Bulgarije is op 1 januari 2007 lid geworden van de Europese Unie. Hoewel het land de afgelopen jaren vorderingen boekte, moet het na toetreding door blijven gaan met het doorvoeren van hervormingen en het invoeren van Europese regelgeving. Bij de beleidsmakers in Brussel bestaan nog zorgen over de onafhankelijkheid van politie en justitie (corruptie) en de integratie van de Roma-minderheid.
Tot september 2006 was de datum van toetreding onder voorbehoud. Als het land voldoende vorderde met de hervormingen, mocht het per 1 januari 2007 toetreden. Anders werd toetreding uitgesteld tot 1 januari 2008. Eind september 2007 liet de Europese Commissie echter weten dat Bulgarije ver genoeg was gevorderd met de hervormingen en per 2007 mocht toetreden. De Europese Raad heeft in oktober 2006 het licht op groen gezet voor toetreding op 1 januari 2007.
Eind 1995 deed Bulgarije een verzoek tot toetreding tot de Europese Unie. Net als Roemenië voldeed Bulgarije in mei 2004 niet aan de toelatingseisen. Het openbaar bestuur was nog niet naar Europese normen georganiseerd en in Bulgarije was nog te veel sprake van corruptie en mensenhandel.
Tijdens het toetredingsproces waren er daarnaast nog enkele specifieke knelpunten waaronder de leefomstandigheden van Roma (zigeuners) en gehandicapten. Na de val van het communisme leken de Romagemeenschappen zich steeds meer te ontwikkelen tot derdewereld-enclaves. Tachtig procent van de Roma in Bulgarije leefde in 2004 volgens de Wereldbank onder de armoedegrens. In april 2005 nam het Europees Parlement een resolutie aan waarin het de afzondering in huisvesting en onderwijs en de discriminatie op de arbeidsmarkt van Roma in Oost-Europa veroordeelde. Onder druk van de Europese Unie heeft Bulgarije daarna antidiscriminatiewetgeving aangenomen.
Ook de leefomstandigheden in instellingen voor verstandelijk gehandicapten waren een terugkerend knelpunt in het toetredingsproces. Uit rapporten van Amnesty International uit 2005 bleek dat de klinieken nog steeds overbevolkt zijn, dat patiënten worden vastgebonden en dat zij slecht worden gekleed. Een stap in de goede richting is het minimuminkomen dat Bulgarije heeft ingesteld voor gehandicapten.
In 2001 gaf het Europees Parlement in een rapport aan dat Bulgarije pas aan de criteria kan voldoen, als het land de wetgeving voor homo's aanpast aan de Europese wetgeving. Inmiddels heeft Bulgarije de wetgeving herzien, maar wordt de wet nog niet goed toegepast. De wetgeving op de grenscontrole was in 2005 nog niet aangepast zodat de corruptie, mensenhandel en georganiseerde misdaad nog doorgang vinden.
Een speerpunt binnen de onderhandelingen was het ontmantelen van 4 units van de uit het Sovjettijdperk stammende kerncentrale Kozloduy. De twee oudste reactors werden al in 2002 op non-actief gesteld, de andere twee sloten pas na de toetreding van Bulgarije in 2007. De kerncentrale was namelijk verantwoordelijk voor ongeveer 40 procent van de elektriciteitsvoorziening van Bulgarije. De Europese Unie verschaft financiële steun aan Bulgarije om te investeren in andere (duurzamere) energiebronnen.
Regionale vrijhandelszone
In 2006 zijn onderhandelingen gevoerd om een vrijhandelszone in te stellen tussen Roemenië, Bulgarije en de Westelijke Balkanlanden. De 31 bestaande bilaterale handelsverdragen in de regio worden hierdoor vervangen door één verdrag. De Europese Unie stimuleert dit initiatief omdat economische samenwerking in de regio een basis en voorbereiding vormt voor het lidmaatschap van de Europese Unie.
