De gezamenlijke vergadering van beide Kamers van de Staten-Generaal (de Tweede en Eerste Kamer) heet Verenigde Vergadering. De voorzitter van de Eerste Kamer leidt deze vergadering.
De Verenigde Vergadering komt alleen in een aantal bijzondere gevallen als parlementaire vergadering bijeen.
Dat is bijvoorbeeld het geval als de Koning(in) niet (meer) in staat is het koningschap waar te nemen. De Verenigde Vergadering dient dan (zonodig) een regent aan te wijzen.
Voorts moeten wetsvoorstellen die eventuele troonopvolgers toestemming geven tot het aangaan van een huwelijk op grond van artikel 28 van de Grondwet door de Verenigde Vergadering worden behandeld.
Daarnaast vinden bepaalde plechtigheden in de Verenigde Vergadering plaats. De belangrijkste daarvan is de inhuldiging van een nieuwe Koning. De Grondwet bepaalt dat deze bijeenkomst in Amsterdam in de Nieuwe Kerk dient te worden gehouden.
Ook kan de Verenigde Vergadering bijeenkomen ter herdenking van een overleden lid van het Koninklijk Huis.
De meest bekende bijeenkomst is op Prinsjesdag. De Koningin leest dan in de Verenigde Vergadering die in de Ridderzaal wordt gehouden de Troonrede voor.
De gang van zaken bij Verenigde Vergaderingen is vastgelegd in een apart reglement van orde, dat op 22 maart 1994 in een Verenigde Vergadering werd aangenomen. Ten aanzien van 'vergaderingen waarin niet beraadslaagd of besloten wordt' zijn de artikelen 53 en 54 van toepassing, die bepalen dat veel verplichtingen dan niet gelden. Zo is er geen presentielijst, geen quorum, kunnen Kamerleden en bewindslieden niet het woord voeren en wordt er niet gestemd.
Tevens is geregeld dat de Voorzitter een commissie van in- en uitgeleide benoemt en de orde handhaaft.
