Europese Unie (EU)

De Europese Unie (EU) is het belangrijkste samenwerkingsverband in Europa. De 27 deelnemende landen hebben een aantal gemeenschappelijke instellingen opgericht waaraan zij een deel van hun soevereiniteit (staatsgezag) hebben overgedragen. Dit zijn onder meer de Europese Commissie, het Europees Parlement en het Hof van Justitie.

In 2004 werd door de lidstaten een Europese Grondwet ondertekend, maar Frankrijk en Nederland hebben dit grondwettelijk verdrag in referenda verworpen. Daarna werd in 2007 het Verdrag van Lissabon ondertekend. Nederlans heeft dit verdrag inmiddels goedgekeurs, maar nu is Ierland dwarsligger. In het najaar van 2009 zal Ierland opnieuw een referendum houden.

Nederland is in de Eropese Unie vertegenwoordigd door een Eurocommissaris en door 25 parlementsleden in het Europese parlement. Daarnaast werken er natuurlijk talloze Nederlandse ambtenaren bij Europese instellingen.

Meer op website Europa NU over

Meer over

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Lidstaten en uitbreiding

Tot 1 mei 2004 telde de EU 15 lidstaten: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.

Op 1 mei 2004 is de EU uitgebreid van 15 naar 25 lidstaten. De 10 nieuwe lidstaten zijn: Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië.

OP 1 januari 2007 zijn Bulgarije en Roemenië lidstaat geworden en kwam het aantal leden op 27. Ook Kroatië en Turkije worden in de toekomst mogelijk EU-lid.

Meer op website Europa NU over

2.

Bevoegdheden

De meeste bevoegdheden van de EU zijn vastgelegd in verdragen. Hierin staat duidelijk omschreven over welke beleidsterreinen de EU bevoegd is op te treden en welke instellingen hierbij een rol spelen.

Beleidsterreinen die onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen zijn de douane-unie, grote delen van het gemeenschappelijk handelsbeleid en (in de lidstaten waar de euro is ingevoerd) het monetair beleid. Bij het merendeel van de werkterreinen deelt de EU bevoegdheden met nationale of regionale overheden. Voorbeelden zijn het gemeenschappelijk landbouwbeleid, de interne markt en het milieubeleid.

De EU kan ook nationale overheden ondersteunen, bijvoorbeeld door coördinatie. Hier heeft de EU aanvullende bevoegdheden.

3.

Pijlers

  • Pijlerstructuur Europese Unie

    De lidstaten van de Europese Unie (EU) werkten sinds het Verdrag van Maastricht (1992) samen via drie zogenaamde 'pijlers'. De eerste pijler had vooral betrekking op besluitvorming op economisch gebied. De tweede pijler ging over het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB); de derde over Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ). Het onderscheid tussen de pijlers was soms diffuus en arbitrair, en dit in toenemende mate. Door het Verdrag van Lissabon is de pijlerstructuur vervallen.

4.

De euro

Sinds 1 januari 2002 is de euro wettig betaalmiddel in twaalf EU-lidstaten: België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Spanje. Nadien is de euro ook in Slovenië, Slowakije, Malta en Cyprus ingevoerd. De eurolanden moeten aan bepaalde financiële spelregels voldoen die zijn vastgelegd in het Stabiliteits- en Groeipact.

De invoering van de euro betekent dat de lidstaten hun monetaire bevoegdheden hebben overgedragen aan één Europese financiële instelling: de Europese Centrale Bank (ECB). De Nederlander Wim Duisenberg was van 1 juli 1998 tot 1 november 2003 de eerste voorzitter van de ECB.

Meer op website Europa NU over

5.

Nederlanders in de EU

In de instellingen van de EU worden ook posities door Nederlanders bekleed. Zo heeft Nederland 26 europarlementariërs en levert Nederland één eurocommissaris.

In Den Haag zijn twee agentschappen van de EU gevestigd, Europol en Eurojust.

Meer op website Europa NU over

Meer over