Tweede pijler EU: GBVB

Onder de tweede pijler van de Europese Unie (EU) viel de samenwerking in het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB). Het ging hier om het buitenlands en defensiebeleid van de EU ten opzichte van de buitenwereld. Het handelsbeleid tegenover niet-EU-landen vloeide voort uit het feit dat de EU een gemeenschappelijke markt heeft, en behoorde tot de eerste pijler.

De Europese Commissie en de EU-lidstaten hadden beide het recht van initiatief in de tweede pijler. Voor besluiten over gemeenschappelijke strategieën was unanimiteit in de Raad van ministers vereist. Bij meer uitvoeringsgeoriënteerde besluiten was een gekwalificeerde meerderheid in de Raad nodig. Lidstaten kondnen zich ook onthouden van stemming ('constructieve onthouding').

Als een belangrijk nationaal belang in het geding was, konden lidstaten verhinderen dat tot besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid werd overgegaan. Met gekwalificeerde meerderheid kon dan worden besloten de zaak aan de Europese Raad voor te leggen. In de Europese Raad was vervolgens unanimiteit nodig.

Het Europees Parlement (EP) had nauwelijks een rol in de formele besluitvorming in de tweede pijler. Wel moest de voorzitter van de Raad het EP raadplegen over de belangrijkste aspecten van het GBVB en erop toezien dat de opvattingen van het EP naar behoren in aanmerking worden genomen. Het Europees Hof van Justitie had in het geheel geen rol in de tweede pijler.

De coördinatie van de tweede pijler was in handen van de Hoge Vertegenwoordiger voor het GBVB. Dat was in 2004-2009 Javier Solana. Het GBVB kwam hoofdzakelijk tot uiting in het geven van verklaringen over bijvoorbeeld mensenrechtensituaties en verkiezingsprocessen. De laatste jaren kreeg het beleid ten aanzien van defensiemissies steeds meer handen en voeten.

De pijlerstructuur is vervallen door het Verdrag van Lissabon.


Meer over

Meer op website Europa Nu over

Delen

enveloppe