Nederland is een koninkrijk. Dat betekent dat een koning het staatshoofd is. De positie van de Koning en de opvolging zijn geregeld in de Grondwet, vandaar dat in Nederland sprake is van een 'constitutionele monarchie'. Sinds 1890, na het overlijden van Koning Willem III, heeft Nederland alleen vrouwen op de troon gekend. Desalniettemin blijft de Grondwet over de Koning spreken.
De Koning(in) vervult taken van staatkundige aard, zoals bij de formatie van een kabinet, als taken van ceremoniële aard, zoals het ontvangen van andere staatshoofden en buitenlandse ambassadeurs en het afleggen van staatsbezoeken. Op dit moment is Koningin Beatrix het staatshoofd van Nederland. Als zij door Prins Willem Alexander wordt opgevolgd heeft Nederland na meer dan 100 jaar weer een Koning.
De Koning vormt samen met de ministers de regering. Sinds 1848 staat in de Grondwet dat de Koning onschendbaar is, en dat de ministers verantwoordelijk zijn. De Koning kan dan ook niet gedwongen worden af te treden naar aanleiding van een politieke handeling; een minister wel.
De onschendbaarheid van de Koning komt ook tot uiting in het zogenaamde contraseign. Elke wet die door het parlement is aangenomen, moet niet alleen door de Koning, maar ook door een minister zijn ondertekend. De Koning verleent zo zijn gezag aan de wet, terwijl aan de andere kant de verantwoordelijkheid van de minister tot uitdrukking komt.
Formeel benoemt de Koning(in) de ministers en staatssecretarissen, maar net als bij alles wat de koningin in functie doet, geldt hierbij de ministeriële verantwoordelijkheid. Het besluit over de benoemingen wordt dan ook meeondertekend door een minister (de minister-president) en hij legt daarvoor verantwoording af aan het parlement. De beëdiging van nieuwe ministers en staatssecretarissen gebeurt eveneens door de koningin.
De Koningin speelt wel een rol bij de vorming van een nieuw kabinet, omdat zij de kabinetsformateur (of een informateur) aanwijst. Daarbij heeft zij echter niet de vrije hand, want ze gaat af op adviezen van haar vaste adviseurs en van politici. De Koningin kan wel enige invloed op de formatie hebben door de formulering van de (in)formatieopdracht en de keuze van de (in)formateur. Dit komt echter alleen voor als er geen duidelijke voorkeur voor een bepaalde coalitie bestaat en de politici erg verdeeld zijn.
De Koningin krijgt de notulen van de ministerraad. Mede daardoor weet zij wat daar wordt besproken. Ook bezoeken ministers de Koningin regelmatig om bij te praten. De minister-president doet dat zelfs iedere week. Of zij bij deze gelegenheden invloed of druk uitoefent op het te voeren beleid is niet bekend. Er wordt wel gesteld dat de Koningin recht heeft om door haar ministers geïnformeerd te worden en hen mag bemoedigen en waarschuwen.
Als hoofd van de regering leest de Koningin op Prinsjesdag de troonrede voor. Dat is een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid voor het komende jaar. Hoewel de Koningin de troonrede voorleest, heeft zij hem niet geschreven. Dat doen de ministers.
Een belangrijke taak van de Koningin is het ondertekenen van wetten en koninklijke besluiten. Een probleem ontstaat als het staatshoofd dit zou weigeren. Tijdens de regering van Koningin Juliana heeft dit gespeeld in verband met de gratieverlening aan Duitse ter dood veroordeelde oorlogsmisdadigers. Dit heeft echter nooit tot een constitutionele crisis geleid.
Formeel is de Koning(in) voorzitter van de Raad van State. Dat heeft echter alleen een historische en ceremoniële betekenis.
Naast formele taken heeft de Koning(in) vooral een samenbindende rol. De Koning (in) staat boven de partijen en vertegenwoordigt als het ware de gehele natie. Zij treedt bij staatsbezoeken op als 'eerste ambassadrice' van ons land.
De Koningin legt regelmatig werkbezoeken af om zich zo van allerlei ontwikkelingen in het land op de hoogte te houden. Daarnaast is zij soms aanwezig bij jubilea van maatschappelijke organisaties of bij belangrijke tentoonstellingen en sociaal-culturele manifestaties. Op Koninginnedag brengt koningin Beatrix jaarlijks met een groot deel van haar familie een bezoek aan twee gemeenten.
Bij rampen met een nationaal karakter, zoals in de Bijlmermeer en in Enschede, toont het staatshoofd vaak belangstelling, om zo uiting te geven aan haar betrokkenheid.
De Koningin ontvangt regelmatig staatshoofden en regeringsleiders van andere landen. Omgekeerd legt zij staatsbezoeken aan andere landen af. Hiermee wordt de band tussen de landen versterkt, wat niet alleen van diplomatiek maar ook van economisch belang is. Nieuwe ambassadeurs van andere landen bieden bij hun aantreden hun geloofsbrieven aan de Koningin aan.
-
Lijn van troonopvolging
Het koningschap gaat over op de wettige nakomelingen van de Koning, waarbij het oudste kind voorrang heeft. Sinds 1983 wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen zonen en dochters. Als koningin Beatrix nu zou overlijden of terugtreden als staatshoofd, is haar oudste zoon, prins Willem-Alexander, de eerste in lijn om haar op te volgen. De tweede is prinses Amalia, de derde prinses Alexia en de vierde prinses Ariane, de dochters uit zijn huwelijk met prinses Máxima.
De Koning wordt niet gekroond, maar 'beëdigd en ingehuldigd in de hoofdstad Amsterdam in een openbare Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal'. Zo staat het in de Grondwet.
-
Van Koning Willem I tot Koningin Beatrix
Van 1798 tot 1813 verbleef erfprins Willem, zoon van de laatste stadhouder Willem V, in Duitsland en Engeland. Na het herstel van de zelfstandigheid kwam hij op 30 november 1813 terug naar Nederland en werd aanvankelijk 'Souverein Vorst' van de Verenigde Nederlanden. Nederland was naar zijn mening te klein om een koninkrijk te zijn. Dat werd anders toen bij het Weense congres in 1815 werd besloten België en Nederland te verenigigen. De souverein vorst werd Koning van het Koninkrijk der Nederlanden. Vervolgens werden Willem II en Willem III koning en daarna, bij gebreke van mannelijke nakomelingen, Wilhelmina, Juliana en Beatrix koningin.
Meer over