Beperkingen voor Bulgaarse werknemers
De meeste West-Europese landen hebben tijdelijke beperkingen opgelegd aan werknemers uit de nieuwe lidstaat. Het Verenigd Koninkrijk en Ierland, die na de toetreding van de tien nieuwe lidstaten in 2004 een grote toestroom van Polen hebben verwerkt, waren al snel met het aankondigen van de beperkingen. Ook Nederland en de zuidelijke Europese lidstaten Italië, Griekenland en Spanje, beperken de toestroom. In Nederland worden tot 2014 alleen werkvergunningen voor Bulgaarse werknemers afgegeven als de werkgever kan aantonen dat hij geen Nederlander voor de vacature kan vinden. De beperkingen van de lidstaten gelden ook voor Roemeense werknemers. Per 1 januari 2014 moeten alle beperkingen in de EU zijn opgeheven. Vanaf dan moet er ook voor Bulgaren volledig vrij verkeer van werknemers zijn.
In april 2005 tekenden de Bulgaarse regering en de leiders van de 25 EU-landen een verdrag dat toetreding van Bulgarije tot de EU garandeert per 1 januari 2007 of 1 januari 2008. De toetredingsdatum was afhankelijk van de voortgang die het land boekt met de door de Europese Unie gewenste hervormingen. In oktober 2006 heeft de Europese Commissie besloten dat Bulgarije mag toetreden per januari 2007.
In oktober 2005 meldde eurocommissaris Olli Rehn (Uitbreiding EU) dat Bulgarije wellicht niet op alle beleidsterreinen zal mogen meebeslissen, als de noodzakelijke hervormingen per 2007 niet volledig zijn doorgevoerd. In het toetredingsverdrag is met het oog hierop een zogenaamde "vrijwaringsclausule" opgenomen. Deze clausule is bedoeld om druk te blijven uitoefenen op de Bulgaarse overheid om door te gaan met hervormingen, ook na de toetreding tot de EU. Daarnaast heeft de EU nog een ander drukmiddel: het onthouden van EU-gelden.
Terwijl de Europese Commissie overwegend positief is over de toetreding van Bulgarije tot de Unie in 2007, zijn de Europarlementariërs kritischer. De Nederlandse Europarlementariër Joost Lagendijk (GroenLinks) en voormalig Europarlementariër Camiel Eurlings (CDA) stelden dat het achteraf onverstandig was geweest een datum vast te stellen voor de toetreding. Volgens hen kan het enige criterium zijn of een land al dan niet voldoet aan de criteria. De datum is destijds vastgesteld door eurocommissaris Günter Verheugen. Hij wilde zowel Roemenië als Bulgarije een duidelijk perspectief bieden op toetreding om eventuele anti-Europese krachten geen kans te geven.
Ruim een jaar na de toetreding van Bulgarije verschijnt een vernietigend rapport van de Europese Commissie over de hervormingen op het gebied van administratie, justitie en rechtbanken. Uit het rapport blijkt dat corruptie en misdaad aan de orde van de dag zijn en de verdeling van de miljarden euro's aan EU-subsidies vertoont ernstige gebreken. Het wetboek van strafrecht is bijvoorbeeld nog steeds verouderd, waardoor belangrijke zaken worden uitgesteld en crimineel verkregen geld zelden in beslag wordt genomen. De Europese Unie is daarom overgegaan op de onthouding van EU-gelden. De Commissie blokkeert rond de € 500 miljoen aan EU-subsidies totdat Bulgarije haar zaken op orde heeft. Brussel doet dan ook een dringend beroep op Bulgaarse autoriteiten om de problemen aan te pakken.
In reactie op de aantijgingen in het rapport zei de Bulgaarse premier Sergei Stanisjev dat zijn regering inmiddels al verbeteringen heeft aangebracht. Volgens hem komt het kritische rapport vooral door 'moeilijke communicatie met sommige delen van de Europese Commissie' en door de 'hooghartige houding van sommige lage en middelhoge bestuurders en hun onderschatting van de rol van de Europese Commissie. De Europese Commissie zal de bevriezing van EU-gelden pas opheffen als de beloofde hervormingen resultaten laten zien. Uit een tussentijdse rapportage van de Commissie in februari 2009 blijkt dat de hervormingen op het gebied van openbaar bestuur, rechtspraak, bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad nog steeds onvoldoende tastbare resultaten opleveren.
Inmiddels boekt Bulgarije vooruitgang op het gebied van fraudebestrijding en heeft de beloofde verbeteringen inmiddels uitgevoerd. Daarom heeft voormalig Eurocommissaris Mariann Fischer Boel in september 2009 de blokkade van bijna € 110 miljoen aan landbouwsubsidies voor Bulgarije opgeheven. De Europese Commissaris had dit bedrag laten blokkeren nadat fraude met deze subsidie was ontdekt. Bulgarije heeft inmiddels de beloofde verbeteringen uitgevoerd.
