Via een algemene maatregel van bestuur (AMvB) worden door de rijksoverheid regels gegeven over uiteenlopende onderwerpen, bijvoorbeeld over woningbouw, gezondheidszorg, sociale zekerheid, asielbeleid, scholen en universiteiten, milieuvoorschiften of landbouwbeleid. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om de wijze van verdeling van financiële middelen over instellingen, over voorschriften waaraan apparatuur moeten voldoen en over de samenstelling van uitvoeringsorganen.
Een AMvB is een Koninklijk Besluit (KB) van de regering en wordt, anders dan een wet, in principe zonder medewerking van de Staten-Generaal vastgesteld. Over een AMvB wordt advies uitgebracht door de Raad van State. Na vaststelling vindt publicatie plaats in het Staatsblad
twee soorten
De meeste AMvB's berusten op een formele wet. We spreken dan van gedelegeerde wetgeving: de wet bepaalt dat regels nader mogen worden uitgewerkt in een AMvB.
Is dat niet het geval, dan spreekt men van een 'zelfstandige' AMvB. AMvB's waarin een strafbepaling is opgenomen, kunnen alleen worden vastgesteld met machtiging van een wet in formele zin.
voorhangprocedure
Tweede en Eerste Kamer kunnen in sommige gevallen (als de wet dat bepaalt) verlangen dat een ontwerp-AMvB ter goedkeuring wordt voorgelegd. Dit gebeurt dan indien binnen een bepaalde periode een deel van de Kamer daarom vraagt. De procedure waardoor dit mogelijk is, heet een 'Voorhangprocedure'.
nahangprocedure
Als vastgestelde AmvB's voordat ze in werking treden aan de Kamers worden voorgelegd, spreken we van een nahangprocedure. Eventuele opmerkingen en wensen van de Kamer kunnen dan alsnog worden verwerkt. Gezien het tijdverlies dat daarvan het gevolg is, wordt de nahangprocedure steeds minder toegepast.
ondertekening
Een door de koning(in) ondertekend KB (AMvB) wordt altijd medeondertekend door een minister (de contraseignering). Dit is nodig vanwege de ministeriële verantwoordelijkheid.
