Toetreding Turkije tot de Europese Unie

Skyline Turkse stad

In oktober 2005 begon de Europese Unie de toetredingsonderhandelingen met Turkije. Er is geen toetredingsdatum vastgelegd en het staat daardoor nog niet vast of Turkije daadwerkelijk tot de EU zal toetreden. Een eventuele toetreding is onder andere afhankelijk van vorderingen van de Turkse regering met het doorvoeren van hervormingen. Die hervormingen betreffen fundamentele facetten van de Turkse samenleving.

Tijdens de Europese Raad van juni 2013 werd besloten de onderhandelingen over toetreding van Turkije op te schorten wegens gewelddadige politieacties tegen protestanten in Istanbul. Op 5 november 2013 werden de onderhandelingen tussen Turkije en de EU heropend met het hoofdstuk 'regionaal beleid'. Daarnaast ondertekenden de EU en Turkije op 16 december 2013 een visumovereenkomst, waardoor Turken visumvrij de EU kunnen betreden en EU-burgers geen visum meer nodig hebben voor een bezoek aan Turkije.

In februari 2014 nam het Turks parlement echter een wet aan die de vrijheid van meningsuiting op het internet beperkt en volgden kortstondige blokkades van YouTube en Twitter. Deze ontwikkelingen leidden tot kritische reacties vanuit de Europese Unie en vooralsnog lijkt het EU-lidmaatschap van Turkije laag op de agenda te staan.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

In vogelvlucht

Kaart Turkije

Turkije ligt geografisch gezien voor een klein deel op het Europese continent. Voor het overige maakt het land deel uit van Azië. De geschiedenis, de ligging en de grootte van Turkije wijken sterk af van andere kandidaat-lidstaten. Toch heeft de Europese Unie in 2005 de toetredings-onderhandelingen met Turkije gestart.

De EU hoopt, dat Turkije een brug zal vormen tussen Europa en het Midden-Oosten. Vanwege de grote moslim-meerderheid van de Turkse bevolking wenst de Europese Unie, dat Turkije de wereld kan laten zien hoe Europa verenigd wordt door diversiteit.

2.

Toetredingscriteria

Sinds het einde van 2005 voldoet Turkije officieel aan de politieke drempelcriteria om te kunnen starten met de toetredingsonderhandelingen. Dit betekent echter niet dat alle hervormingen op politiek gebied afgerond zijn. Beide partijen zijn zich bewust van een langdurig toetredingsproces. Een toetredingsdatum is dan ook niet vastgelegd.

Turkije dient te voldoen aan een groot aantal toetredingscriteria. Het onderhandelingsproces dat uiteindelijk moet leiden tot toetreding, wordt bovendien geremd door verschillende tegenkrachten binnen Turkije en de Europese Unie.

De Europese Commissie heeft het toetredingsproces van Turkije gebaseerd op een drietal pijlers. De eerste pijler omvat een samenwerking tussen beide partijen om hervormingen door te voeren. De tweede pijler wordt gevormd door de toetredingsonderhandelingen en de derde pijler bestaat uit een dialoog tussen de burgers van beide partijen. Hiermee hoopt de Europese Commissie beide bevolkingen nader tot elkaar te brengen.

3.

EP: Knelpunten toetreding

Voor het Europees Parlement zijn er enkele kwesties die een eventuele Turkse toetreding in de weg staan. Met de grondwetswijziging van 2010 heeft Turkije een groot bezwaar voor toetreding weggehaald, maar onderstaande problemen blijven een grote uitdaging voor Turkije:

  • Het conflict met Cyprus: Turkije weigert nog steeds schepen en vliegtuigen uit Cyprus toe te laten.
  • Het land zal zelfcensuur in de Turkse media moeten tegengaan. Momenteel kunnen journalisten bijvoorbeeld nog vervolgd worden als zij bewijsmateriaal publiceren van mensenrechtenschendingen in Turkije.
  • De situatie van vrouwen zal verbeterd moeten worden. Het Europees Parlement is nog steeds bezorgd over het aantal eermoorden en gedwongen huwelijken in het land.
  • Religieuze minderheden worden nog steeds niet voldoende beschermd in Turkije.

