Nadat de koningin op Prinsjesdag de troonrede voorgelezen heeft, heft de voorzitter van de Verenigde vergadering het 'Leve de koningin' aan. Deze huldebetuiging vond voor het eerst plaats in 1897. De eerste keer gebeurde dat eigenlijk spontaan. Dominee Donner, overovergrootvader van de huidige minister Donner van Sociale Zaken, hief na de troonrede de huldeblijk aan. Naast koningin-regentes Emma was in 1897 voor het eerst de nog minderjarige koningin Wilhelmina aanwezig.
Donner belastte zich als oudste lid ook de jaren daarna met het aanheffen van de hulde. Na hem namen anderen dit over, vaak eveneens het oudste lid in jaren. Lange tijd ook belastte generaal Duymaer van Twist, Tweede Kamerlid voor de Anti-Revolutionaire Partij zich ermee. Sinds 1946 leidt de voorzitter van de Verenigde vergadering, de Eerste Kamervoorzitter, de hulde in.
In 1991 hief voorzitter Tjeenk Willink niet alleen het 'Leve de koningin' aan, maar wenste ook de zieke prins Claus beterschap toe. Ook in 2001 werd de hulde vooraf gegaan door wensen voor herstel van gezondheid van Prins Claus. De prins-gemaal had al langere tijd te maken met ernstige gezondheidsklachten.
In 2002 zei de voorzitter: "Majesteit, staat u mij toe te verzekeren dat de leden van de Staten-Generaal deze maanden zeer met u en Prins Claus meeleven". Prins Claus werd nog diezelfde dag in het AMC te Amsterdam opgenomen en stierf een kleine drie weken later op 6 oktober.
Meer over
