Zesde kaderprogramma voor onderzoek

Het oogmerk van het Zesde Kaderprogramma was om de Unie een echte gemeenschappelijke strategie te geven voor de versterking van de Europese wetenschappelijke en technologische dynamiek in een steeds mondialere omgeving.

De voorgestelde begroting voor de periode 2002-2006 liep op tot 17,5 miljard euro, een nominale toename van 17% ten opzichte van het voorgaande programma. Ruim 1,2 miljard euro ging naar Nederland. In totaal deden meer dan 3700 Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen aan het programma mee. De opvolger van het Zesde Kaderprogramma is het Zevende Kaderprogramma, dat begin 2007 van start ging.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

In vogelvlucht

Het zesde kaderprogramma vormde een doelbewuste trendbreuk met de vorige kaderprogramma's. Dat gold zowel voor de ambitie en het toepassingsgebied van het programma als voor de instrumenten voor de uitvoering ervan. Het was de bedoeling om de aandacht meer toe te spitsen op problemen van Europees belang en een sterkere partnerschap te creëren tussen de spelers in de Europese onderzoeksruimte.

Voor de periode 2000-2006 richtte het Vijfde Kaderprogramma voor onderzoek zich meer op grote sociaal-economische veranderingen binnen Europa. Om het effect van het programma te maximaliseren werd er slechts op een beperkt aantal onderzoeksgebieden gefocust.

De belangrijkste gebieden in het Zesde Kaderprogramma waren de volgende:

  • Biowetenschappen, genomica en biotechnologie voor de gezondheid
  • Technologie voor de informatiemaatschappij
  • Nanotechnologie en nanowetenschap
  • Lucht- en ruimtevaart
  • Voedselveiligheid en -kwaliteit (en)
  • Duurzame ontwikkeling, klimaatverandering en ecosystemen
  • Burgers en governance (en)

2.

Meer informatie