Het Europees Parlement heeft haar zorgen geuit over de verslechtering van persvrijheid en wetten die de vrijheid van meningsuiting beperken. Ook de relatief hoge corruptie is nog een knelpunt in de toetredingsonderhandelingen. Bovendien heeft het Turkse leger in Europese ogen nog te veel macht.

Het Europees Parlement besloot in september 2006 dat het erkennen van de 'Armeense genocide' (de dood van honderdduizenden Armeniërs in 1915) geen voorwaarde is voor het Turkse lidmaatschap, al gebruiken tegenstanders van de toetreding van Turkije dit argument zo nu en dan wel.

Kwestie-Cyprus

Het Turkse leger is nog op het noordelijke deel van het eiland gestationeerd en Turkije heeft EU-lidstaat Cyprus nog niet erkend. Bovendien weigert Turkije, ondanks gemaakte afspraken, nog steeds schepen en vliegtuigen uit Cyprus toe te laten, omdat de EU de toezegging om haar handelsembargo ten aanzien van Noord-Cyprus op te heffen nog steeds niet in de praktijk heeft toegepast.

4.

Hervormingen in Turkije

Toetreding van het land is grotendeels afhankelijk van de Turkse vorderingen in het hervormen van de wetgeving. Dit concludeerde een rapport van de Europese Commissie bij de start van de onderhandelingen in 2005.

Zo is er tussen de EU en Turkije nog altijd geen vrij verkeer van goederen en kapitaal, valt er veel te verbeteren aan de achterstandspositie van vrouwen, worden etnische en religieuze minderheden gediscrimineerd en is er een aantoonbaar gebrek aan vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. Rapporten van de EC en het EP doen jaarlijks verslag van de Turkse vorderingen.

In maart 2014 besloot de Turkse regering voor korte tijd social-netwerksite Twitter i aan banden te leggen. Later die maand volgde ook een tijdelijke blokkade voor het gebruik van internetsite YouTube i. De verboden, een voorbeeld van de beperkte persvrijheid in het land, zijn door de Turkse rechtbank en de Europese Unie hard veroordeeld. De Europese Unie blijft hameren op de noodzaak tot hervormingen in de Turkse wetgeving.

5.

Hervormingen in de Europese Unie

Ook de Europese Unie moet zich aanpassen aan de eventuele toekomstige toetreding van Turkije. Omdat de zetels binnen het Europees Parlement en de stemweging in de Raad van Ministers zijn gebaseerd op de bevolkingsomvang heeft de toetreding van Turkije gevolgen voor de machtsstructuren binnen de Unie. Turkije is namelijk een zwaargewicht op demografisch gebied.

Doordat de buitengrenzen van de Europese Unie naar het politiek gevoelige Midden-Oosten worden verschoven, zal de besluitvorming binnen het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid aangepast moeten worden. Het Europees Parlement pleit tevens voor een betere samenwerking met Turkije op het gebied van terrorismebestrijding.

De Europese Unie moest in ieder geval haar financiële begroting tot 2014 vastleggen voordat de onderhandelingen met Turkije konden beginnen. De EU heeft namelijk op verzoek van Frankrijk 'het vermogen van de Unie om nieuwe leden op te nemen, met handhaving van de dynamiek van de Europese integratie' als belangrijk criterium voor toetreding van de kandidaat-lidstaten gesteld. Voorkomen moet worden dat de toetreding van Turkije een te groot deel van de EU-begroting opslokt.

6.

Historie relatie Europese Unie en Turkije

Turkse vlaggen
Bron: EUobserver.com

Al in 1963 werden de banden tussen Turkije en de Europese Economische Gemeenschap versterkt. In de zogenaamde Ankara-Overeenkomst werd vastgelegd dat Turkije op den duur lid mocht worden van de Europese Economische Gemeenschap.

Ook bood de overeenkomst, die te scharen valt onder een hele reeks associatieverdragen die in de jaren zestig tussen de EEG en derde landen werden gesloten, de nodige economische voordelen. Deze voordelen vormden de basis waarop in 1995 een douane-unie tussen de Gemeenschap en Turkije werd ingesteld.