Volgens het jaarrapport van 2011 moet er - net als in 2010 - nog het nodige worden verbeterd ten aanzien van fraudebestrijding en justitiële hervormingen. De Commissie concludeert echter wel dat de wil om te hervormen aanwezig is. Wel verwacht de Commissie dat Bulgarije harder werkt om de hervormingen te realiseren.
In mei 1990 sloot de Europese Economische Gemeenschap een Overeenkomst voor Handel en Samenwerking met de Bulgaarse regering. Vanaf de bekrachtiging van de overeenkomst zouden stapsgewijs de quota's op Bulgaarse import naar de Gemeenschap beëindigd worden. Ook ging het PHARE-programma in mei van start.
In december 1990 gaf Bulgarije aan dat het graag onderdeel wilde worden van de Europese Gemeenschap. In maart 1993 tekende de Bulgaarse regering een Europa-overeenkomst met de Europese Economische Gemeenschap.
In december 1995 besloten het parlement en de regering van Bulgarije om het lidmaatschap van de Europese Unie aan te vragen. Deze aanvraag werd ingediend bij de Europese Raad van Madrid. In december 1999 besloten de Europese leiders unaniem tot de formele opening van toetredingsonderhandelingen met Bulgarije en ontstond er een partnerschap voor toetreding tussen Bulgarije en de Unie.
De Europese Raad besloot in december 2004 de toetredingsonderhandelingen te sluiten, zodat Bulgarije (in principe) per 1 januari 2007 lid van de Europese Unie kon worden. De Europese leiders namen dit besluit unaniem.
Behalve unanimiteit in de Europese Raad, was ook goedkeuring van het Europees Parlement noodzakelijk. Het Parlement stelde zich vanaf 1999 regelmatig op de hoogte van de vorderingen die Bulgarije maakte bij de hervormingen, mede op basis van de rapporten van de Europese Commissie. In het Europees Parlement hield de Commissie Buitenlands Beleid zich bezig met de mogelijke toetreding van Bulgarije.
Op 13 april 2005 gaf het Europees Parlement met 534 stemmen voor en 88 tegen zijn goedkeuring aan het verdrag waarmee Bulgarije het EU-lidmaatschap zou verkrijgen. De Europese leiders, waaronder premier Balkenende, tekenden dit verdrag op 25 april 2005 in Luxemburg.
Het verdrag regelde de toetreding van Bulgarije per 1 januari 2007. In een clausule stond dat het lidmaatschap met één jaar kan worden uitgesteld, als Bulgarije onvoldoende vorderingen heeft gemaakt met de hervormingen. Van deze uitzondering is geen gebruik gemaakt. Bulgarije trad op 1 januari 2007 toe tot de Europese Unie.
Financiële steun vanuit de Europese Unie
Tussen 1992 en 2002 werd er via het PHARE-programma van de Unie 1.35 miljard euro besteed aan hervormingen binnen alle segmenten van de samenleving. vanaf 1998 werden de gelden uitgegeven aan de hervormingen die nodig waren om te voldoen aan de Europese normen. Via het PHARE-programma was er ook geld beschikbaar voor de ontmanteling van vier eenheden van de Kozloduy-kerncentrale.
Via het ISPA-programma werden door de Unie verschillende infrastructurele projecten gesteund. Vanaf 2000 werd er jaarlijks meer dan 100 miljoen euro besteed. Ook het SAPARD-programma had vanaf 2000 meer dan 50 miljoen euro vrijgemaakt voor de hervormingen binnen de landbouwsector.
De grootschalige hervormingsprojecten worden bovendien gesteund door de Europese Investeringsbank. Deze bank voorziet in kredieten om de vorming van de markteconomie te stimuleren.
Nadat Bulgarije is toegetreden is de Europese Unie nog verschillende vormen van financiële steun blijven bieden zodat het openbaar bestuur verder versterkt wordt in de handhaving van de nieuwe wetten. Ook kreeg Bulgarije het eerste jaar na toetreding nog steun bij het bewaken van de nieuwe Europese buitengrens.
Voor het vormen van een Europese buitenlandse- en veiligheidspolitiek was de toetreding van Bulgarije van strategisch belang. Bulgarije vormt één van de sleutels naar de Balkanlanden en de regio om de Zwarte Zee. Tijdens de Kosovo-crisis van 1998 kon Bulgarije een positieve bijdrage leveren aan de oplossing van het conflict.
