r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Toetreding Turkije tot de Europese Unie

Turkse vlag
Bron: Blog Emine Bozkurt

Nadat Turkije en de Europese Economische Gemeenschap (EEG) al eerder hun banden hadden versterkt via de Ankara-overeenkomst (pdf), vroeg Turkije in 1987 volledig lidmaatschap van de EEG aan. De Europese Raad gaf aan dat toetreding op termijn mogelijk was. In 1999 werd Turkije officieel als kandidaat lidstaat erkend en werd er een gezamenlijke strategie ontwikkeld om toetreding mogelijk te maken. Sinds 2005 voldoet Turkije aan de minimale politieke criteria om te kunnen starten met de toetredingsonderhandelingen; deze onderhandelingen zijn gestart. Er is nog geen toetredingsdatum vastgesteld.

Omdat Turkije een grote moslimmeerderheid heeft, hoopt de Europese Unie dat toetreding van Turkije een brug zal vormen tussen Europa en het Midden-Oosten. Ook zou een Turks lidmaatschap laten zien hoe Europa verenigd wordt door diversiteit.

Recente ontwikkelingen hebben het toetredingsproces echter flink bemoeilijkt. Eerst was er in februari 2014 de Turkse wet die vrijheid van meningsuiting op het internet beperkte. Daarna volgden kortstondige blokkades van YouTube en Twitter. In december 2014 waren er vervolgens invallen door de Turkse politie bij media die nauw verbonden zijn aan tegenstanders van president Erdogan

Nadat het Turkse parlement in maart 2015 een wet aannam waardoor de politie op demonstranten mag schieten, kreeg het land wederom negatieve reacties uit de EU. Sindsdien lijkt een Turks EU-lidmaatschap laag op de agenda te staan.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

Voorgeschiedenis

Dankzij de hervormingen van president Atatürk (rond 1930) ontwikkelde Turkije zich tot een van de meest vooruitstrevende landen in het Midden-Oosten. Het was dan ook niet meer dan logisch dat de EEG in 1963 door middel van de Ankara-overeenkomst de economische banden aanhaalde met Turkije en het land een vooruitzicht op Europees lidmaatschap boden. 

Omdat Turkije de potentie had om een belangrijke rol te gaan bij grensoverschrijdende vraagstukken, was toetreding lang een discussiepunt binnen de EU. Wanneer Turkije de Europese standaard van moderne democratie door lidmaatschap zou overnemen, moest het een cruciale schakel worden in de relatie met landen in het Midden-Oosten, het Middellandse Zeegebied, de Kaukasus en Centraal-Azië. Ook zou het land tegenwicht kunnen bieden aan religieus fanatisme. 

Daarnaast maakten economische redenen onderhandelingen voor Turks lidmaatschap aantrekkelijk. Sinds 2002 groeide de Turkse economie sterk. Deze argumenten spelen een rol in de onderhandelingen die in 2005 zijn gestart.

2.

Struikelblokken

Het eerste struikelblok is een interne Europese aangelegenheid. De machtsverhoudingen binnen Europa zouden namelijk compleet veranderen door Turkse toetreding. Turkije is een door de grote bevolking een demografisch zwaargewicht en zou bij toetreding direct een van de machtigste landen van Europa worden. Ook moet het hele buitenlands beleid voor eventuele uitbreiding aangepast worden.

Een ander struikelblok binnen de EU zijn de reacties van lidstaten en burgers. Zo pleitte de Duitse bondskanselier Merkel voor een geprivilegieerd partnerschap, evenals Oostenrijk. In 2007 blokkeerde Frankrijk onderhandelingen over de Euro met Turkije en gaf toenmalig president Sarkozy aan geen plek te zien in de EU voor Turkije. Veel Europese burgers zijn eveneens niet enthousiast. In een opiniepeiling van Transatlantic Trends uit 2013 gaf 20 procent van de burgers aan dat het Turks lidmaatschap zag zitten, waar 33 procent faliekant tegen was. 

Een groot probleem is de kwestie-Cyprus. Terwijl Cyprus volwaardig lid is van de Europese Unie, weigert Turkije het land te erkennen. Om lid te worden is het nodig om de lidstaten als volwaardige landen te erkennen. Bovendien wil de Commissie dat vrij verkeer van goederen met Cyprus gerealiseerd wordt. Aan de andere kant eist Turkije dat het handelsembargo tegen het Turkse Noord-Cyprus wordt opgeheven.

Ook de Koerdische kwestie is tot nu toe een gevoelig punt gebleken bij de onderhandelingen. Hoewel de Koerdische arbeiderspartij PKK op de EU terreurlijst staat en de EU het geweld door de PKK veroordeelt, vindt de EU dat er een vreedzame en duurzame oplossing moet worden gevonden. 

