Toetreding Turkije tot de Europese Unie

Skyline Turkse stad

In oktober 2005 begon de Europese Unie de toetredingsonderhandelingen met Turkije. Er is geen toetredingsdatum vastgelegd en het staat daardoor nog niet vast of Turkije daadwerkelijk tot de EU zal toetreden. Een eventuele toetreding is afhankelijk van de vorderingen van de regering van Turkije met het doorvoeren van hervormingen die diverse belangrijke facetten van de Turkse samenleving bestrijken.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

In vogelvlucht

Kaart Turkije

Turkije ligt geografisch gezien voor een klein deel op het Europese continent; het land maakt verder deel uit van Azië. De geschiedenis, de ligging en de grootte van Turkije wijken sterk af van de andere toetredingskandidaten. Toch heeft de Europese Unie Turkije toegelaten als kandidaat-lidstaat.

De EU hoopt dat wanneer de rechtsstaat en mensenrechten in het land worden gerespecteerd, Turkije een brug zal vormen tussen de EU en het Midden-Oosten. Een duidelijke scheiding van kerk en staat is voor de Unie een belangrijke voorwaarde voor toetreding. Omdat de meerderheid van de Turkse bevolking moslim is, hoopt de Unie dat zij de wereld kan laten zien dat Europa verenigd wordt door diversiteit.

2.

Toetredingscriteria

Sinds het einde van 2005 voldoet Turkije officieel aan de politieke drempelcriteria om te kunnen starten met de onderhandelingen over toetreding. Dit betekent echter niet dat de hervormingen op politiek gebied afgerond zijn. Zowel Turkije als de Europese Unie zijn zich ervan bewust dat het toetredingsproces langdurig is. Een toetredingsdatum is dan ook niet vastgelegd. Turkije is bovendien nog ver verwijderd van het halen van de andere toetredingscriteria. Het onderhandelingsproces wordt daarnaast geremd door verschillende tegenkrachten in Turkije en binnen de EU.

De Europese Commissie heeft het toetredingsproces voor Turkije op drie pijlers gebaseerd. De eerste pijler omvat een samenwerking tussen de Unie en Turkije om hervormingen door te voeren. De tweede pijler wordt gevormd door de toetredingsonderhandelingen. De dialoog tussen de burgers van de lidstaten van de Europese Unie en Turkije vormt de derde pijler. De dialoog heeft als doel beide bevolkingsgroepen dichter bij elkaar te brengen.

3.

Knelpunten toetreding

Voor het Europees Parlement zijn er enkele kwesties die een eventuele Turkse toetreding nog in de weg staan. Met de grondwetswijziging van 2010 heeft Turkije een groot bezwaar voor toetreding weggehaald, maar onderstaande problemen blijven een grote uitdaging voor Turkije:

  • Het conflict met Cyprus: Turkije weigert nog steeds schepen en vliegtuigen uit Cyprus toe te laten.
  • Het land zal zelfcensuur in de Turkse media moeten tegengaan. Momenteel kunnen journalisten bijvoorbeeld nog vervolgd worden als zij bewijsmateriaal publiceren van mensenrechtenschendingen in Turkije.
  • De situatie van vrouwen zal verbeterd moeten worden. Het Europees Parlement is nog steeds bezorgd over het aantal eermoorden en gedwongen huwelijken in het land.
  • Religieuze minderheden worden nog steeds niet voldoende beschermd in Turkije.

Het Europees Parlement heeft haar zorgen geuit over de verslechtering van persvrijheid en wetten die de vrijheid van meningsuiting beperken. Ook de relatief hoge corruptie is nog een knelpunt in de toetredingsonderhandelingen. Bovendien heeft het Turkse leger in Europese ogen nog te veel macht.

Het Europees Parlement besloot in september 2006 dat het erkennen van de 'Armeense genocide' (de dood van honderdduizenden Armeniërs in 1915) geen voorwaarde is voor het Turkse lidmaatschap, al gebruiken tegenstanders van de toetreding van Turkije dit argument zo nu en dan wel.

Ook is de wetgeving voor grenscontroles nog niet toereikend. Mocht Turkije toetreden tot de EU, dan gaat de Unie aan enkele politiek instabiele staten als Irak en Syrië grenzen. De bewaking van deze grenzen wordt dan een prioriteit.

Kwestie-Cyprus

Het Turkse leger is nog op het noordelijke deel van het eiland gestationeerd en Turkije heeft EU-lidstaat Cyprus nog niet erkend. Bovendien weigert Turkije, ondanks gemaakte afspraken, nog steeds schepen en vliegtuigen uit Cyprus toe te laten, omdat de EU de toezegging om haar handelsembargo ten aanzien van Noord-Cyprus op te heffen nog steeds niet in de praktijk heeft toegepast.

4.

Voortgang op het gebied van hervormingen

Uit de voortgangsrapportage van de Europese Commissie uit 2012 blijkt dat de Commissie de nieuwe grondwet, het instellen van een ombudsman en de verbeteringen in het Turkse strafrechtelijke systeem verwelkomt. De Commissie uit haar zorgen over het gebrek aan tolerantie tegenover minderheden. Uit de voortgangsrapportage van 2009 werd duidelijk dat Turkije werk had gemaakt van het aanpakken van culturele rechten voor minderheden. Met de twee belangrijkste minderheidsgroepen in het land, Armeniërs en Koerden, was vooruitgang geboekt. Zij kregen het recht om commerciële tv- en radiozenders uit te zenden in de eigen taal. Desalniettemin zijn er nog steeds grote spanningen tussen de Turken en de Koerden.

De Commissie heeft in het rapport haar zorgen geuit over de reikwijdte van anti-terreurwetgeving. De Commissie waarschuwt dat dit kan leiden tot mensenrechtenschendingen, bijvoorbeeld het recht op een eerlijk proces of het schenden van de vrijheid van meningsuiting. Ook is de Commissie bezorgd over de beperkingen voor de media. In Turkije komt zelfcensuur veelvuldig voor.

Uit de voortgangsrapportage uit 2009 werd verder duidelijk dat Turkije ook op economisch gebied veel vooruitgang heeft geboekt. Turkije heeft een functionerende markteconomie en de Turkse economie is in 2011 met 8,5 procent gegroeid. Volgens het IMF zal in 2020 de Turkse economie het snelst groeien van alle Europese economieën.

Aanpassing aan Gemeenschapsregelgeving

De Commissie benoemt in het voortgangsrapport uit 2012 de vorderingen die Turkije heeft gemaakt om aan de eisen voor het EU-lidmaatschap te voldoen. Vooral op het gebied van wetenschap en onderzoek is vooruitgang geboekt. In totaal zijn er dertien van de 33 hoofdstukken geopend. Eén hoofdstuk is voorlopig gesloten. In 2006 heeft de EU besloten dat acht hoofdstukken pas kunnen worden geopend als Turkije voldoet aan zijn verplichtingen.

Een vrij verkeer van personen, kapitaal en goederen is nog niet tot stand gebracht. Een uitspraak van het Europees Hof voor Justitie begin 2009 heeft het vrij verkeer van personen een stap dichterbij gebracht. In deze uitspraak zegt het Hof dat Turken geen visum nodig hebben wanneer zij voor een periode tot drie maanden in de EU willen verblijven.

In maart 2012 nam het Europees Parlement een resolutie aan waarin Turkije wordt opgeroepen meer vooruitgang te boeken in zijn hervormingen. De EP-leden dringen erop aan de rechterlijke macht te hervormen en de burgerlijke vrijheden te beschermen. In de resolutie wordt het gebrek aan mediavrijheid en de achterstelling van etnische en religieuze minderheden aangekaart. Ook wordt Turkije opgeroepen te beginnen met de terugtrekking van troepen uit Cyprus.

Ondanks de kritiek op Turkije tekende de Raad in juni 2012 een gezamenlijk voorstel met Turkije om de de visumregels te versoepelen. Hiervoor verwacht Europa wel hervormingen als tegenprestatie.

 

5.

Hervormingen in de Europese Unie

Ook de Europese Unie moet zich aanpassen aan de eventuele toekomstige toetreding van Turkije. Omdat de zetels binnen het Europees Parlement en de stemweging in de Raad van Ministers zijn gebaseerd op de bevolkingsomvang heeft de toetreding van Turkije gevolgen voor de machtsstructuren binnen de Unie. Turkije is namelijk een zwaargewicht op demografisch gebied.

Doordat de buitengrenzen van de Europese Unie naar het politiek gevoelige Midden-Oosten worden verschoven, zal de besluitvorming binnen het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid aangepast moeten worden. Het Europees Parlement pleit tevens voor een betere samenwerking met Turkije op het gebied van terrorismebestrijding.

De Europese Unie moest in ieder geval haar financiële begroting tot 2014 vastleggen voordat de onderhandelingen met Turkije konden beginnen. De EU heeft namelijk op verzoek van Frankrijk 'het vermogen van de Unie om nieuwe leden op te nemen, met handhaving van de dynamiek van de Europese integratie' als belangrijk criterium voor toetreding van de kandidaat-lidstaten gesteld. Voorkomen moet worden dat de toetreding van Turkije een te groot deel van de EU-begroting opslokt.

6.

Historie relatie Europese Unie en Turkije

Turkse vlaggen

Bron: EUobserver.com

Al in 1963 werden de banden tussen Turkije en de Europese Economische Gemeenschap versterkt. In de zogenaamde Ankara-Overeenkomst werd vastgelegd dat Turkije op den duur lid mocht worden van de Europese Economische Gemeenschap.

Ook bood de overeenkomst, die te scharen valt onder een hele reeks associatieverdragen die in de jaren zestig tussen de EEG en derde landen werden gesloten, de nodige economische voordelen. Deze voordelen vormden de basis waarop in 1995 een douane-unie tussen de Gemeenschap en Turkije werd ingesteld.

Turkije vroeg in 1987 het volledige lidmaatschap van de Europese Gemeenschap aan. De Europese Raad van regeringsleiders gaf daarna nogmaals aan dat Turkije op termijn mocht toetreden tot de Gemeenschap.

In 1999 werd Turkije officieel als kandidaat-lidstaat erkend door de Europese Raad. Er werd een gezamenlijke strategie ontwikkeld om Turkije zo goed mogelijk te helpen om te voldoen aan de toetredingscriteria. Turkije ontwikkelde zelf een nationaal plan om de wetgeving aan te passen aan de Gemeenschapsregels.

Het toetredingspartnerschap werd in 2003 herzien. Er werd een gedetailleerd plan toegevoegd om Turkije voor te bereiden op het lidmaatschap. Op 17 december 2004 gaf de Europese Raad aan dat de toetredingsonderhandelingen in oktober 2005 konden beginnen. De Raad had in diezelfde maand al geconcludeerd dat Turkije voldeed aan de politieke criteria voor toetreding. Intussen werd de eerste fase, het vooronderzoek voor de onderhandelingen, gestart.

In 2006 heeft de EU de korte- en middellangetermijnprioriteiten t.a.v. de noodzakelijke hervormingen herzien. Deze prioriteiten zullen de grondslag vormen voor de toekomstige evaluaties van de Europese Commissie.

Reactie lidstaten

Niet alle EU-lidstaten zijn enthousiast over een eventuele toetreding van Turkije. De Duitse bondskanselier Angela Merkel wil liever een geprivilegieerd partnerschap voor Turkije. Tijdens haar bezoek aan het land op 6 oktober 2006 heeft Merkel laten doorschemeren dat het volledige lidmaatschap voor Turkije nog niet vanzelfsprekend is. Ook Oostenrijk pleitte al in 2005 voor de mogelijkheid tot dit alternatief voor een volwaardig lidmaatschap van de Unie.

De Franse oud-president Sarkozy heeft voorgesteld Turkije een alternatief partnerschap aan te bieden. In juni 2007 blokkeerde Frankrijk het openen van onderhandelingen met Turkije over de euro. Sarkozy sprak daarbij uit dat Frankrijk geen plek ziet in de EU voor Turkije.

Frankrijk, Oostenrijk en Polen hebben een referendum aangekondigd waarin de kiezer de gelegenheid krijgt zijn mening te geven. Cyprus heeft toegezegd met een veto een toekomstig toetredingsverdrag tegen te houden, wanneer Turkije het land niet erkent. Het lidmaatschap van Turkije kan alleen doorgaan als alle lidstaten van de EU daarmee instemmen.

In februari 2013 stelde de Duitse bondskanselier Angela Merkel dat ze de gesprekken met Turkije over het EU-lidmaatschap een nieuwe impuls wil geven. Ook de Franse premier Hollande stelde dat hij bereid is om de gesprekken met Turkije te hervatten.

Door de aanhoudende stroom van signalen dat Turkije niet welkom is, van zowel media als politici, daalt ook het enthousiasme in Turkije voor een lidmaatschap van de Unie.

Financiële steun vanuit de Europese Unie

Turkije ontvangt steun van de Europese Unie op basis van het 'Instrument for 'Pre-accession Assistance' (IPA), het voorbereidingsprogramma voor (potentiële) kandidaat-lidstaten. Het IPA bestaat uit vijf onderdelen:

  • politieke transitie en het opbouwen van instituties
  • samenwerking met de EU over de grenzen heen
  • regionale ontwikkeling
  • aanpassing aan het sociaal beleid van de EU
  • plattelandsontwikkeling

De bijdrage die Turkije ontvangt in het kader van het IPA is gegroeid van ongeveer 500 miljoen euro in 2007 tot 780 miljoen in 2011. In 2012 heeft de EU voor de vijf onderdelen samen 900 miljoen euro uitgegeven.

In de periode 1996-2006 was Turkije opgenomen in het MEDA-programma, een Euro-Mediterraan Partnerschap dat technische en financiële steun bood om sociaal-economische hervormingen te bevorderen. Vanaf 2001 kreeg Turkije financiële steun van de Unie om het hervormingsprogramma te financieren.

7.

Belang Turkije voor de Europese Unie

Een democratisch en modern Turkije kan een belangrijke rol spelen bij verschillende grensoverschrijdende vraagstukken inzake energie, vervoer, grensbeheer en terrorismebestrijding.

Ook op economisch vlak kan Turkije van belang zijn voor de Europese Unie. De snelgroeiende bevolking vormt een enorme afzetmarkt voor de lidstaten van de Unie. Bovendien kent Turkije sinds 2002 een sterke economische groei.

De nieuwe oliepijplijn vanuit Bakoe in Azerbeidzjan naar Ceyhan in Turkije vindt de Europese Unie een belangrijke strategische ontwikkeling. Olie werd tot nu toe voornamelijk aangevoerd vanuit Rusland en Iran; de nieuwe pijplijn zorgt voor een grotere verspreiding van de aanvoer van olie naar de EU.

Tevens hoopt de Europese Unie dat Turkije een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van democratische seculiere staten in het Midden-Oosten. Deze staten zouden een tegenwicht kunnen bieden aan de ontwikkeling van islamitisch fanatisme in de regio.

Daarnaast hoopt de Unie dat de toetreding van Turkije een positieve weerslag heeft op het buitenlands beleid van de EU met name als het gaat om instabiele regio's als het Middellandse-Zeegebied, het Midden-Oosten, de Kaukasus en Centraal-Azië.

8.

Nederlandse insteek

Tweede Kamer plenaire zaal

In Nederland zijn de meningen over de toetreding van Turkije verdeeld. In de Tweede Kamer werd er vlak voor de start van de toetredingsonderhandelingen gedebatteerd over een eventuele toetreding. Er werden door verschillende partijen vragen gesteld en moties ingediend die de twijfel omtrent het starten van de onderhandelingen aangaven.

In september 2005 nam de Tweede Kamer een motie van verschillende partijen aan over de relatie tussen Turkije en Cyprus. Hierin werd uitgesproken dat de toetredingsonderhandelingen met Turkije meteen opgeschort moeten worden als Turkije Cyprus anders behandelt dan ander EU-landen, bijvoorbeeld door het weigeren van schepen of vliegtuigen uit Cyprus. Turkije kan geen lid worden van de EU zolang het Cyprus niet volkenrechtelijk erkent, aldus de motie.

In navolging van toegezegde referenda in bijvoorbeeld Polen, Frankrijk en Oostenrijk, diende Geert Wilders in 2006 een initiatief voor een Nederlands referendum in. Hij kreeg weinig steun uit de Kamer. De meeste facties vonden het voorstel mosterd na de maaltijd, aangezien de toetredingsonderhandelingen al waren begonnen. De CDA-fractie wees op de mogelijkheid van een referendum rond 2015-2020, wanneer een beslissing over de toetreding veel dichterbij zal zijn.

9.

Meer informatie