In Nederland werd er over de toetreding van Bulgarije vanaf het begin van het toetredingsproces gediscussieerd: niet alleen op de hogere politieke niveaus maar ook binnen de maatschappij. Een opleving van deze discussie ontstond toen er een samenwerkingsverband tussen Nederlandse en Bulgaarse criminelen werd ontdekt door de Bulgaarse autoriteiten. Dit werd nog eens benadrukt door de liquidatie van de Bulgaar Konstantin Dimitrov op De Dam eind 2003. Hij was actief op het terrein van prostitutie en vervalsingen.
Meldingen van intimidatie en afpersing van Turkse Nederlanders aan de Bulgaarse grens leidde ook tot extra discussie. D66-Kamerleden Fatma Koser Kaya en Lousewies van der Laan stelden in oktober 2005 schriftelijke vragen over deze kwestie aan minister Ben Bot. Ook Europarlementariër Emine Bozkurt (PvdA) vroeg aandacht voor de grensproblemen in het Europees Parlement. De Bulgaarse premier Sergei Stanisjev beloofde haar in juni 2006 dat het niet vaker zou gebeuren.
Een ander probleem vormde de instroom van grote aantallen Bulgaren naar Nederland. Dit werd veroorzaakt doordat de Bulgaren sinds april 2001, vooruitlopend op het Unielidmaatschap, geen visum meer hoeven aan te vragen. Omdat er Bulgaren (en Roemenen) in het criminele circuit actief waren, werden honderden Bulgaren door de Nederlandse overheid per chartervlucht naar Bulgarije gestuurd. Hun paspoorten werden voor meerdere jaren ingenomen.
In Nederland wordt nog steeds gediscussieerd over een eventuele toestroom van goedkope arbeidskrachten uit Bulgarije als het land toetreedt tot de Europese Unie. Met name de SP ziet hier een probleem, omdat deze arbeiders oneerlijke concurrentie zouden vormen voor de Nederlandse arbeiders. Ook is de partij bang dat de Bulgaarse arbeiders in Nederland worden uitgebuit.
In Nederland is de toetreding van Bulgarije zowel in de Eerste als de Tweede Kamer behandeld. Op 7 februari 2006 werd het wetsvoorstel om Bulgarije als lid op te nemen binnen de Europese Unie door de Tweede Kamer goedgekeurd. GroenLinks, PvdA, D66, VVD, Christenunie, SGP en LPF stemden voor. Het CDA en de SP stemden tegen. In totaal stemden 54 parlementsleden tegen de wet en 95 voor. Tijdens het debat grepen verschillende politieke partijen de gelegenheid aan om hun zorgen uit te spreken over corruptie, georganiseerde misdaad en de rechten van de Roma.
Het CDA stemde tegen het toetredingsverdrag omdat de partij geen toestemming wilde verlenen aan zowel Bulgarije als Roemenië. De toetreding van deze landen zijn namelijk aan elkaar gekoppeld in één verdrag. Het CDA stelde dat als alléén het verdrag voor Bulgarije werd geratificeerd, de partij haar vertrouwen wel had gegeven. Het CDA maakte ook bezwaar tegen het feit dat de Tweede Kamer een beslissing moest nemen op basis van een voortgangsrapport uit oktober 2005, terwijl een nieuw rapport in mei 2006 uit zou komen. De partij besloot daarom niet in te stemmen met ratificatie van het toetredingsverdrag. Met dit besluit wil het CDA een voorbeeld stellen voor andere potentiële kandidaat-lidstaten.
Op 25 april 2006 bracht de Eerste-Kamercommissie voor Europese Samenwerkingsorganisaties een eindverslag uit, dat op 13 juni 2006 werd behandeld. De SP, bij monde van de heer Kox, uitte zijn wantrouwen over de vorderingen van Bulgarije. Volgens hem moeten er nog zoveel wetten worden doorgevoerd dat er naar alle waarschijnlijkheid haastwerk ontstaat. De wet die de toetreding van Bulgarije goedkeurt, werd zonder stemming aangenomen, alleen de SP maakte een aantekening. Zij gaven daarmee aan dat als er stemmingen waren geweest, zij tegen hadden gestemd.