Turkije vroeg in 1987 het volledige lidmaatschap van de Europese Gemeenschap aan. De Europese Raad van regeringsleiders gaf daarna nogmaals aan dat Turkije op termijn mocht toetreden tot de Gemeenschap.

In 1999 werd Turkije officieel als kandidaat-lidstaat erkend door de Europese Raad. Er werd een gezamenlijke strategie ontwikkeld om Turkije zo goed mogelijk te helpen om te voldoen aan de toetredingscriteria. Turkije ontwikkelde zelf een nationaal plan om de wetgeving aan te passen aan de Gemeenschapsregels.

Het toetredingspartnerschap werd in 2003 herzien. Er werd een gedetailleerd plan toegevoegd om Turkije voor te bereiden op het lidmaatschap. Op 17 december 2004 gaf de Europese Raad aan dat de toetredingsonderhandelingen in oktober 2005 konden beginnen. De Raad had in diezelfde maand al geconcludeerd dat Turkije voldeed aan de politieke criteria voor toetreding. Intussen werd de eerste fase, het vooronderzoek voor de onderhandelingen, gestart.

In 2006 heeft de EU de korte- en middellangetermijnprioriteiten t.a.v. de noodzakelijke hervormingen herzien. Deze prioriteiten zullen de grondslag vormen voor de toekomstige evaluaties van de Europese Commissie.

Reactie lidstaten

Niet alle EU-lidstaten zijn enthousiast over een eventuele toetreding van Turkije. De Duitse bondskanselier Angela Merkel wil liever een geprivilegieerd partnerschap voor Turkije. Tijdens haar bezoek aan het land op 6 oktober 2006 heeft Merkel laten doorschemeren dat het volledige lidmaatschap voor Turkije nog niet vanzelfsprekend is. Ook Oostenrijk pleitte al in 2005 voor de mogelijkheid tot dit alternatief voor een volwaardig lidmaatschap van de Unie.

De Franse oud-president Sarkozy heeft voorgesteld Turkije een alternatief partnerschap aan te bieden. In juni 2007 blokkeerde Frankrijk het openen van onderhandelingen met Turkije over de euro. Sarkozy sprak daarbij uit dat Frankrijk geen plek ziet in de EU voor Turkije.

Frankrijk, Oostenrijk en Polen hebben een referendum aangekondigd waarin de kiezer de gelegenheid krijgt zijn mening te geven. Cyprus heeft toegezegd met een veto een toekomstig toetredingsverdrag tegen te houden, wanneer Turkije het land niet erkent. Het lidmaatschap van Turkije kan alleen doorgaan als alle lidstaten van de EU daarmee instemmen.

In februari 2013 stelde de Duitse bondskanselier Angela Merkel dat ze de gesprekken met Turkije over het EU-lidmaatschap een nieuwe impuls wil geven. Ook de Franse president Hollande stelde dat hij bereid is om de gesprekken met Turkije te hervatten.

Door de aanhoudende stroom van signalen dat Turkije niet welkom is, van zowel media als politici, daalt ook het enthousiasme in Turkije voor een lidmaatschap van de Unie.

Financiële steun vanuit de Europese Unie

Turkije ontvangt steun van de Europese Unie op basis van het 'Instrument for 'Pre-accession Assistance' (IPA), het voorbereidingsprogramma voor (potentiële) kandidaat-lidstaten. Het IPA bestaat uit vijf onderdelen:

  • politieke transitie en het opbouwen van instituties
  • samenwerking met de EU over de grenzen heen
  • regionale ontwikkeling
  • aanpassing aan het sociaal beleid van de EU
  • plattelandsontwikkeling

De bijdrage die Turkije ontvangt in het kader van het IPA is gegroeid van ongeveer 500 miljoen euro in 2007 tot 780 miljoen in 2011. In 2012 heeft de EU voor de vijf onderdelen samen 900 miljoen euro uitgegeven.

In de periode 1996-2006 was Turkije opgenomen in het MEDA-programma, een Euro-Mediterraan Partnerschap dat technische en financiële steun bood om sociaal-economische hervormingen te bevorderen. Vanaf 2001 kreeg Turkije financiële steun van de Unie om het hervormingsprogramma te financieren.

