r google-plus facebook twitter linkedin2 nujij Monitor Nieuwsbrief pdclogo Afstudeer hoed man met tas twitter

Nederland over Europa

Tulpen met op de achtergrond een onscherpe molen

Nederland bestond in de Europese Unie lange tijd bekend als een van de grootste voorstanders van Europese samenwerking. In 2005 leek dat sterk veranderd te zijn toen Nederland in een referendum met een meerderheid van 62% tegen de invoering van de Europese Grondwet stemde.

Maar uit de Eurobarometer van de Europese Commissie bleek dat het gedeelte van de Nederlanders dat het EU-lidmaatschap een goede zaak vindt nooit kleiner is geweest dan 60%. De uitslag van het referendum kwam in die zin vrij onverwacht. 

Waarschijnlijk hadden Nederlanders ook andere redenen gehad om nee te zeggen tegen de Europese Grondwet. Mensen wilden laten weten dat ze erg ontevreden waren over de invoering van de euro en de gestegen prijzen. Ook was men ontevreden over de Nederlandse regering en hoe weinig die de bevolking betrok bij de Europese Unie.

Dat er ook grenzen zijn aan de Europese integratie, verwoordde de Nederlandse regering duidelijk in een brief van 21 juni 2013 aan de Tweede Kamer, waarin een lijst werd opgesteld met bevoegdheden die aan de lidstaten overgelaten moeten worden en niet aan de Europese Unie. Het uitgangspunt van het kabinet is: Europees wat moet, nationaal wat kan.

Terreinen waar volgens het kabinet samenwerking op Europees niveau nodig blijft zijn: de financieel-economische crisis, energie, klimaat, asiel en migratie, voltooiing van de interne markt en de aanpak van belastingontduiking en defensie. Maar op andere gebieden, zoals de harmonisatie van sociale stelsels, zou het subsidiariteitsbeginsel moeten gelden. Met dit initiatief wil Nederland toe naar een bescheidener, soberder en effectiever Europa. Op 19 september 2013 debatteerde de Tweede Kamer over dit onderwerp. 

Ook tijdens het Kamerdebat over de staat van de Europese Unie in 2014 werd dit subsidiariteitsbeginsel weer benadrukt. Met oog op de eurocrisis accentueerde toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Timmermans nogmaals het belang van Europees toezicht op nationale begrotingen en banken. Daarnaast kreeg slimmere en betere regelgeving de aandacht in de brief aan de Tweede Kamer. 

In aanloop naar de Europese verkiezingen in 2014 onderzocht onderzoeksbureau Ipsos de mening over Europa in negen lidstaten. Meer dan 60% van de Nederlanders was van mening dat we de verkeerde kant opgaan in Europa. 77% van de ondervraagden vond dat de economie is beschadigd door de Europese eisen over het begrotingstekort en daarmee samenhangende bezuinigingen. Iets meer dan 40% van de Nederlandse ondervraagden gaf verder aan dat Europa een positieve economische invloed op ons land heeft. Voor de crisis lag dat percentage nog boven de 60%.

Delen

enveloppe

Inhoud

1.

De burger en Europa

Uit de Eurobarometer van het najaar van 2014 bleek dat een kleine meerderheid van de burgers van de EU-lidstaten zich burger van de Europese Unie voelde. Op de vraag 'Voelt u zich burger van de EU?' antwoordde gemiddeld 63% met 'ja'. In Nederland  was dit percentage 61%.

Kennis van burgers over Europa

De feitelijke kennis over de Europese Unie was in 2014 ten opzichte van 2010 toegenomen. Eind 2010 liet een derde van de ondervraagden zien goed op de hoogte te zijn, eind 2011 was dit percentage 51% en het liep daarna licht op naar 54% in 2014.

In 2014 gaf 43% van de ondervraagden aan niet te weten hoe de Europese Unie werkt. Dit was hoger dan in voorgaande jaren. Een groot deel van de Nederlanders bleek in de loop der jaren dus het gevoel te behouden dat zij niet helemaal snappen hoe de Europese Unie werkt.

Interesse voor Europa 

De Nederlandse tv-kijker bleek uit onderzoek weinig interesse te hebben in de EU. Een kijkcijferonderzoek uit 2009 toonde aan dat de gemiddelde tv-kijker in Nederland afhaakte wanneer een tv-programma over de Europese Unie gaat.

