Verordening betreffende gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

Dit BNC-fiche is door de Nederlandse regering gemaakt naar aanleiding van het verschijnen van het document COM(2004)641 van de Europese Commissie. Het bevat onder andere de eerste algemene standpuntbepaling van de Nederlandse regering.

 

1.

Titel

2.

Voorstel

voor een verordening van de Raad houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 77/388/EEG betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

12 oktober 2004

13394/04

COM(2004)641 definitief

6.

Eerstverantwoordelijk ministerie

Financiën i.o.m. EZ en OCW

7.

Behandelingstraject in Brussel

Raadsgroep Fiscale Vraagstukken; Ecofin Raad

8.

Achtergrond, korte inhoud en doelstelling van het voorstel

De heffing van omzetbelasting in de Europese Unie is in hoge mate geharmoniseerd. Het juridische kader van het communautaire BTW-stelsel wordt gevormd door de Zesde BTW-richtlijn (Richtlijn 77/388/EEG). Artikel 29 van deze richtlijn voorziet in een Raadgevend Comité met betrekking tot de toepassing van de communautaire BTW-bepalingen. Dit BTW-Comité heeft tussen 1977 en 2003 als adviserend orgaan van de lidstaten al dan niet met eenparigheid van stemmen een aantal richtsnoeren opgesteld om te zorgen voor een meer uniforme toepassing van de bestaande BTW-regels en een betere werking van de interne markt. Deze richtsnoeren hebben betrekking op een aantal belangrijke aspecten van de Zesde BTW-richtlijn, zoals de definitie van belastingplichtigen en de plaats van heffing ter zake van de leveringen van goederen en diensten. De richtsnoeren zijn niet formeel bindend voor de lidstaten. Het zijn afspraken over de interpretatie van de richtlijnbepalingen voor specifiek omschreven praktijksituaties waarvoor de lidstaten de behoefte hadden aan meer duidelijkheid. Daarnaast worden de richtsnoeren niet officieel gepubliceerd, hetgeen de transparantie en de rechtszekerheid niet ten goede komt.

Teneinde op dit vlak verbetering te bereiken is bij Richtlijn 2004/7/ EG van 20 januari 2004 een nieuw artikel 29bis in de Zesde BTW-richtlijn opgenomen. Op grond van dit nieuwe artikel stelt de Raad met eenparigheid van stemmen de nodige maatregelen vast ter uitvoering van de Zesde BTW-richtlijn. De opzet hiervan is dat de richtsnoeren die in het BTW-Comité met eenparigheid van stemmen worden vastgesteld in het vervolg bindende rechtskracht krijgen in een verordening van de Raad. Hiermee worden de transparantie en de rechtszekerheid vergroot. Met betrekking tot de richtsnoeren die door het BTW-Comité zonder eenparigheid van stemmen worden vastgesteld blijft de bestaande procedure ongewijzigd van kracht.

Wat betreft de in het verleden overeengekomen richtsnoeren van het BTW-Comité, heeft de Commissie met de lidstaten bezien in hoeverre de richtsnoeren die destijds met eenparigheid van stemmen zijn vastgesteld nog geldig en zinvol zijn voor alle huidige lidstaten. Voor die gevallen waar dat passend is, stelt de Commissie nu wetgeving voor in de onderhavige verordening teneinde de in het verleden met eenparigheid van stemmen overeengekomen richtsnoeren rechtskracht te verlenen. Door deze codificatie wordt consistentie aangebracht in de behandeling van een aantal meer specifieke kwesties op het vlak van de uitvoering, hetgeen van belang is voor een juiste toepassing van de bestaande BTW-regels en de goede werking van de interne markt. Voor Nederland zal deze verordening niet leiden tot een wijziging van de BTW-regels, omdat Nederland de daarin opgenomen bepalingen reeds onverkort toepast.

9.

Rechtsbasis van het voorstel

artikel 29bis van de Zesde BTW-richtlijn

10.

Besluitvormingsprocedure en rol Europees Parlement

Raad met unanimiteit

11.

Instelling nieuw Comitologie-comité

Nee.

12.

Subsidiariteit en proportionaliteit

13.

Subsidiariteit

positief; voor wijzigingen in het BTW-systeem is de Gemeenschap bij uitsluiting bevoegd.

14.

Proportionaliteit

positief; het beoogde doel ­ transparantie en rechtszekerheid ­ kan alleen met bindende regelgeving worden bereikt.

15.

Consequenties voor de EU-begroting

Geen.

16.

Financiële, personele en administratieve consequenties voor de rijksoverheid, decentrale overheden en/of bedrijfsleven en burger

Geen.

17.

Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving/beleid, (informatie over het inschakelen van nationale agentschappen/zelfstandige bestuursorganen e.d., implementatie en uitvoering, notificatie en handhaving en/of sanctionering)

Geen.

18.

Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen) dan wel voorgestelde datum inwerking treding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

Het gaat hier om een verordening met rechtstreekse werking. Nederland heeft geen problemen met betrekking tot de datum van inwerkingtreding van de verordening, omdat de nu te codificeren regels reeds in de Nederlandse praktijk worden toegepast en er derhalve voor belastingplichtigen en belastingdienst ook geen overgangsproblemen zijn te verwachten.

19.

Consequenties voor ontwikkelingslanden

Geen.

20.

Nederlandse belangen en eerste algemene standpuntbepaling

Nederland is akkoord met dit voorstel omdat het een codificatie is van eerder aangenomen richtsnoeren van het BTW-Comité die Nederland al geruime tijd toepast. De BTW-regels voor de uitvoeringspraktijk zullen derhalve niet veranderen.

21.

Meer informatie