Kabinet-Drees III (1952-1956)

Foto kabinet-Drees IIIvergrootglas

Dit is het derde naoorlogse kabinet op brede basis. De VVD is als regeringspartij vervangen door de ARP. Het economische herstel zet geleidelijk door, waardoor de inkomens kunnen stijgen. Er kan verder worden voortgegaan met de opbouw van de sociale zekerheid. In 1956 komt de AOW tot stand.

In februari 1953 wordt Nederland opgeschrikt door de watersnood in Zuid-West Nederland. Inzet van extra middelen is noodzakelijk. Gedurende deze jaren ontstaan verder spanningen in het huwelijk van koningin Juliana en prins Bernhard. Daarbij spelen bijeenkomsten met de spirituele genezeres Greet Hofmans, waaraan ook leden van de hofhouding deelnemen, een belangrijke rol. Een in 1956 door het kabinet op verzoek van Juliana en Bernhard ingesteld driemanschap weet een echtscheiding en constitutionele crisis te voorkomen.

Het kabinet bestaat uit ministers van de PvdA, KVP, ARP en CHU en telt verder een partijloze minister. Minister-president Drees is afkomstig uit de PvdA. Het kabinet-Drees III treedt op 2 september 1952 aan. Er is geen regeringsverklaring, omdat de start van het kabinet vrijwel samenvalt met Prinsjesdag. Het kabinet wordt demissionair op 13 juni 1956. Zijn opvolger, het kabinet-Drees IV, treedt op 13 oktober 1956 aan.

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Bijzonderheden

Spotprent kabinet Drees IIIvergrootglas
  • De wederopbouw wordt voortgezet. Onder minister Witte wordt een omvangrijk bouwprogramma gerealiseerd (80.000 woningen per jaar).
  • Op 1 februari 1953 vinden grote overstromingen plaats in Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Brabant, doordat ten gevolge van een combinatie van storm en springvloed de dijken het op veel plaatsen begeven. Circa 141.000 ha land wordt overstroomd. Ruim 1800 mensen verdrinken. De totale schade bedraagt f 503 miljoen (5% van het nationaal inkomen).
  • De schade van de watersnood kan vrijwel probleemloos worden opgevangen. Minister Algera komt met een Noodwet dijkherstel en geeft de opdracht tot het maken van een Deltaplan voor betere bescherming van Zuid-West Nederland.
  • Op het gebied van mensenrechten wordt in 1954 het te Rome ondertekende 'Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens' bij wet goedgekeurd.
  • Het door de bisschoppen in 1954 uitgebrachte 'Mandement' waarin katholieken wordt ontraden lid te blijven van de PvdA zorgt wel voor onrust, maar leidt niet tot een breuk tussen KVP en PvdA. De katholieken in de PvdA besluiten uiteindelijk de aansporing van de bisschoppen niet te volgen.
  • Met de totstandkoming van het Statuut voor het Koninkrijk in 1954 worden Suriname en de Nederlandse Antillen zelfstandige onderdelen van het Koninkrijk met een elk een eigen regering. Het Statuut wordt op 29 december 1954 afgekondigd.
  • Op 17 mei 1955 ontstaat een crisis, als de Tweede Kamer de ontwerp-Huurwet verwerpt. De PvdA stemt daarbij met de oppositie, de ARP'er Gerbrandy en het CHU-lid Schmal tegen. Na bemiddeling door PvdA-fractievoorzitter Burger wordt een compromis gevonden en komt het kabinet op 2 juni 1955 terug op de ontslagaanvraag.
  • Op 15 februari 1956 komt er officieel een einde aan de Nederlands-Indonesische Unie. De relaties met de voormalige kolonie verslechteren zienderogen.

2.

Samenstelling kabinet

Minister-President
Dr. W. Drees (pvda)

Algemene Zaken
minister: Dr. W. Drees (pvda)

Buitenlandse Zaken
minister: Mr. J.W. Beyen (partijloos)

Justitie
minister: Mr. L.A. Donker (pvda) (2 september 1952 - 4 februari 1956)
minister a.i.: Dr. L.J.M. Beel (kvp) (4 februari 1956 - 15 februari 1956)
minister: Mr. J.Ch. van Oven (pvda) (15 februari 1956 - 13 oktober 1956)

Binnenlandse Zaken
minister: Dr. L.J.M. Beel (kvp) (2 september 1952 - 7 juli 1956)
minister a.i.: Mr. J.Ch. van Oven (pvda) (7 juli 1956 - 13 oktober 1956)

Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen
minister: Mr. J.M.L.Th. Cals (kvp)
staatssecretaris: Dr. A. de Waal (kvp) (2 februari 1953 - 13 oktober 1956)

Financiën
minister: J. van de Kieft (pvda)
staatssecretaris: Dr. W.H. van den Berge (partijloos) (2 februari 1953 - 13 oktober 1956)

Oorlog
minister: Ir. C. Staf (chu)
staatssecretaris: Mr. F.J. Kranenburg (pvda)

Marine
minister: Ir. C. Staf (chu)
staatssecretaris: H.C.W. Moorman (kvp)

Wederopbouw en Volkshuisvesting
minister: Ir. H.B.J. Witte (kvp)

Verkeer en Waterstaat
minister: Mr. J. Algera (arp)

Economische Zaken
minister: Dr. J. Zijlstra (arp)
staatssecretaris: Dr. G.M.J. Veldkamp (kvp) (8 oktober 1952 - 13 oktober 1956)

Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening
minister: S.L. Mansholt (pvda)

Sociale Zaken en Volksgezondheid
minister: J.G. Suurhoff (pvda)
staatssecretaris: Dr. P. Muntendam (pvda) (2 september 1952 - 1 oktober 1953)
staatssecretaris: Mr.dr. A.A. van Rhijn (pvda)

Maatschappelijk Werk
minister: Dr. L.J.M. Beel (kvp) (2 september 1952 - 9 september 1952)
minister: Mr. F.J.F.M. van Thiel (kvp) (9 september 1952 - 13 oktober 1956)

Uniezaken en Overzeese Rijksdelen
minister: Dr. W.J.A. Kernkamp (chu) (2 september 1952 - 7 november 1952)

Overzeese Rijksdelen
minister: Dr. W.J.A. Kernkamp (chu) (7 november 1952 - 18 juli 1956)
minister a.i.: Ir. C. Staf (chu) (18 juli 1956 - 13 oktober 1956)

Zonder portefeuille
minister voor Buitenlandse Zaken: Mr. J.M.A.H. Luns (kvp)

minister voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie
minister: A.C. de Bruijn (kvp)

3.

Mutaties

Twee ministers overlijden tijdens deze kabinetsperiode. In februari 1956 minister Donker van Justitie en in juli 1956 minister Kernkamp. Donker wordt opgevolgd door zijn partijgenoot Van Oven, hoogleraar in Leiden. De post van Kernkamp op Overzeese Rijksdelen wordt waargenomen door Staf.

In juli 1956 treedt ook Beel uit het kabinet. Hij maakt met Tjarda van Starkenborch Stachouwer (oud-Gouverneur-Generaal) en Gerbrandy (oud-premier) deel uit van een driemanschap dat de affaire-Greet Hofmans moet oplossen. Van Oven neemt tot het einde van de kabinetsperiode Binnenlandse Zaken er bij.

4.

Formatie

Drees (PvdA) krijgt de formatieopdracht. De VVD heeft voor de verkiezingen al aangegeven niet meer in te zijn voor een brede samenwerking. Drees laat dan zijn oog vallen op de ARP, en binnen korte tijd is een regeringsprogramma tussen PvdA, KVP, CHU en ARP gemaakt.

De verdeling van de zetels levert dan problemen op. Daar moeten nog drie andere formateurs aan te pas komen. Oplossingen die daarbij worden gekozen, zijn de benoeming van twee ministers van Buitenlandse Zaken en de instelling van het nieuwe departement van Maatschappelijk Werk.

5.

Kerngegevens

  Tweede Kamer tot 3 juli 1956 Tweede Kamer vanaf 3 juli 1956 Eerste Kamer tot 18 september 1955 Eerste Kamer van 20 september 1955 tot 3 juli 1956 Eerste Kamer vanaf 3 juli 1956 minister­raad/(kabinet)
KVP 30 33 17 17 17 6 (9)
PvdA 30 34 14 14 15 5 (8)
ARP 12 10 7 7 7 2
CHU 9 8 6 6 6 4
partijloos - - - - - 1 (2)
totaal 81
(81%)
85
(85%)
44
(88%)
44
(88%)
45
(90%)
 

6.

data en feiten formatie

datum wat wie tot en met dagen
25 juni 1952 Tweede Kamer­verkiezingen      
27 juni 1952 benoeming (in)formateur W. Drees 22 juli 1952 26
23 juli 1952 benoeming (in)formateur L.J.M. Beel 4 augustus 1952 13
5 augustus 1952 benoeming (in)formateur L.A. Donker 21 augustus 1952 17
22 augustus 1952 benoeming (in)formateur C. Staf 26 augustus 1952 5
29 augustus 1952 benoeming (in)formateur W. Drees 1 september 1952 4
2 september 1952 beëdiging nieuwe bewindslieden Koningin Juliana 16 mei 1955 987
17 mei 1955 kabinet demissionair   2 juni 1955 17
25 mei 1955 benoeming (in)formateur J.A.W. Burger 2 juni 1955 9
3 juni 1955 ontslagaanvraag ingetrokken Koningin Juliana 12 juni 1956 376
13 juni 1956 kabinet demissionair   12 oktober 1956 122
13 oktober 1956 ontslag verleend Koningin Juliana