Positief beoordeelde aspecten van de Europese Unie Eurobarometer

Lidmaatschap van de Europese Unie

Eind 2009 vonden de meeste Nederlanders (74%) het een goede zaak dat Nederland lid is van de Europese Unie. In 2014 was dat gedaald naar 68%. Op Europees niveau waren een stuk minder mensen blij met het EU-lidmaatschap van hun land; in 2014 47% (eind 2009 nog 53%). Ook vond 67% van de Nederlanders dat ons land voordeel heeft van het EU-lidmaatschap.

 

Stelling

NL

EU

Lidmaatschap van de EU is een goede zaak 

68%

47%

Ons land heeft voordeel van het lidmaatschap

67%

52%

Het lidmaatschap van de EU helpt ons door de crisis

64%

52%

Nederlandse steun voor EU lidmaatschap is hetzelfde

49%

50%

Cijfers: Eurobarometer voorjaar 2014

Vrij reizen, studeren en werken

Als Nederlanders werd gevraagd welk aspect van de EU de grootste persoonlijke betekenis voor hen had, dan was "vrij reizen, studeren en werken" het meest gehoorde antwoord. Daarnaast bleek de invoering van de euro voor veel Nederlanders grote betekenis te hebben gehad.

 

Positieve aspecten van de EU

NL

EU

Vrij reizen, studeren en werken

66%

58%

Vrede tussen de lidstaten

58%

53%

De euro

42%

27%

Invloed van de EU in de rest van de wereld

31%

24%

Cijfers: Eurobarometer 2014 

Vertrouwen in de EU en haar instellingen

Eind 2014 gaf 37% van de Nederlanders aan een positief beeld te hebben van de Europese Unie; 26% had een negatief beeld en 22% was neutraal. In het voorjaar vlak na de Europese Parlementsverkiezingen was dit 31%. In 2010 was dit percentage nog 53%. Van alle Europeanen heeft 39% een positief beeld over de EU; 22 % een negatief beeld en 37% neutraal (cijfer najaar 2014).

Iets meer dan de helft van de Nederlandse bevolking vertrouwde in het Europees Parlement (55%) en het vertrouwen in de Europese Commissie was eind 2012 53%. Deze cijfers lagen boven het EU-gemiddelde en vormden ook een stijging ten opzichte van eind 2011. Het Nederlandse vertrouwen in de Europese Centrale Bank (59%) was eind 2011 gelijk aan het voorjaar. 

Ten opzichte van het EU-gemiddelde (36%) was het vertrouwen van de Nederlanders in de ECB groot, maar bleek als gevolg van de economische crisis wel flink gedaald: begin 2008 gaf nog maar liefst 79% van de Nederlanders nog aan vertrouwen te hebben in de ECB.

Het vertrouwen in de euro was in het najaar van 2014 bij de Nederlanders 76%.

 

Vertrouwen in Europese instelling

Begin 2005

Begin 2006

Begin 2007

Begin 2008

Begin 2009

Eind 2009

Begin 2010

Eind 2010

Begin 2011

Eind 2011

begin 2012

Eind 2012

Europees Parlement

51%

51%

60%

62%

58%

60%

57%

63%

58%

50%

51%

55%

Europese Commissie

49%

54%

57%

62%

59%

61%

55%

61%

53%

47%

52%

53%

Raad van de Europese Unie

-

-

-

-

-

51%

44%

50%

44%

39%

44%

44%

Europese Centrale Bank

69%

70%

75%

79%

67%

63%

56%

61%

59%

59%

-

-

De eurobarometers van 2013 en 2014 vroegen niet naar het vertrouwen in de verschillende Europese instellingen. 

In een rapport van april 2014 stelde de Adviesraad International Vraagstukken (AIV) dat de dubbele en halfslachtige houding van politici mede oorzaak is van het gebrek aan vertrouwen van veel burgers in de Europese Unie. De aanbeveling van de AIV was dat het essentieel is dat politici zich bij controversiële Europese kwesties niet tegenover de Europese instellingen opstellen, maar duidelijk maken dat ze zelf onderdeel zijn van het besluitvormingsproces en hun verantwoordelijkheid nemen.

Steun voor nieuwe bevoegdheden van de Europese Unie

Inwoners uit de gehele Europese Unie stonden in het voorjaar van 2014 positief tegenover het voeren van een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (72%). Opvallend was dat vooral de nieuwe lidstaten veel positiever tegenover deze kwesties stonden dan de oude lidstaten. Nederlanders waren iets positiever dan het gemiddelde over een gemeenschappelijk Europees optreden op de terreinen van veiligheids- en defensiebeleid en buitenlands beleid.  