Het Europees Parlement riep Turkije bovendien op om de Koerdische cultuur te bevorderen, zodat beide groepen naast elkaar leren leven en elkaar gaan accepteren. Hoewel de positie van de Koerden tijdens de regering Erdogan aanvankelijk verbeterde, hebben aanslagen ervoor gezorgd dat het conflict in de zomer van 2015 weer is opgelaaid. 

Een ander heikel punt zijn de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid in Turkije. De afgelopen jaren zijn deze behoorlijk aan banden gelegd door nieuwe wetten. Ook de vrij hoge corruptie binnen de Turkse staat vormt een probleem voor de toetredingsonderhandelingen.

3.

Overzicht mijlpalen

Nadat Turkije in 1987 officieel lidmaatschap aanvroeg, en in 1999 officieel kandidaat-lidstaat werd, heeft het financiële steun van de EU gekregen, om hervormingen door te voeren. In de periode 1996-2006 maakte Turkije deel uit van het Euro-Mediterraan Partnerschap, en ontving het technische en financiële steun. Daarna is het deel gaan uitmaken van het 'Instrument voor Pretoetredingssteun'. Dit is een voorbereidingsprogramma voor potentiële kandidaat-lidstaten. 

Een van de grote mijlpalen, en zeker de meest onverwachtste, kwam in 2006 toen het Europees Parlement besloot om de Turkse erkenning van de Armeense genocide niet als voorwaarde te stellen voor Turks lidmaatschap. Desondanks blijft dit onderwerp een veelgebruikt argument van tegenstanders van de Turkse toetreding en zal het zeker een rol in de discussie blijven spelen.

De Europese Commissie schrijft jaarlijks een voortgangsrapport over de status van kandidaat-lidstaten. Hierin wordt beschreven hoe ver een land gevorderd is met aanpassingen doorvoeren die lidmaatschap mogelijk moeten maken en wat er nog moet veranderen. Het meest recente rapport dateert uit 2014. 

De Commissie erkent in dit rapport dat er vooruitgang is geboekt, maar geeft aan dat Turkije nog veel veranderingen moet doorvoeren. Zo zal Turkije de tekortkomingen op het gebied van persvrijheid en vrijheid van meningsuiting moeten aanpakken. Ook heeft het Turkse leger te veel macht en moet het land zijn etnische en religieuze minderheden beter beschermen. Ook benadrukte de Commissie het belang van een onafhankelijke rechtspraak.

Het Europees Parlement publiceert ook ieder jaar een rapport, waarin het reageert op het rapport van de Commissie. De Nederlandse Europarlementariër Kati Piri (PvdA) was verantwoordelijk voor dit rapport. Het verslag van het Europees Parlement was beduidend kritischer dan voorgaande jaren, vooral de ondemocratische ontwikkelingen in Turkije, zoals de wetten die een einde maken een de onafhankelijke justitie en internetvrijheid. Ook nam het rapport het op voor vrije media.

Zoals gebruikelijk bij toetredingsonderhandelingen, verdeelt de Commissie beleidsvelden in hoofdstukken. Turkije moet alle hoofdstukken afsluiten voordat het mag toetreden. Momenteel zijn 14 van de 33 hoofdstukken geopend voor onderhandelingen en is er maar één afgesloten.

4.

Nederlandse instreek

Plenaire zaal Tweede Kamer der Staten Generaal
Bron: -JvL- (Flickr: Open Monumenten Dag 2010) [CC-BY-2.0], via Wikimedia Commons

In Nederland zijn de meningen sterk verdeeld over de mogelijke Turkse toetreding. Vlak voor de start van de toetredingsonderhandelingen werd er flink gedebatteerd in de Tweede Kamer. Hoewel de toetredingsonderhandelingen in 2005 startten, ging de discussie binnen de Nederlandse politiek door.

Op 25 juni 2013 gaf de Tweede Kamer, ondanks het recente hardhandige politieoptreden wat tot verontwaardiging leidde, toestemming om in het najaar van 2013 de onderhandelingen te hervatten. De regering was van mening dat het heropenen van de onderhandelingen kon helpen Turkije in de goede richting te duwen.

Op 8 april 2014 nam de Tweede Kamer een motie van het Kamerlid Segers (CU) aan waarin de regering werd opgeroepen om te onderzoeken of de Raad van Ministers zijn steun voor de onderhandelingen moest heroverwegen. Ook werd de regering verzocht uit te zoeken of de pre-toetredingssteun stopgezet of opgeschort kond worden. Dit gebeurde in het licht van de beperkingen in de vrijheid van meningsuiting in Turkije. Het voorstel genoot brede steun van de VVD, SP, CDA, PVV, ChristenUnie, SGP, PvdD, 50Plus, Bontes en Van Vliet.

5.

Meer informatie

Informatie EU

Delen

enveloppe

Terug naar boven