7.

Belang Turkije voor de Europese Unie

Een democratisch en modern Turkije kan een belangrijke rol spelen bij verschillende grensoverschrijdende vraagstukken inzake energie, vervoer, grensbeheer en terrorismebestrijding.

Ook op economisch vlak kan Turkije van belang zijn voor de Europese Unie. De snelgroeiende bevolking vormt een enorme afzetmarkt voor de lidstaten van de Unie. Bovendien kent Turkije sinds 2002 een sterke economische groei.

De nieuwe oliepijplijn vanuit Bakoe in Azerbeidzjan naar Ceyhan in Turkije vindt de Europese Unie een belangrijke strategische ontwikkeling. Olie werd tot nu toe voornamelijk aangevoerd vanuit Rusland en Iran; de nieuwe pijplijn zorgt voor een grotere verspreiding van de aanvoer van olie naar de EU.

Tevens hoopt de Europese Unie dat Turkije een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van democratische seculiere staten in het Midden-Oosten. Deze staten zouden een tegenwicht kunnen bieden aan de ontwikkeling van islamitisch fanatisme in de regio.

Daarnaast hoopt de Unie dat de toetreding van Turkije een positieve weerslag heeft op het buitenlands beleid van de EU met name als het gaat om instabiele regio's als het Middellandse-Zeegebied, het Midden-Oosten, de Kaukasus en Centraal-Azië.

8.

Nederlandse insteek

Tweede Kamer plenaire zaal

In Nederland zijn de meningen over de toetreding van Turkije verdeeld. In de Tweede Kamer werd er vlak voor de start van de toetredingsonderhandelingen gedebatteerd over een eventuele toetreding. Er werden door verschillende partijen vragen gesteld en moties ingediend die de twijfel omtrent het starten van de onderhandelingen aangaven.

In september 2005 nam de Tweede Kamer een motie van verschillende partijen aan over de relatie tussen Turkije en Cyprus. Hierin werd uitgesproken dat de toetredingsonderhandelingen met Turkije meteen opgeschort moeten worden als Turkije Cyprus anders behandelt dan ander EU-landen, bijvoorbeeld door het weigeren van schepen of vliegtuigen uit Cyprus. Turkije kan geen lid worden van de EU zolang het Cyprus niet volkenrechtelijk erkent, aldus de motie.

In navolging van toegezegde referenda in bijvoorbeeld Polen, Frankrijk en Oostenrijk, diende Geert Wilders in 2006 een initiatief voor een Nederlands referendum over de toetreding van Turkije in. Hij kreeg weinig steun uit de Kamer. De meeste fracties vonden het voorstel mosterd na de maaltijd, aangezien de toetredingsonderhandelingen al waren begonnen. De CDA-fractie wees op de mogelijkheid van een referendum rond 2015-2020, wanneer een beslissing over de toetreding veel dichterbij zal zijn.

Op 25 juni 2013 heeft ook de Tweede Kamer haar steun gegeven aan het voorstel om de onderhandelingen met Turkije over de toetreding in het najaar onder voorwaarden te hervatten. Ondanks het recente hardhandige politieoptreden in Istanbul is de Nederlandse regering van mening dat Europa moet proberen de ontwikkeling van Turkije in de goede richting te duwen. Dit staat los van de vraag of Turkije uiteindelijk wel of niet zal toetreden tot de EU.

Op 8 april 2014 werd een motie van het lid Segers (ChistenUnie) aangenomen waarin de regering wordt verzocht te onderzoeken of de Raad van ministers zijn steun aan de toetredingsonderhandelingen moet heroverwegen. Ook wordt de regering verzocht steun te zoeken bij andere lidstaten om de pre-accessiegelden stop te zetten of op te schorten. Deze motie werd ingediend tegen de achtergrond van Twitter- en YouTube-blokkades door de Turkse regering en werd gesteund door VVD, SP, CDA, PVV, ChristenUnie, SGP, PvdD, 50PLUS, Bontes en van Vliet.

9.

Meer informatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven