r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Nederland over Europa

Tulpen met op de achtergrond een onscherpe molen

Nederland stond in de Europese Unie lange tijd bekend als een van de grootste voorstanders van Europese samenwerking. In 2005 leek dat sterk veranderd te zijn toen Nederland in een referendum met een meerderheid van 62% tegen de invoering van de Europese Grondwet stemde.

Maar uit de Eurobarometer van de Europese Commissie bleek dat het gedeelte van de Nederlanders dat het EU-lidmaatschap een goede zaak vindt nooit kleiner is geweest dan 60%. De uitslag van het referendum kwam in die zin vrij onverwacht. 

Waarschijnlijk hadden Nederlanders ook andere redenen gehad om nee te zeggen tegen de Europese Grondwet. Mensen wilden laten weten dat ze erg ontevreden waren over de invoering van de euro en de gestegen prijzen. Ook was men ontevreden over de Nederlandse regering en vond men dat die de bevolking te weinig betrok bij de Europese Unie.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

De burger en Europa

Uit de Eurobarometer van het najaar van 2014 bleek dat een kleine meerderheid van de inwoners van de EU-lidstaten zich burger van de Europese Unie voelde. Op de vraag 'Voelt u zich burger van de EU?' antwoordde gemiddeld 63% met 'ja'. In Nederland was dit percentage 61%. In het voorjaar van 2015 antwoordde 67% van de ondervraagden in Europese lidstaten zich Europees burger te voelen, een toename van 4%. In Nederland was het percentage duidelijk toegenomen: 70% van de mensen antwoordde zich Europees burger te voelen.  

Kennis van burgers over Europa

De feitelijke kennis over de Europese Unie was in 2014 ten opzichte van 2010 toegenomen. Eind 2010 liet een derde van de ondervraagden zien goed op de hoogte te zijn, eind 2011 was dit percentage 51% en het liep daarna licht op naar 54% in 2014. In het voorjaar van 2015 bleef dit percentage 54%. Opvallend is dat voornamelijk ondervraagden in de nieuwe lidstaten en Scandinavische landen antwoordden te weten hoe de EU werkt, terwijl inwoners van de 'oude' lidstaten, zoals Frankrijk, Italië en Spanje, aangaven het minste te weten over de werking van de EU. 

In 2014 gaf 43% van de Nederlandse ondervraagden aan niet te weten hoe de Europese Unie werkt. Dit was hoger dan in voorgaande jaren. Een groot deel van de Nederlanders bleek in de loop der jaren dus het gevoel te behouden dat zij weinig kennis hebben over hoe de Europese Unie werkt. Zo gaf in het voorjaar van 2015 82% van de Nederlanders aan dat ze dachten dat Zwitserland een lidstaat was van de Europese Unie, terwijl dit niet het geval is. 

Interesse voor Europa 

De Nederlandse tv-kijker bleek uit onderzoek weinig interesse te hebben in de EU. Een kijkcijferonderzoek uit 2009 toonde aan dat de gemiddelde tv-kijker in Nederland afhaakte wanneer een tv-programma over de Europese Unie gaat.

2.

Positief beoordeelde aspecten van de Europese Unie Eurobarometer

Lidmaatschap van de Europese Unie

Eind 2009 vonden de meeste Nederlanders (74%) het een goede zaak dat Nederland lid is van de Europese Unie. In 2014 was dat gedaald naar 68%. Op Europees niveau waren een stuk minder mensen blij met het EU-lidmaatschap van hun land; in 2014 47% (eind 2009 nog 53%). Ook vond 67% van de Nederlanders dat ons land voordeel heeft van het EU-lidmaatschap.

 

Stelling

NL

EU

Lidmaatschap van de EU is een goede zaak 

68%

47%

Ons land heeft voordeel van het lidmaatschap

67%

52%

Het lidmaatschap van de EU helpt ons door de crisis

64%

52%

Nederlandse steun voor EU lidmaatschap is hetzelfde

49%

50%

Cijfers: Eurobarometer voorjaar 2014

Vrij reizen, studeren en werken

Als Nederlanders werd gevraagd welk aspect van de EU de grootste persoonlijke betekenis voor hen had, dan werden 'Vrij verkeer van personen, goederen en diensten' en 'vrede tussen de lidstaten' het meest genoemd.    

 

Positieve aspecten van de EU

NL

EU

Vrij verkeer van personen, goederen en diensten

67%

57%

Vrede tussen de lidstaten

60%

55%

De euro

36%

23%

Invloed van de EU in de rest van de wereld

25%

19%

Cijfers: Eurobarometer voorjaar 2015 

Vertrouwen in de EU en haar instellingen

Eind 2014 gaf 37% van de Nederlanders aan een positief beeld te hebben van de Europese Unie; 26% had een negatief beeld en 22% was neutraal. In het voorjaar vlak na de Europese Parlementsverkiezingen was dit 31%. In 2010 was dit percentage nog 53%. 

In het voorjaar van 2015 antwoordde 42% van de Nederlanders positief tegen de EU aan te kijken; 21% had een negatief beeld en 37% was neutraal. Van alle Europeanen heeft 41% een positief beeld over de EU; 19 % een negatief beeld en 38% neutraal. Ten opzichte van 2014 is het algemene beeld van de EU iets positiever geworden.

Iets meer dan de helft van de Nederlandse bevolking vertrouwde zowel het Europees Parlement (54%), de Europese Commissie (55%) en de Europese Centrale Bank (55%). Deze cijfers lagen boven het EU-gemiddelde en vormden ook een stijging ten opzichte van 2011. 

Ten opzichte van het EU-gemiddelde (35%) was het vertrouwen van de Nederlanders in de ECB groot, maar bleek als gevolg van de economische crisis wel flink gedaald: begin 2008 gaf nog maar liefst 79% van de Nederlanders nog aan vertrouwen te hebben in de ECB.

Het vertrouwen in de euro was in het najaar van 2014 bij de Nederlanders 76%.

 

Vertrouwen in Europese instelling

Begin 2005

Begin 2006

Begin 2007

Begin 2008

Begin 2009

Eind 2009

Begin 2010

Eind 2010

Begin 2011

Eind 2011

begin 2012

Eind 2012

Begin 2015

Europees Parlement

51%

51%

60%

62%

58%

60%

57%

63%

58%

50%

51%

55%

54%

Europese Commissie

49%

54%

57%

62%

59%

61%

55%

61%

53%

47%

52%

53%

55%

Raad van de Europese Unie

-

-

-

-

-

51%

44%

50%

44%

39%

44%

44%

-

Europese Centrale Bank

69%

70%

75%

79%

67%

63%

56%

61%

59%

59%

-

-

55%

De eurobarometers van 2013, 2014 vroegen niet naar het vertrouwen in de verschillende Europese instellingen. 

In een rapport van april 2014 stelde de Adviesraad International Vraagstukken (AIV) dat de dubbele en halfslachtige houding van politici mede oorzaak is van het gebrek aan vertrouwen van veel burgers in de Europese Unie. De aanbeveling van de AIV was dat het essentieel is dat politici zich bij controversiële Europese kwesties niet tegenover de Europese instellingen opstellen, maar duidelijk maken dat ze zelf onderdeel zijn van het besluitvormingsproces en hun verantwoordelijkheid nemen.

Steun voor nieuwe bevoegdheden van de Europese Unie

Inwoners uit de gehele Europese Unie stonden in het voorjaar van 2015 positief tegenover het voeren van een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (74%). Opvallend was dat, net als in 2014, vooral de nieuwe lidstaten veel positiever tegenover deze kwesties stonden dan de oude lidstaten. Daarnaast was het opvallend dat Nederlanders een stuk positiever staan tegenover het gemeenschappelijk Europees optreden op de terreinen van veiligheids- en defensiebeleid en buitenlands beleid in vergelijking met 2014. In 2014 was 75% van de ondervraagden voor een gemeenschappelijk Europees optreden op dit terrein, in 2015 was dit 81%. 

 

(Nieuwe) bevoegdheden van de Europese Unie

NL: vóór

EU: vóór

Voeren van een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid

81%

74%

Voeren van een gemeenschappelijk buitenlands beleid

63%

66%

Voeren van een gemeenschappelijk beleid voor migratie

85%

73%

Cijfers: Eurobarometer voorjaar 2015

Migratie

In 2015 was migratie een belangrijk onderwerp voor Europeanen. In het voorjaar van 2015 was een grote meerderheid van de Europeanen (73%) voor een gemeenschappelijk migratiebeleid. Nederlanders zijn opvallend positiever over een gemeenschappelijk migratiebeleid: 85% van de ondervraagden gaf aan hier voor te zijn.

Energie-unie

In het najaar van 2015 gaf 72% van de Europeanen aan voor een gemeenschappelijk energiebeleid te zijn. Van de Nederlanders antwoordde 75% daarvoor te zijn.

De toekomst van de Europese Unie

Uit de enquête van Eurobarometer die onder EU-burgers werd gehouden in het voorjaar van 2015 bleek dat burgers van de EU-landen optimistisch zijn over de toekomst van de Europese Unie. Het gemiddelde aantal burgers in alle lidstaten dat een positieve houding had, is 58% (56% in 2014). Nederland lag hier met 71% ver boven (68% in het najaar van 2014 en 70% in het voorjaar van 2014). Uit het onderzoek blijkt dat maar twee landen pessimistisch zijn over de toekomst van de Europese Unie: Griekenland (57%) en Cyprus (54%).

 

Mening over de toekomst van de EU

NL

EU

Optimistisch over de toekomst van de EU

71%

58%

Pessimistisch over de toekomst van de EU

27%

36%

Cijfers: Eurobarometer voorjaar 2015

3.

Negatief beoordeelde aspecten van de Europese Unie

Zorgen

De zorgen van Europese burgers zijn aanzienlijk veranderd sinds 2014. In 2014 maakten Europeanen zich voornamelijk zorgen over de economische situatie. In 2015 zijn deze zorgen verminderd en hebben plaats gemaakt voor zorgen over immigratie. De gemiddelde Nederlander maakte zich in 2014 absoluut nog geen zorgen over immigratie (8%), maar in 2015 bleek dit de grootste zorg te zijn (49%). Opvallend is dat Nederlanders in vergelijking met andere Europeanen zich meer zorgen maken over de economische situatie. Deze trend is terug te zien in de cijfers van de afgelopen jaren. In vergelijking met 2014 (6%) zijn Nederlanders zich meer zorgen gaan maken om de overheidsfinanciën en minder om de werkeloosheid (in 2014 31%).

 

Zorgen van de burger

NL

EU

Immigratie

49%

38%

Overheidsfinanciën

36%

23%

Economische situatie

35%

27%

Werkloosheid

20%

24%

Inflatie

6%

9%

Criminaliteit

5%

8%

Cijfers: Eurobarometer voorjaar 2015

Uitbreiding van de Europese Unie

In de gehele Europese Unie waren er volgens de Eurobarometer van het voorjaar van 2015 meer mensen tegen een verdere uitbreiding (49%) dan vóór (39%). In Nederland gaf 38% aan vóór verdere uitbreiding te zijn en 56% tegen. Nederlanders zijn positiever geworden over uitbreiding van de EU, in 2014 lag het percentage 4% lager. Onderling waren er grote verschillen in steun voor verdere uitbreiding. In de nieuwe oostelijke lidstaten was de steun doorgaans hoger dan in de oude lidstaten. Landen met de euro als munteenheid waren gemiddeld genomen negatiever over uitbreiding van de Unie dan landen die de euro niet hebben. Landen die toetreden tot de EU zijn verplicht op termijn de euro in te voeren.

Het aantal ambtenaren werkzaam bij de Europese Unie

Een veel gehoord punt van kritiek op de Europese Unie was het vermeende aantal ambtenaren dat werkzaam zou zijn bij de verschillende Europese instellingen. In het voorjaar van 2015 liet 23% van de Europeanen weten de Europese Unie te associëren met 'bureaucratie'. In Nederland ligt dit percentage hoger: 39% van de Nederlanders associeert de EU hiermee.

 

In augustus 2008 werd dit aantal door de eurokritische Britse denktank Open Europe geschat op 170.000. Over het exacte aantal bestond onder de Europese bevolking nog altijd veel onduidelijkheid.

Volgens cijfers van de Europese Commissie telde de EU alles bij elkaar ruim 50.000 ambtenaren. Toenmalig eurocommissaris Neelie Kroes plaatste dit in mei 2009 in perspectief door te stellen dat 50.000 ambtenaren op een bevolking van een half miljard Europeanen neerkwam op een verhouding van 1 ambtenaar op iedere 10.000 burgers.

De SP wees erop dat Brussel in veel gevallen een beroep doet op nationale ambtenaren tijdens het proces van Europese wet- en regelgeving. Deze ambtenaren zijn dus formeel gezien niet in dienst van Europa, maar zijn hier inhoudelijk wel mee bezig. Met deze redenering sloot de SP aan bij het bovengenoemde onderzoek van de Britse denktank Open Europe. Bij een telling volgens het uitgangspunt dat nationale ambtenaren meegerekend dienen te worden, kwam het aantal Europese ambtenaren op ongeveer 170.000. Ter vergelijking: in Nederland waren op dat moment ongeveer een miljoen ambtenaren werkzaam.

De 50.000 ambtenaren die volgens cijfers van de Commissie op de loonlijst stonden van de EU zijn als volgt over de verschillende Europese instellingen verdeeld.

 

Europese instelling

Aantal ambtenaren

Europese Commissie

33.000

Europees Parlement

6.000

Raad van de Europese Unie

3.500

Overige instellingen

3.000

cijfers: 2015

4.

Afbakening bevoegdheden

Dat er ook grenzen zijn aan de Europese integratie, verwoordde de Nederlandse regering duidelijk in een brief van 21 juni 2013 aan de Tweede Kamer, waarin een lijst werd opgesteld met bevoegdheden die aan de lidstaten overgelaten moeten worden en niet aan de Europese Unie. Het uitgangspunt van het kabinet is: Europees wat moet, nationaal wat kan.

Terreinen waar volgens het kabinet samenwerking op Europees niveau nodig blijft zijn: de financieel-economische crisis, energie, klimaat, asiel en migratie, voltooiing van de interne markt en de aanpak van belastingontduiking en defensie. Maar op andere gebieden, zoals de harmonisatie van sociale stelsels, zou het subsidiariteitsbeginsel moeten gelden. Met dit initiatief wil Nederland toe naar een bescheidener, soberder en effectiever Europa. Op 19 september 2013 debatteerde de Tweede Kamer over dit onderwerp. 

Ook tijdens het Kamerdebat over de staat van de Europese Unie in 2014 werd dit subsidiariteitsbeginsel weer benadrukt. Met oog op de eurocrisis accentueerde toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Timmermans nogmaals het belang van Europees toezicht op nationale begrotingen en banken. Daarnaast kreeg slimmere en betere regelgeving de aandacht in de brief aan de Tweede Kamer. 

5.

Meer informatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven