Verkiezingen Tweede Kamer 1918-2010

Van alle verkiezingen sinds 1918 is een beschrijving te vinden, waarbij tevens een aantal kerngegevens is opgenomen. Om enige structuur aan te brengen in de veelheid van verkiezingen is een onderverdeling gemaakt naar periode.

Gegevens over de verkiezingen in de periode 1848-1918 zijn te vinden in de databank 'Verkiezingsuitslagen Tweede Kamer 1848-1948' op www.historici.nl

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Periode 1994-2010: grote verschuivingen

  • Tweede Kamerverkiezingen 2002

    Op 15 mei 2002 waren er reguliere (vierjaarlijkse) verkiezingen voor een nieuwe Tweede Kamer. De uitslag gaf een aardverschuiving te zien. Grote winnaar was de Lijst Pim Fortuyn (LPF) die in één klap 26 zetels veroverde. Nog niet eerder was een nieuwkomer met zoveel zetels in de Tweede Kamer gekomen. Het CDA van Jan Peter Balkenende werd met 43 zetels (een winst van 14 zetels) de grootste partij. Balkenende bleek in slechts enkele maanden groot vertrouwen te hebben ingeboezemd.

  • Tweede Kamerverkiezingen 1998

    De paarse coalitie behield bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1998 haar meerderheid, ondanks fors verlies van D66 (van 24 naar 14 zetels). PvdA en VVD (beide plus acht) compenseerden dat verlies echter ruimschoots. Grote winnaar was GroenLinks, dat van vijf naar elf zetels ging. De SP won drie zetels en de SGP won één zetel.

  • Tweede Kamerverkiezingen 1994

    Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 deden zich grote verschuivingen voor. PvdA en CDA verloren fors (respectievelijk 12 en 20 zetels), waardoor de zittende coalitie haar meerderheid verloor. Vrij spectaculair was de komst van de ouderenpartijen (AOV en Unie 55+) met maar liefst zeven zetels.

2.

Periode 1967-1989: deconfessionalisering

  • Tweede Kamerverkiezingen 1989

    Bij deze vervroegde Tweede Kamerverkiezingen handhaafde het CDA haar positie als grootste partij. Net als in 1986 werden 54 zetels gehaald. De PvdA verloor drie zetels en kwam op 49. Winst was er voor D66 (van negen naar twaalf zetels) en voor het GPV (van één naar twee zetels).

  • Tweede Kamerverkiezingen 1986

    Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1986 behaalde het CDA onder aanvoering van premier Lubbers ("Laat Lubbers z'n karwei afmaken") een grote overwinning. Zij kwam van 45 op 54 zetels. Regeringspartner VVD verloor daarentegen negen zetels.

  • Tweede Kamerverkiezingen 1982

    Onder aanvoering van Ed Nijpels won de VVD bij deze vervroegde Tweede Kamerverkiezingen tien zetels (van 26 naar 36 zetels). De PvdA herstelde zich van een zware nederlaag bij de Statenverkiezingen van maart en won drie zetels ten opzichte van 1981. Grote verliezer was D66, dat terugviel van zeventien naar zes zetels. Het CDA verloor drie zetels.

  • Tweede Kamerverkiezingen 1981

    Grote winnaar van de Tweede Kamerverkiezingen van 1981 was D66. Die partij ging onder aanvoering van Jan Terlouw van acht naar zeventien zetels. De 'grote drie' CDA, PvdA en VVD verloren respectievelijk vijf, negen en twee zetels. Door het verlies van CDA en VVD verloor ook de regeringscombinatie haar meerderheid.

3.

Periode 1946-1963: wederopbouw

  • Tweede Kamerverkiezingen 1956

    De Tweede Kamerverkiezingen van 1956 waren een nek-aan-nek-race tussen KVP en PvdA, die werd gewonnen door de partij van premier Drees. De PvdA won vier zetels en kwam op 34, terwijl de KVP dankzij drie zetels wist op 33 zetels bleef steken. De winst van de KVP was overigens vooral een gevolg van het feit dat Welters' KNP, onder invloed van het Mandement van 1954, was teruggekeerd in de KVP.

  • Tweede Kamerverkiezingen 1952
    Bij deze verkiezingen behaalde de PvdA van premier Drees een goed resultaat. Dankzij winst van drie zetels kwam zij gelijk met de KVP (die twee zetels verloor) en qua stemmenaantal streefde zij de KVP zelfs voorbij.
  • Tweede Kamerverkiezingen 1948

    Bij deze Tweede Kamerverkiezingen, die nodig waren vanwege de aanstaande Soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, kwam de KVP als sterkste uit de bus. Net als in 1946 behaalde zij 32 zetels. De PvdA verloor daarentegen twee zetels en kwam op 27 zetels.

4.

Periode 1918-1937: interbellum

  • Tweede Kamerverkiezingen 1933

    Voornaamste winnaar van de Tweede Kamerverkiezingen van 1933 is de ARP, die met Hendrik Colijn aan het hoofd twee zetels wint. Net als in 1925 geldt hij als sterke man, die Nederland uit de crisis moet leiden. Naast de heersende economische crisis, met massawerkloosheid, spelen ook de internationale situatie en de ondermijning van het gezag daarbij een grote rol. De Nazi's zijn op 30 januari 1933 in Duitsland aan het bewind gekomen en op het marineschip 'De Zeven Provinciën'  in de wateren bij Nederlands-Indië vindt enkele dagen daarna een muiterij plaats, die veel beroering veroorzaakt.

  • Tweede Kamerverkiezingen 1929

    De Tweede Kamerverkiezingen van 1929 zijn de rustigste van het Interbellum. Er treden nauwelijks verschuivingen op. Zowel RKSP, CHU, VDB als SDAP behouden hun zeteltal. Alleen de ARP en de Liberalen verliezen één zetel. De meerderheid van de rechtse partijen loopt daarmee wel terug naar 53 zetels.

  • Tweede Kamerverkiezingen 1925

    De Tweede Kamerverkiezingen van 1925 staan in het teken van de bezuinigingspolitiek van minister van Financiën Colijn, die landelijk lijsttrekker is van de ARP. Hij wordt naar voren geschoven als de 'sterke man', de stuurman die het schip van staat door de woeste golven moet voeren. Geheel succesvol is dat niet, want de ARP verliest drie zetels. Ook de Katholieken gaan twee zetels achteruit en van de regeringspartijen blijft alleen de CHU gelijk. Gezamenlijk hebben de drie rechtse partijen nog wel een meerderheid: 54 zetels.

  • Tweede Kamerverkiezingen 1922

    De Tweede Kamerverkiezingen van 1922 zijn de eerste verkiezingen met algemeen kiesrecht, want door de aanvaarding van het initiatiefvoorstel-Marchant mogen voortaan ook vrouwen meestemmen. Een wijziging van de Kieswet zorgt ervoor dat kleine partijen minder kans maken dan in 1918. Er geldt in het vervolg bij de verdeling van restzetels een drempel. Alleen partijen die 75% van de kiesdeler hebben gehaald, krijgen een zetel.

  • Tweede Kamerverkiezingen 1918

    De Tweede Kamerverkiezingen van 1918 zijn de eerste waarbij alle mannen mogen meestemmen. Het zijn tevens de eerste verkiezingen volgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Er wordt niet meer per district gestemd volgens een meerderheidsstelsel, maar kiezers brengen hun stem uit op een persoon die op een kandidatenlijst van een partij staat. Alle uitgebrachte stemmen tellen mee voor de zetelverdeling.