Verzelfstandiging

Bij verzelfstandiging wordt de uitvoering van een publieke taak overgelaten aan een relatief zelfstandige organisatie op grotere afstand van de minister, maar blijft de taak binnen de overheid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen interne verzelfstandiging (binnen een departement) en externe verzelfstandiging (buiten een departement).

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Verzelfstandiging

Bij verzelfstandiging wordt de uitvoering van een publieke taak overgelaten aan een relatief zelfstandige organisatie op grotere afstand van de minister, maar blijft de taak binnen de overheid.

Naarmate de zelfstandigheid groter is, is de ministeriële verantwoordelijkheid minder verstrekkend. Het toedelen van taken aan verzelfstandigde overheidsorganen valt in ieder geval onder de ministeriële verantwoordelijkheid.

2.

Interne verzelfstandiging

Bij interne verzelfstandiging wordt een organisatie-onderdeel binnen een departement verzelfstandigd in de vorm van een agentschap.

3.

Voorbeeld interne verzelfstandiging

Per 1 januari 2004 wordt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu omgevormd tot een agentschap.

4.

Externe verzelfstandiging

Bij externe verzelfstandiging ontstaat een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) buiten het departement.

5.

Voor- en nadelen

Voordeel van verzelfstandiging kan zijn dat overheidsorganisaties dankzij hun autonomie slagvaardiger kunnen opereren doordat niet alles centraal vanuit het ministerie aangestuurd of goedgekeurd hoeft te worden.

Een ander voordeel van verzelfstandiging in ZBO's is dat de verminderde ministeriële verantwoordelijkheid de mogelijkheid biedt om toezichtstaken onder te brengen in een relatief onafhankelijke overheidsorganisatie die los staat van de beleidsbepalers en/of de beleidsuitvoerders.

Nadeel is dat er in de loop der jaren een wildgroei aan meer en minder autonome overheidsinstellingen is ontstaan, met name bij de ZBO's. Doordat er in veel gevallen sprake is van onheldere verdelingen van taken en bevoegdheden kwam de ministeriële verantwoordelijkheid in het gedrang.

Om de nadelen in te dammen is een Kaderwet ZBO's opgesteld, waarin regels worden gesteld waaraan ZBO's moeten voldoen.

6.

Onafhankelijkheid

De kans dat toezicht (of onderzoek) echt onafhankelijk is, is groter naarmate een organisatie meer extern verzelfstandigd is en de minister minder bevoegdheden heeft om zich met de inhoud van het toezicht of onderzoek te bemoeien.

Aangezien (buiten)diensten van ministeries en agentschappen volledig onder de ministeriële verantwoordelijkheid vallen, is het minder aannemelijk dat toezicht of onderzoek in die gevallen volledig onafhankelijk zijn, tenzij dit zeer expliciet is vastgelegd.