commissie dat het land voldoende resultaten heeft behaald in de strijd tegen corruptie. Ook was de mensenrechtensituatie van minderheden in het land verbeterd. Wel benadrukte de Europese Commissie dat nog veel hervormingen nodig zijn voordat toetreding binnen bereik zou komen, zoals bestuurlijke hervormingen en vernieuwing in de politieke instituties. Op het gebied van economie bleef de hoge jeugdwerkloosheid een belangrijk punt van zorg.
Het voortgangsrapport over 2008 laat zien dat Macedonië in dat jaar vooruitgang heeft geboekt op het gebied van politie en justitie, maar dat aan de politieke criteria voor toetreding nog niet werd voldaan. Een positieve ontwikkeling die werd genoemd is dat het Akkoord van Ohrid de weg vrij heeft gemaakt voor een multi-etnische democratie die zich steeds verder aan het versterken is. Toch werd geen datum vastgesteld voor de start van de onderhandelingen voor daadwerkelijke toetreding, door corruptie, politieke onrust en spanningen met de etnisch Albanese minderheid.
Door de goede prestaties die Macedonië liet zien adviseert de Europese Commissie in de voortgangsrapportages sinds 2009 de toetredingsonderhandelingen met Macedonië te starten.
Ook het Europees Parlement heeft de Raad in januari 2010 en april 2011 opgeroepen zo spoedig mogelijk met toetredingsonderhandelingen te beginnen. Net als de Europese Commissie heeft het EP verklaard dat in Macedonië het openbaar bestuur en de rechterlijke macht, vrouwenrechten, corruptie en non-discriminatie van etnische minderheden nog aandacht verdienen, maar dat er positieve veranderingen plaatsvinden.
De Raad is het met de Europese Commissie eens dat Macedonië voldoende hervormingen heeft doorgevoerd om met toetredingsonderhandelingen te starten. Maar voordat de Raad wil instemmen met de start van onderhandelingen, moet de naamkwestie worden opgelost. De daadwerkelijke toetredingsonderhandelingen kunnen pas starten na unanieme goedkeuring door de Raad. Ook Griekenland moet daarmee dus instemmen.
Regionale vrijhandelszone
Op 19 december 2006 is het CEFTA-akkoord ondertekend. Dit vrijhandelsakkoord is in 2007 in werking getreden. De CEFTA bestaat uit Servië, Montenegro, Bosnië-Herzegovina, Albanië, Kroatië, Macedonië, Moldavië en de UNMIK namens Kosovo. De vrijhandelszone heeft als doel het handelsvolume van de regionale markt te vergroten en de regio aantrekkelijker te maken als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven en investeerders.
Macedonië werd in 1991 onafhankelijk van de vroegere Socialistische Federale Republiek Joegoslavië. In 1996 werd Macedonië opgenomen in het PHARE -programma van de Europese Unie. Een jaar later werden verschillende samenwerkings- en handelsovereenkomsten gesloten die in 1998 van kracht werden. In 2001 werd in Luxemburg een Stabilisatie- en Associatie-overeenkomst getekend die in april 2004 in werking trad.
De overeenkomst voorziet in verschillende handelsvoordelen voor Macedonië. Bijna alle Macedonische producten hebben zonder invoerheffingen toegang tot de Europese markt. Macedonië zal in de loop van het stabilisatie- en associatieproces de tarieven voor de invoer van producten uit de Europese Unie verlagen.
Financiële steun vanuit de Europese Unie
Tussen 1992 en 2005 verleende de Europese Unie 767 miljoen euro steun aan Macedonië. In de eerste jaren werd via het ECHO-programma steun verleend om humanitaire problemen aan te pakken. Door de verbetering van de leefomstandigheden van de bevolking werd dit programma in 2003 stopgezet. De toenadering tot de Europese Unie heeft als gevolg dat de financiële steun nu nadrukkelijker wordt ingezet voor de hervormingen die nodig zijn om te voldoen aan de toetredingscriteria.
De Europese Investeringsbank ondersteunt sinds 2006 verschillende projecten in Macedonië waarbij de nadruk ligt op de wegenbouw.
Militaire steun vanuit de Europese Unie
De Europese Unie steunde het land niet alleen financieel maar ook militair. In navolging van de NAVO-missie zette de Unie van maart tot december 2003 de missie 'Concordia' in. Deze missie had als doel bij te dragen aan een veilige leefomgeving voor de Macedonische bevolking en de bepalingen van het Ohrid-akkoord te implementeren. Daarna werd een politiemissie geïnstalleerd, 'EUPOL Proxima', die de Macedonische politie ondersteunde bij de handhaving van recht en orde en bij de hervorming van het politieapparaat.
Voor het vormen van een Europese buitenlandse en veiligheidspolitiek is de toetreding van Macedonië van strategisch belang. Toetreding van Macedonië tot de Europese Unie kan zorgen voor stabilisering van de Zuidoost-Europese regio. Met toetreding van het land wordt verwacht dat het risico van conflicten in de regio zal afnemen.
Daarnaast is de toetreding van Macedonië van belang voor de Europese Unie omdat deze zorgt voor een vergroting van de interne markt. Op termijn stimuleert dit de economische groei in de EU.