 

(Nieuwe) bevoegdheden van de Europese Unie

NL: vóór

EU: vóór

Voeren van een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid

75%

72%

Voeren van een gemeenschappelijk buitenlands beleid

58%

62%

Cijfers: Eurobarometer voorjaar 2014

De toekomst van de Europese Unie

Uit de enquête van Eurobarometer die onder EU-burgers werd gehouden in het najaar van 2014 bleek dat burgers van de EU-landen optimistisch zijn over de toekomst van de Europese Unie. Het gemiddelde aantal burgers in alle lidstaten dat een positieve houding had, is 56% (51% in 2013). Nederland lag hier met 68% ver boven (61% in 2013 en 70% in het voorjaar van 2014). In 13 van de 28 lidstaten was het optimisme over de toekomst toegenomen ten opzichte van het voorjaar van 2014.

 

Mening over de toekomst van de EU

NL

EU

Optimistisch over de toekomst van de EU

68%

56%

Pessimistisch over de toekomst van de EU

31%

37%

Cijfers: Eurobarometer najaar 2014

2.

Negatief beoordeelde aspecten van de Europese Unie

Zorgen

De zorgen die de gemiddelde Nederlander had ten aanzien van de Europese Unie verschilden op enkele terreinen van de zorgen van een gemiddelde Europeaan. De Nederlanders maakten zich vooral zorgen over de economische situatie en de werkgelegenheid in Europa. Deze onderwerpen waren weliswaar voor de meeste Europeanen de belangrijkste pijnpunten, maar in Nederland was men bijvoorbeeld veel bezorgder over de economische situatie dan gemiddeld. Ook in voorgaande jaren was dit al het geval.

 

Zorgen van de burger

NL

EU

Economische situatie

28%

24%

Werkloosheid

31%

45%

Overheidsfinanciën

6%

14%

Immigratie

8%

18%

Inflatie

4%

14%

Criminaliteit

8%

9%

Cijfers: Eurobarometer najaar 2014

Uitbreiding van de Europese Unie

In de gehele Europese Unie waren er volgens de Eurobarometer van het voorjaar van 2014 meer mensen tegen een verdere uitbreiding (49%) dan vóór (37%). In Nederland gaf 32% vóór verdere uitbreiding te zijn en 62% tegen. Onderling waren er grote verschillen in steun voor verdere uitbreiding. In de nieuwe oostelijke lidstaten was de steun doorgaans hoger dan in de oude lidstaten. Landen met de euro als munteenheid waren gemiddeld genomen negatiever over uitbreiding van de Unie dan landen die de euro niet hebben. Landen die toetreden tot de EU zijn verplicht op termijn de euro in te voeren.

Het aantal ambtenaren werkzaam bij de Europese Unie

Een veel gehoord punt van kritiek op de Europese Unie was het vermeende aantal ambtenaren dat werkzaam zou zijn bij de verschillende Europese instellingen. In augustus 2008 werd dit aantal door de eurokritische Britse denktank Open Europe geschat op 170.000. Over het exacte aantal bestond onder de Europese bevolking nog altijd veel onduidelijkheid.

Volgens cijfers van de Europese Commissie telde de EU alles bij elkaar ruim 50.000 ambtenaren. Toenmalig eurocommissaris Neelie Kroes plaatste dit in mei 2009 in perspectief door te stellen dat 50.000 ambtenaren op een bevolking van een half miljard Europeanen neerkwam op een verhouding van 1 ambtenaar op iedere 10.000 burgers.

De SP wees erop dat Brussel in veel gevallen een beroep doet op nationale ambtenaren tijdens het proces van Europese wet- en regelgeving. Deze ambtenaren zijn dus formeel gezien niet in dienst van Europa, maar zijn hier inhoudelijk wel mee bezig. Met deze redenering sloot de SP aan bij het bovengenoemde onderzoek van de Britse denktank Open Europe. Bij een telling volgens het uitgangspunt dat nationale ambtenaren meegerekend dienen te worden, kwam het aantal Europese ambtenaren op ongeveer 170.000. Ter vergelijking: in Nederland waren op dat moment ongeveer een miljoen ambtenaren werkzaam.

De 50.000 ambtenaren die volgens cijfers van de Commissie op de loonlijst stonden van de EU zijn als volgt over de verschillende Europese instellingen verdeeld.

 

Europese instelling

Aantal ambtenaren

Europese Commissie

33.000

Europees Parlement

6.000

Raad van de Europese Unie

3.500

Overige instellingen

3.000

cijfers: 2014

3.

Meer informatie

Delen

enveloppe

Terug naar boven